29 maart 2016

Volgens CM verdient de huisarts 16.000 € per maand


Goed nieuws! Als Luc Van Gorp, de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit, het bij het rechte eind heeft verdient u als huisarts veel meer dan u denkt. Van Gorp gaat het debat niet uit de weg, zegt hij zelf. Citaat: ‘Ik wil praten over een redelijk honorarium voor artsen. Vorige week las ik in de krant dat de Belgische huisartsen de hardste werkers van Europa zijn: ze werken gemiddeld 51 uur per week, en ze zien vier patiënten per uur. Telt u even mee: een bezoek aan de huisarts kost ongeveer 20 euro. Ze verdienen dus gemiddeld viermaal 51 keer 20 euro, en dat maal vier, want er zijn vier weken in een maand. Dat levert de gemiddelde huisarts een maandelijkse bruto-ontvangst op van goed 16.000 euro – en dan heb ik het over huisartsen, niet over specialisten. Hallo? Mag er daarover ook eens gepraat worden? Want al dat geld wordt betaald door de overheid en de patiënten.’
Van Gorp vergist zich. De gemiddelde huisarts verdient geen 16.000 € . Hier begaat de CM-voorzitter een denkfout. Geen enkele huisarts ziet gedurende 51 uur per week  patiënten per uur.  Om te beginnen wordt minstens een derde tot de helft van die tijd besteed aan de waanzinnige administratieve verplichtingen waarmee het Riziv én de ziekenfondsen de artsen en dan vooral de huisartsen teisteren. Ik citeer mijn  vriend de huisarts: “Zo’n 25 jaar geleden was ik voor 90 procent van mijn tijd bezig met patiënten. Consultatie, huisbezoeken, een middag in de home, kinderwelzijn, om het even. De tijd vloog voorbij. Ik had nauwelijks de tijd om getrouwd te raken en kinderen te maken. Grapje natuurlijk. Ik had lol in mijn vak. Ondertussen werk ik nog amper de helft van de tijd met mijn patiënten. De rest van mijn energie gaat naar administratie, attesten, aanvragen voor goedkeuringen, statistiekjes invullen,  ik schrijf geen brieven aan collega’s meer maar verzuip in de  e-mail, moet me door nieuwe richtlijnen en profielaanwijzingen worstelen, bijscholingen volgen en het ergste is dat ik dan ook nog eens moet horen dat ik eigenlijk niet goed bezig ben.” Mijn vriend heeft dan nog een goed lopende praktijk. Er zijn heel wat huisartspraktijken waar de huisarts niet aan 240 consultaties per week komt.
Luc Van Gorp mocht zijn waarheid kwijt in Knack Magazine van 23 maart. Collega Walter Pauli had zijn interview blijkbaar niet goed voorbereid of hij vond het niet nodig om een correctie aan te brengen. daarom doen wij het hier.
Uit het Panorama de la Santé van de OESO dat in november vorig jaar gepubliceerd werd, blijkt dat het gemiddelde inkomen van de huisarts in ons land 2.3 maal het modale inkomen van de doorsnee Belg (MBI) bedraagt. De gemiddelde specialist daarentegen –alle disciplines bij elkaar gerekend- verdient 6.1 maal het MBI. Hoeveel betekent dat nu in mensentaal? Het netto belastbaar inkomen in België bedroeg in 2012 gemiddeld 16.651 euro, zo blijkt uit de jongste statistieken van de Federale Overheidsdienst Economie. Dat betekent dus dat huisarts Doorsnee 38.297,3 € netto belastbaar in 2012 zou verdiend hebben. Splitsen we dit echter uit naar de regio’s dan zien we dat in de rijkste regio Vlaanderen een MBI heeft van 17.765 euro. Wat maakt dat de Vlaamse huisarts dr. De Leeuw 40.859,5€ verdiende. Zijn Waalse collega dr. Le Coq woont een regio met een MBI van 15.736 euro. Dat klokt af op 36.192,8€. Hun Brusselse collega Dr. Zinnequin verdiende in een gewest dat amper 13.312 euro MBI scoort, slechts 30.617,6€. Brussel en Wallonië gaan er wel het sterkst op vooruit met respectievelijk 8,5% en 14,7%. Dit zijn cijfers per jaar.
De specialisten zijn doorsnee veel beter af. Nationaal verdienden ze gemiddeld 101.571,1€, in Vlaanderen is dat 108.366,5€, in Wallonië 95.989,6€, en in Brussel is dat 81.203,2€.
Dit zijn data aangeleverd door het RIZIV en dat beschikt nog altijd niet over het exact aantal artsen dat effectief werkt. In 2009 publiceerde ik al eens de  inkomensschaden voor artsen. Zowel RIZIV als toenmalig BVAS-voorzitter dr. Marc Moens kropen in hun pen om één en ander recht te zetten. Minister Onkelinx gaf toen toe er slechts 9.259 “actieve” huisartsen waren. Afscheidnemend BVAS-ondervoorzitter dr. Roland Lemye wist ons toen overigens te vertellen dat er in feite slechts 6000 huisartsen actief zijn. Dr. Marc Moens berekende toen dat de doorsnee huisarts in 2009 exact 49.807 € verdient had.
Met andere woorden: Luc Van Gorp kletst helaas uit zijn nek. U bent niet zo rijk als hij denkt. Daar mag ook eens over gepraat worden.
 
Marc van Impe

Bron: MediQuality

16:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 februari 2016

Depressie en screening door huisartsen: federale en Vlaamse regering zijn voor, Franstaligen wachten af

Vorige vrijdag opperden we het idee om – naar Nederlands en Amerikaans voorbeeld - patiënten door hun huisarts op depressie te laten screenen. Wij vroegen de federale minister en haar ambtgenoten van de gewesten hoe zij daarop reageren. Van twee excellenties kregen we prompt een antwoord. Maggie De Block en Jo Vandeurzen staan in principe niet negatief maar hebben wel enkele bedenkingen.

"Onze huisartsen doen het goed!" zegt Maggie De Block, zelf huisarts. "Ze zijn erg toegankelijk en voor vele patiënten vormen zij de vertrouwenspersoon bij uitstek in eerste lijn en daarom zijn zij ook dikwijls de eersten om psychische problemen op te merken. In de opleiding tot huisarts wordt de nodige aandacht besteed aan de psychosociale context. Dit helpt huisartsen later om psychische problemen tijdig op te sporen en om patiënten door te verwijzen indien nodig."

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen erkent dat er op dit moment in Vlaanderen niet systematisch wordt gescreend naar depressie. "Screenen heeft een aantal belangrijke voordelen: doordat de ziekte of het risico eerder wordt vastgesteld kunnen verwikkelingen of een (zwaardere) behandeling vermeden worden en is de kans op herstel groter," zegt hij.

"Toch is geen enkel screeningsinstrument 100% veilig of betrouwbaar. Screenen heeft dus ook nadelen: vals-negatieven en onterechte geruststelling, vals-positieven en onnodige ongerustheid, overdiagnose en -behandeling en de kost die daarbij komt kijken, verwikkelingen bij toepassen van het screeningsinstrument. Het opsporen van risico's of ziekten gebeurt binnen ons gezondheidszorgsysteem courant binnen de arts-patiëntrelatie. Soms wordt screening ook aangeboden of aanbevolen aan een grote groep personen die geen klachten of symptomen  hebben (de doelgroep).

Dit is bevolkingsonderzoek. In een  dergelijk onderzoek wordt de hele doelgroep blootgesteld aan de eventuele nadelen van de screening, maar ondervinden enkele personen uit die doelgroep er voordelen van. Voordat men bevolkingsonderzoek organiseert, moet men dus zeker zijn dat de voordelen opwegen tegen de nadelen."

Vandeurzen concludeert dat systematische screening kan wanneer men beschikt over een kwaliteitsvolle screeningstool en wanneer men een specifieke doelgroep beoogt. Dat instrument bestaat, zegt Maggie De Block: "Er bestaan ook screeningsvragenlijsten voor de eerste lijn waarmee huisartsen depressie kunnen opsporen bij hun patiënten. Met behulp van de PHQ-9 (Patient Health Questionnaire van het National Institute for Health and Care Excellence, kortweg NICE) kunnen ze bijvoorbeeld het onderscheid maken tussen normale aanpassingsproblemen (bijv. bij rouwverwerking) en depressieve symptomen bij hun patiënten."

Maar er staat een en ander te gebeuren. "Tegelijkertijd hervormen we de hele sector van de geestelijke gezondheidszorg , zowel voor kinderen, jongeren als voor volwassenen, in samenwerking met de deelstaten en met de sector zelf. We investeren in een betere samenwerking en coördinatie op het terrein en zetten volop in op de verdere ‘vermaatschappelijking' van de zorg. In de netwerken worden ook de huisartsen actief betrokken.

Een belangrijk aspect in dit hele verhaal is het goed informeren van de burgers. Voor de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren willen we netwerken op het terrein krijgen en middelen ter beschikking stellen om experts in te zetten die in scholen, in OCMW's, enzovoort, gaan uitleggen welke signalen tonen dat een kind of jongere psychische hulp nodig heeft.

Al die inspanningen zullen helpen om het taboe te doorbreken dat nog te vaak rond psychische problemen hangt, waardoor mensen vlugger professionele hulp zullen zoeken. Door de investeringen in crisisopvang krijgen de netwerken op het terrein de middelen om snel in te grijpen bij crisismomenten, bijvoorbeeld bij zware gevallen van depressie met suïcidale neigingen."

Vandeurzen wijst erop dat systematische screening inclusief eventuele vervolgonderzoeken ook een financiële consequentie hebben. "Met andere woorden de baten van screening moeten opwegen ten opzichte van de kosten. Op dit moment is er onvoldoende duidelijkheid over die eindbalans voor wat depressie betreft," aldus de Vlaamse minister.

De Vlaamse regering is wel bezig met de opzet van een specifiek screeningprogramma bij een nauw omschreven doelgroep: " We bekijken in het kader van de resolutie postpartum depressie, die door het Vlaams Parlement werd goedgekeurd, wel op welke wijze zwangere en pas bevallen vrouwen beter begeleid kunnen worden bij het voorkomen of hoe mentale problemen vroeg opgespoord kunnen worden. De Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ) onderzoekt, in het kader van haar beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid op welke wijze vroeg-signalering van psychosociale problemen opgenomen kan worden door de centra leerlingenbegeleiding. Bij dit onderzoek gaat de aandacht ook naar het zorgaanbod zodat gericht kan worden doorverwezen."

Van Waalse en Brusselse zijde kwam er tot nu toe nog geen reactie. Daar houdt men zijn antwoord blijkbaar in beraad.

Marc van Impe

Tot slot: tijdig detecteren en ingrijpen kan ook zonder systematische screening. Domus Medica heeft een aanbeveling voor diagnose en behandeling van depressie in de huisartsenpraktijk en vormingen rond diagnose en behandeling van stress en surmenage, angstklachten en slapeloosheid. Daarnaast heeft  Domus Medica in de Gezondheidsgids depressie opgenomen, waarbij aan de hand van twee vragen gepeild wordt naar depressiviteit.

Ook met het inschakelen van eerstelijnspsychologen bijvoorbeeld wordt onmiddellijk advies en kortdurende hulp geboden in huisartsenpraktijken of in wijkgezondheidscentra. In de loop van één à twee gesprekken brengt de eerstelijnspsycholoog de klacht en/of problemen helder in kaart, en bekijkt wat er gedaan kan worden om het probleem te overwinnen. Indien nodig verwijst hij de patiënt door naar meer gespecialiseerde hulp.


Bron: MediQuality

19:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 januari 2016

2016 wordt een wonderbaarlijk verschrikkelijk jaar

Wordt 2016 een annus mirabilis of een annus horribilis? We zitten in goed gezelschap aan tafel en eten zeebaars, simpel gebraden in een streepje olijfolie uit een jaar der wonderen en reciteren het gedicht van John Dryden uit 1667. Wij houden het beschaafd en roddelen over de afwezigen.


Thuisgekomen ligt er een mail van de uitgever to inspire me. Daarom stop ik - wat Volksgezondheid betreft - de volgende voorspellingen in mijn tijdcapsule. 2016 wordt een wonderbaarlijk verschrikkelijk jaar. Het is maar hoe je het bekijkt.


Het zogenaamde kibbelkabinet heeft zijn inrijperiode achter de rug. Afgezien van één regeringslid dat er maar Puurs bij loopt, hebben de ministers hun evenwicht gevonden. Het echte werk kan beginnen. Ik geloof dat we dit jaar menige partner gaan tegenkomen die het gevoelen heeft dat men hem en zijn belangengroep is  te na gekomen.


De huisartsen die - naar ik vrees - een pyrrusoverwinning zullen boeken in hun verzet tegen de verplichte derdebetalersregeling. Als een idee in de Wetstraat gelanceerd is, gaat het vanzelf retroviraal. Het abnormale is normaal in de Wetstraat.


Ik maak een uitstapje naar de geneeskunde: omdat de gastheercel niet in staat is om de omzetting van RNA in DNA te maken, hebben de politici een speciaal enzym ontwikkeld. Op die manier wordt de in het virale RNA vastgelegde genetische code naar het DNA gekopieerd. De infectie komt altijd terug.  Maar niet alleen de huisartsen zullen verbaasd opkijken.


Ook de ziekenhuisdirecties die nu nog geloven dat ze via hun lobbymachines het beleid naar hun hand kunnen zetten, zullen zich realiseren dat de bomen niet langer tot in de hemel groeien. En dat zal zo zijn consequenties hebben voor de specialisten en de grootverdieners onder hen, die met de directies een jarenlange symbiose hebben uitgebouwd.


De patiëntenverenigingen die –vaak in onderlinge concurrentie- en aan de hand van de grote ziekenfondsen, of sterker nog, die van zichzelf evidenties gemaakt hebben met een quasi parastataal statuut, zullen verantwoording moeten afleggen. In ruil zullen ze daadwerkelijk inspraak in het beleid moeten krijgen maar het is zeer de vraag of ze daar klaar voor zijn.


Ook voor het Riziv wordt 2016 een interessant jaar. De top en de directie zagen hun mandaat weliswaar verlengd maar dat is in de ogen van deze regering geen blanco cheque. Van de overheidsadministratie zal performante efficiëntie verwacht worden, waarbij de revolutie in het beleid bij de NMBS op een matineevoorstelling zal lijken. Dat alles zal gebeuren onder druk van de private sector die zijn deel van de zorg –gesteund door de EU- zal opeisen.


En een laatste voorspelling waar ik me aan waag is dat de alternatieve sector die ervan uitgaat dat ze sinds het lakse beleid van Marcel Colla en zijn opvolgers in een schijn van erkenning baadden, deftig zal moeten bewijzen dat ze enige evidence based science  achter zich hebben.


2016 wordt een no-nonsense jaar. De regering heeft nu nog goed twee jaar te gaan. Geen tijd te verliezen dus. Vanzelf komt het gesprek op de Queen's Guildhall speech van 24 November 1992, een annus horribilis.


Het is de tijd van het jaar: wensen, overzichten, voorspellingen, alcoholcontroles. Buiten gaat het regenen, in de verte klinkt vaag het gezang van Driekoningen.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

16:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)