23 november 2016

De dood als levenskunst

De dood maak je maar een keer mee, zei Wim T. Schippers, dan ga je toch niet liggen slapen? Daaraan moest ik denken toen ik hoorde dat mijn collega doodgevallen was op zijn fiets.

Een sportjournalist, altijd in de weer, nooit gedaan. Als hij niet in jak aan de rand van het parcours een veldrit stond te volgen, leerde hij achter het stuur lijstjes uit het hoofd. We hebben het een paar keer over de dood gehad, euthanasie toen een van onze ouders zo ver was, suïcide toen een gemeenschappelijke vriendin uit het leven stapte.

Overreden worden, dat leek hem wel iets, pats boem in stukken en gedaan. De Dood -vonden we- moest je niet uit de weg gaan, die moest je in de ogen kijken. Iets intelligents zeggen dat je nabestaanden in verwarring achterliet. De beroemde laatste woorden. Maar vooral niet ongemerkt.

Het heeft anders moet zijn. De Dood nam hem langs achteren in de vorm van wat foutief een hartaderbreuk genoemd wordt. Bleek dat hij al jaren met een gigantisch aneurysma had rondgelopen. Nooit had iemand dat gezien.

Ik vond het wel stijl hebben. Ik wil in elk geval geen stervensbegeleiding aan mijn bed. Mijn geliefden mogen wel langskomen, liefst zelfs, dan kan ik ze nog eens zeggen dat ik ze -ondanks al mijn tekortkomingen- toch graag gezien heb. En mijn vrienden, om hen nog maar eens te verbazen met een laatste fantastische vertelling.

Maar geen lekenhelper, geen priester, rabbijn of imam. En laat niemand me zeggen dat alleen God bepaalt wanneer de mens mag gaan. Ik wil eigenlijk gaan als mijn grootvader. Met een laatste onbeantwoorde vraag. De zijne luidde als volgt: hoe komt het toch dat als je witte en rode wijn met elkaar mengt, je geen rosé krijgt?

De man had maagkanker. Hij had twee wereldoorlogen overleefd, een zaak opgebouwd en ging, wetende dat hem anders –in die wederopbouwjaren vijftig- een ijzeren dieet wachtte. Als vorm van zelfdoding is dit minstens origineel te noemen. De dood was voor hem een vorm van levenskunst.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 juni 2015

Reveil en de kunst van het versterven

Elke geschiedenis herhaalt zich. Veertig jaar geleden was goed fatsoen het nieuwe woord waar alles om draaide. In Nederland, het gidsland toen, ontstond onder leiding van de christendemocratische jurist en politicus Dries Van Agt het ethisch reveil. De permissiviteit had zijn grenzen bereikt. In ons land waren dat figuren als Leo Tindemans die de maatschappij bestuurden. Nu staan we voor een nieuw ethisch reveil. Het gaat nu niet meer om het ongeboren leven, de zogenaamde vrije liefde of zedenverwildering maar om het recht op doodgaan.

Dat de wet op de euthanasie er gekomen is heeft weliswaar niet geleid tot een massaal geassisteerde suicidegolf onder bejaarden, depressieven en dementen maar het feit alleen al dat de mogelijkheid  bestaat is voldoende voor de ethicus van conservatief christelijke huize om alle hens aan dek te blazen. De vakantie is een  mooie tijd om hier dieper op in te gaan. Niets zo ontspannend als een goed doordacht stukje te lezen over leven en doodgaan bij het genot van iets licht alcoholisch fris in de schaduw van een oude hoogstam aan de oever van een stuk water.

Palliatieve zorg heet het alternatief te zijn voor wie het gehad heeft in dit ondermaanse. Ik lees een rapport van de Nederlandse artsenorganisatie KNMG. Ouderen die 'klaar zijn met leven' zullen steeds vaker hun leven beëindigen door te stoppen met eten en drinken. En de KNMG waarschuwt voor mensonterende toestanden. Het overlijden duurt gemiddeld 13 dagen. De helft van de patiënten blijkt  eerst een euthanasieverzoek te hebben gedaan, dat niet is ingewilligd.

Net zoals in ons land staan in Nederland nogal wat artsen vaak huiverig tegenover euthanasie. De zelfbewuste patiënt  besluit daarom "het" zelf te doen en bewust af te zien van voedsel en drinken. Calvinistisch en hartsgrondig nuchter als ze zijn heeft de KNMG dit onderzocht. Het resultaat is een rapport  met adviezen hierover voor artsen en verpleegkundigen. De organisatie, die diverse hoogleraren en artsen op het gebied van palliatieve zorg en ouderenzorg raadpleegde, verwacht dat het gebruik van deze methode toe zal nemen vanwege de vergrijzing en de groeiende behoefte aan zelfbeschikking. Volgens schattingen gebeurt het tussen de 600 en 2800 keer per jaar, ook bij terminaal zieke patiënten. 

'Onze indruk is dat stoppen met eten en drinken over het algemeen goed te doen is', zegt internist-oncoloog Alexander de Graeff, voorzitter van de commissie die het rapport opstelde in De Volkskrant. 'Ik hoor niet vaak dat dit fout gaat. Als de arts dit goed begeleidt, kan dit zonder ondraaglijke pijn en dorst. De dorst staat meestal niet op de voorgrond.'

Maar naar stoppen met eten en drinken is weinig of geen onderzoek gedaan. Critici vrezen dat artsen hier veel te gemakkelijk naar zullen verwijzen om de - steeds complexere - euthanasiegevallen te ontwijken. Ze stellen dat dit geregeld uitloopt op een lijdensweg. Tegenstanders van deze praktijk noemen  dit een  zoek-het-maar-uit-euthanasie. In onze moderne samenleving met alle technieken, is dit een barbaarse, middeleeuwse methode.

Artsen in Nederland mogen in principe iedereen begeleiden die hiertoe besluit. Het vergt geen ingewikkelde procedures en toetsing door een tweede arts, zoals bij euthanasie wel nodig is; het is normaal medisch handelen. En nu komt het mooie christelijke principe van de hypocrisie: de KNMG zegt dat de methode niet moet worden beschouwd als zelfdoding, maar dat het vergelijkbaar is met patiënten die een behandeling weigeren.

De organisatie wil geen oordeel vellen over de vraag of dit een goede weg is, maar zegt wel dat artsen verplicht zijn hierbij medische zorg te verlenen. Bij gewetensbezwaren moeten ze helpen een andere arts  te zoeken.  De Graeff wil niet zeggen dat de methode altijd probleemloos verloopt. 'Het is net als met  een normaal sterfproces. Dat kan ook zwaar en moeilijk zijn. Het is een illusie dat sterven altijd makkelijk gaat. Als dit een weloverwogen beslissing is, dan is het goed dat mensen zelf die keuze kunnen maken.'

Psychiater Boudewijn Chabot, die de methode onderzocht voor zijn proefschrift, zegt tijdens presentaties te merken dat jonge artsen geïnteresseerd zijn. 'Bij artsen gaan de ogen open. Zij zien dat dit een van de alternatieven is voor euthanasie en denken: o, dit kan dus ook?' Hij waarschuwt dat het bij mensen onder de zestig wel problematisch verloopt. 'Als je dit bij jongere mensen doet, is dat rampzalig. De hang naar het leven is zo sterk, dat mensen in hun slaap nog naar de kraan lopen.'

Het zet me tien jaar terug in de tijd toen een goede vriend  van me aan de palliatie ging. De zuster van het Wit-Gele Kruis, een goed doorvoede dame, zei dat ze Jean gingen laten versterven. Mijn vriend koos er niet voor, de keuze werd hem aangepraat. Hij liep de laatste nacht de kelder in. Met deze gedachte de zomer ingaan, het is eens iets anders.

Het is zeer de vraag of de pleitbezorgers van deze christelijke sterfmethode hier zelf zullen voor kiezen. Hun reveil hebben ze in elk geval gehad.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality 

16:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 mei 2014

Hoe bereid ik mijn dood voor? (gastblog door Dr. A.M. Uyttersprot)


VILVOORDE 15/05 - Als arts worden we dagelijks geconfronteerd met levensvragen van patiënten. Soms is het zo druk dat we onze eigen vragen verdringen. Laatst had ik alsnog even de tijd voor mezelf. Vandaar deze gedachte en vraag die ik graag met collega's wil delen.
Soms voel ik pijn in de hartstreek, zomaar, en dan weer niet. Ik ben intussen een vrouw van middelbare leeftijd. En als het nu eens echt een hartprobleem is en ik doodga? Dat brengt me bij de gedachte: Hoe kan ik dit zo goed mogelijk doen? Gelukkig dood gaan, dit is een terrein waarover de wetenschappers niet veel te vertellen hebben, er is dus ook veel werk voor mijn collega's psychiaters die hun trukendoos van de cognitieve gedragstherapie nog eens kunnen opentrekken.
Hoe zou men gelukkig kunnen dood gaan? Men kan zich niets meer aantrekken van wat er met jou gebeurt na de dood "après moi le déluge". Veel mensen vinden het toch belangrijk een goede indruk na te laten en weten dat er mensen zijn die hen herinneren, om hen gegeven te hebben. Een zaak is zeker, denk ik, niemand gaat graag eenzaam dood.
Maar wie komt er in aanmerking om herinnerd te worden? Moet men sociaal, machtig en rijk geweest zijn? Het is niet ongewoon dat rijken en machtigen eenzaam dood gaan. Dus blijven over de sociale mensen, mensen die om anderen geven, die vrienden hebben en zichzelf niet als het middelpunt van de wereld zien.
Wat kan ik doen om gelukkig dood te gaan? Is het echt belangrijk? En hoe wil ik zijn na de dood. Wil ik begraven worden, verast? Het voordeel van een urne op de schouw is dat je je nabestaanden niet die telkens weerkerende trek naar kerkhoven op 1 november oplegt, met daarbij de druk om het schoonste graf en de meeste bloemen. Herinneringen aan het verleden heb je ten slotte elke dag en niet één keer op een jaar. Ik wil graag verast worden, in een urne gegoten en in een rots in de tuin gezet worden met een bankje ervoor waar mijn nageslacht zich kan komen bezinnen, liefst met een kaarsje ervoor zoals de maagd Maria. Maar wordt het huis verkocht, wat doe je met de roots? Neem je die mee, voel je er nog verbonden ermee? Is het niet beter om je as te laten uitstrooien, terug naar de natuur waar je altijd deel van uitmaakt?
Als arts vraag ik me af waarom dit een onontgonnen terrein is. Waarom er zoveel weerstand is om hier een onderzoeksobject van te maken. Voor onderzoeksgroep van de psychiaters zou hier best wat geld aan verdiend kunnen worden. Bovendien past het in de hype van het gelukkig zijn, en alle irrealistische verwachtingen die daarbij horen. Altijd gelukkig zijn is het ergste wat je kan overkomen, je hebt niets meer om voor te leven. Het is dus beter van altijd wat ongelukkig te zijn en soms eens erg ongelukkig waardoor je nadien er sterker uitkomt. Dus liever een onderzoek naar hoe men wat ongelukkig kan zijn en hoe de ergste diepten te verslaan. Hoe wordt je sterker.
Tot besluit: ik weet het al; ik wil mijn best doen om herinnerd te worden zodat mijn nageslacht fier is op mij, en ze zich vooral ontspannen en blij voelen wanneer ze over mij praten. Ik weet niet of het me lukt. Ik ben ook maar een mens met mijn perioden van ongelukkig zijn. Maar voorlopig leef ik nog, en ben ik mijn periodes van ongeluk steeds te boven gekomen.
 
Dr. Anne Marie Uyttersprot

 


Dr. Anne Marie Uyttersprot, 60, studeerde in Gent en Leiden neurologie, psychiatrie en neurofysiologie. Ze heeft een praktijk in een perifeer ziekenhuis in de rand van Brussel, evenals een privé praktijk. Daarnaast werkt ze als gerechtelijk deskundige.
 
Bron: MediQuality

19:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)