17 december 2014

Wat als de dokter echt ziek is?

Er is een ramp op komst. De wereld staat stil. Mijn vriend de dokter is ziek. Niet zomaar een griepje, een norovirusje dat op een verkeerde deurklink zat. Maar iets serieus, zegt hij somber. Dat dit mogelijk was, hadden we nooit gedacht. Maar ook een dokter kan ziek worden.

Het klinkt logisch, maar mijn vriend realiseert zich nu pas dat echt zover is en zelfs nu heeft hij er moeite mee.

Uit ervaring weet ik dat dokters net gewone mensen zijn. Behalve als ze ziek zijn. Dan gaat er bij sommige artsen een chipje aan. We kenden allebei een arts die al jaren met de angst liep dat er iets engs in hem zat maar hij had deskundig alle duidelijke signalen dat er iets mis was, genegeerd. Pas toen de ziekte zich niet meer liet ontkennen, gaf hij toe. Het was te laat.

Jij bent nog niet zover, zeg ik, en zet een flesje Gouden Carolus Single Malt op zijn tafeltje. De Nederlandse psychiater Andries van Dantzig zegt het als volgt: 'Hij rookt een pakje per dag, en die bloedige fluim is het begin van een griezelfilm. Hij leest zijn doodvonnis in zijn zakdoek, en zou kunnen gillen. Maar hij is gewend anders met deze situaties om te gaan, to keep his cool.' Zijn keus is afstandelijk blijven of voor zijn angst en wanhoop uitkomen. De behandelaar heeft vervolgens tot taak om middels een uitgekiende bejegening 'onder de kalmte de angst te zien'. Zieke en behandelende dokter zijn veroordeeld tot een, in de woorden van Van Dantzig, 'ingewikkelde pas de deux, waarin veel mis kan gaan, maar waar ook grote erkentelijkheid teweeggebracht kan worden door het zetten van de juiste passen'.

Artsen die ziek zijn, bevinden zich dus in een dubbelzinnige situatie. Ze zijn patiënt én afhankelijk van derden. Terwijl ze weten wat het ergste kan zijn dat hen kan overkomen. En dan komen de vragen. Laat de arts emoties toe. Een ernstig zieke patiënt maakt onrust mee, angst, verdriet, ontwijken, negeren, hoop? Wil hij daarover praten?  Met zijn geliefde? En wat met de collega's? En dan zijn er al die praktische dingen waar hij nooit over had nagedacht. De trap in huis, het alleen zijn overdag, de hulp bij het douchen, naar het toilet gaan. Wat hem het ergste tegenvalt, zegt hij, is de ontdekking dat in sommige situaties 'opvattingen van de professional prevaleren boven het inzicht of de wensen van de patiënt'.

Hij heeft moeite om te kunnen vertrouwen op de geboden zorg, zegt hij. Ik denk dat hij depressief is. Maar precies daarover wil hij niet praten. Onrust, angst, tot en met het ontkennen van de waarheid, dat gevoel van afstandelijkheid. Alsof hij zichzelf niet wil zien, zichzelf geen emoties toestaat, of zich daarvoor schaamt, ook binnenskamers.

Als hij het moeilijk krijgt, begint hij met zijn jargon, dat maakt het  veel onpersoonlijker. Zo is hij minder kwetsbaar. Dat gelooft hij, althans. Hij raast ook door over de bureaucratie die hem het schrale leven moeilijk maakt, de attesten die op zich laten wachten, de inkomensverzekering die hem uitnodigt voor een medisch onderzoek bij een huisarts die aan de andere kant van de stad woont. En dan komt het gesprek op de zin en onzin van doorbehandelen. Je hebt nog geen uitzichtloze prognose, zeg ik, maar hij raast door over zelfbeschikking en afhankelijkheid.

Hij, die als baken in de duisternis was voor zijn patiënten, die waakte over hun gezondheid, ligt hier nu aan een infuus terwijl hij toch „alles" weet over ziekten en wat er van een patiënt verwacht wordt. Hij sluit vermoeid de ogen.

Dat dokters inderdaad ziek kunnen worden, was me al duidelijk. Daar zijn ze mensen voor. Maar hun  ziektegedrag is anders dan bij ,,normale" mensen. Ik surf naar een buitenlands onderzoek, naar voornamelijk verslaafde zieke artsen, waaruit blijkt dat een arts in het algemeen moeite heeft de rol van zieke op zich te nemen. Hij ontkent ziekte en het zoeken van hulp, stelt hij zolang mogelijk uit. En als hij al hulp zoekt, dan gebeurt dat meestal bij een bevriende collega, die op zijn beurt veel te veel diagnostisch onderzoek laat doen om vooral maar geen risico's te lopen of die te weinig doet in de veronderstelling dat de zieke collega zelf wel weet wat goed voor hem is. Opvallend is dat een zieke arts zich vaak aan die behandeling onttrekt. Dat komt ook omdat de arts geen vertrouwensrelatie heeft met een eigen huisarts, hij stelt het zoeken van hulp uit en doktert lange tijd zelf, consulteert zelden een collega huisarts en gaat meestal direct naar een specialist.

Trouwens: een niet gering percentage onderbreekt de behandeling. Zieke huisartsen worden overigens niet als normale patiënten behandeld, maar ontvangen vaak privileges. Tenslotte blijken ze meer medicijnen te gebruiken dan ,,normale" patiënten. Dit heeft ook te maken met een verschil in vertrouwen in de mogelijkheden van de geneeskunde. ,,Gewone" patiënten hebben meer vertrouwen in de medische macht dan artsen. Hoe groter dit vertrouwen, des te frequenter wordt medische hulp ingeroepen. Bij minder vertrouwen wordt vaak spontane genezing afgewacht. Artsen en dan vooral huisartsen rekenen het tot hun taak patiënten te adviseren over een gezonde leefwijze. Maar zelf leven ze eigenlijk niet zo gezond.

Daarover verschijnt het ene onderzoek na het andere. Slechts de helft leeft gezond, de andere helft rookt te veel, drinkt te veel, heeft te weinig lichaamsbeweging en is te zwaar! De stress en angst om te falen zouden vaak een oorzaak zijn van alcoholisme en druggebruik in deze beroepsgroep.

Mijn vriend wordt weer wakker. Kom je nog eens terug, vraagt hij. Dan zegt hij: Neem die single malt maar terug mee en drink er eentje op mij. Hij is echt ziek.

Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

14:07 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

30 oktober 2012

Psychiaters zijn de boosdoeners niet

 

1. Niet toevallig zijn de artsen, internisten of psychiaters, controleartsen of verzekeringsgeneesheren die in België statements afleggen dat CVS een psychologische aandoening is, zelden of nooit aanwezig op gerespecteerde wetenschappelijke fora.  Hun publicaties situeren zich vooral in de lokale medische vakpers, en halen hoogstzelden de internationale wetenschappelijke vakbladen. Dat compenseren ze echter door in de populaire gezondheidspers en bij niet wetenschappelijke uitgevers makkelijk toegankelijke werken te publiceren die relatief hoge oplagecijfers halen en dan ookwel eens aangehaald worden in juridische en verzekeringstechnische discussies. Het is echter moeilijk hun ongelijk te doen aanvaarden, want hun uitspraken zijn overheid en verzekeringsindustrie welgevallig. Het is een schrale troost te weten dat het dezelfde soort specialisten zijn die jarenlang hebben volgehouden dat je van stress maagzweren kreeg of  hartritme stoornissen, zonder ooit een cardioloog gesproken te hebben. Of dat pijn hoofdzakelijk psychologisch is, m.a.w. als je er niet aan denkt voel je niets. Deze zelfverklaarde experts staan ook niet open voor argumenten die hun stelling weerleggen, die krijgen ze in de medische wereld dan ook niet. Maar ze krijgen wel hulp van paramedici die hier een kans zien om zich als medisch wetenschappelijk expert te profileren.

 

2. Omdat hun publicaties zo simpel geschreven zijn – terwijl iedereen weet dat wetenschap  niet altijd even simpel is-  krijgen ze makkelijk toegang tot beleidsmakers zoals ministers en al dan niet publieke verzekeringsinstellingen. Ze krijgen dan ook zitting in instellingen zoals de Hoge Gezondheidsraad. Merkwaardig is dat ze deze functie gebruiken als verkoopsargument en bewijs van hun autoriteit. Echte wetenschappers verwijzen zelden of nooit naar hun extra-universitaire functies. Het zijn hun wetenschappelijke onderzoeksresultaten die de argumenten zijn van hun stelling. Je zal echter in dit land maar geplaagd worden door de zelfverklaarde specialisten die moeten beslissen of je al dan niet aan budget krijgt om je onderzoek verder te zetten.  

 

3. Het spijt me, zal je zo’n specialist nooit horen zeggen, als blijkt dat hij ongelijk heeft. Liever nog sluiten ze zich achteraan bij de goede rij aan, om zich daarna opnieuw naar voor te dringen. Daarbij aarzelen ze niet om gebruik te maken van nep-termen en neologismen. Wetenschappelijk woordcontaminatie, wat staat voor vervuiling, is een techniek die ze perfect beheersen.

 

4. Het heeft al evenmin zin om alle psychiaters aan te vallen. Dat is ongepast en beledigend voor deze artsen die net zoals hun collega’s proberen zo goed mogelijke geneeskunde af te leveren. Men mag echter wel die ondertussen welbekende psychiaters die de CVS-patiënten onrecht aandoen, over de hekel halen. Maar alle psychiaters over dezelfde kam scheren, zoals ik dat nog wel eens hoor, is beledigend en destructief. We kunnen beter onze energie stoppen in meer en betere informatie aan artsen en hulpverleners, want desinformatie is geen natuurlijk gegeven maar aangeleerd gedrag. Onbegrip is niet het gevolg van de natuur maar van kwaad opzet, intellectuele luiheid of onkunde. Daar aan verhelpen is de uitdaging voor alle CVS-activisten die niet bij de pakken willen blijven zitten.

 

Marc van Impe 

11:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

26 mei 2011

Het verschil

Op een internationaal congres over de rol van patiëntenorganisaties  in Amsterdam, eind maart, zei de Nederlandse hoogleraar Raoul Hennekam dat het belang van de patiëntenorganisaties niet kan onderschat worden. Hennekam onderstreepte de rol van de zogenaamde patient advocates . In het verleden waren dat vaak de zieken zelf. Later traden de mantelzorgers voor hen op. Maar steeds vaker zijn het zogenaamde specialisten in marketing, communicatie, onderhandelingstechniek en rechten zoals oudere advocaten, gewezen bedrijfsleiders, oud-journalisten of hoogleraren emeriti die hun specialistische kennis en sociaal engagement nog verder zin en inhoud wensen te geven. Dat is in Vlaanderen en Franstalig België niet anders dan in Nederland, de Angelsaksische en Scandinavische landen. Lange tijd stonden de patiënten aan de zijlijn, machteloos toekijkend hoe het spel voor hen  gespeeld werd en hoe om de haverklap de regels gewijzigd werden. De spelers: de academie, de beleidsmakers, de verzekeraars en de farmaceutische industrie. Zij trokken zich geen bal aan van de patiënten. En als ze dat deden dan deden ze alsof of ze beperkten zich tot de grote vier: kanker, hart- en vaatziekten, astma en aids. Voor de rest moest de zon maar voor niets op gaan. Cru gesteld, maar de realiteit. Niemand die scoort met chronische pijn, gekte, chronische vermoeidheid, blaasonstekingen en prikkelbare darm.  De specialistische patiënte verdedigers zijn echter niet van plan zich daar bij neer te leggen. Zij zijn niet langer tevreden met een gemaakt belangstellend “hoe’is’t” en een kopje slappe koffie op het achttiende verdiep van een mooi overheidsgebouw. De specialisten stellen vragen en eisen antwoorden. En de sociale media zijn volop  bezig dat aloude krachtenspel  te verstoren. Voor hen ook geen teletons en begonia campagnes maar effectieve maatregelen. 

Zo werd het in Amsterdam duidelijk dat diagnoses vaak niet gesteld worden omdat jongere artsen nooit geleerd hebben over die vaak chronische en soms zeldzame ziektes. Het duurt immers een hele tijd voor een arts in zijn populatie met zo’n fenomeen geconfronteerd wordt. En als ze er in slagen om zo’n diagnose te stellen dan nog bestaat er nauwelijks kennis om die aandoening te behandelen. ‘Maar patiënten met een chronische ziekte zijn steeds vaker online en hun invloed, vooral bij zeldzame ziekten, ken enorm zijn,” zei Geoff McDonough, president van Genzyme.  Het bewijs daarvan zie je op de steeds uitdijende internationale online patiëntengemeenschap www.patientsonline.com . Zes jaar geleden werd die opgericht door twee broers en een vriend van een jonge patiënt met ALS. Nu zijn ze al bijna 100 duizend leden sterk.  De grote baas van Genzyme erkende het belang van die club. Ze wisselen gegevens uit over ziekte, bespreken behandelingen, bijwerkingen van medicijnen en zijn daardoor razend interessant voor de industrie. Opmerkelijk is dat die patiëntengemeenschap aan de basis ligt van het “tweedehands” gebruik van medicijnen zoals neuroleptica en antidepressiva voor pijnstilling. Vaak blijken bijwerking gunstig te zijn. De industrie heeft tijd noch middelen om dat allemaal stuk voor stuk uit te zoeken.  Interessant daarvoor is de website www.patientslikeme.com die het off-labelgebruik van medicijnen uitstekend bespreekt. Een voorbeeld: van amitriptyline krijg je zoals bekend een droge mond. Vervelend als je depressief bent maar een uitkomst als je ALS hebt en nauwelijks nog kan slikken.

Wat ons opvalt is afwezigheid van gepensioneerde artsen in dit verhaal.  De medische wereld zou in deze een belangrijke rol kunnen spelen. Merkwaardig toch hoe weinig gepensioneerde artsen of apothekers zich sociaal engageren in zo’n patiëntenorganisatie. Nochtans zouden zij mede het verschil kunnen maken.

 

Marc van Impe

10:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)