19 september 2012

Van leven ga je dood

De Vlaamse arts Kris Verburgh heeft in de academische soep gespuugd. En zoals dat gaat in ons land is de reactie van de academie hard en onverbiddelijk. Net zoals toen vorig jaar een onderzoeker durfde te beweren dat zout helemaal niet zo slecht is en geridiculiseerd werd door zowat al wie een adviserend postje heeft bij de dienst Volksgezondheid, zo ontsnapt dokter Verburgh niet aan de woede van de academie. Verburgh, -voor wie het nog niet weet-, heeft een boek geschreven dat de voedselpiramide in vraag stelt en dat een zandlopermodel als alternatief voorstelt. Niets bijzonders. Er verschijnen wekelijks boeken, nationaal en internationaal, die een nieuw dieet voorstellen. De damesblaadjes grossieren in afslankdiëten,  seizoendiëten tot en met zwangerschapsdiëten. En niet zelden worden in die flutverhaaltjes de geleerde heren van de academie opgevoerd die ons komen vertellen dat we vooral zus en absoluut niet zo mogen eten. Geen haan die daar naar kraait. En wie is er nog niet buiten gelopen bij een voedingsdeskundige  met een snelle uitdraai van alles wat hij of zij absoluut niet mag en wel moet eten?  Wat heeft Verburgh dan toch extra stout gedaan dat hij figuurlijk bij de ballen gepakt wordt? Nou, daar zijn heel wat redenen voor. Om te beginnen is Verburgh jong, 26 om precies te zijn en dat is –zo is geweten- te jong om in de medische wereld een eigen mening te mogen hebben. Ten tweede is Verburgh mediageniek. Dat kan niet van elke academicus gezegd worden. Verburgh kan het goed uitleggen en dat “pakt” bij de pers. Dat maakt ook dat academici die zich onfeilbaar  en verzekerd van hun autoriteit achtten plots hun plaats ingenomen zien door een nieuwkomer. Dat is een deuk in hun ijdelheid. Verburgh kan ook goed schrijven en dat maakt zijn boek leesbaar, dus verkoopbaar, dus een bestseller. Dat kan van de meeste academici niet gezegd worden. Zij zijn meer van het “van dik hout zaagt men planken” type. Hun betuttelend toontje staat het publiek niet aan. Verburgh rijdt ook tegen de kar van een uiterst belangrijke lobby in ons land: de Boerenbond. Die hoort niet graag dat melk en brood en aardappelen met mate moeten geconsumeerd worden. Niet verboden! Maar als extraatje. En als je zeker weet dat je bijvoorbeeld geen lactose of glutenintolerantie hebt. Verburgh citeert ook buitenlandse bronnen en loopt daarbij keurig voorbij diezelfde academici die internationaal echt niet zoveel voorstellen. Wereldberoemd in Wilrijk betekent nog niet dat je veel in de wetenschappelijke pap te brokkelen hebt, om maar eens een culinaire vergelijking te gebruiken. En tenslotte is Verbrugh afgestudeerd magna cum laude. Men mag er dus van uitgaan dat hij een niet zo onverstandige jonge dokter is. En tenslotte, Verburgh is good looking. Zoals een Gentse hoogleraar interne geneeskunde ooit zei, je kan niet alles hebben: de looks en de brains, en hij buisde zijn mooie studente.
De voorbije jaren zijn talloze urban legends weerlegd. Zout, suiker, alcohol, ketchup, boter, snoep, je kan het zo gek niet verzinnen of ze kregen het label “levensgevaarlijk” opgekleefd.  Allemaal weerlegd. Een zaak is zeker: van leven ga je dood.
Marc van Impe

15:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

18 september 2011

Iedereen zijn syndroom

“Ik weet het niet”. Dat is wellicht de moeilijkste uitspraak voor een arts. Toegeven dat men, ondanks de routine en de ervaring, ondanks alle testen, niet weet wat de patiënt precies scheelt, is iets dat elke arts  probeert te vermijden. Toch blijkt uit Nederlands onderzoek dat één op vijf van de patiënten lijden aan medisch onverklaarbare klachten.   Nogal wat artsen die voor zo’n raadsel staan gaan dan voor de makkelijkste oplossing en kiezen voor de term “subjectieve klachten.” Daarmee wordt de patiënt als het ware in de enorme restbak gegooid van mensen die lijden aan medisch onverklaarde klachten. Voor niet objectiveerbare klachten wordt de oorzaak dan maar ‘tussen de oren’ gezocht. Voor de arts is daarmee de kous af. Voor verdere hulp wordt de patiënt in het beste geval naar de psycholoog of naar de psychiater doorverwezen. Niemand die twijfelt dat psychologische factoren beslist een rol spelen bij de beleving van een ziektetoestand, maar een puur psychologische verklaring is te kort door de bocht. Een voorbeeld is het zogenaamde sicca syndroom. Een intelligent klinkende naam voor iets wat niets zegt. De patiënt blijft ondertussen zitten met zijn echte pijn, zijn echte moeheid, zijn echte gestoorde darmfunctie, zijn echte draaierigheid. Maar omdat zijn arts er geen raad mee weet en hem  niet helpt, gaat hij shoppen, zoekt steun bij zogenaamde zelfhulpgroepen en komt op een gegeven moment, vaak via het Internet, terecht bij kwakzalvers die er de meest bizarre theorieën op na houden. En niemand die hem tegen dit soort mensen in bescherming neemt. Daarom dit alles. Een van de oorzaken van deze situatie is de overspecialisering van de geneeskunde. Vooral de interne geneeskunde lijdt daaraan. Niemand die twijfelt aan de kennis en kunde van de cardiologen, gastro-enterologen, endocrinologen, pneumologen, nefrologen,  immunonologen en reumatologen. Maar hen ontbreekt vaak het algemeen beeld:  de helicopter view. Om daaraan te verhelpen pleit de academie  nu voor een herinvoering van een degelijke cursus algemene interne geneeskunde. Niet alleen moet  de opleiding  de internist  meer basale kennis bijbrengen.  Om goed te kunnen werken moet de algemeen internist ook over de nodige nomenclatuur beschikken. De vraag is gesteld. De bal ligt in het kamp van de overheid. Maar die reageert niet. Die lijdt aan het immobiliteits syndroom.  Wij willen dit onder de aandacht brengen.

Marc van Impe

18:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)