24 december 2011

Mijn beste wensen

Het is de tijd dat de dagen weer gaan lengen. Ik ben blij dat de winter zich ingezet heeft want daarna volgt onvermijdelijk de lente en die brengt hoop. Het voorbije jaar was een hels jaar. Weinig vreugd, veel sores en een duur stel winterbanden. Het heeft niet veel gescheeld of ik had de laptop dichtgeklapt en alles gelaten zoals het was. Ik ben moe. En ik ben de patiënten moe. In de wereld van de CVS moet je veel geven en krijg je weinig terug. In mei ben ik opgehouden te tellen en te noteren hoeveel patiënten me op de meest godsonmogelijke uren bellen om altijd hetzelfde verhaal te doen. Een jeremiade van klagen over alles en nog wat. Dat de dokter zo weinig tijd voor hen heeft. Dat er geen kamer alleen te krijgen is. Dat de onderzoeken zoveel kosten. Dat de medicatie niet terugbetaald wordt. Dat hun ziekenfonds hen in de kou laat staan. Dat ze niet van ziekenfonds durven veranderen. Dat hun man dreigt weg te lopen. Dat ze geen man vinden. Dat ze niet kunnen slapen. Dank u, ik nu ook niet. Dat ze de hele dag slapen. Dat advocaten traag zijn. Dat advocaten duur zijn. Dat advocaten er niet zijn. Dat ze niemand hebben om mee te praten. Dat iedereen voortdurend zegt dat ze er goed uitzien. Dat iedereen zegt dat ze er vermoeid uitzien. Dat ze zo lang moeten wachten op een afspraak. Dat het weer vakantie is en dat ze thuis blijven. Dat ze nergens heen willen. Dat ze er geen zin meer in hebben. Dat ze eens iets anders zouden willen doen. Dat ze nog zoveel zouden willen doen. Er is veel gemekker en gezeur in de wereld van de chronische vermoeidheid. CVS-patiënten zijn als een beukenhaag. De bladeren zijn dood, maar de haag  laat geen blad vallen. Een angstige haag, die vergeet dat ze nog leeft.

Ik bezoek mijn goede vriend en collega J. die sinds enkele weken weet dat de letter K hem heeft ingehaald. We drinken een glas wijn en klappen over wat we ooit samen beleefd hebben. Over culinaire genoegens. Over de vrouwen en onze vrouwen.  Over Dumas en zijn Groot Keukenwoordenboek. Over Dylan en Waits, en over de jeugd van tegenwoordig, die trouwt en dure feesten geeft om een half jaar later alweer vreemd te gaan en te scheiden. We lachen en zijn verwonderd dat wij er nog zijn en al die anderen al lang niet meer. En dat het weer winter wordt. Ook voor ons. En we verschillen van mening over de beste bereidingswijze van fazant op zijn Brabants. We geven elkaar een kookboek cadeau. Als ik naar huis rijd besluit ik dat het mooi geweest is. Ik trek er met de geleerde vrouw voor paar dagen tussenuit. Eens zien of ik ginder ben en of ik nog terugkom. Mijn medicatie niet vergeten mee te nemen. Ik wens jullie toch het beste.

Marc van Impe

15:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)