09 oktober 2015

Klacht indienen tegen een arts ? Slechts in één op zes gevallen krijgt de patiënt gelijk

Uit een doctoraatsonderzoek van de Hasseltse Tom Vandersteegen blijkt nu voor het eerst onomstotelijk dat patiënten meestal aan het kortste eind trekken als ze een schadevergoeding vragen aan een zorgverlener. In slechts 17 procent van de ingediende dossiers kennen de rechtbanken een schadevergoeding toe, aldus Versteegen, die dit weekend de voorpagina van De Tijd haalde.

Vandersteegen ging niet over één nacht ijs en is zelf ook geen ervaringsdeskundige die een zelfhulpgroep oprichtte, maar bereidt een doctoraat voor aan de faculteit Bedrijfseconomische Wetenschappen van de Universiteit Hasselt.

Hij bevestigt wel wat tientallen artsen, specialisten en huisartsen ons –anoniem- wilden bevestigen naar aanleiding van berichten op deze website: dat verzekeringsmaatschappijen er alles aan doen om hun contractuele verplichtingen niet te moeten nakomen en dat verzekeringsartsen en zogenaamde onafhankelijke experten hier een kwalijke rol in spelen. 

Vandersteegen onderzocht hoe 2.000 klachten tegen artsen over een periode van tien jaar werden afgehandeld. Daaruit blijkt dat aan nog geen vijfde van de klachten een gevolg wordt gegeven. en als het tot een gerechtelijke uitspraak komt, dan is er van monsterbedragen geen sprake. De vergoedingen blijven relatief beperkt.

Gemiddeld gaat het om 44.630 euro, maar dat bedrag wordt scheefgetrokken door enkele uitzonderlijk hoge schadevergoedingen tot 300.000 euro en meer. 84 procent van de ingediende klachten worden buiten de rechtbank  afgehandeld. Dat leidt echter niet altijd tot een uitkering. In amper 38 procent van de doorgezette zaken kwam de verzekeringsmaatschappij met een vergoeding over de brug. Binnen de rechtbank bedraagt een gemiddelde vergoeding 8.535 euro. Bij een schikking buiten de rechtbank betalen de verzekeraars gemiddeld 3.932 euro. Bij zware schade, zoals bij overlijden of verlies van een orgaan of groot lidmaat is dat gemiddeld 39.483 euro.

De reden voor deze gang van zaken is om te beginnen het feit dat heel wat patiënten afgeschrikt worden door de hoge procedurekosten, de massa tijd en energie die zo'n zaak kost, en dat advocaten niet altijd enthousiast zijn om dit soort zaken aan te pakken. Advocaten gespecialiseerd in medisch recht lopen niet dik gezaaid en de tarieven van hun honorarium liggen flink boven de mediaan. Bovendien zijn deze advocaten vaak contractueel gebonden aan een verzekeraar en moeten ze de zaak weigeren.

Komt daarbij dat nogal wat patiënten in een minnelijke expertise gelokt worden. Zij gaan ervan uit dat de onafhankelijke expert die de rechtbank aanduidt altijd objectief, soeverein en onafhankelijk naar eer en geweten een oordeel zal vellen. "Meestal leidt dat tot een beschaafde medische discussie," zegt advocaat Tom De Gendt in De Tijd. Maar de realiteit is vaak anders.

Deze procedure zet wel de deur open naar juridische spitstechnologie die de patiënt niet altijd begrijpt en waar hij geen controle op heeft. Ook blijkt dat de expert, die in feite scheidsrechter is en wiens expertiseverslag meestal door de rechtbank gevolgd wordt, in heel wat gevallen nièt onafhankelijk is maar voor een groot stuk van zijn professionele tijd optreedt voor verzekeringsmaatschappijen. Het ereloon dat een patiënt hem betaalt – een paar honderd euro- weegt niet op tegen de fikse honoraria –duizend euro en meer- die een verzekeringsmaatschappij betaalt. Bovendien spelen in zo'n minnelijke expertise de verzekeringsmaatschappij van het ziekenhuis en die van de arts elkaar de bal terug, met eindeloze nevenexpertises tot gevolg. Gemiddeld duurt een expertiseonderzoek 683 dagen.

Ilse Weeghmans van het Vlaams Patiëntenplatform pleit in de krant voor een meer open communicatie. Ook zou het beter zijn dat ziekenhuizen voor iedereen een verzekeringspolis afsluiten - ook voor de artsen, die nu vaak hun eigen verzekeraar kiezen. Het VPP dringt ook aan op een lijst van werkelijk onafhankelijke deskundigen, iets waar minister van Justitie Koen Geens nu werk wil van maken.

Het VPP pleit ook voor een wetgevend initiatief dat een dialoog tussen arts en patiënt mogelijk moet maken. Nu verbiedt de verzekeringsmaatschappij elk gesprek tussen de arts en de patiënt omdat ze vreest dat dit op een schulderkenning kan uitlopen.

Bij dit alles zou men bijna vergeten dat geneeskunde onmogelijk een resultaatsverbintenis kan zijn. Artsen doen in de regel hun uiterste best, complicaties en onverwachte situaties zijn altijd mogelijk, dat vergeten sommige patiënten en hun raadslieden ook wel eens.

Marc van Impe



bron: MediQuality

15:41 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 juni 2015

Arts gelooft patiënt niet vaak genoeg

CHICAGO 02/06 - Ik ben een groot liefhebber van proza. Niet dat de dichtkunst me niet kan verleiden, maar als ik moet kiezen tussen Dichtung und Wahrheit, dan gaat mijn hart naar de laatste discipline uit. En dat brengt me nogal eens in conflict met de realiteit. Want die is niet altijd waar maar lijkt in heel wat gevallen op een raadsel, een quizvraag of in het slechtste geval op een Catch-22 situatie zoals Joseph Heller dat zo mooi beschrijft.

In het boek van Heller probeert een Amerikaanse vlieger tijdens WO II, onder gevaarlijke gevechtsmissies uit te komen door zichzelf krankzinnig te laten verklaren. Voor de behandelend arts is dat net een bewijs van gezond verstand. Hij verklaart de piloot dus volledig gezond wat tot gevolg heeft dat hij gevaarlijke gevechtsmissies moet blijven vliegen.

Een Catch-22 is dus een paradoxale situatie waarin het onmogelijk is om een gewenste uitkomst te bereiken doordat de 'regels' dat vanwege tegenstrijdigheden niet toelaten. Een Catch-22-situatie lijkt op een vicieuze cirkel en een virtuele cirkel, maar het is in feite een status quo, want bij een vicieuze cirkel  is er sprake van een neerwaartse spiraal is en bij een virtuele cirkel een opwaartse spiraal.

De professor waarmee ik een espresso drink kent zijn klassieken. Hij gebruikte de titel van Goethe voor de opening van zijn betoog. Artsen geloven hun patiënten te weinig en te laat.

Ik las enige dagen geleden in een weekendkrant dat vier specialisten van het UZ Gent uit verschillende disciplines hun expertise voor zeldzame aandoeningen bundelen.  Bij zo'n bericht in een weekendkrant rijst bij mij altijd een rood signaal met het woord caveat. Het Programma voor Ongediagnosticeerde Zeldzame Aandoeningen (PrOZA) moet leiden tot een snellere en efficiëntere diagnose.

Het team telt vier artsen: een geneticus, een internist, een neuroloog en een internist-nefroloog. Ongetwijfeld is de bedoeling nobel, goed, innoverend –alhoewel- en uitdagend. Maar het is de vraag of de patiënt daar echt beter mee gaat geholpen worden. Ik heb daar mijn twijfels bij. De artsen zeggen zich te richten op patiënten die aan ogenschijnlijk onverklaarbare aandoeningen lijden. Bij 44 procent werd een andere diagnose gesteld voor ze de juiste kregen, zegt de initiatiefnemer dr. Bruce Poppe. Als dat geen nieuws is?

In het UZ van Gent, als je door je behandelende huisarts zover wordt doorverwezen, krijg je bij onverklaarbare klachten al snel het stempel psychosomatisch op je dossier. In het beste geval kom je dan in de psychiatrie terecht waar je ofwel bij de club van de psychoanalyse of bij de gedragstherapeuten terecht komt. De afloop laat zich raden.

In Leuven doen ze niet aan proza maar bestaat er sinds 2013 LeUZis, het Leuvense centrum voor ultrazeldzame systeemziekten. Hier gaat het om systeemziekten, die tegelijk meerdere organen aantasten, en waarbij een diagnose dikwijls extra moeilijk vanwege de diffuse, soms tegenstrijdige symptomen. LeUZis is het Leuvense expertisecentrum voor ultrazeldzame inflammatoire systeemziekten, waar de expertise van de diensten algemene inwendige geneeskunde en reumatologie gebundeld worden en er in nauwe samenwerking met de diensten nefrologie, pneumologie, dermatologie en kindergeneeskunde naar een juiste diagnose gezocht wordt.

Ook hier moet de patiënt uiteraard doorverwezen worden, hetzij door zijn huisarts, hetzij door een specialist die het ook niet meer weet.

Het is hier dat de Catch-22 speelt. Ik lees in een verslag van een Leuvens internist: patiënte wil echt doorverwezen worden omdat zij vermoedt dat er meer aan de hand is,  ze kan zich niet neerleggen bij haar huidige situatie, duidelijk somatiserend gedrag.

Op het ASCO 2015 in Chicago leer ik dat ruim de helft van de kankers in het vroege stadium gemist worden. Niet omdat er onvoldoende onderzoeksmogelijkheden zijn maar omdat de arts geen aandacht heeft voor de subtiele signalen die zijn patiënt geeft. Artsen gaan er te snel van uit dat patiënten –zeker als ze zich geïnformeerd hebben op het Internet- de neiging hebben te dramatiseren. De arts zou hier meer aandacht moeten hebben voor Wahrheit en de Dichtung voor zijn vrije tijd bewaren.

 

Marc van Impe

Bron: MediQuality

21:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)