23 juni 2011

Geluk

Als een newfoundlander probeer ik al jaren mijn kop tussen de spijlen van het geluk te duwen en hoe harder ik duw des te meer pijn het streven naar geluk brengt. Het is fataal, onontkoombaar dat het streven naar geluk eindigt in gekwijl. Maar het is bijna over. De jaren van verstand komen er aan. Zegt men. Voor heel wat medeburgers daarentegen is het streven naar geluk nog altijd een moeten. En ik vrees dat het hen zal lukken: op een bepaald moment zullen ze met hun kop tussen de spijlen van het hek geraken. En dan is er geen weg terug. Dan zit je vast in je geluk. Geen droeviger eind van een verhaal: ze leefden nog lang en gelukkig. Daaraan moest ik denken toen ik in de weekend krant weer eens mocht lezen dat het grootste ziekenfonds van het land cursussen in geluk verkoopt. En ik die dacht dat voor leden van die gezindte het geluk zich per definitie aan het eind van een tunnel met wit licht bevond. Tenminste, als je elke maand trouw je zegeltjes geplakt had in je bijdragenboekje. Geluksonderzoek heeft zich tot een zelfstandige discipline ontwikkeld met eigen congressen en tijdschrijften, met boekjes zoals dat van Leo Bormans die er helemaal niet gelukkig uitziet, en tot een World Database of Happiness van de Nederlandse professor Ruut Veenhoven die zegt meer dan duizend meetinstrumenten te hebben ontwikkeld om geluk in kaart te brengen. Ik geloof er niets van. Volgens Belgische peilers – zijn die gelukkig met hun opdracht- zijn Vlamingen gelukkiger dan Franstaligen en Walen gelukkiger dan Franstalige Brusselaars. Maar Antwerpenaars zijn dan weer de ongelukkigste van alle Vlamingen en dikke mensen zijn minder gelukkig dan dunne. Als geluksfactoren wonen, werken, scholing en gezondheid zijn dan moeten heel wat mensen ongelukkig zijn in ons land, tenminste als we de senatoren Marleen Temmerman en Frank Vandenbroucke mogen geloven die nu zelf zeggen dat het door hun partij uitgevonden Omniostatuut niet werkt en dat daardoor heel wat mensen ongelukkig zijn. Komt er echter een verplichte derdebetalerregeleing voor iedereen dan zijn we weer met z’n allen gelukkig, dixit T en V. Volgens de Nederlandse promovendus Ad Bergsma die zoals de meeste geluksprofeten naadloos aansluit bij de positieve psychologie kunnen we ons geluk verbeteren door het volgen van zelfontplooiingscursussen en andere doe het zelf literatuur. Dat is niet alleen flauwekul maar bovendien dragen we hiermee alleen maar bij tot de vergroting van het geluk van de auteurs van al die boeken en cursussen. Want niet de deelnemer maar de lesgever, de auteur wordt er beter van: die verdient meer geld en ook al maakt dat niet uitsluitend gelukkig, het draagt er wel flink toe bij. Bergsma analyseerde van welke geluksopvatting de geluksadviseurs in hun boeken uitgaan en hoe bruikbaar en wetenschappelijk de inhoud is. Niet dus. En vervolgens maakt Bergsma dezelfde fout en begint hij advies te geven.

De geluksanalyst Mihaly Csikszentmihalyi schreef daarover een interessant boek Flow: the psychology of optimal experience dat niet alleen een internationale bestseller werd maar ook wees op een onderschat element, juist: de flow. Met flow bedoelt hij het helemaal opgaan in een situatie of het zo geconcentreerd bezig zijn, dat elk besef van tijd verdwijnt. Niet iedereen kent die diepe tevredenheid die dat teweeg brengt en zeker niet iedereen stelt dit gelijk aan geluk. Als dat zo is, en ik geloof het wel, dan ben ik net even heel gelukkig geweest. Alle anderen zijn er aan voor hun moeite. Zij zijn door de spijlen van het hek geraakt en kunnen niet meer terug. Dat is precies de plaats waar de geluksbrengers je willen krijgen: dat je vast zit waar zij het willen. Er is een troost: Schopenhauer en Epicurus zitten in hetzelfde hekken vast, net zoals miljarden anderen. Het slachtoffer van de hondenfluisteraar.

Ik stoot liever mijn hoofd maar loop nog vrij rond. Advies geef ik niet.

Marc van Impe

11:17 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)