20 maart 2018

Nederlandse gezondheidsraad: ME/CVS zit niet tussen de oren


Nadat de CDC zijn beleid tegenover ME/CVS totaal gewijzigd heeft, de NHS na de ramp met de PACE-studie zijn ongelijk heeft toegegeven, heeft nu ook de Nederlandse Hogegezondheidsraad ME/CVS erkent als een ziekte met ernstige beperkingen. Dat advies is er gekomen naar aanleiding van een initiatief dat reeds dateert uit 2013. Toen diende de Groep ME-Den Haag het door 54.000 Nederlandse burgers ondertekende Burgerinitiatief ‘Erken ME’ in bij de Tweede Kamer. Die erkenning is er nu gekomen.

Waarom die petitie, en waarom moest het zo lang duren? De controverse gaat het door de Britse psychiater Simon Wessely, de dark vader in de ogen van heel wat artsen en patiënten, die het theoretisch model neerzette dat de klachten en symptomen bij ME/CVS worden in stand gehouden door verkeerde overtuigingen ('false illness beliefs') en een gebrek aan activiteit of bewegingsangst. De behandelmethodes CGT ('praten') en GET ('bewegen') zijn gebaseerd op dat model en worden geafficheerd als behandeling van eerste keus. Dat model en die behandelmethode werden keer op keer weerlegd. Ook in ons land wees het KCE al in 2006 in twee rapporten op het falen van CGT en GET. Maar om ongewisse redenen bleef deze aanpak evidence based. Plat gezegd, om het Nederlandse vakblad Medisch Contact te citeren: we kunnen niks vinden, dus het zal wel tussen de oren zitten en daar moet je dan wat aan doen. Omdat dit denkmodel ook al decennialang dominant is in de onderzoekswereld, is het zoeken naar mogelijke somatische oorzaken danig gefrustreerd.

In 2006 werd in Vlaanderen met een petitie van 35.000 handtekeningen een hoorzitting in het Vlaams Parlement afgedwongen. Toenmalig minister van Zorg Inge Vervotte beloofde veel maar deed onder druk van de twee grootste ziekenfondsen en de directie van Riziv niets. Ook de twee universiteiten KULeuven, met name de professoren Boudewijn Van Houdenhoven, psychiatrie, en Daniel Blockmans, interne geneeskunde, en UGent, met name prof Dirk Vogelaers, infectieziekten, hielden vol dat ME/CVS, speelden daarin een kwalijke rol. Zij houden nog steeds vol dat ME/CVS een psychosomatische klacht is. Een stelling die graag gevolgd wordt door de private verzekeringsmaatschappijen die daardoor ontsnappen aan de uitkering van de waarborgen waarvoor patiënten verzekerd zijn zoals schuldsaldo-, hospitalisatie-, inkomsten,- en ziekte- en invaliditeitsverzekeringen. Patiënten in ons land worden doorverwezen naar het enige expertisecentrum, in Leuven, waar de patiënten niet verder onderzocht worden en vaak verplicht worden gedrags- of bewegingstherapie te volgen om aanspraak te maken op een ziekenfondsuitkering. Maar ME/CVS mensen weten uit ervaring dat zulke behandelingen niet werken. Met als gevolg: als CGT en GET niet werkt dan wordt de patiënt weggestuurd. Dat kan niet, zegt de Nederlandse Commissie: omdat er geen overduidelijke bewezen effectieve behandeling is, valt er ook werkelijk niks op te dringen aan patiënten. Dat geldt voor CGT en voor GET. De Gezondheidsraad beveelt GET zelfs expliciet niet aan. Dus: uitkeringen en voorzieningen afwijzen met als argument 'er is een behandeling die uw herstel bevordert, ik verwacht van u dat u die volgt', dat kan echt niet meer.

Naast Leuven is er nog één CVS-afdeling in een perifeer ziekenhuis in Vilvoorde, maar de ziekenhuisdirectie daar streeft eerder naar de afbouw dan naar de uitbouw van die dienst. In Vilvoorde wordt ME/CVS wél gezien als een multisysteemziekte. "Verschillende lichaamssystemen kunnen betrokken zijn: het immuunsysteem, het metabole systeem, het cardiovasculaire systeem, het centrale zenuwstelsel, het neuro-endocrine systeem, het microbioom en het genoom," zegt dr. Anne Marie Uyttersprot. De Nederlandse commissie vindt dat de Wesselyaanse Oxfordcriteria niet meer gebruikt moeten worden en maakt daarmee duidelijk dat ME/CVS meer is dan chronische vermoeidheid. Zij kiest voor de specifiekere zogenaamde IOM-criteria. Die criteria zijn strenger. Belangrijke eis is de aanwezigheid van post exertional malaise (PEM), verergering van klachten na inspanningen. De Commissie adviseert ook dat de behandeling gebeurt in overleg met de patiënt! Dat heet shared decision making.

De Nederlandse vereniging ME/CVS hoopt dat meer onderzoek naar de ziekte kan leiden tot een betere behandeling en misschien zelfs genezing. Ze droeg daarvoor zo'n 5.000 wetenschappelijke artikelen aan die aantonen dat ME een ernstige neuro-immuunziekte is die een gedegen diagnostiek en biomedische behandeling behoeft. Zij vragen het parlement te erkennen dat ME en het Chronisch Vermoeidheid Syndroom twee verschillende infectieziekten zijn en dat ME een ‘biomedische neuro-immuunziekte' is. De Gezondheidsraad schrijft nu in een advies aan de Tweede Kamer dat ME/CVS een ernstige chronische ziekte is 'die het functioneren en de kwaliteit van leven van mensen die eraan lijden substantieel beperkt'. De Gezondheidsraad wijst er ook op dat bij de opleiding van de studenten geneeskunde meer aandacht moet besteed worden aan de kennis van ME/CVS.

Pour la petite histoire nog dit: Op 8 maart stapte de Amsterdamse professor psychologie Hans Knoop op uit de Commissie. Knoop was een onverdroten promotor van CGT als de panacee voor deze aandoening. Recentelijk nog in British Journal of Psychiatry. Hij wou met een minderheidsstandpunt komen, maar hield dat twee weken voor de finish in. Op de valreep dus. De redacteur van Medisch Contact vermoedt dat het verdienmodel van de CGT bij vermoeidheid daar wellicht debet aan is? Zijn verwachting is een behandeloffensief uit deze hoek na publicatie van het advies. Ik kan daar in komen.

Minister Maggie De Block onderkent de problematiek, zegt ze, en bezint zich over concrete beleidsmaatregelen. Zij gelooft alvast niet dat bij de patiënten 'tussen de oren zit'. Er zijn in België naar schatting zo'n 35.000 ME/CVS patiënten.

Marc van Impe

 

Rapport Nederlandse gezondheidsraad: https://www.gezondheidsraad.nl/nl/taak-werkwijze/werkterrein/optimale-gezondheidszorg/mecvs

Kernadvies : https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/grpubl...

Achtergronddocument : https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/grpubl...

 

 

 

Bron: MediQuality

18:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

04 februari 2016

Dreigt een fraudeonderzoek voor King's College Londen ?

28.01.16 - Londen


De Londense universiteit King's College heeft nog tot morgen de tijd om de dataset van een fel omstreden medisch onderzoeksrapport, het zogenaamde PACE-report, vrij te geven. Doet ze dat niet dan is de reputatieschade enorm. En dreigt een fraudeonderzoek opgestart te worden.

Het Britse PACE-onderzoek was een met publieke middelen gefinancierde Britse studie van vijf miljoen pond waarvan de auteurs claimden dat het aantoonde dat graded excercise en cognitieve gedragstherapie een gunstige uitwerking hadden op patiënten met ME/CVS. Het is van meet af aan achtervolgd door controverse en de auteurs ervan hebben herhaaldelijk geweigerd onbewerkte data van de studie te verstrekken die een onafhankelijk onderzoek naar de bevindingen ervan mogelijk zouden maken. Het rapport werd gepubliceerd in The Lancet, Psychological Medicine, en Lancet Psychiatry.

James C. Coyne, professor gezondheidspsychologie aan het UMC Groningen en adviseur voor publiek gefinancierde onderzoeksprogramma's bij de Europese Commissie, verzocht in het tijdschrift PLoS ONE om de voor de PACE-studie gebruikte dataset beschikbaar te maken (https://jcoynester.wordpress.com/2015/12/04/update-on-my-... ). Zijn verzoek werd echter afgewezen als ‘ergerlijk'. Namens de PACE-auteurs schreef het King's College London (KCL) dat het van oordeel is dat er ‘een gebrek aan waarde of serieuze bedoeling ten grondslag ligt aan zijn verzoek','dat zijn motief oneigenlijk was' en een ‘twistziek' doel betrof. Het KCL schreef ook dat ‘door het verzoek het personeel zich geïntimideerd voelt en lijdt en het nog meer leed kan veroorzaken', en dat een ‘actieve campagne om het project in diskrediet te brengen de onderzoekers van de universiteit ellende heeft bezorgd, en zij zich terecht zorgen maken dat ze zullen worden blootgesteld aan openbare kritiek en reputatieschade.'

Professor Coyne deed het verzoek op 13 november 2015, daarbij verwijzend naar het beleid van PLoS ONE om gegevens te delen, iets waar alle auteurs bij het indienen van papers voor het tijdschrift mee instemmen. Het KCL reageerde in plaats daarvan met zijn verzoek te rangschikken onder de FOI (freedom of information)-wet en beloofde binnen twintig dagen te reageren. De afwijzing werd in de avond van de twintigste werkdag na zijn verzoek verstuurd. Dat besluit viel ondanks de eerdere publicatie van een brief van professor Coyne aan PLoS One. Hij schreef daarin dat als de auteurs van de PACE-(vervolg)studie hem de data zouden weigeren te verstrekken, ze ‘de door PLoS in het eigen beleid op zich genomen verplichting op de proef zouden stellen en de wetenschappelijke wereld daarbij toeschouwer is. Dat in het geval dat ik hun data niet krijg, ik geloof dat er passende sancties voorhanden moeten zijn en direct toegepast moeten worden'.

De reactie van de academische wereld kwam vliegensvlug, was afkeurend en groeit nog steeds. Prominente bloggers zoals Retraction Watch schreven: ‘KCL wil James Coyne de data van een studie over ME/cvs niet vrijgeven. Kijk eens of de absurde redenen daarvoor je bloed net zo doen koken als het onze'. Academici die onbekend lijken te zijn met de PACE-controverse maar wel belangstellen in wetenschappelijke normen maken gebruik van twitter om hun afkeuring voor het optreden van het KCL uit te drukken. De vooraanstaande onderzoekspsycholoog Brian Nosek van de universiteit van Virginia, uitvoerend directeur van het Center for Open Science, twitterde:

‘De weigering van KCL om gegevens en grondgedachtes te delen, zijn in tegenspraak met de wetenschap'. David Tuller van de  University of California, Berkeley, is professor wetenschapsjournalistiek en stelde opnieuw de vraag om de dataset vrij te geven opnieuw op 4 januari. Kings College kreeg veertien dagen de tijd om zich te bedenken. Morgen vervalt dat respijt. Maar de professoren Peter White, Trudie Chalder en Michael Sharpe, die het PACE-onderzoek leidden, blijven elke medewerking weigeren.  In juni vorig jaar bleek nochtans uit een rapport van de National Institutes of Health dat de Oxford Criteria waarop de studie gebaseerd is niet deugen en zelfs schadelijk zijn voor de patiënten. Op 27 oktober 2015 had de Britse overheid via de Information Commissioner's Office (ICO) de Queen Mary University of London, die meewerkte aan de PACE-trial, bevolen de dataset openbaar te maken. De universiteit ging in beroep omdat de kosten hoger zouden uitkomen dan 450£.

Op de site van PLoS ONE schrijft professor Coyne: "Patiënten leggen in klinische onderzoeken hun gezondheid niet in de weegschaal om de auteurs van een studie de uitkomsten verkeerd te laten duiden en onafhankelijke researchers te beletten ze nader onder de loep te nemen".

Ook het Riziv refereert naar de PACE-studie om zijn zorgtraject voor ME/CVS patiënten te onderbouwen. Het door Volksgezodnheid gefinancierde proefproject dat loopt in de UGent onder leiding van professor Dirk Vogelaers en huisarts Stefan Heytens uit Sint-Amansberg, is volledig op PACE gebaseerd.

De brief van Kings College leest u hier: https://dl.dropboxusercontent.com/u/23608059/PACE%20F325-...

De open brief van professor David Tuller staat hier:

http://www.virology.ws/2016/01/04/trial-by-error-continue...


Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)