01 mei 2017

Zonder goede data geen goede gezondheidszorg

Het gebrek aan goede gezondheids- en zorgdata is dé Achillespees van ons Belgische gezondheidssysteem. Wat de hoeksteen van ons e-Healthsysteem voor de 21ste eeuw zou moeten worden, dreigt door noodoplossingen, gebrekkige invulling of ronduit gebrek aan interesse en tegenwerking een koterij te worden in plaats van een huis van vertrouwen.


Komt daarbij dat er op een schandalige manier een loopje genomen wordt met de privacy van de patiënt, ook nu de EU de nieuwe privacyrichtlijn gestemd heeft. En misschien hopen sommigen wel dat het allemaal rond dat laatste aspect gaat draaien. Technisch onderlegd zijn onze parlementairen –op een paar uitzonderingen na- helemaal niet. Daarover kunnen ze dus ook geen zinnige vraag aan de minister verzinnen. Maar over privacy kun je een heel eind weg lullen en dat is dus gefundenes Fressen voor wie zich eens wil profileren in het groene halfrond.


Voor wie die ambitie mocht hebben is dus dit stukje in het bijzonder bestemd. Een debat over zorgdata en privacy dreigt een maat voor niets te worden. Al snel komen de usual suspects om de hoek kijken: George Orwell en zijn 1984, waarvan iedereen schijnt te vergeten te zijn dat het boek meer dan 55 jaar geleden gepubliceerd werd en zich verhoudt met de moderne IT als het Mundaneum van Paul Otlet met de IBM's Watson. De discussie moet over meer gaan, want zorgdata analyseren is geen gevecht met een 'ontembaar monster' maar de enige manier waarop we een beleid kunnen voorbereiden. Ik vergelijk het graag met internetbankieren. Ook hier zijn er risico's, ook hier gebeurt het dat er weeffouten ontstaan of dat accidenten zich voor doen, maar we accepteren die 'schade' om van de evidente voordelen te kunnen profiteren. Kunt u zich nog voorstellen dat u in uw bankkantoor voor het loket staat aan te schuiven om een overschrijving te maken? Verzin er de geur van natte regenjassen zelf bij.


Niemand die een parlementair debat wil voeren over het gebruik van bankdata als iets dat louter tegen de burger gebruikt kan worden. Als het over zorgdata gaat is dat wel wat anders. Ik heb me ooit in een stukje en een TedX-lezing over "De patiënt is geen algoritme", kritisch uitgelaten over de wijze waarop men in dit land met gezondheidsdata omspringt. Dat was geen pleidooi om het debat over het gebruik van zorgdata eenzijdig te voeren. Er zijn drie redenen die pleiten voor een goed databeheer, en die hebben betrekking met de geneeskunde, goed overheidsbeleid en de kwaliteit van de gezondheidszorg.


Een van de kerndisciplines in de geneeskunde is de epidemiologie. Sterker nog, het is de essentie want het gaat hier om systematische waarneming. Wie patronen wil herkennen moet door grote hoeveelheden data. Die data moeten valabel zijn. En dat zijn ze in ons land niet. Vooral in het Franstalig landsgedeelte neemt men een loopje met data, of beter, men loopt er om heen.


Gezondheidsrisico's zijn ongelijk verdeeld over de bevolking, daar kunnen we niet omheen. De epidemiologische informatie helpt bij het nemen van de juiste beslissingen: welke diagnose gesteld kan worden, welk medisch beleid men gaat voeren, welke preventie op welke doelgroepen van toepassing is. Eén voorbeeld: de twee wijzen waarop de opsporing van colonkanker in ons land gebeurt.


Een tweede reden heeft betrekking op objectieve onderbouwing van beleid. Therapietrouw bespaart miljoenen. E-Health speelt daarin een onmisbare rol.

De derde reden heeft betrekking op de eis van transparantie die steeds nadrukkelijker klinkt vanuit politiek, beleid en patiëntenorganisaties. Door analyse van patiëntengegevens kunnen anomalieën en aberraties makkelijk opgespoord worden bij artsen en ziekenhuizen. En dan hebben we het nog niet over fraude-opsporing.


Voorwaarde is wel dat de juiste partijen aan tafel zitten en een controlerende functie uitoefenen. De wetenschappelijke artsenverenigingen en niet de syndicaten, de juiste overheid, de zorgverzekeraars die hun belangen verdedigen en niet die van de patiënten, want daar zijn de patiëntenverenigingen voor die dringend geüpdatet en geprofessionaliseerd moeten worden.


Van de vergaderingen moeten verslagen gemaakt worden, die leesbaar moeten zijn voor derden zodat er een aansprakelijkheid bestaat voor elke partner aan de tafel. Nog veel te lang geldt in onze Belgische vergadercultuur de regel dat wie de grootste bek opzet het gelijk aan zijn kant krijgt.

De analyse van zorgdata kan dus veel opleveren. Maar dan moet er wel werk gemaakt worden van een goede datacollectie. Met respect voor alle regels van de privacy.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

07:41 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 april 2017

Na een lunch met Lieven Annemans


Nostalgie is heimwee naar de toekomst, las ik. En ik voeg er in gedachten aan toe: een toekomst die er nooit was. Soms krijg ik het verwijt (?) een nostalgicus te zijn. Ik moet dat altijd heftig tegenspreken. Nostalgie veronderstelt een lineaire tijdsopvatting van een verleden dat definitief voorbij is en een toekomst die onzeker blijft. Nostalgie is een gebrek aan dromen.


Elke tijd heeft zijn eigen dromen. Ik heb veel gedroomd maar nooit gedroomd van een betere wereld. Mijn dromen van vandaag bevallen me maar matig, ze gaan te vaak over vrienden, kennissen die ons verlaten hebben. Ik heb alleen maar gedroomd over het uitblijven van ellende. Criminaliteit zoals die vroeger heftiger leek. Terrorisme zoals de Rothe Armee Fraktion, de CCC, de Bende van Nijvel. Of vreselijke ziekten en kwalen, waartegen we tot voor kort weerloos waren en nu dure pillen slikken. Het ideaal is een leven waarin alle risico's zijn uitgebannen. Maar idealen zijn als sterren: net als scheepslui richten we onze koers ernaar, schreef Knut Hamsun.


Ze zijn een voorstelling van iets in de toestand van volkomenheid, wat men zich voorstelt als het hoogste en dat men verwezenlijkt hoopt te zien. Ik denk hieraan na een uiterst aangenaam gesprek met gezondheidseconoom Lieven Annemans. Het ideaal in de gezondheidszorg werd in de vroege jaren 60 geschreven. Het heeft veel goeds gebracht. Maar die koers moet nu verlaten worden want ze leidt ons naar de Maelstrom. Daaraan dacht ik bij de lectuur van het laatste werk van de eminente man.


De ironie is dat zowel de overheid, als de betrokken actoren en de verzekeraars dat weten maar zich halsstarrig als Odysseus aan hun eigen mast hebben vastgebonden en van geen koerswijziging willen weten. Alle partijen gaan ervan uit dat de burger die tenslotte de rekening betaalt geen enkele inbreng kan hebben in dit debat. Uiteraard zijn mensen bang voor een misser of een tegenslag maar leven is omgaan met risico. Het is de overheid die de risico's moet uitbannen. De overheid denkt hierbij als Sartre. Anderen zijn de hel, die op veilige afstand moeten worden gehouden. Als de overheid een veilig en gezond bestaan garandeert, kan de burger verder zijn eigen boontjes doppen.


Dit is een utopie die de voorbije vijfentwintig jaar bewezen heeft niet te werken. Anders zou het ook geen utopie zijn. Zoals elke utopie heeft ook die utopie tirannieke trekken. Utopisme heeft in de geschiedenis nooit veel positiefs opgeleverd. Denk maar aan het marxisme of het nationaalsocialisme. In die late jaren ‘60 werd de afbraak aan de gang gebracht en wat overbleef is een gapende gat. Wie daarin valt is reddeloos verloren of krijgt minstens een burn-out.


Het kwam eraan: Iedereen onder de autogordel. Rokers vogelvrij. Zelfverklaarde voedingsexperts tegen overgewicht. Je afval sorteren tot in het absurde. En dan geconfronteerd worden met een Justitie die werkt volgens Napoleontische regels tegen het ritme van de processie van Echternach, een Staatsblad van 1 miljoen bladzijden, een belastingbrief met 1000 in te vullen hokjes. De nieuwe absurditeiten. Ernstig nu! Wie chronisch ziek is, of gewoon niet in staat om zinvol werk te doen wordt gesanctioneerd. Anders werkt het beleid niet. Ik denk dat dit onjuist, of op zijn minst ongenuanceerd is. Want op die manier maakt de overheid steeds meer inbreuk op het privéleven van de burger. Iedereen onder permanente surveillance. Nee, dank u.


In de jaren vijftig droomden we van een netjes, overzichtelijke en veilige wereld. Duckstad voor volwassenen, Walt Disney als onderpastoor. Het waren dromen van afwezigheid van de oude utopisten die WO II nog hadden meegemaakt, en onder de petroleumlamp van het achterkeukenverzet of in Londen hemelbestormende plannen maakten voor een betere wereld. Ik ben opgegroeid in de slagschaduw van die wereldverbeteraars van de jaren vijftig, zestig en zeventig die op zondagnamiddag, na de schorseneren in béchamelsaus, even enthousiast als hun grootouders achter een zwarte, nu achter rode en groene vlaggen marcheerden. En dan kwam de crisis. Oliecrisis. Crisis van de verzorgingsstaat. Daarna het multiculturele drama. Links werd rechts, en rechts werd populisme. Maar in de gezondheidszorg veranderde er nauwelijks iets. Men ging alleen maar meer consumeren. Want daar heeft iedereen recht op. Links verleerde te dromen en trok zich terug in de academie. Rechts vierde de leegte. De idealen verdwenen naar de aanbouwveranda en het autoblik in de garage.


Ik droom van onvastheid. Van een wereld waarin je arm én rijk kan worden en opnieuw en omgekeerd. Waar het niet uitmaakt waar je geboren wordt. Waar je nooit onherstelbaar wordt gestraft. Waar nieuwsgierigheid voor het vreemde normaal is, waar afwijkingen interessant zijn. Waar je kan kiezen voor projecten in plaats van voor partijen. Waar de drang naar ontplooiing niet tot stress leidt en waar uitmunten meer is dan geld verdienen. En waar ik bij een glas katholiek bier kan filosoferen over de dromen van morgen.


Ik hoop dat Annemans geen nostalgicus wordt. Professor Annemans moet de knopen waarmee de deelnemers aan het gezondheidsdebat aan hun mast vastzitten niet ontwarren maar doorsnijden. En wie niet mee wil op de nieuwe koers, kiepert hij overboord.


Tenslotte nog dit: melancholisch kan ik wel worden, zeker rond een uur of elf 's nachts als de laatste boot over het kanaal vaart. Ik voel dan wel eens wat voor het hindoeïsme. Hindoes die geloven dat de tijd cyclisch is, hebben geen nostalgie. Melancholie wel, maar heimwee is hen onbekend. Maar ook dat kan niet, want ik hou teveel van een sappige T-bone.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 maart 2017

Vluchtelingenwerk: welfare bricolage of fraude?


Dokters van de Wereld gebruikt een volstrekt illegale omweg om medicatie op voorschrift toch tegen terugbetalingstarief bij vluchtelingen te krijgen.


Een paar jaar geleden zette de NGO in Oostende een consultatie op waar artsen en verpleegkundigen een keer per week pro deo patiënten zien en waar deze gratis medicijnen krijgen. De artsen schrijven de medicatie voor op naam van een vrijwilliger of buur die ze dan tegen terugbetalingstarief kan gaan kopen. "Door al onze creativiteit uit de kast te halen om die mensen te helpen, houden we het systeem net in stand", citeert Knack een medewerker.


In de Oostendse hulppost worden mensen zonder papieren behandeld die niet zelden aan besmettelijke ziektes als tuberculose en mazelen lijden en die wegens geen sociaal statuut niet aan de nodige medicamenten geraken. Komt daar bij dat velen van hen niet gevaccineerd zijn, en dat ze in onhygiënische omstandigheden moeten leven, ongezond eten en amper naar de dokter gaan.


Volgens huisarts Dirk Lafaut, die aan de VUB een doctoraatsonderzoek doet naar de zorg voor mensen zonder papieren, moet je ook geluk hebben want in de ene stad krijg je in één keer toestemming voor alle medische verzorging die je nodig hebt, in de andere moet je voor elke behandeling of ieder onderzoek terug naar het OCMW. "In Antwerpen controleert het OCMW bijvoorbeeld of de behandeling die een arts voorschrijft wel echt nodig is," zegt hij in Knack. In sommige steden krijgen illegalen zelfs amper toegang tot medische zorg als ze niet willen meewerken aan een terugkeertraject. Maar ook huisartsen willen liever geen daklozen in de wachtzaal, zegt Tine Wyns.


"Ze zijn ongewassen, brengen hun hond mee, hebben soms gedronken, zijn onrustig of hebben wanen", zegt Wyns. "Ik kan me zo een paar mensen voor de geest halen die ik liever niet zou tegenkomen als ik in de wachtkamer van mijn eigen huisdokter zit. Ik kan wel begrijpen dat veel artsen bang zijn dat die kwetsbare mensen hun gewone patiënten zullen wegjagen." Daarbij komt nog dat een dokter niet altijd goed weet hoe hij met hen moet omgaan. "Het cultuurverschil kan enorm groot zijn. Niet alleen bij mensen van vreemde origine maar ook bij armen", zegt Wyns.


"Sommige artsen sturen kwetsbare mensen systematisch door naar een wijkgezondheidscentrum, waar ze geen remgeld hoeven te betalen," zegt huisarts Dirk Lafaut. De laatste uitkomst is de ngo: "Welfare bricolage noemen de Britten dat fenomeen."


In ons land moet nochtans iedereen toegang hebben tot noodzakelijke gezondheidszorg. Maar volgens Stéphan Heymans, operationeel directeur van Dokters van de Wereld zijn het niet alleen de mensen zonder papieren die in nood komen, "Door de groeiende armoede in de steden bestaat die doelgroep al uit zo'n 200.000 mensen." De ‘klassieke' daklozen zoals vluchtelingen, Roma, krakers zijn lang niet de enige.


Ook voor ‘gewone' mensen met een leefloon is een doktersbezoek een onbetaalbare luxe. Uit onderzoek van de Christelijke Mutualiteit blijkt dat in totaal 900.000 Belgen zijn die doktersbezoeken om financiële redenen op de lange baan schuiven, ondanks het feit dat ze een beroep kunnen doen op de zogenaamde derdebetalersregeling. Maar volgens het ziekenfonds zijn ze daar niet van op de hoogte en ‘nogal wat dokters hebben weinig zin in het papierwerk dat erbij komt kijken'.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende