08 september 2016

Het einde van de komkommertijd

Niet veel komkommertijd gehad, de voorbije zomer. Het nieuws hield niet op. Daarom zitten we nu pas bij de bocht van de rivier en hebben we de gelegenheid om bij te praten. Het gesprek gaat over een kennis van ons, een man zo verheven boven het medisch voetvolk dat hij helemaal geen tijd heeft noch kan maken voor enkele filosofische gedachten bij een glas Orval. Nee, hij moet denken, praten, discussiëren en vooral publiceren. We komen automatische bij het thema ijdelheid.

IJdelheid is des mensen Maar bij sommige mensen, zeker binnen de academie, is ze meer prominent aanwezig dan bij andere, dat zal de lezer niet verwonderen. Ik heb daar geen moeite gezien enige ijdelheid mezelf niet vreemd is. Mijn vriend de huisarts daarentegen is de vlees geworden bescheidenheid. En dat bewijst hij zo om de veertien dagen met ingezonden brieven naar de reguliere en niet-reguliere media waarin hij zijn bescheiden mening ten beste geeft.

Ik las deze zomer dat die ijdelheid van academici gemeten is. In het vakblad Physics and Society werd deze zomer een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat nagenoeg tien procent van de citaten uit "mannelijke" wetenschappelijke publicaties eigenlijk referenties waren naar eigen, eerder gepubliceerd werk. De auteurs gingen niet licht tewerk en screenden maar liefst 1.5 miljoen publicaties. En nu komt het: als men de publicaties van de twee laatste decennia leest, wordt men geconfronteerd met het feit dat mannelijke auteurs maar liefst 70 procent vaker zichzelf citeren dan hun vrouwelijke collega's.

Ik leerde in de journalistenopleiding altijd dat je absoluut moet vermijden uit eigen werk te citeren, maar daar storen de (jongere) mannelijke wetenschappers zich absoluut niet aan. Ook blijkt nog dat vooral in de psychologie en psychiatrie het eigen gelijk graag bewezen mag worden aan de hand van een citaat van zichzelve. Zoals bekend maakte de bekende entomoloog Sigmund Freud uitgebreid gebruik van die techniek. In heb in het Leuvense een professor psychiatrie gekend die niet alleen zichzelf continu citeerde maar ook zijn assistenten tot zijn eigen dochter toe zijn citaten liet herhalen, waarbij hij de techniek van me, myself and I tot sublieme hoogten bracht. Nu hij het emeritaat bereikt heeft, zwijgt iedereen zedig over dit staaltje hubris. De academie kan ook mild zijn.

Wat me onvrijwillig bij het boek van Lieven Annemans brengt. Deze bezondigt zich niet aan het citeren van zijn eigen zelve maar maakt ruim plaats voor getuigenissen en ervaringen van echte patiënten. Hij spreekt soms in parabels, die Annemans, maar hij slaagt erin de vinger op zere wonden te leggen. De reacties waren navenant. Reeds op de dag van het verschijnen regende het negatieve en bozige commentaren van artsen die zich op een teer lichaamsonderdeel getrapt voelden. Merkwaardig hoe helderziend ze waren. Het boek was nog niet op de markt, de eerste interviews verschenen pas woensdagochtend, en toch leverden ze gedegen kritiek.

We bestellen nog een rondje Orval. Faut pas deconner, zegt onze Waalse collega. Hij heeft gelijk. Hij heeft trouwens een raadsel voor ons: vanwaar die Vlaamse uitdrukking "komkommertijd". In het Frans bestaat die helemaal niet. Hoewel hij ze leuk vindt. Ik ken het antwoord. In het Engels spreekt men ook over cucumbers time. Als men het heeft over nieuws uit nieuwsarme tijden. Mijn vriend de linguïst beweerde ook dat het begrip uit het Duits komt: daar heeft men het over de Sauregurkenzeit. De zomer is inderdaad de tijd dat men gurken oplegt. Maar helaas, ook al citeert hij zichzelve graag, hij dwaalt. Het Duitse woord is afgeleid van het Yidische Zoeres- und Joekresszeit, wat staat voor magere tijden, en het woord is dus een mondegreen. Daarop ontstaat een discussie die ik u wil onthouden.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:14 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)