27 februari 2012

Afscheid van een vriend

De laatste maal dat ik hem zag,  zag hij er niet uit. Hij de prince of darkness, de rocker in de politiek, het superieure verstand, de Harley man, het nooit gesloten compromis, liep als een oude man langs de kaaien. Hij a lazy bastard in a suit… We dronken een café corretto en daarna nog een voor de goesting en nog een omdat het koud en guur was en dan nog een om het gouvernement te kloten. Dat gouvernement dat hij mee had helpen veranderen sinds zijn tijd bij het liberaal studentenverbond in de tijd dat het nog geen mode was liberaal te zijn en je op je bakkes kon krijgen als je links over de hekel haalde. We praatten over onze vrouwen, over nachten die als groot verlichte schepen voorbij voeren, en hoe we tegen de ochtend thuis kwamen, de lichten uit en de vers gezette koffie in de pompbak kieperden. Want oude bocht, dat zouden we niet drinken. Hij deed zijn beklag over zijn oncoloog die hem “had voorgelogen” hoewel ik wist dat het anders was en dat hij het was die dagen niet wou tellen. En dat ze hem niet zouden hebben, hij zou euthanasie plegen, met de vlag in de hand ten onder gaan. Het werd anders, niet minder dramatisch. Maar dat is het altijd op de Linkeroever: kouder, meer wind, strakker weer.

In het naar huis rijden luister ik naar de nieuwste cover CD van Leonard Cohen, hoe The Miserable Rich de Stranger Song beëindigen: “ I told when I came I was a stranger.” Hoe gaat het met je vrouw, vroeg ik. Hoe had je dat gewild, antwoordde hij vanachter zijn altijd te zware montuur. Ik hoor: “After all I did confess, I know you have to hate, but could you hate me less?” Het is die wind die zo hard bijt.

Marc van Impe

15:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)