06 november 2011

Van persoonlijke aard

‘We nemen u mee , voor één dag, naar een tentoonstelling, een grandioos evenement. U betaalt en wij zorgen voor een extra gids en een etentje.’ Zo’n uitnodiging had ik nog niet gezien. En ik kon dus niet anders dan er op in gaan. Te meer daar uitdrukkelijk vermeld stond dat alle kosten integraal fiscaal aftrekbaar waren. Zo kwam het dat wij ons op een zondagmiddag te Brugge begaven waar het zicht op de toegang tot de prachtige stad benomen wordt door wat lijkt op een overblijfsel van de Atlantikwal maar achteraf een Japans architecturaal meesterstuk bleek te zijn dat al tien keer meer  gekost heeft dan ooit begroot was. Daar zullen ze in Gent ook alles van weten als hun bibliotheek aan de Waalse Krook af is.

We bevonden ons in een akelig gezelschap van heren en dames met magere nekjes van een orde die graag aan aaneen geschoven tafels zit om dan een conversatie te beginnen over iets wat ze niet kunnen ‘om redenen van persoonlijke aard’ zoals een van hen me samenzweerderig vertelde.  We zaten niet maar waren veroordeeld om rechtstaand aan hoge ronde tafels waarrond een tutu was gespannen,  dingetjes te nuttigen die ik om redenen van persoonlijke aard het liefst vermijd. Ik aanhoorde  in een medische terminologie verpakt, heel wat geleuter waarin af en toe niet Cochran based woorden als BMW en Volvo opdoken. Het waren van die mensen die me ooit op een lokaal evenement  toevoegden dat ze met vakantie waren geweest in Kenya. Er viel een korte stilte. De andere tafeldame merkte daarbij op dat Sorrento ook  zeer interessant was. Waarop numero drie, in alle betekenissen van dat telwoord, er aan toevoegde dat zij de voorkeur gaf aan Antibes. De ogen waren nu op mij  gericht. Ik antwoordde dat het bij ons ging zoals in elk huishouden,  wat in het Tieltse dialect  klinkt als ’n kenya, n’kenyé. 

Het waren dus van die mensen die ergens last van hebben: van een gebrek aan wetenschappelijke kennis maar die liever niet willen dat iemand daar achter komt omdat ze dan wel eens zullen uitgelachen worden omwille van hun ‘persoonlijke aard’.  Verhalen vertellen ze graag maar die hebben nooit een hoofdpersoon als in een goed verhaal, die allerlei obstakels en draken moet overwinnen, voordat hij de jonkvrouw kan bevrijden of een medaille rond zijn nek kan hangen.  Altijd over ik.

Ze komen die avond thuis, die magere kippenhalzen, en dan slobberen ze nog wat thee want dat kalmeert. Alles is goed. Niets gaat verkeerd. De  juwelen gaan in de kluis, de broek in de vouw op het knaapje.  Alleen is er die jeuk. Soms dromen ze dat ze turner zijn en boven in de ringen hun afsprong moeten maken . Ik sta erbij en kijk er naar en zie hoe ze pats boem op hun billen terecht komen. Nooit gaan ze naar de Spelen. Maar wel naar de volgende vergadering annex gratis eetfestijn van de LOK. Om redenen van persoonlijke aard.

Marc van Impe

20:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)