09 november 2015

Help, zijn pietje verdwijnt

Sinds mijn vriend de dokter aan het scheiden is gaat het niet zo best met hem. Dat zijn fiets nu in de stalling staat begrijpen wij nog, dat hij de bierproeverijen van ons Gambrinusgezelschap niet meer zo regelmatig bijwoont gaat er al wat moeilijker in, maar dat hij nu denkt dat hij zijn mannelijkheid verloren heeft, is erover. Hij slaapt er niet meer van.
Erger nog, elke confrontatie met wat zijn mannelijke trots moest zijn zorgt voor een verergering van de toestand. Hij die ik er vroeger van verdacht bewust een extra spannend lycra broekje te dragen op zijn racefiets, hult zich nu in te wijde ribfluwelen pantalons waar de zeventigjarigen hier in het dorp een flodderig patent hebben.
Ik ken het fenomeen uit de Journal of the History of Medicine and Allied Sciences waar de Australische medisch historicus Ivan Crozier er een prachtig artikel http://dx.doi.org/10.1093/jhmas/jrr008 over schreef. Je lijdt aan koro, zeg ik, het is je inbeelding die je parten speelt. Iets wat nergens nodig voor is. Hij noemt het een psychische aandoening die in de DSM V beschreven staat als het genitaal retractiesyndroom of GRS. Wat de naam is van een groep psychische aandoeningen waarbij de lijder vreest dat de externe geslachtsdelen krimpen of zich in het lichaam terugtrekken. En dat niet onder invloed van de kou of uit angst.
Vaak vreest men dat de aandoening dodelijk is. De aandoening is vaak een gevolg van massahysterie: als één man denkt dat zijn penis is verdwenen, voelen andere mannen hun zaakje vaak ook verschrompelen. Gelukkig komt Koro zelden voor in de Ardennen, maar in ZO-Azië en zwart Afrika is het een bekend syndroom. De laatste uitbraak in Europa was in 1880 in Rusland.
GRS komt voornamelijk bij mannen voor. Er zijn echter ook gevallen bekend waarbij vrouwen de angst hebben voor het krimpen of verdwijnen van tepels en borsten. De term koro komt uit het Maleisisch-Indonesische taalgebied en betekent ‘verschrompelen' of – gek genoeg – ‘baggeren'. Volgens de Amerikaanse antropologe Louisa Lombard, van de University of California in Berkeley,  is koro na een lange periode van afwezigheid terug van weggeweest in Afrika.
Ze berichtte in 2013 in het blad Pacific Standard over een geval van massahysterie in de Centraal Afrikaanse Republiek, waar twee mannen beweerden dat hun penis gestolen was door een reizende theehandelaar. In de samenscholing die daarop volgde, kreeg al snel nog een man het gevoel dat zijn geslachtsdeel verdween. Dit verhaal past precies in eerdere uitbraken van koro. Meestal botst een man per ongeluk tegen een ander en voelt dan zijn mannelijkheid verdwijnen, alsof een zakkenroller zijn penis heeft meegenomen.
Koro wordt doorgaans als een ziekte beschouwd, terwijl het Chinese suo yang (letterlijk: krimpende penis) meer wordt gezien als een afname van het yang onder invloed van bijvoorbeeld koud weer (dat yin is). Iets wat wel vaker voorkomt en niet alleen in China maar ook in de Ardennen. De oplossing in Afrika, zo bericht Lombard, is om de penis met een touwtje vast te binden en snel een medicijnman op te zoeken. Die kan de betovering verbreken en de man in kwestie beschermen tegen andere dieven.
Maar die oplossing ziet mijn vriend niet zitten.
We besluiten tot een groepstherapie over te gaan en bestellen nog een rondje oude Orval uit de kelder. Volgens Duitse onderzoekers komt koro veel vaker voor in het Westen dan vermoed. De geleerde vrouw beaamt dit. Volgens haar zijn er heel wat crypto koro's onder de mannelijke politici. Wie meer over koro wil weten raad ik een oud nummer van Harper's aan. http://harpers.org/archive/2008/06/a-mind-dismembered/

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:17 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 april 2012

De lenteschoonmaak

Ik beken. Ik heb een probleem. Ik  verzamel. Ik stapel en rangschik. Ik vergelijk en vul aan. Ik zoek en ben vaste klant op oude markten, brocanterieën, en ruilbeurzen.  Kookboeken uit de tijd dat koken nog niet in de mode was en toen er nog geen kookprogramma’s bestonden. Bootlegs van Dylan en aanverwanten. Oude wetenschappelijke tijdschriften. Biografieën. Geschiedenisboekjes die dienst hebben gedaan in het middelbaar en lager onderwijs uit alle landen. Schoolatlassen.  En dan heb ik het nog maar over wat nu mijn belangstelling wegdraagt. Ik ben niks neurotisch, wil geen nesten bouwen en heb geen schrik voor de toekomst. Ik zie die dingen graag. Daarnaast heb ik een hekel aan officiële schrijvens. Die ben ik liever kwijt. Ik haat rekeningen, levensverzekeringsoverzichten, kadastrale inlichtingen, polissen, aanslagen, berekeningen, herinneringen en onkostennota’s. Volgens mij is dat een veel groter probleem dan het eerste. De stapel ongeopende brieven in een onleesbaar en onverteerbaar Nederlands stapelen zich op tot ik me er een middag aanzet.

Verzamelwoede staat nog niet in de DSM-V. Zo ver hebben ze het nog niet gedreven. Maar het niet kunnen definitief afscheid nemen en niet voor altijd kwaad zijn op ex-geliefden is wel een psychisch probleem dat waarschijnlijk met een pilletje kan verholpen worden. Is dat dan niet normaal, vraag ik haar. Het stoort niet, maar normaal kan je dat niet noemen, roept de geleerde vrouw die van het vak is vanuit de andere kamer . Ik geef dat toe. Maar dat verzamelen van mij valt in het niet bij wat de zoon van mijn hooggeleerde vriend de huisarts doet: die verzamelt verzamelingen. Ik geef me gewonnen en begin in mijn bibliotheek aan de lenteschoonmaak . Maar mocht u nog een oud kookboekje van uw moeder liggen hebben, liefst van voor de tijd van drukpan dan hou ik me aanbevolen.  

Bij nader inzien blijk ik wel degelijk ziek te zijn: ik lijd aan het T.05.323:Obsessive-Compulsory Column Writing Narcistic Personality Disorder of OCCNPD, tenminste vanaf april 2013 als de DSM-V van kracht wordt.

Marc van Impe

21:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

31 oktober 2011

Hersenziek iemand?

‘Wij zijn ons brein’, schreef hersenonderzoeker Dick Swaab. Uiteraard. Maar nu zou uit internationaal onderzoek blijken dat een derde van de Europese bevolking  of maar liefst 165 miljoen mensen lijdt aan een of meer hersenziekten! Ook blijkt dat van hen slechts een kwart hulp krijgt. Koren op de molen van de psychiaters en marchands in mindfulness, gezondheidscoaches en it’s all in the mind-adepten.

Is hier sprake van een nieuwe epidemie à la H1N4? Of waren we al behoorlijk hersenziek, en wisten we het niet? Is dit nu pas wetenschappelijk vastgesteld? Waarom heeft men ons dit zo lang verzwegen? ‘Slapeloosheid’  is ook een hersenziekte, schrijft het  European College of Neuro-psychopharmacology (ECNP) – zij zijn de uitvoerders van het onderzoek –, zeg ik tegen de geleerde vrouw.  Als ziekenhuisarts die ’s nachts wel eens wakker ligt omdat formulier 74bisMKG.a ontbrak, weet ze er alles van.  En wie van al de mensen die ik wel eens ontmoet zou hersenziek zijn. Mijn vriend Nano de apotheker ? De professor met zijn slecht gebit. De misogyne huisarts met alterneute neigingen? Mijn collega de commentator met zijn eeuwige drang naar nog een Orval meer? Ik ontmoet zo’n 20 mensen per dag, bereken ik. Zeven zijn dus hersenziek. En ze weten het niet.

Gelukkig berust dit bericht op een volmaakt syllogisme: eerst is er gedrag dat bestempeld wordt als een geestesstoornis, geestesstoornissen zijn hersenziekten en hersenziekten moeten – net als andere ziekten – worden behandeld.  In onze westerse samenleving wordt ervan uitgegaan dat sommige mensen inderdaad lijden aan een of andere vorm van een geestesstoornis. Over welk gedrag precies als geestesstoornis mag worden aangemerkt is binnen en buiten de psychiatrie echter het laatste woord nog niet gesproken. Dat zal ook niet gebeuren omdat dit afhangt van de afspraken die we daarover met elkaar maken. Neem nu de DSM V. De redactie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders weet daar alles over.  Geestesstoornissen zijn modeverschijnselen: hysterie, neurasthenie en homoseksualiteit zijn niet langer stoornissen, sociale fobie en posttraumatische stressstoornis zijn nieuw.  In het uitstekende blad Skepp, niet te verwarren met de vereniging die hetzelfde doel nastreeft, wordt aardig de draak gestoken met de herziening van deze bijbel van de moderne westerse psychiatrie. De redactie ging zo ver dat ze het encyclopedisch werk herleidt tot een democratisch proces waarin de leek zelfs op de website voorstellen kan doen voor nieuwe psychische stoornissen. Zo wordt door de herzieners als nieuwe stoornis de ‘premenstruele dysfore stoornis’ voorgesteld. 

OK, Freud is out. Het brein is in. Probleem is dat slechts weinig artsen en onderzoekers zich tot dusver gespecialiseerd hebben in de laagbetaalde wetenschap van de neurologie. Wie gaat stoornissen als  ziekten kwalificeren?  Geestesstoornissen hangen samen met biologische, psychologische en sociale factoren die in onderlinge verwevenheid hun bijdrage leveren. Maar het reduceren van zoiets complex als gedrag en gedragsstoornissen tot uitsluitend een gevolg van breinprocessen doet de werkelijkheid van mensen met uiteenlopende psychische problemen geen recht. Dat sluit overigens geenszins uit dat er soms wel degelijk een grote, en misschien wel overheersende, bijdrage is van hersenprocessen bij het veroorzaken van gedragsproblemen, zoals in het geval van de ziekte van Alzheimer. Maar om dat zo blunt te stellen als zou een derde van ons hersenziek zijn, daar moet je meer dan een stoornis voor onder de leden hebben. Waar moet dit alles toe leiden? Uiteraard tot behandeling. Uit het onderzoek blijkt dat driekwart van alle gesignaleerde ‘hersenzieken’ geen behandeling krijgt. Dat moet volgens de onderzoekers beter, want ziekten behoeven immers behandeling. En dan liefst ‘vroege opsporing en snelle behandeling’ … ‘om te voorkomen dat beginnende hersenziekten zich verder ontwikkelen en chronisch worden’.

Zou die ECNP banden hebben met de farmaceutische industrie? 

 

Marc van Impe

http://www.ecnp.eu/en/publications/reports/~/media/Files/...

21:29 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)