03 december 2017

Vivons cachés


Ik huiver voor een overheid die alles over mij wil weten. Niet dat ik wat te verbergen heb of dat ik in het verborgene wil leven, maar er zit waarheid in het gezegde van de krekel uit die fabel uit de 18de eeuw: pour vivre heureux, vivons cachés.


De overheid kijkt met een ijzeren bril naar de werkelijkheid en een morele kijk ontbreekt vaak en dat is een reden tot bezorgdheid. Ik zat daaraan te denken tijdens een recent symposium over de impact van de technologie op de gezondheidszorg. EHealth heet dat. De nieuwe technologie, die ik gemakkelijkheid halve onder de noemer Artificiële Intelligentie (AI) plaats, is immers niet neutraal. Ik las recent over twee giga-techondernemers die diametraal tegenover elkaar staan: Tesla-topman Elon Musk en Facebook-CEO Mark Zuckerberg. Musk zegt dat AI een gevaar betekent voor de mensheid en meer gereguleerd moet worden. Zuckerberg noemt dit onverantwoord doemdenken wat een rem zet op de voordelen die AI kan bieden.


Ook in de gezondheidszorg ziet men die tegenstelling. De Zuckeriaanse techno-optimisten geloven dat de AI uiteindelijk een zegen is voor de mens en aan zijn welzijn zal bijdragen. De Muskiaanse techno-pessimisten stellen zich kritisch op en opteren niet voor een ongebreidelde technologische ontwikkeling. Ik wil graag een vergelijking maken met de wapenlobby die een amorele visie op technologie heeft waarbij technologie noch goed, noch slecht is. Het hangt er van af wat je er mee doet. "Guns don't kill people; people kill people." Mark Zuckerberg gebruikt net zoals die lobby zo'n argument om de eigen verantwoordelijkheid over innovaties op de gebruiker of anderen af te wentelen.


Elon Musk geeft blijk van een meer ethisch bewuste visie op technologie, die niet neutraal is, maar een inherente morele lading heeft. In tegenstelling tot bijvoorbeeld natuurfenomenen overkomt technologie ons niet. Technologie wordt gemaakt voor en door mensen en weerspiegelt de morele opvattingen van de ontwerpers ervan.


Ik kom terug op de recente rel rond de doorverkoop van medische gegevens aan QuintelesIMS. Dat dit zou gebeuren ligt voor de hand. De fabrikant van de poetsrobot iRobot maakte onlangs bekend dat ze in de toekomst niet alleen uw stof maar ook data over uw woning zal opslaan. Het bedrijf wil die data doorverkopen aan Google of Amazon, die dan hun op maat gemaakte advertenties in uw mailbox dumpen.


De robot op zich deugt wel, de ontwerper misbruikt echter uw vertrouwen. Het laat de dataopslag nu afhangen van een ‘opt-in' toepassing. De gebruiker moet dus expliciet zijn toestemming geven. Waarom vraagt men dat dan niet als het om mijn medische data gaat? Ik vind dit een ethisch vraagstuk, waarover de Orde der Artsen zich eens zou mogen uitspreken.


"Het besef van een ethiek inherent aan de techniek ontbreekt in de Zuckeriaanse visie op technologie, die zoals gezegd wel vaker voorkomt in de technologiewereld. Dat gebrek aan een morele kijk op technologie is een reden om bezorgd te zijn," zegt de filosoof Jochanan Eynikel van de denktank ETION. "Ik twijfel persoonlijk niet aan Zuckerbergs goede bedoelingen. Maar het pleit voor Musk dat hij vooruitdenkt over de sociale en ethische consequenties van technologie." Wie data verzamelt moet zich houden aan de regels van het goed fatsoen. Ook als dat de overheid zelve is.


Moreel verantwoorde AI begint daar en niet bij de gebruiker of in een verre toekomst. Dat de overheid niet altijd moreel hoogstaand gedrag aan de dag legt, leerde Jean-Pierre Claris de Florian, de auteur van de fabel.


Hij werd op de 27ste fructidor van het jaar II het slachtoffer van de eerste overheid die systematisch alle data over zijn burgers verzamelde: het Comité de Sûreté Générale van de Eerste Franse Republiek, dat uitgevonden had dat hij ooit een fabel opdroeg aan Marie-Antoinette.

Marc van Impe



Bron: MediQuality

09:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 augustus 2017

eHealth: een dokter in je zak


Als ik het over eHealth heb weet ik dat bij sommige van mijn lezers de haartjes in de nek rechtop gaan staan. Toch wil ik u volgend nieuws niet onthouden. Een virtueel medisch centrum dat 24/24 en 7/7 open is en waar je voor een vast bedrag per maand voor zowat alle eerstelijnszorg terecht kan?


In ons land bestaat dit nog niet, maar in San Francisco, Californië, is dit realiteit. Forward Clinic (https://goforward.com/) biedt uitgebreide consultaties en ononderbroken toegang tot artsen voor een maandelijkse contributie van $149.


In het lidmaatschap zitten afspraken, vaccins, generieke medicijnen, bloedonderzoek, genetische screening, ononderbroken chatprivileges met een arts en andere eerstelijnszorg. Het businessmodel werd ontwikkeld door internetondernemer Adrian Aoun, die in 2008 de iPhone app Wavii ontwikkelde en die in 2013 voor 30 miljoen dollar verkocht aan Google. Aoun is nu CEO en oprichter van Forward. "Wij zijn het tegenovergestelde van de traditionele gezondheidszorg," zegt hij. "Je kunt op consultatie komen zo vaak als je wil in plaats van een paar keer per jaar op afspraak. De dokter zit echt in je zak, als ik dat zo mag uitdrukken." Forward biedt ook een full-body imaging scan aan tegen een apart tarief van rond de $150, maar dat zou binnenkort dalen tot $99.


Volgens de American Telemedicine Association maken nu al 1 miljoen Amerikanen gebruik van een webcam bij de consultatie online. Doctor on Demand, een spin-off van Google en televisiepsycholoog Phil McGraw, geeft sinds 2013 voor $40 onlineconsultatie bij 1.400 huisartsen en kinderartsen. Doctor on Demand diagnosticeert en behandelt 95 procent van zijn patiënten, de overige 5 procent worden doorverwezen naar specialisten. Supermarkt keten Walgreens biedt een gelijkaardige service met MDLIve, en prijsbreker Maven focust op vrouwelijke gezondheidszorg met webcamconsultaties vanaf $18.


Maar dat betekent niet het einde van de klassieke consultatie, integendeel: een ander concept dat in feite enkele eeuwen oud is, maakt opnieuw furore in datzelfde Californië: concierge medicine of de klassieke huisvisite. Heal, (https://heal.com/) is een bedrijf dat ondertussen actief is in meer dan 200 steden in Californië, Washington D.C. en Noord Virginia, kreeg de bijnaam "Uber for Doctor Housecalls."


Heal is een smartphone-app vergelijkbaar met de app van de op-afroep- autodienst Uber, maar in plaats van een chauffeur, verschijnt er een arts aan uw deur of waar u ook wenst. Gebruikers downloaden de app en typen vervolgens een paar details in zoals het adres en de vermoedelijke reden voor de visite. Na het toevoegen van een creditcardnummer verschijnt er binnen de 20 tot 60 minuten een huisarts of een kinderarts, tegen een honorarium van $99.


De Heal dokters zijn van 8 u ‘s ochtends tot 8 u ‘s avonds, 7/7 van wacht. Heal werd opgericht door Dr. Renée Dua, een nefrologe met 20 jaar ervaring en nu chief medical officer van Heal. De dokters komen met een medische assistent en een kit met de nieuwste high-tech gezondheidgadgets, met inbegrip van een HD-videocamera. De artsen zijn stuk voor stuk afgestudeerd aan gerespecteerde instellingen zoals de University of California, Los Angeles; Columbia en Stanford. "De traditionele gezondheidszorg is blijven steken in de bureaucratie en inefficiëntie , artsen worden overbelast door formulieren in plaats van patiënten, " zegt Nick Desai, CEO en medeoprichter van Heal.


"Patiënten maken een overmatig gebruik van de spoedopnamedienst of gaan helemaal niet naar de dokter. Een arts die ter plaatse komt verwerft gelijk inzicht in de eigen omgeving van de patiënt en heeft meer tijd voor de patiënt zelf wat zich vertaalt in besparingen voor iedereen." Heal krijgt navolging want het Home Centered Care Institute kondigde zopas aan dat het een nieuw opleidingsprogramma opstart voor 5.000 nieuwe artsen per jaar die gespecialiseerd zullen zijn in (virtuele) huisbezoeken bij oudere patiënten.


In New York werd door Oscar Salazar, mede-oprichter van Uber, het bedrijf Pager opgericht dat een gelijkaardige dienst aanbiedt. Daar kost een eerste visite $50, wat achteraf kan oplopen tot $200. In Chicago en Milwaukee startten verplegers Go2Nurse, die een verpleger of vroedvrouw aan huis brengt en zich specialiseert in neonatal zorg, Alzheimler en Parkinson.


Alle bedrijven onderstrepen dat deze apps geen vervanging zijn voor traditionele consultaties bij een arts die zijn patiënt al jarenlang volgt. Maar deze nieuwe generatie van gezondheid apps kan bij kleine aandoeningen en symptomen die niet levensbedreigend zijn, tijd en energie besparen. Al zie ik hier Albert Hein of Lidl nog geen aanbieding voor een gynaecologisch consult in zijn folder zetten. Ik lees met interesse uw reactie.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 januari 2017

De digitale patiënt en de analfabeet

De minister gelooft in de patiëntgerichte digitale technologie en maakt een budget vrij voor projecten met apps. Ze heeft overschot van gelijk want deze toepassingen van eHealth kunnen de zorg voor patiënten verbeteren, om te beginnen voor mensen met chronische aandoeningen zoals diabetes of COPD. Maar om de grote filosoof Johan Cruijff te parafraseren: elk voordeel heb zijn nadeel.

eHealth brengt ook heel wat risico's met zich mee. Om te beginnen zijn vele apps, hulpmiddelen en apparaten (nog) niet officieel geëvalueerd, wat betekent dat de doeltreffendheid ervan onbekend en niet gegarandeerd is. Een tweede risico is dat in sommige gevallen technologie de vraag naar diensten en inzet van mensen verhogen en dat houdt het potentieel in zich dat de wijze waarop patiënten toegang hebben tot de zorg verstoort wordt. Maar het belangrijkste probleem dreigt de digitale uitsluiting van een hele bevolkingsgroep te worden.
Apps zijn maar één aspect van digitale technologie. Daarnaast zijn er wearables en monitoring technologie, online triage tools, online informatie en adviestools, gerichte interventies en peer support tools, online afspraken boeken en andere transactionele diensten zoals voorschriften verlengingen, consultaties op afstand, en tenslotte online toegang tot medische dossiers en zorgplannen.
In een recent rapport van de Britse Nuffield Trust waarschuwt de hoofdauteur Sophie Castle-Clark ervoor dat de digitale technologie een tweesnijdend zwaard is waaraan we ons lelijk kunnen pijn doen. Zonder de juiste regelgeving en een zorgvuldig proefondervindelijk onderzoek kunnen deze digitale hulpmiddelen de kwaliteit van de zorg in gevaar brengen en de manier waarop zorg nu wordt verstrekt ernstig verstoren. Wie het rapport aandachtig leest kan niet anders dan tot de conclusie komen dat men best kiest voor een techno-optimistische aanpak met een sceptische blik op de wetenschappelijke validering van de ontwikkelingen. Op die manier wordt men een techno-realist.
De minister kan over het kanaal wat leren: de NHS England wil dit jaar minstens 10% van zijn patiënten online krijgen. Tegen 2018 moet dat percentage verdubbeld zijn. Maar zoals bij alle digitale innovaties, is niet iedereen klaar om daarvan te profiteren. Laten we de Britse cijfers bekijken: 12.6 miljoen Britten hebben geen digitale basisvaardigheden, en 5.3 miljoen Britten zijn zelfs nog nooit online geweest. Dat is geen marginaal gegeven! Dit betekent dat 23 procent van de bevolking op dit ogenblik gewoon onbekwaam is om van die digitale transformatie gebruik te maken.
Er is geen reden om aan te nemen dat de Belgische bevolking beter digitaal geletterd zou zijn. Wie digitaal uitgesloten is, is niet in staat om dingen te doen die de meesten van ons vanzelfsprekend vinden, zoals online in contact blijven met familie en vrienden, online winkelen of gezondheidsinformatie googelen.
En omdat de digitale technologie met de dag verandert, raken deze ongeletterden steeds verder en verder achterop. Er is een sterke correlatie tussen digitale uitsluiting en andere vormen van sociale uitsluiting. Uit studies blijkt dat 60% van de digitale ongeletterden ook niet over andere kwalificaties beschikken. Er bestaat ook een sterke correlatie met leeftijd (57 % is 65+) en met gehandicapt zijn (49 %). Maar nog sterker is dat 82 % van deze ongeletterden toegeven dat ze elke motivatie om digitaal bij te leren, missen.
Wil de digitale gezondheidszorg dus sociaal en toegankelijk blijven voor iedereen, zoals dat in de analoge wereld het geval is, dan moet de overheid –dat zijn in ons land de regionale ministers- haar verantwoordelijkheid opnemen en ervoor zorgen dat de sociaal uitgeslotenen gemotiveerd worden om zich digitaal bij te scholen. Want ook dat is een vorm van preventie. Hier is een taak weggelegd voor digitale gezondheidscoaches. En voor de ziekenfondsen.
De ervaring met digitale insluitingprogramma's leert ons dat wie dat steeds digitaal geschoold is zelfverzekerder is, minder lijdt onder sociaal isolement, een verhoogd welzijn geniet en meer zelfvertrouwen heeft. Dat houdt echter ook economische meerwaarde in.
Uit een ander rapport van de Tinder Foundation dat dateert uit 2015 in opdracht van het UK Centre for Economics and Business Research blijkt dat de digitale bijscholing van de totale Britse bevolking in totaal £ 1.6 miljard zou kosten, maar in tien jaar tijd £14.3 miljard zou opbrengen. Die data kan geen enkele minister naast zich neerleggen. En in de praktijk bleek dit nog uit te komen ook.
Tussen 2013 en 2015, organiseerde de Tinder Foundation het Widening Digital Participation in opdracht van de NHS England. Dit hield in dat 380.000 patiënten geleerd werd hoe ze digitaal konden communiceren met hun huisarts. 250.000 patiënten konden op het eind van de rit digital uit de voeten. Uit de evaluatie bleek dat voor elk geïnvesteerd £1 de NHS £6.40 bespaarde. Hier ging het over eerstelijnszorg. Er loopt nu een gesofisticeerder project binnen de specialistische zorg voor bedlegerige patiënten waarbij gebruik gemaakt wordt van wearables en apps en waarbij zowel patiënten als clinici betrokken worden.
Het potentieel van de digitale transformatie van de gezondheidszorg is enorm. Maar het zal niet gaan op de manier waarop men in ons land een paar jaar geleden begonnen is: letterlijk vanuit een doodlopende straat waar een onzichtbare administratie doet wat ze denkt te moeten doen.
Digitale insluiting gaat niet over technologie. Het gaat over mensen: mensen die andere mensen helpen om te zien hoe het internet hun leven kan transformeren. En dat werkt alleen als dat lokaal gebeurt, face to face, vriendelijk en toegankelijk waarbij de gebruiker centraal staat. Men mag dan welk bijna 5 miljoen patiënten hebben die toestemming hebben gegeven om hun medisch dossier te delen, dat stelt niets voor als bijna een kwart van hen niet weet waarover het gaat. Digitalisering van de zorg en eHealth zijn mooie doelstellingen maar ze zijn niets als ze niet gekoppeld worden aan een sociale beweging.
Het is alsof men een prachtig wegennet zou bouwen in een land waar een kwart van de bevolking niet eens over een rijbewijs beschikt.


Meer info:
http://www.nuffieldtrust.org.uk/sites/files/nuffield/publ...
http://www.tinderfoundation.org/sites/default/files/research-publications/the_economic_impact_of_digital_s

 

Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)