21 juni 2014

Weg met de BMI

LOUVAIN-LA-NEUVE 16/06 - Uit recente cijfers die The Lancet publiceerde, blijkt dat vandaag 2,1 miljard mensen kampen met overgewicht. Dat is zowat een derde van de wereldbevolking. Obesitas of zwaarlijvigheid treft in ons land 58 procent van de mannen en 47 procent van de vrouwen. Het criterium dat daarvoor gebruikt wordt is de BMI. Een BMI-waarde boven de 27 betekent overgewicht. Boven de 30 betekent: obesitas. En daar hangt volgens gezondheidseconoom Lieven Annemans een kostenplaatje van 3,6 miljard euro aan vast. Schokkend.

Maar hou u vast voor de volgende schok. Volgens de Amerikaanse cardioloog Carl Lavie, professor in New Orleans, kunnen we het hele BMI-dogma maar beter zo snel mogelijk vergeten. Zijn bevindingen worden bevestigd door Katherine Flegal van de CDC die 25 jaar studie deed naar de effectiviteit van BMI-controle.

De Body Mass Index werd in 1832 gedefinieerd door de Gentse wiskundige, statisticus en astronoom Lambert Adolphe Jacques Quetelet, die in zijn boek "Sur l'homme et le développement de ses facultés", of "Essai de physique sociale", gepubliceerd in 1835, probeerde  "l'homme moyen" te definiëren, aan de hand van de gemiddelde waarden van alle gemeten variabelen die aan menselijk gedrag ten grondslag liggen. Quetelet, die ook een van de stichters van de ULB was,  was met andere woorden helemaal niet geïnteresseerd in een gezondheidsideaal. De BMI is oorspronkelijk dus opgezet om statistieken over groepen mensen te krijgen en niet om over- of ondergewicht van individuele mensen te bepalen. Tot in 1940 de Amerikaanse levensverzekeringsmaatschappijen de BMI voor het eerst hanteerden als een gemakkelijke kansberekening op overlijden. In 1985 aanvaardden de Amerikaanse National Institutes of Health de BMI als criterium om obesitas te bepalen. Pas in 1995 volgde de WHO. In 1998 werd de ideale BMI door de NHI verlaagd van 30 naar 27. Vandaag spreken BMI-zeloten bij een index van 25 reeds over (licht) overgewicht.

In 2002 stelde cardioloog Carl Lavie vast dat obese patiënten die hij behandelde voor hartfalen langer leefden dan slanke patiënten. Lavie dook in de literatuur en deed daar ruim 10 jaar over.  Tot hij in 2012 een Zweedse studie vond, gebaseerd op 64.000 patiënten met een hartziekte, waaruit bleek dat de obese groep  driemaal minder kans maakten op voortijdig overlijden (European Heart Journal, vol 34, p 345). En uit een studie van Northwestern University op 2625 patiënten met diabetes type 2 bleek dat slanke patiënten tweemaal meer kans maakten op voortijdig overlijden dan patiënten met overgewicht.

Dezelfde resultaten doken op bij onderzoek naar de relatie tussen obesitas en reumatoïde artritis en nierfalen. De voedingsdeskundigen spraken er schande van. Maar uit de meta-analyse van KaterineFlegal op 2.88 miljoen patiënten, in opdracht van de CDC, bleek dat overgewicht of milde obesitas een beter gezondheidsperspectief bood dan ondergewicht of extreme obesitas. De relatie tussen gezondheid en gewicht toonde grafisch gezien een U-vorm en geen lineaire stijging. Er bestaat dus een grote groep van gezonde "obese" patiënten, wiens BMI zich tussen de 25 en 35 situeert.

Lavie: " Voor iemand met een BMI tussen de 18.5 en 35 is fysieke fitness belangrijker dan gewichtsverlies." (The New Scientist vol 222 #2967 p 47)Volgens hem is de BMI standard voor oudere patiënten ronduit gevaarlijk. Een meting van het vetpercentage is een betere aanduiding voor gezondheidsrisico's, maar deze meting is moeilijker uit te voeren en bovendien zullen ook de richtlijnen en adviezen steeds naar sekse en leeftijd moeten worden uitgesplitst. Belgische gezondheidsexperts hebben daar in elk geval geen oren naar. Voor hen blijft de BMI de beste Belgische uitvinding ooit.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 januari 2013

Obsessie

 

Uit alle statistieken blijkt dat we nog nooit in het menselijk bestaan zo gezond en zo lang leefden als tegenwoordig.  Op reis in het vliegtuig las ik een al lang vergeten boekje over de geschiedenis van onze gezondheidszorg. Ik ben de hele vlucht – en het was een lange afstandsvlucht-  wakker gebleven. Zelfs in de zogenaamd gezonde oertijden leefden we ellendiger dan we ons kunnen voorstellen. Het heeft tot enkele tientallen jaren geleden geduurd voor ik statistisch leerde dat ik de kans maak 75 te worden. En toch krijgen steeds meer mensen het label ongezond opgeplakt. In ons land leven volgens diezelfde statistieken 11 miljoen mensen  met een ziekte of aandoening. En dat zijn niet enkel oudere chronische zieken. Onze kinderen worden ongezond geboren.  Ik geloof dus echt dat onze obsessie met gezondheid op een epidemie begint te lijken. De gezondheidsrisico’s beloeren ons en we vinden dat iemand die moet uitsluiten. In de eerste plaats is dat een taak voor de overheid. Er zijn genoeg politici die graag meesurfen op de golf van de idiotie van de dag en die daarover een vraag willen stellen. De overheid die leeft bij de gratie van de angst en het gebrek aan kennis van de gewone man doet daar graag aan mee. In plaats van echte beleidsmaatregelen te nemen is het makkelijker om sancties en regeltjes uit te vaardigen. Wat dan het perverse effect heeft dat we wel alles willen doen voor onze gezondheid, maar ook de betutteling door diezelfde overheid overheid. Want onze leefstijl is privé. Een interessant boek in dat verband is De gezondheidsepidemie dat pleit voor een omslag in ons denken over ziekte en gezondheid en daarbij de rol van burger en overheid onder de loep neemt. Harde onderzoeksresultaten zijn daarbij het uitgangspunt. De auteurs schetsen op die manier een verrassend en helder perspectief op het begrip gezondheid.  De gezondheidsepidemie is geschreven door onderzoekers van het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Iets voor Valentijn.
Marc van Impe
De gezondheidsepidemie, Auteur: J. Polder, S. Kooiker, F. van der Lucht, ISBN: 9789035233355

10:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 mei 2012

Hoe zit dat met alcohol?

Over het roken zijn we het eens. Behalve onze apotheker die het bij cigarillo’s houdt zijn we allemaal gestopt. Anti-rookbeleid is onderdeel geworden van gezondheidsrichtlijnen. Niet-roken is de maatschappelijk geaccepteerde norm. Maar hoe zit dit bij alcohol? Op de recepties vinden de dienbladen met rode en witte wijn gretig aftrek. Kom ik mijn geleerde vrouw ophalen bij haar LOK dan kom ik niet zonder een glaasje weg. Bijna de helft van de geneeskundestudenten drinkt meer alcohol dan gezond is, ook tijdens de opleiding. Ook in journalistenkringen wordt alcohol geassocieerd met gezellig.  Drinken is diep verankerd in onze maatschappij, net als roken vroeger. Maar veel alcohol drinken heeft enorme gezondheidsrisico’s. Toch blijft patiënten confronteren met hun eigen alcoholgebruik een lastige kwestie. Artsen vinden het lastig om het alcoholgebruik van de patiënt aan de orde te stellen. Waarom?  Gebrek aan de tijd kan toch het probleem niet zijn. Een snelle screening duurt 60 seconden. Is het omdat u zelf van een glaasje houdt? Of is het wellicht het geruststellende idee dat matig alcoholgebruik beschermt tegen hart en vaatziekten? En dat, terwijl medicijnen voorgeschreven worden die niet ongevaarlijk zijn in combinatie met alcoholgebruik. Of, dat er sprake is van gezondheidsproblemen die te maken kunnen hebben met alcoholgebruik (bijvoorbeeld valincidenten, depressies, vergeetachtigheid).  Ik vind dat het tijd wordt dat de dokter standaard vraagt naar het alcoholgebruik van zijn patiënt en dit ontmoedigt vanwege de gezondheidsrisico’s. Uit onderzoek blijkt dat de patiënt er geen problemen mee heeft. Vindt u het belerend of paternalistisch? Is het omdat u zelf van een glaasje houdt? Alcoholbeleid hoort onderdeel te zijn van gezondheidsrichtlijnen. Zodat net als bij roken, overmatig alcoholgebruik wordt verbannen! Maar wat is overmatig?

 Marc van Impe

18:58 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (2)