25 oktober 2016

Crisis: problemen oplossen als ze zich stellen

De crisis die de gezondheidszorg op dit ogenblik meemaakt is het resultaat van een attitude die sinds 1963, het jaar van le grand chef blanc Edmond Leburton, de politiek van het kabinet Volksgezondheid bepaalde: je moet de problemen pas oplossen als ze zich stellen. Leburton was sinds 1954 minister van Volksgezondheid en van het Gezin, en van 1961 minister van Sociale Voorzorg. Hij lag aan de basis van de Grote Artsenstaking die geleid heeft tot een overlegmodel, beter gekend als de medicomut. Het is dit model dat nu zijn eindfase bereikt heeft.

Bewust of onbewust, maar minister Maggie De Block houdt zich niet aan dat mantra dat Jean-Luc Dehaene in de politieke geschiedenisboeken geschreven heeft, en dat moest onvermijdelijk leiden tot dat voorbije week gebeurd is. Het gezondheidsbeleid was tot voor een paar jaren gebaseerd op een allesomvattend perverteren van de realiteit waarbij men ervan uit ging dat belangen belangrijker waren dan waarden, waarbij men over het hoofd zag dat binnen die overtuiging belangen geen plaats voor waarden hebben. Het medicomut systeem is uitgeleefd. En het zijn niet de drie artsensyndicaten of de apothekersbond die het mene, mene, tekel ufarsin (*) op de wand geschreven hebben, maar de auteur van de NIC visienota 2030 (bijlage), Jean Hermesse, de algemeen secretaris van de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten.

Niet toevallig lekte deze nota die zogezegd vertrouwelijk was een tiental dagen geleden uit in nr 18, jaargang 33, van de nieuwsbrief Gezondheidszorg (bijlage) van de uitgeverij J Wolters Kluwer. Daarin maken de ziekenfondsen hun toekomstvisie bekend op het gezondheidsbeleid in 2030. Die visie is viel bij de artsensyndicaten op een koude steen. Want het betekent niet meer noch minder dan de terugkeer naar het beginsel van Leburton: een staatsgeneeskunde, uitbesteed aan de ziekenfondsen die het Riziv in regie nemen.

De mutualiteiten willen volgend jaar, uiteraard samen met alle betrokken partijen een zogenaamd interfederaal platform voor de ontwikkeling van een lange termijnvisie en strategie voor de gezondheidszorg opzetten. Dat moet er komen na een "Health impact assessment' of "stresstest voor de gezondheid" waaraan elke nieuwe beleidsmaatregel die invloed kan hebben op de politiek van de gezondheidszorg getoetst wordt.

De ziekenfondsen willen zogenaamde gezondheidsindicatoren hanteren rond thema's als antibioticagebruik, gebruik van antidepressiva, polymedicatie bij ouderen, stralingsbelasting, EBM-screening, vaccinatie, burn-out, en multidisciplinaire opvolging van chronische patiënten. Dit zijn eerzame streefdoelen waar niemand tegen kan zijn ware het niet dat de ziekenfondsen dat willen koppelen aan profielen voor artsen en de koppeling van deze profielen aan het verkrijgen van een accreditatie. Artsen zouden ook onderworpen worden aan minimale en maximale activiteitsdrempels. Tegelijkertijd moet het systeem worden herzien op basis van de huidige discussies tussen Medicomut en de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie (NRKP).

Het gedeeld elektronisch dossier en het gedeeld farmaceutisch dossier en het medicatieschema voor elke patiënt zou beheerd worden door de ziekenfondsen. Voor specifieke doelgroepen zouden zorgtrajecten opgezet worden. Andere voorstellen zijn de verbreding van de maximumfactuur voor chronisch zieken en de start van een debat in 2017 over de transparantie van de vergoedingen van zorgverstrekkers en de kwestie van wat de ziekenfondsen als een correcte vergoeding beschouwen.

Dit alles kan niet zonder draconische controlemaatregelen op de naleving van de tarieven door de geconventioneerde artsen; het van de voordelen en terugbetalingen tussen geconventioneerde en niet-geconventioneerde artsen; en een plafond voor honorariumsupplementen in het ziekenhuis. Voor een opname of interventie in een ziekenhuis moet de patiënt een voor arts en ziekenhuis bindende kostenraming ontvangen. De financiële transparantie moet verhoogd worden via een correcte prijszetting in alle medische en paramedische sectoren, aan de herijking van de nomenclatuur van medische honoraria.

Andere denkpistes zijn de creatie van een nieuw en globaal financieringsmodel voor de ziekenhuizen, met pilootziekenhuizen, de vervanging van de klassieke ziekenhuisopname door een dagopname en de uitvoering van een "medicationreview" door de apotheker. Ook de pharmasector wordt in de visienota niet gespaard: er komt een sluismodel van openbare aanbesteding of een referentieterugbetaling voor specifieke geneesmiddelen, het prijsbeleid voor weesgeneesmiddelen wordt bepaald door een nieuwe beoordeling van de rentabiliteit door economische zaken, zodra er een uitbreiding van de indicatie of de patiënten is, waarbij op dat ogenblik een nieuwe maximumprijs bepaald moet worden. Bovendien moet de berekening van de incrementele kost (ICER) verplicht gemaakt worden voor weesgeneesmiddelendossiers die aan de CTG worden voorgelegd.

De klap op de vuurpijl is echter dat de ziekenfondsen willen beschikken over alle diagnostische gegevens. Met andere woorden het ziekenfonds is de baas. Het zijn dus de ziekenfondsen die het vuur aan de lont gestoken hebben. De ziekenfondsen hebben als verzekeraar maar ook als aandeelhouder en bestuurder van de ziekenhuizen gedurende decennia Volksgezondheid én de artsen in hun eigen voordeel gemanipuleerd en gebruikt. Telkens er aan de alarmbel getrokken werd hebben ze gedaan of ze niets hoorden. Marc Justaert, die altijd op de eerste rij zat, had de gewoonte nadat hij gesproken had om zich om te draaien om te zien of de andere leden van de fanfare hem volgden. Hij dirigeerde, de anderen moesten in de maat spelen. Jean Hermesse schreef de partituur. Ze ligt nu op tafel. Een nieuw ritme, een oude melodie naar een Engelse wijs 1948 van Aneurin Bevan. Maggie De Block weet wat ze moet doen.

(*) Aramees; vrij vertaald: geteld, geteld, gewogen en gebroken.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 december 2012

Contaminatie

Nu de boekenbeurs weer achter de rug is valt het op dat we overspoeld worden met ‘wetenschappelijke’ bestsellers die ons een beter leven aanpraten. Niet toevallig zijn die artsen die de weg naar de uitgever gevonden hebben en die graag in de media allerlei statements afleggen inzake gezondheidszorg en -beleid, zelden of nooit aanwezig op gerespecteerde wetenschappelijke fora.  Hun publicaties situeren zich vooral in de lokale medische vakpers, en halen hoogstzelden de internationale wetenschappelijke vakbladen. Dat compenseren ze echter door in de populaire gezondheidspers en bij niet wetenschappelijke uitgevers makkelijk toegankelijke werken te publiceren die relatief hoge oplagecijfers halen en dan ook wel eens aangehaald worden in juridische en verzekeringstechnische discussies. Het is echter moeilijk hun ongelijk te doen aanvaarden, want hun uitspraken zijn overheid en verzekeringsindustrie welgevallig. Omdat hun publicaties zo simpel geschreven zijn – terwijl iedereen weet dat wetenschap  niet altijd even simpel is-  krijgen ze makkelijk toegang tot beleidsmakers zoals ministers en al dan niet publieke verzekeringsinstellingen. Ze krijgen dan ook zitting in instellingen zoals de Hoge Gezondheidsraad. Merkwaardig is dat ze deze functie gebruiken als verkoopsargument en bewijs van hun autoriteit. Echte wetenschappers verwijzen zelden of nooit naar hun extra-universitaire functies. Het zijn hun wetenschappelijke onderzoeksresultaten die de argumenten zijn van hun stelling. Je zal echter in dit land maar geplaagd worden door de zelfverklaarde specialisten die moeten beslissen of je al dan niet aan budget krijgt om je onderzoek verder te zetten. “Het spijt me, ik heb me vergist,” zal je zo’n specialist nooit horen zeggen als blijkt dat hij ongelijk heeft. Liever nog sluiten ze zich achteraan bij de goede rij aan, om zich daarna opnieuw naar voor te dringen. Daarbij aarzelen ze niet om gebruik te maken van nep-termen en neologismen. Wetenschappelijke woordcontaminatie, wat staat voor vervuiling, is een techniek die ze perfect beheersen.
Marc van Impe

16:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 april 2012

Leve de volksdemocratie

Het Belgische gezondheidsbeleid heeft geen doelstellingen. Wanneer aan wetenschappers in internationale context gevraagd wordt om het Belgische gezondheids(zorg)beleid te beoordelen, is een eerste reactie dat dit onmogelijk is. De afwezigheid van algemene doelstellingen heeft te maken met de manier waarop in België gezondheidsbeleid tot stand komt. Mijn gedacht. Nu zijn we er! Professor Jan De Maeseneer deed deze belangrijke vaststelling begin dit jaar in De Morgen. De fout van dat manco weet professor De Maeseneer precies te duiden: dat is de MedicoMut.  Die moet afgeschaft worden, zegt hij, want deze manier van besluitvorming beperkt de democratische controle op het gevoerde beleid.  De vraag hoe dat wel anders zou kunnen beantwoordt hij zelf: het beleid moet uitgaan van in het parlement goedgekeurde doelstellingen op het vlak van gezondheid en zorg. Vervolgens dienen door de politiek budgettaire keuzes te worden gemaakt. Hierbij dient de klemtoon gelegd op een behoeftegestuurd en wetenschappelijk onderbouwd beleid. En dus niet zoals dat vandaag gebeurd op basis van een aanbodgestuurd beleid. Eenmaal het grote beleidskader uitgetekend en de doelstellingen vastgelegd kunnen de verschillende actoren ( ziekenhuizen, artsen, apothekers, ziekenfondsen en patiëntenorganisaties) hun verantwoordelijkheid opnemen om na te gaan hoe deze doelstellingen best kunnen worden gerealiseerd. In alle fasen is het belangrijk dat de vertegenwoordigers van de patiënt een actieve rol spelen. Dit is noodzakelijk om te realiseren waar wij allemaal recht op hebben: een gezondheidszorg die relevant, kwaliteitsvol, sociaal rechtvaardig, toegankelijk, kosteneffectief, duurzaam, patiënt-georiënteerd en innovatief is.

De grote roerganger zou het niet beter geformuleerd hebben. Als het begrip democratische controle valt, dan weet ik dat je over de democratie een kruis kunt trekken. Daar weten ze in bepaalde volksdemocratieën alles van. http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/1373291/2012/01/05/In-afwachting-van-een-volgende-staatshervorming.dhtml

Marc van Impe

12:30 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)