23 december 2015

Een kwestie van gezond verstand

Er bestaat niet zoiets als een mannen- of vrouwenbrein, lees ik in de krant. Er bestaat in elk geval wel zoiets als serendipiteit. Onderweg tussen Kortenberg en Alsemberg word ik diezelfde middag gebeld door dokter Toon Goossens. Het gaat langzaam en we praten zonder handen, dus ontspint er zich een aangenaam gesprek. Het blijkt dat ik een lezer heb. Meer nog, een iemand die niet om de haverklap met wijsneuzige opmerkingen van een boer met kiespijn op zijn klavier gaat rammen, maar een fijngevoelig en fijnzinnig mens die een goed stukje column weet te waarderen. De man kan zelf aardig met taal en gedachte overweg en is auteur van een boek teweeg. Hij meldt me dat hij een fragment uit een vorige column van mij wil gebruiken. Of ik me daarin kan vinden ? Gezien ijdelheid me zeker niet vreemd is, en ze op dat moment in een droevige verkeerssituatie overmatig gestreeld wordt, stem ik toe. Maar wat heb ik toen eigenlijk geschreven dat het citeren waard is ?


Ik citeer het citaat: (Marc van Impe) verhaalt hoe hij op een congres in Boston vier vrouwen ontmoette die op de luchthaven hun bagage verspeeld hadden en bijgevolg een weekend zonder de vertrouwde make-up en schone lingerie tegemoet gingen. En dan beschrijft hij de superioriteit van de vrouw: "Geen gevloek, geraas of gedaas zoals je dat van mannen mag verwachten, maar de intelligente reactie dat we zeker een oplossing voor dit basaal probleem zouden vinden." De verdere ontwikkeling is dan ook zeer positief: "Ze kochten nog vóór het congres bij Victoria's Secret een paar nieuwe setjes elegante luchtigheid, een sjaal en een jas op kosten van Delta Airlines, en een nieuwe dag- en nachtcrème. De juiste prioriteiten waren gesteld, de dag kon niet meer stuk."


En dan gaan de gedachten van de auteur spontaan naar Melvin Konner, eerst over de vaak al te gewelddadige instelling van mannen: "Alleen mannen kunnen drager zijn van een specifiek stukje DNA, SRY genaamd, dat ervoor zorgt dat ze een zeer toegenomen risico hebben niet alleen gewelddadig uit de hoek te komen, maar ook zelf het slachtoffer te worden van dodelijk geweld.  Meer dan 90% van de misdadigers zijn drager van dit gestoorde gen wat staat voor ‘Sex determining Region of Y chromosome', en bijna de helft van alle mannen lijdt aan hetzelfde falen.  Er valt niets aan te doen, het is een biologisch lot.  Maar dan wel een lot dat voor heel wat ellende gezorgd heeft en nog zorgt."  Ik concludeer: het is hoogtijd dat veel van dat soort mannelijkheid de plaats ruimt voor vrouwelijkheid.  En nu laat ik, in navolging van mijn favoriete blogschrijver, Melvin Konner zelf aan het woord. Ladies and gentlemen, fasten your seat belts. Hier gaan we…


"Niet alleen zijn vrouwen beter geschikt om een situatie te evalueren en daarop te reageren, ze zijn ook betrouwbaarder, eerlijker, meer fair, ze werken harder en spelen eerlijker, ze zijn relatief onafhankelijker van hun seksuele driften, zijn minder bevooroordeeld, minder bijgelovig en minder agressief. Ze leven langer, hebben over het algemeen een lagere morbiditeit en mortaliteit op elke leeftijd, hebben meer afweer tegen allerlei ziekten, hebben minder hersenafwijkingen die leiden tot afwijkend of destructief gedrag, ze lopen minder kans verslaafd te worden en boven alles, ze kunnen uit hun eigen lichaam nieuw leven creëren.  En daar hebben ze binnenkort geen mannen meer voor nodig."


Persoonlijk onderschrijf ik dat alles niet zonder meer. Maar als de helft ervan waar is, is het ook al de moeite.


In dezelfde blog lees ik nog waarom mijn eigen vak, geneeskunde, zo snel vervrouwelijkt. Aan het woord is de voorzitster - een vrouw dus - van de American Association of Anatomists: "Vrouwen zijn betrouwbaarder in hun diagnose, geduldiger, empathisch, en minder pretentieus dan hun mannelijke collega's.  Dat wordt door patiënten en collega's geapprecieerd.  Bovendien zijn vrouwen veel zelfzekerder."  Als ik me niet vergis, hebben we dergelijke taal in de loop van onze "speurtocht naar het vrouwelijke in de mens" al eerder gehoord.  Er zal dus wel iets van aan zijn…


Ik ben content van mijn eigen, zoals mijn oma zou gezegd hebben. Terug van mijn afspraak lees ik in de krant waarmee ik deze column begon, dat elk brein een volstrekt uniek mozaïek van kenmerken is die in meerdere of mindere mate vrouwelijk of mannelijk zijn. "We moeten stoppen met termen als vrouwelijke en mannelijke hersenen", zegt de Israëlische neuro- en gedragswetenschapper Daphna Joel. "Er zijn niet slechts twee vormen. Als het om de hersenen gaat is er sprake van veelvormigheid." De studie waarop Joel zich baseert, 'Het mozaïek van het menselijk brein', staat sinds 1 december in het tijdschrift PNAS. Joel stampt daarmee een open deur in.


Als man en liefhebber van vrouwen, als oprechte bewonderaar weet ik uit ervaring dat het vrouwelijk brein als een zomerdag aan zee is. Het kan prachtig zeilweer zijn, de dag belooft stralend te worden, met dank aan de anticycloon van de Azoren die haar humeur bepaalt. Maar achter ons ontwikkelt zich een kanaalrat die zorgt dat onze adrenaline de hoogte wordt ingejaagd. En dat we als "apparent rari nantes in urgite vasto". Allemaal onze eigen schuld, alleen weten we dat net als Aeneas nog niet. Waarna ze weer over gaat in een vredige vlakte van zoute soep.


Uiteraard zijn er geen algemene fysieke verschillen tussen mannen- en vrouwenbreinen. Er zijn wel ontwikkelingsverschillen. En bij sommigen ontwikkelen de hersenen zich tot een reptielenbrein. Die kom je in mijn vak ook wel eens tegen.


Als het boek van dr. Toon Goossens verschijnt zullen we u dit zeker melden.
 
Marc van Impe

Bron: Medi Quality

10:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)