18 april 2017

Vlaams huisartsentekort groeit

Steeds meer mensen vinden geen huisarts in de buurt, wegens een gebrek aan geneesheren of een patiëntenstop, schrijft De Standaard. En het blad vroeg zijn lezers of ze zich in die situatie herkennen. Het antwoord is onthullend.


In Vlaanderen kampt 58 procent van de gemeenten met een huisartsentekort. Om dat probleem te bestrijden, besliste de federale overheid in 2006 om startende huisartsen te belonen als ze hun praktijk vestigen in een gemeente met een tekort. Sinds 2014 valt die materie onder Vlaams gezag en zijn er steeds meer aanvragen. Terwijl er in 2010 nog 13,5 miljoen euro werd uitgekeerd voor heel België, is dat dit jaar al 18,6 miljoen euro voor Vlaanderen alleen. Vorig jaar kregen 159 Vlaamse huisartsen een premie van 20.000 euro omdat ze zich vestigden in een gemeente met een huisartsentekort. Dat is een stijging met 60 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Toch blijft het aantal gemeenten met een artsentekort oplopen, zo blijkt. Dat er meer vestigingspremies worden toegekend, betekent volgens een studie van de KU Leuven en de UGent evenwel niet dat de premie ook een gunstig effect heeft op de spreiding van huisartsen. Volgens de onderzoekers laten beginnende huisartsen zich in hun keuze waar ze zich vestigen eerder beïnvloeden door de werkomstandigheden zoals wachtregelingen, collega's of het type praktijk. Toch is de premie ‘zowel een financiële als psychologische bron van ondersteuning voor veel huisartsen en zou ook in de toekomst behouden moeten blijven, mits aanpassingen'.


De patiënt heeft daar echter geen boodschap. Een greep uit de reacties: "Vroeger waren er binnen een bereik van 1km 4 huisartsen. Nu geen enkele meer. Bovendien doen de huisartsen ook geen huisbezoeken meer! Ooit loopt dit fout af... maar dat zal de regering worst wezen. Ze kost toch teveel aan de pensioenkas als ambtenaar op rust." "Huisarts 3 maanden wachttijd, groepspraktijk."


"Niet alleen huisartsen, maar ook tandartsen zijn niet meer toegankelijk. Ik heb er bijvoorbeeld vijf maanden op gedaan om een vaste tandarts te vinden. Ik werd van de ene tandarts naar de andere doorverwezen, omdat ze geen nieuwe patiënten meer aannemen, ziek vallen voor onbepaalde duur of te veel patiënten hebben. Als je niet tevreden bent omdat je niet goed behandeld werd en wil veranderen dan kan dat dus niet. Ze wimpelen je af en dat is ongehoord als je een crisis meemaakt. Je bent dan verplicht om naar de spoedgevallen te lopen.""Mijn al meer dan 30 jaar zijnde huisarts te Borsbeek is 2 jaar terug met zijn tandarts zijnde vrouw plots gestopt met hun praktijk, slechts weinige patiënten waren op hoogte, anderen werden pas als ze ziek waren geconfronteerd met onmogelijk bereik van hun huisarts, zelfs geen briefje aan de deur met eventuele doorverwijzing naar een collega of zo !! Ook andere contactpogingen onmogelijk en net als je ziek bent moet je andere arts vinden. Heel zijn klantenkring sprak hier schande over. Uiteindelijk kon ik bij een huisartspost in de buurt terecht maar kreeg daar te horen dat van de 3 artsen één..." "Volgens de statistieken vertrekken jaarlijks een 400-tal huisartsen van de ongeveer 10.000 op welverdiend pensioen. Daar waar er de afgelopen jaren slechts 150-200 per jaar zich nieuw installeren, is het duidelijk waar we naartoe gaan. Zelfs indien met de beperking van het aantal studenten dmv de ingangsproef (waarmee nota bene op enkele uren tijd de levensdroom van velen wordt kapot gemaakt) zou verminderen of opheffen, dan gaat die evolutie van -250 artsen per jaar nog minstens 6 jaar door. Dit gaat het werkvolume bij de resterende huisarts gemiddeld met 20% doen toenemen, en wordt ook daar onhoudbaar..."


Op te merken valt dat het overgrote deel van de reacties afkomstig zijn van academici!


Marc van Impe  

Bron: MediQuality

11:56 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 maart 2016

Volgens CM verdient de huisarts 16.000 € per maand


Goed nieuws! Als Luc Van Gorp, de voorzitter van de Christelijke Mutualiteit, het bij het rechte eind heeft verdient u als huisarts veel meer dan u denkt. Van Gorp gaat het debat niet uit de weg, zegt hij zelf. Citaat: ‘Ik wil praten over een redelijk honorarium voor artsen. Vorige week las ik in de krant dat de Belgische huisartsen de hardste werkers van Europa zijn: ze werken gemiddeld 51 uur per week, en ze zien vier patiënten per uur. Telt u even mee: een bezoek aan de huisarts kost ongeveer 20 euro. Ze verdienen dus gemiddeld viermaal 51 keer 20 euro, en dat maal vier, want er zijn vier weken in een maand. Dat levert de gemiddelde huisarts een maandelijkse bruto-ontvangst op van goed 16.000 euro – en dan heb ik het over huisartsen, niet over specialisten. Hallo? Mag er daarover ook eens gepraat worden? Want al dat geld wordt betaald door de overheid en de patiënten.’
Van Gorp vergist zich. De gemiddelde huisarts verdient geen 16.000 € . Hier begaat de CM-voorzitter een denkfout. Geen enkele huisarts ziet gedurende 51 uur per week  patiënten per uur.  Om te beginnen wordt minstens een derde tot de helft van die tijd besteed aan de waanzinnige administratieve verplichtingen waarmee het Riziv én de ziekenfondsen de artsen en dan vooral de huisartsen teisteren. Ik citeer mijn  vriend de huisarts: “Zo’n 25 jaar geleden was ik voor 90 procent van mijn tijd bezig met patiënten. Consultatie, huisbezoeken, een middag in de home, kinderwelzijn, om het even. De tijd vloog voorbij. Ik had nauwelijks de tijd om getrouwd te raken en kinderen te maken. Grapje natuurlijk. Ik had lol in mijn vak. Ondertussen werk ik nog amper de helft van de tijd met mijn patiënten. De rest van mijn energie gaat naar administratie, attesten, aanvragen voor goedkeuringen, statistiekjes invullen,  ik schrijf geen brieven aan collega’s meer maar verzuip in de  e-mail, moet me door nieuwe richtlijnen en profielaanwijzingen worstelen, bijscholingen volgen en het ergste is dat ik dan ook nog eens moet horen dat ik eigenlijk niet goed bezig ben.” Mijn vriend heeft dan nog een goed lopende praktijk. Er zijn heel wat huisartspraktijken waar de huisarts niet aan 240 consultaties per week komt.
Luc Van Gorp mocht zijn waarheid kwijt in Knack Magazine van 23 maart. Collega Walter Pauli had zijn interview blijkbaar niet goed voorbereid of hij vond het niet nodig om een correctie aan te brengen. daarom doen wij het hier.
Uit het Panorama de la Santé van de OESO dat in november vorig jaar gepubliceerd werd, blijkt dat het gemiddelde inkomen van de huisarts in ons land 2.3 maal het modale inkomen van de doorsnee Belg (MBI) bedraagt. De gemiddelde specialist daarentegen –alle disciplines bij elkaar gerekend- verdient 6.1 maal het MBI. Hoeveel betekent dat nu in mensentaal? Het netto belastbaar inkomen in België bedroeg in 2012 gemiddeld 16.651 euro, zo blijkt uit de jongste statistieken van de Federale Overheidsdienst Economie. Dat betekent dus dat huisarts Doorsnee 38.297,3 € netto belastbaar in 2012 zou verdiend hebben. Splitsen we dit echter uit naar de regio’s dan zien we dat in de rijkste regio Vlaanderen een MBI heeft van 17.765 euro. Wat maakt dat de Vlaamse huisarts dr. De Leeuw 40.859,5€ verdiende. Zijn Waalse collega dr. Le Coq woont een regio met een MBI van 15.736 euro. Dat klokt af op 36.192,8€. Hun Brusselse collega Dr. Zinnequin verdiende in een gewest dat amper 13.312 euro MBI scoort, slechts 30.617,6€. Brussel en Wallonië gaan er wel het sterkst op vooruit met respectievelijk 8,5% en 14,7%. Dit zijn cijfers per jaar.
De specialisten zijn doorsnee veel beter af. Nationaal verdienden ze gemiddeld 101.571,1€, in Vlaanderen is dat 108.366,5€, in Wallonië 95.989,6€, en in Brussel is dat 81.203,2€.
Dit zijn data aangeleverd door het RIZIV en dat beschikt nog altijd niet over het exact aantal artsen dat effectief werkt. In 2009 publiceerde ik al eens de  inkomensschaden voor artsen. Zowel RIZIV als toenmalig BVAS-voorzitter dr. Marc Moens kropen in hun pen om één en ander recht te zetten. Minister Onkelinx gaf toen toe er slechts 9.259 “actieve” huisartsen waren. Afscheidnemend BVAS-ondervoorzitter dr. Roland Lemye wist ons toen overigens te vertellen dat er in feite slechts 6000 huisartsen actief zijn. Dr. Marc Moens berekende toen dat de doorsnee huisarts in 2009 exact 49.807 € verdient had.
Met andere woorden: Luc Van Gorp kletst helaas uit zijn nek. U bent niet zo rijk als hij denkt. Daar mag ook eens over gepraat worden.
 
Marc van Impe

Bron: MediQuality

16:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 februari 2016

Depressie en screening door huisartsen: federale en Vlaamse regering zijn voor, Franstaligen wachten af

Vorige vrijdag opperden we het idee om – naar Nederlands en Amerikaans voorbeeld - patiënten door hun huisarts op depressie te laten screenen. Wij vroegen de federale minister en haar ambtgenoten van de gewesten hoe zij daarop reageren. Van twee excellenties kregen we prompt een antwoord. Maggie De Block en Jo Vandeurzen staan in principe niet negatief maar hebben wel enkele bedenkingen.

"Onze huisartsen doen het goed!" zegt Maggie De Block, zelf huisarts. "Ze zijn erg toegankelijk en voor vele patiënten vormen zij de vertrouwenspersoon bij uitstek in eerste lijn en daarom zijn zij ook dikwijls de eersten om psychische problemen op te merken. In de opleiding tot huisarts wordt de nodige aandacht besteed aan de psychosociale context. Dit helpt huisartsen later om psychische problemen tijdig op te sporen en om patiënten door te verwijzen indien nodig."

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen erkent dat er op dit moment in Vlaanderen niet systematisch wordt gescreend naar depressie. "Screenen heeft een aantal belangrijke voordelen: doordat de ziekte of het risico eerder wordt vastgesteld kunnen verwikkelingen of een (zwaardere) behandeling vermeden worden en is de kans op herstel groter," zegt hij.

"Toch is geen enkel screeningsinstrument 100% veilig of betrouwbaar. Screenen heeft dus ook nadelen: vals-negatieven en onterechte geruststelling, vals-positieven en onnodige ongerustheid, overdiagnose en -behandeling en de kost die daarbij komt kijken, verwikkelingen bij toepassen van het screeningsinstrument. Het opsporen van risico's of ziekten gebeurt binnen ons gezondheidszorgsysteem courant binnen de arts-patiëntrelatie. Soms wordt screening ook aangeboden of aanbevolen aan een grote groep personen die geen klachten of symptomen  hebben (de doelgroep).

Dit is bevolkingsonderzoek. In een  dergelijk onderzoek wordt de hele doelgroep blootgesteld aan de eventuele nadelen van de screening, maar ondervinden enkele personen uit die doelgroep er voordelen van. Voordat men bevolkingsonderzoek organiseert, moet men dus zeker zijn dat de voordelen opwegen tegen de nadelen."

Vandeurzen concludeert dat systematische screening kan wanneer men beschikt over een kwaliteitsvolle screeningstool en wanneer men een specifieke doelgroep beoogt. Dat instrument bestaat, zegt Maggie De Block: "Er bestaan ook screeningsvragenlijsten voor de eerste lijn waarmee huisartsen depressie kunnen opsporen bij hun patiënten. Met behulp van de PHQ-9 (Patient Health Questionnaire van het National Institute for Health and Care Excellence, kortweg NICE) kunnen ze bijvoorbeeld het onderscheid maken tussen normale aanpassingsproblemen (bijv. bij rouwverwerking) en depressieve symptomen bij hun patiënten."

Maar er staat een en ander te gebeuren. "Tegelijkertijd hervormen we de hele sector van de geestelijke gezondheidszorg , zowel voor kinderen, jongeren als voor volwassenen, in samenwerking met de deelstaten en met de sector zelf. We investeren in een betere samenwerking en coördinatie op het terrein en zetten volop in op de verdere ‘vermaatschappelijking' van de zorg. In de netwerken worden ook de huisartsen actief betrokken.

Een belangrijk aspect in dit hele verhaal is het goed informeren van de burgers. Voor de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren willen we netwerken op het terrein krijgen en middelen ter beschikking stellen om experts in te zetten die in scholen, in OCMW's, enzovoort, gaan uitleggen welke signalen tonen dat een kind of jongere psychische hulp nodig heeft.

Al die inspanningen zullen helpen om het taboe te doorbreken dat nog te vaak rond psychische problemen hangt, waardoor mensen vlugger professionele hulp zullen zoeken. Door de investeringen in crisisopvang krijgen de netwerken op het terrein de middelen om snel in te grijpen bij crisismomenten, bijvoorbeeld bij zware gevallen van depressie met suïcidale neigingen."

Vandeurzen wijst erop dat systematische screening inclusief eventuele vervolgonderzoeken ook een financiële consequentie hebben. "Met andere woorden de baten van screening moeten opwegen ten opzichte van de kosten. Op dit moment is er onvoldoende duidelijkheid over die eindbalans voor wat depressie betreft," aldus de Vlaamse minister.

De Vlaamse regering is wel bezig met de opzet van een specifiek screeningprogramma bij een nauw omschreven doelgroep: " We bekijken in het kader van de resolutie postpartum depressie, die door het Vlaams Parlement werd goedgekeurd, wel op welke wijze zwangere en pas bevallen vrouwen beter begeleid kunnen worden bij het voorkomen of hoe mentale problemen vroeg opgespoord kunnen worden. De Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ) onderzoekt, in het kader van haar beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid op welke wijze vroeg-signalering van psychosociale problemen opgenomen kan worden door de centra leerlingenbegeleiding. Bij dit onderzoek gaat de aandacht ook naar het zorgaanbod zodat gericht kan worden doorverwezen."

Van Waalse en Brusselse zijde kwam er tot nu toe nog geen reactie. Daar houdt men zijn antwoord blijkbaar in beraad.

Marc van Impe

Tot slot: tijdig detecteren en ingrijpen kan ook zonder systematische screening. Domus Medica heeft een aanbeveling voor diagnose en behandeling van depressie in de huisartsenpraktijk en vormingen rond diagnose en behandeling van stress en surmenage, angstklachten en slapeloosheid. Daarnaast heeft  Domus Medica in de Gezondheidsgids depressie opgenomen, waarbij aan de hand van twee vragen gepeild wordt naar depressiviteit.

Ook met het inschakelen van eerstelijnspsychologen bijvoorbeeld wordt onmiddellijk advies en kortdurende hulp geboden in huisartsenpraktijken of in wijkgezondheidscentra. In de loop van één à twee gesprekken brengt de eerstelijnspsycholoog de klacht en/of problemen helder in kaart, en bekijkt wat er gedaan kan worden om het probleem te overwinnen. Indien nodig verwijst hij de patiënt door naar meer gespecialiseerde hulp.


Bron: MediQuality

19:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)