17 april 2013

Wilt u nog gereanimeerd worden?

Een Duitse vriend van mij die bij de Europese Commissie werkt, vertelt hoe verbaasd hij was toen hij bij zijn opname in een Brussels privé ziekenhuis -het betrof een niet ongevaarlijke ingreep- wel gevraagd werd naar zijn status bij zijn hospitalisatieverzekering maar niet eens de vraag kreeg of hij wel gereanimeerd wilde worden. Stel dat het fout gaat, dan is dat toch de eerste vraag die een arts zich moet stellen, zegt hij. Hij begrijpt niet hoe men in dit land van euthanasie en palliatieve zorg de patiënt deze vraag niet durft te stellen. Bovendien droeg hij zijn penning. Dat was toch duidelijk, nicht? In Duitsland, maar ook in Nederland en de Scandinavische landen wordt deze vraag courant gesteld bij een acute opname in het ziekenhuis. Vaak, maar niet altijd, is dat het geval bij een oudere patiënt die al meerdere aandoeningen onder de leden heeft. Zinvolheid van het behandelen van een eventuele hartstilstand bij deze patiënt en de daaraan verbonden eventuele behandelbeperking moet goed genoteerd worden in het medisch dossier. En als de opnemend arts het niet vraagt, dan is het wel de verpleegkundige op de verpleegafdeling waar de patiënt opgenomen wordt. Per slot moet je als zorgverlener toch weten wat je moet doen, mocht er zich een acute noodsituatie voordoen.  Sterker nog, vaak worden zorgverleners achteraf geconfronteerd met een verwijt van de familieleden, want dit ‘zou vader nooit gewild hebben’.
Iemand die me zeer nabij is, werd na een massieve hartaanval tot zijn verbijstering wakker met een kunsthart en kreeg nadien -tegen zijn zin, zegt hij nu- een ruilhart ingeplant. Nu gaat hij gebukt onder schuldgevoelens, gefrustreerd en depressief door het leven. De spoedafdeling, zoals ik nog niet zo lang geleden mocht ervaren, is niet de geschikte afdeling om die vraag te bespreken. De patiënt verkeert daar in een noodsituatie met pijn, kortademigheid, verwardheid of in ieder geval een verminderde mogelijkheid om goed na te denken. En dat alles onder tijdsdruk. Soms de al te nadrukkelijke nabijheid van gezinsleden. Bovendien is de vraag met betrekking tot al of niet reanimeren  niet eenvoudig te beantwoorden. ‘Wat is reanimeren eigenlijk?’ ‘Denkt de dokter dat ik doodga?’ Omgekeerd zijn er patiënten die er wel van tevoren over nagedacht hebben, maar voor wie een euthanasieverklaring te ver gaat. Daarom moet deze vraag besproken worden met de huisarts. Die kan dan zo’n verklaring rond reanimatie in het EPD-systeem opnemen. Ik ben er voor dat het niet mogelijk moet zijn om het opnamedossier af te sluiten voordat deze vraag met een ja of nee  is. Mijn antwoord is gekend. Ik hoef geen penning.
Marc van Impe

12:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)