04 oktober 2017

"Psychiater moet weer zenuwarts van vroeger worden"


Sinds de neuropsychiatrie zich opsplitste in neurologie en psychiatrie is het gezondheidsrisico voor psychiatrische patiënten alleen maar toegenomen. Psychiaters hebben vaak de neiging om weinig aandacht te besteden aan de lichamelijke ziekten van hun patiënten. Terwijl toch blijkt dat zestig tot zeventig procent van de psychiatrische patiënten ook een lichamelijke aandoening heeft, zegt dokter Wiepke Cahn, (1961), die haar opleiding tot psychiater deed in de Guy's and St Thomas' Hospitals in Londen en in het UMC Utrecht.


Daar is ze nu hoogleraar lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen bij het Hersencentrum. De psychiatrie heeft volgens Wiepke Cahn te weinig aandacht gehad voor de mens als geheel.


"De levensverwachting van mensen met een chronische psychiatrische aandoening is met 15-20 jaar is afgenomen. De belangrijkste doodsoorzaken zijn hart- en vaatziekten, maar ook andere lichamelijke aandoeningen zoals diabetes en kanker komen vaker voor bij mensen met een psychiatrische aandoening. Je kunt eigenlijk wel zeggen dat de psychiatrie de lichamelijke gezondheid van patiënten schromelijk heeft verwaarloosd." Zij hield op 12 september haar oratie Focus op lijf en Leden, en neemt daarin de opdracht aan het roer om te gooien.


Zo haalde ze in haar oratie de casus aan van een anorexiapatiënt die ook coeliakie bleek te hebben, glutenintolerantie, maar die acht boterhammen per dag moest eten. Dokter Cahn zocht dit uit en stelde vast dat vrouwen met een glutenintolerantie vaak ook eetstoornissen hebben. Een andere vaststelling was dat veertig procent van de mensen met schizofrenie van al jong een verstoorde stofwisseling hebben waardoor ze diabetes en hart- en vaatziekten kunnen ontwikkelen. Dat komt door overgewicht en gebrek aan beweging, wat dan weer een bijwerking van de medicijnen kan zijn.


Er is dus een samenhang tussen bepaalde psychiatrische en bepaalde lichamelijke aandoeningen, maar die puzzel is nog lang niet opgelost. Dr. Cahn in NRC: "Waarom gaan psychosen vaak samen met diabetes? Schildklierproblemen met manische depressiviteit? Anorexia met glutenintolerantie? Je vraagt je af welk onderliggend systeem is aangedaan, welke genen en omgevingsfactoren daarop van invloed zijn. We denken dat het met het immuunsysteem te maken heeft. Bij bipolaire stoornissen zie je veel eczeem, astma, allergie. Als hier iemand binnenkomt met van die rode vlekken in het gezicht en rond de ogen, dan denk ik: o ja. Bij depressie is dit verband minder duidelijk.


Bij mildere depressies hangen de oorzaken vaker samen met de omgeving, meer dan bij psychosen of bipolaire stoornis. Maar bij ernstige depressies zie je veel hart- en vaatziekten, overgewicht en diabetes. Kijk je omgekeerd naar patiënten die met een somatische aandoening in het ziekenhuis zijn opgenomen, dan zie je het vaakst depressie en angststoornis. En posttraumatisch stresssyndroom, als gevolg van de behandeling."


Omgekeerd heeft dertig procent van de somatisch zieken in het ziekenhuis ook een psychiatrische stoornis die in de DSM-5 is opgenomen, stelt dr. Cahn. " Neem de ziekte van Addison, waarbij de bijnierschors te weinig cortisol aanmaakt, het stresshormoon. Endocrinologen en hun patiënten zeiden tegen mij: wij zien veel depressie en ook wel cognitieve problemen, moeten we niet gaan samenwerken? Zelf had ik een patiënt met bijnierschorsproblemen, en diabetes en depressie. Opeens werd hij suïcidaal, ik begreep er niets van. Later dacht ik: de cortisol!


Nu weet hij dat hij bij psychische stress meer hydrocortison moet innemen. Hij heeft dan ook geen last meer van depressie." Het heeft echter geen zin om alle somatische patiënten te screenen op psychiatrische aandoeningen. "Lang niet alle somatische patiënten hebben een psychiater nodig, maar het zou goed zijn als er breder gekeken werd. Je zou eenvoudig kunnen beginnen door bij somatische patiënten te vragen of er psychiatrische aandoeningen in de familie of in hun voorgeschiedenis zijn.


En je kunt wel kijken naar groepen met een hoog risico, bijvoorbeeld op de intensive care." In UMC Utrecht heeft men daarvoor recent een hoogleraar benoemd. Op MediQuality werd in de bijdragen van dr Annemie Uyttersprot meer dan eens gewezen op de noodzaak van een ‘klachtenkliniek': "Darmen, inflammatie, hormonen, hersenen spelen allemaal een rol en dat is wat ik doe bij CVS/ME patiënten." Maar in de periferie noch de universitaire ziekenhuizen heeft men daar oren naar.


Cahn pleit voor een terugkeer naar de neuropsychiatrie. "De psychiater zou weer de zenuwarts van vroeger moeten worden," zegt ze terwijl ze ook pleit om de kwaliteit van de psychiaters op te trekken. "Ik zou de affiniteit met de psychiatrie willen toetsen bij de toelating tot de verschillende opleidingen, te beginnen met de geneeskunde."


Meer info: http://www.umcutrecht.nl/nl/Ziekenhuis/Zorgverleners/Cahn-W

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 mei 2014

Hoe bereid ik mijn dood voor? (gastblog door Dr. A.M. Uyttersprot)


VILVOORDE 15/05 - Als arts worden we dagelijks geconfronteerd met levensvragen van patiënten. Soms is het zo druk dat we onze eigen vragen verdringen. Laatst had ik alsnog even de tijd voor mezelf. Vandaar deze gedachte en vraag die ik graag met collega's wil delen.
Soms voel ik pijn in de hartstreek, zomaar, en dan weer niet. Ik ben intussen een vrouw van middelbare leeftijd. En als het nu eens echt een hartprobleem is en ik doodga? Dat brengt me bij de gedachte: Hoe kan ik dit zo goed mogelijk doen? Gelukkig dood gaan, dit is een terrein waarover de wetenschappers niet veel te vertellen hebben, er is dus ook veel werk voor mijn collega's psychiaters die hun trukendoos van de cognitieve gedragstherapie nog eens kunnen opentrekken.
Hoe zou men gelukkig kunnen dood gaan? Men kan zich niets meer aantrekken van wat er met jou gebeurt na de dood "après moi le déluge". Veel mensen vinden het toch belangrijk een goede indruk na te laten en weten dat er mensen zijn die hen herinneren, om hen gegeven te hebben. Een zaak is zeker, denk ik, niemand gaat graag eenzaam dood.
Maar wie komt er in aanmerking om herinnerd te worden? Moet men sociaal, machtig en rijk geweest zijn? Het is niet ongewoon dat rijken en machtigen eenzaam dood gaan. Dus blijven over de sociale mensen, mensen die om anderen geven, die vrienden hebben en zichzelf niet als het middelpunt van de wereld zien.
Wat kan ik doen om gelukkig dood te gaan? Is het echt belangrijk? En hoe wil ik zijn na de dood. Wil ik begraven worden, verast? Het voordeel van een urne op de schouw is dat je je nabestaanden niet die telkens weerkerende trek naar kerkhoven op 1 november oplegt, met daarbij de druk om het schoonste graf en de meeste bloemen. Herinneringen aan het verleden heb je ten slotte elke dag en niet één keer op een jaar. Ik wil graag verast worden, in een urne gegoten en in een rots in de tuin gezet worden met een bankje ervoor waar mijn nageslacht zich kan komen bezinnen, liefst met een kaarsje ervoor zoals de maagd Maria. Maar wordt het huis verkocht, wat doe je met de roots? Neem je die mee, voel je er nog verbonden ermee? Is het niet beter om je as te laten uitstrooien, terug naar de natuur waar je altijd deel van uitmaakt?
Als arts vraag ik me af waarom dit een onontgonnen terrein is. Waarom er zoveel weerstand is om hier een onderzoeksobject van te maken. Voor onderzoeksgroep van de psychiaters zou hier best wat geld aan verdiend kunnen worden. Bovendien past het in de hype van het gelukkig zijn, en alle irrealistische verwachtingen die daarbij horen. Altijd gelukkig zijn is het ergste wat je kan overkomen, je hebt niets meer om voor te leven. Het is dus beter van altijd wat ongelukkig te zijn en soms eens erg ongelukkig waardoor je nadien er sterker uitkomt. Dus liever een onderzoek naar hoe men wat ongelukkig kan zijn en hoe de ergste diepten te verslaan. Hoe wordt je sterker.
Tot besluit: ik weet het al; ik wil mijn best doen om herinnerd te worden zodat mijn nageslacht fier is op mij, en ze zich vooral ontspannen en blij voelen wanneer ze over mij praten. Ik weet niet of het me lukt. Ik ben ook maar een mens met mijn perioden van ongelukkig zijn. Maar voorlopig leef ik nog, en ben ik mijn periodes van ongeluk steeds te boven gekomen.
 
Dr. Anne Marie Uyttersprot

 


Dr. Anne Marie Uyttersprot, 60, studeerde in Gent en Leiden neurologie, psychiatrie en neurofysiologie. Ze heeft een praktijk in een perifeer ziekenhuis in de rand van Brussel, evenals een privé praktijk. Daarnaast werkt ze als gerechtelijk deskundige.
 
Bron: MediQuality

19:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)