07 december 2016

Kinesitherapie voor fibromyalgie wél terugbetaald door ziekenfonds

Kinesitherapie voor fibromyalgie wordt minder terugbetaald door ziekenfonds, titelt Het Belang van Limburg. “Vroeger konden deze patiënten rekenen op een tussenkomst bij 60 beurten, nu komt het ziekenfonds enkel nog tussen bij 18 beurten. Met deze maatregel wil minister van Volksgezondheid Maggie De Block 4,2 miljoen euro besparen.”


Volgens Het Belang van Limburg spreekt De Liga voor Fibromyalgie over een echte ramp. "Deze wekelijkse kine-beurten deden de patiënten echt deugd. Zijn we dan nu verplicht om terug over te schakelen op veel sterkere pijnstillers?" klinkt het. En tot overmaat van ramp: "Maggie De Block zal met deze maatregel 4,2 miljoen euro besparen."


Dat bericht is niet alleen onwaar maar ook tendentieus. Niet alleen werd de Liga niet gecontacteerd door de betrokken journalist maar het kabinet bleek ook niet gepolst om een reactie. Een stukje vanuit de achterkeuken geschreven op een tafel bedekt met toile cirée. In de Technische Raad Kiné (laatst samengekomen vorige vrijdag) werden de leden ook al geconfronteerd met veel kritiek en vragen van de patiënten.


Daarom de juiste versie, advies aan de Minister: ontwerp KB aanpassing van het persoonlijk aandeel voor de kinesitherapie verstrekkingen voor fibromyalgie en CVS.
De verstrekkingen voor de patiënten met fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) werden verwijderd uit de lijst « Fb » waar ze sinds het koninklijk besluit van 23 maart 1982 stonden, en geplaatst in specifieke rubrieken van artikel 7 van de nomenclatuur. Fibromyalgie en CVS worden dus geschrapt in de Fb lijst van de kiné. Dat wil zeggen de lijst van de specifieke aandoeningen (niet de zware aandoeningen want dat is de Fa lijst) die recht geven op 60 zittingen kiné van 30 minuten.


De terugbetaling van de kiné wordt NIET geschrapt maar werd verschoven naar de rubriek "courante verstrekkingen" en daardoor hebben deze patiënten recht op 18 zittingen aan hetzelfde tarief als in de Fb lijst en ook hetzelfde PA. Dus financieel blijft dezelfde situatie voor de patiënten.


En de arts kan altijd opnieuw 18 zittingen voorschrijven als het nodig is. Er zijn ook nieuwe voordelen: zo duren de zittingen nu 45 minuten, dat is de helft langer in tijd en aantal. Normaal duurt een kine-beurt 30 minuten, en de internationale aanbeveling bedraagt 10 à 12 zittingen.


Volksgezondheid geeft er 18 (omdat dat de courante verstrekkingen zijn in de nomenclatuur). Deze beslissing werd door de Technische Raad kiné genomen NA consultatie van alle Belgische universiteiten (experten artsen en ook kinesisten) dus een compleet panel van mensen die weten waar ze mee bezig zijn. Ook wetenschappelijke literatuurstudie –overgemaakt door artsen uit de praktijk- en KCE rapport werden geraadpleegd. De eerste zittingen worden gebruikt voor informatie en leren leven/omgaan met de ziekte. Vervolgens probeert men via oefentherapie de patiënt te motiveren tot revalidatie…


Bovendien zijn de formulieren voor de aanvraag Algemene Raad niet meer nodig en dat is op het Verzekeringscomité van vorige maandag beslist. Een voorschrift van de behandelende arts volstaat dus.


Men verwacht niet altijd beterschap, zeker niet na al die jaren in de kou te hebben gestaan, maar de waarheid is niet altijd hard bij les en soms beter dan verwacht. Een zelfde boodschap ging uit van het Vlaams Patiënten Platform. De LUSS reageerde niet.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

08:36 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 oktober 2016

Wil minister De Block staatswetenschap?

Minister Maggie De Block heeft de krijtlijnen van haar nieuwe wet op de gezondheidszorg getrokken. Een ervan stelt dat wie de wetenschappelijke voorschriften niet volgt, daar in de toekomst vaker voor bestraft moet worden. Uiteraard heeft de minister gelijk dat ze een fossiel als het kb 78, de wet die in ons land de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen regelt, en die ondertussen bijna vijftig jaar oud is, in het museum van de wettelijke rariteiten bijzet. De regelgeving rond gezondheidszorg is dringend aan herziening toe. Maar ik heb daar toch enige bedenkingen bij.

Een eerste overweging betreft de inhoud van de wetenschappelijke voorschriften. Wie gaat die voorschriften vastleggen? Ik mag hopen dat men hiervoor geen uitsluitend beroep gaat doen op de Hoge Gezondheidsraad. Met alle respect, maar dit eerbiedwaardige organisme dat in België het wetenschappelijk adviesorgaan is van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en in 1849 werd opgericht, heeft zich de voorbije decennia niet laten opmerken door zijn bij de tijdse adviezen.

Het KCE dan? Dit Kenniscentrum dateert van het begin van deze eeuw en heeft zich de voorbije jaren erin gespecialiseerd om een "maakbare" geneeskunde te propageren, aangestuurd door de ziekenfondsen en vaak –niet altijd- politiek aangestuurd. Blijft het Riziv, dat eigenlijk een verzekeringsmaatschappij is en dus liever rekening houdt met financiële dan met wetenschappelijke normen.

Het initiatief van de minister biedt een unieke kans om de echte actoren binnen het medisch veld weer rond de tafel te brengen: de huisartsen, de specialisten en de academie. Zij staan in de dagelijkse praktijk en kunnen beter dan wie ook oordelen of bepaalde guidelines zinvol dan wel zinloos zijn. Dit veronderstelt dan wel dat men een nieuw overlegplatform creëert waar op gelijke basis – en dit zal het moeilijkste zijn- meningen, ideeën en ervaringen worden uitgewisseld en in beleidsadviezen worden omgezet.

Dat ik het niet zo heb voor overheden die gaan bepalen wat al dan niet wetenschappelijk is, zal de lezer wel al duidelijk zijn. Het doet me allemaal teveel denken aan Трофим Денисович Лысенко, de Oekraïense bioloog uit de Stalintijd wiens combinatie van vastgeroeste wetenschappelijke ideeën en het marxistische gedachtegoed, hem na 1945 een zeer grote politieke invloed bezorgden.

Trofim Denisovitsj bleek fout. Maar wie afweek van Lysenko's "officiële" leer, kreeg een enkele rit richting Goelag, als hij al niet met een nekschot beloond werd. Lysenko heeft het onderzoek naar genetica in de Sovjet-Unie grote schade berokkend. Het zal zeker niet Maggie De Blocks bedoeling zijn om een stalinistisch geïnspireerde medisch-wetenschappelijke politie op te zetten.

Dat brengt me bij de volgende bedenking: uiteraard wil een minister het menselijk gedrag bijsturen, dat ligt in de aard van het beestje, maar waarom weer bestraffen en sanctioneren? De ervaringen met de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle hebben bewezen dat afgezien van het feit dat een aantal ambtenaren terug kunnen kijken op straks een halve carrière in de ambtenarij, het gedrag van de medewerkers in de gezondheidszorg niet op die manier bij te sturen valt.

Daarin faalt de DGEC voortdurend omdat het psychologische uitgangspunt niet klopt. De minister kan het slimmer aanpakken. Ik haal een voorbeeld uit het buitenland: ook in Groot-Brittannië zat de regering met zo'n probleem. Om tot een echte gedragswijziging te komen, zette ze een aantal psychologen in, het zogenaamde Behavioural Insights Team (BIT), dat in opdracht van de Britse regering een slim en kostenbesparend plan maakte.

Het BIT analyseerde het gedrag van fiscale weigeraars, parkeerdelinquenten, maar ook van patiënten en hun dokters en onderzocht hoe de burger informatie van de overheid verwerkt en welke keuzes hij vervolgens maakt. De maatregelen die daaruit resulteerden, genereerden niet alleen enorme besparingen maar zorgden ook voor een positieve relatie met de overheid.

Een van de resultaten was dat patiënten trouwer hun afspraken nakwamen en dat de dokters beter rapporteerden. Het voorbeeld werd ondertussen in Australië en Canada opgepikt. In Nederland is professor Harald Merckelbach, rechtspsycholoog aan de Universiteit van Maastricht, een promotor van dit idee. Om het met een boutade te zeggen: dit idee is zo gek nog niet, ook al komt het van een psycholoog. En de kleine minderheid van beroepsweigeraars die niet willen weten van bij- en nascholen, die geef je strafstudie. Daar heb je geen staatswetenschap voor nodig.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:05 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 mei 2014

Ide, De Block of Brotchi

VILVOORDE 16/05 - De Semois staat hoger dan gewoonlijk en het weer is kouder. We vergelijken Hollandse, Franse en Oostenrijkse trappist en bespreken de komende verkiezingsuitslagen. Dat meer dan de helft van de Vlaamse artsen op 25 mei voor de N-VA zal stemmen, is ook tot aan onze tafel doorgedrongen. Met een score van 56 procent voor het Vlaams parlement en de Kamer laat N-VA een verpletterende indruk na in deze uithoek van Wallonië waar niemand naar een Belgische zender kijkt en de helft van het cafépubliek uit Fransen bestaat die hier goedkoop bier en sigaretten halen.
… En die aan de toog graag het hoge woord voeren. Een paar weken geleden nog moest ik hier een eulogie op Marine Le Pen aanhoren, maar nu wordt De Wever geschoren. Het zit de Vlamingen in het bloed, weet er een, sinds generaties zijn ze zo, dat krijg je er niet uit. Mijn vriend, de huisarts, beaamt. Toch zal ook hij, weer thuis in Brussel,  voor een Vlaming stemmen. Net zoals 56% van zijn Franstalige collega's zullen stemmen voor de MR van Didier Reynders. Centrumrechts dus.
Het stemgedrag van de Vlaamse en Waalse artsen loopt parallel, zo blijkt ook uit de kiesenquête van de Artsenkrant en Le Journal du Médecin. Centrumrechts krijgt in Vlaanderen in combinatie met centrumlinks waar de Open VLD zich feitelijk sociaal situeert, zelfs een luxueuze meerderheid. Nog een parallel: de CD&V haalt in Vlaanderen 9 procent, terwijl het CdH in Franstalig België 10% haalt. Alle andere partijen vallen beneden de 10%. Maar onbekend is ook in België onbemind. Voor de Vlaamse artsen wordt de N-VA-politicus dokter Louis Ide minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, (39 procent), gevolgd door dokter Maggie De Block van Open VLD (37 procent). In Franstalig België kiezen de artsen voor Jacques baron Brotchi van de Mouvement Réformateur en neurochirurg uit Luik.
De uitkomst van deze niet-wetenschappelijke peiling onder 500 Vlaamse en 245 Franstalige artsen, die echter wel een duidelijke tendens aangeeft, mag allerminst verbazen. Om te beginnen is men 25 jaar socialistisch bewind op Sociale Zaken meer dan beu. Op de Vlaming Frank Vandenbroucke na, die door zijn eigen partij gedefenestreerd werd, werd het een pleiade van politique politicienne en droegen de besluiten de muffe geur van de achterkamertjes waar ze bekokstoofd werden. In feite hadden de PS-ministers het beleid voor Volksgezondheid uitbesteed aan de twee grote ziekenfondsen.  En dat wordt allerminst geapprecieerd.
Het cliché dat Vlamingen en Walen over zowat alles een tegengestelde mening zouden hebben is dus gebarsten. Dat blijkt ook uit de onderzoeken naar de kiesintenties van de VRT, VTM, RTBF en RTL.  Wel blijkt dat de partijen in Noord en Zuid andere oplossingen voorstellen voor dezelfde problemen. Zo wil N-VA tegen 2019 maar liefst 16 % besparen op de uitgaven van Volksgezondheid. De Vlaamse arts blijkt daar niet wakker van te liggen. Net zomin als hij wakker ligt van communautaire kwesties, dat interesseert hem slechts voor 11.3%. Uit de stemtest www.uwregering.be (Het Nieuwsblad/Gazet van Antwerpen/Het Belang van Limburg) blijkt overigens dat er in het algemeen op heel wat vlakken een kloof gaapt tussen wat de Vlaming denkt en wat de twee grootste Vlaamse partijen, N-VA en CD&V voorstaan. Maar dat is in Franstalig België niet anders.
De verklaring daarvoor is dat de kiezer, ook al is hij arts, zijn stemkeuze niet laat bepalen door rationele argumenten pro of contra een partijprogramma. Vlamingen en Walen hebben grosso modo dezelfde meningen, maar hun  buikgevoel is anders. Het imago is belangrijker dan het beleid. Met dat verschil dat de doorsnee Vlaming trendgevoeliger is dan de doorsnee Waal. Ik weet dat ik hiermee kort door de bocht ga.  Maar anders kan je niet verklaren waarom in Vlaanderen op tien jaar tijd de populairste politicus achtereenvolgens een socialist, een christendemocraat, een liberaal en nu een Vlaams-nationalist was. Dat is Wallonië anders, daar is men conservatiever en gold entre les deux mon coeur balance. Nu pas is die balans pas nu goed naar de rechterkant doorgeslagen.
Ik herinner me een bachelorscriptie van de Waalse Vincenza Russo die een paar jaar geleden in het kader van het Erasmus Belgica programma aan de Kempische Hogeschool kwam afstuderen op het verschil tussen Leeuwen en Hanen. Zij besloot dat het grootste verschil hierin bestond: "In Vlaanderen groeten mensen elkaar pas op de feestdagen: kerstmis, nieuw jaar, enz. Maar dat blijft toch een heel kleine bijzonderheid wanneer we beschouwen dat ook heel grote verschillen daarover in Wallonië bestaan. Als we maar het voorbeeld van Doornik nemen kunnen we ook zeggen dat sommige Walen afstandelijk zijn. Eigenlijk kussen de mensen zich vier keer in Doornik om mekaar te groeten, terwijl in andere Waalse steden pas één kus gegeven wordt." En dat klopt. De Vlamingen komen hier stil binnen, de Walen daarentegen…
Overigens blijkt uit onze discussie dat van de meeste aanwezigen niemand enige relevante programmapunten kent. Van geen enkele partij. Ook de aanwezige West-Vlamingen die zich met de hun kenmerkende bescheidenheid op de achtergrond hielden weten in feite niet waarom ze een voorkeur voor een of andere kandidaat hebben. De apotheker meent te weten dat West-Vlamingen uiteraard voor dokteur Ide zullen stemmen. "Dat is er immers ene van ons." Ide is inderdaad van Roeselare. Nobody is perfect.


Marc Van Impe

 

Bron : MediQuality

11:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)