08 juli 2016

De dag van de waarheid voor de chronische patiënt

Ze zijn niet geliefd door de ziekenfondsen, laat staan dat de privé-verzekeraars hen graag als klant hebben. Zelfs artsen en psychologen hebben niet zelden een hekel aan hen. Want ze willen niet beter worden, heet het. Ik hoorde een Lacaniaanse psychiater in een perifeer ziekenhuis tegen een patiënte - die zich ten einde raad op de PAAZ-afdeling liet opnemen teneinde enigszins te kunnen recupereren: “Hier is het kiezen: psychisch of fysisch, jij moet weten waar je ziek aan bent.” De chronisch zieke was tot voor kort een outcast. Vandaag kan daar verandering in komen, als de 20 pilootprojecten voor geïntegreerde zorg bekend gemaakt worden.

Vier op de tien Belgische gezinnen hebben chronische gezondheidsproblemen. Voor één op de drie van die gezinnen leidt dat tot financiële problemen. Dat komt overeen met één op de acht gezinnen die in financiële moeilijkheden terechtkomen door het chronisch ziek zijn van een gezinslid. Vooral alleenstaanden en koppels zonder inwonende kinderen raken in financiële problemen door die chronische gezondheidsproblemen. Chronisch ziek zijn betekent echter ook sociale uitsluiting. Als 14% van de Belgen tussen 18 en 80 jaar zichzelf tot sterk eenzaam voelt, dan loopt dit bij de groep langdurig zieke mensen op tot 34%!

Het gaat vooral om chronische gewrichtsaandoeningen, zoals artrose en reuma, een hoge bloeddruk, ernstige rugklachten zoals hernia en chronische pijn. Maar er is meer: ook patiënten die lijden aan afasie en CVA, CVS, diabetes, MS, Parkinson en depressie vallen door de gaten van het vangnet van de sociale zekerheid. En dat betekent in de meeste gevallen armoede, een verslechterende gezondheid, uitsluiting, eenzaamheid met als gevolg verbittering en niet zelden de keuze om uit het leven te stappen.

Het meeste geld geven deze patiënten uit aan consultaties van huisartsen en specialisten, geneesmiddelen, vervoerskosten, hulp aan huis en ziekenhuisopnames. Vaak stellen de getroffen gezinnen dan ook noodzakelijke medische verzorging uit.

Op 2 februari 2016 stelden de ministers van Volksgezondheid van de deelstaten en de federale overheid hun visie op Geïntegreerde Zorg voor chronisch zieken voor, die zich nu concretiseert in pilootprojecten voor geïntegreerde zorg.

Het Gemeenschappelijk Plan 'Geïntegreerde zorg voor een betere gezondheid' beoogt om hoog kwalitatieve zorg en ondersteuning te bieden aan alle patiënten, voor de beste kost, en de gezondheidstoestand van de bevolking te verbeteren. Om dit doel te bereiken, is een hervorming van het huidige zorgsysteem voor chronisch zieken naar een systeem van meer geïntegreerde, persoonsgerichte zorg en ondersteuning noodzakelijk. Vandaag 20 juni worden de 20 geselecteerde cases bekend gemaakt.

De belangrijkste doelstelling moet zijn dat het voor verzekeraars, ziekenfondsen en privé-verzekeraars aantrekkelijker wordt om chronisch zieke patiënten dezelfde steun te geven als ze aan de occasioneel zieke patiënt geven. Nu nog worden al te veel chronisch zieke patiënten vanuit het ziekenfonds "gereactiveerd" door ze naar de VDAB te sturen. Daar worden ze in de meeste gevallen als ongeschikt voor de arbeidsmarkt ingeschaald. Waarna ze afgestoten worden naar het OCMW, dat hen niet zelden dwingt het weinige vermogen waarover ze nog beschikken, op te maken zodat ze tot het einde van hun dagen in de genadige afhankelijkheid mogen "overleven".

Wij stellen ons de vraag hoe de medische professionals op deze call gereageerd hebben. Vooral de huisartsenkringen kunnen een belangrijke partner zijn in die pilootprojecten. Maar ook combinaties vanuit de periferie en de transmurale zorg liggen voor de hand. En de coördinerende rol van de ziekenfondsen en verzekeraars vraagt meer dan een adviserend geneesheer die nakijkt of het verwijsbriefje met de juiste kleur van inkt geschreven is.

De belangrijkste vraag is hoe het beschikbare geld verdeeld zal worden. De chronisch zieken zelf en hun familieleden hebben het geld via hun premiebijdragen langs de voordeur binnengedragen. De vraag is nu hoe het aan de achterdeur gaat verdeeld worden en hoeveel geld er aan de administratie blijft plakken. Het is op die manier dat de solidariteit overeind moet gehouden worden.

Gaat men voor een efficiënte ketenzorg waar huisartsen, kinesisten, eerstelijns geestelijke gezondheidswerkers, sociale assistenten, diëtisten én mantelzorgers samenwerken zodat de doorstroom naar dure ziekenhuiszorg en opvangcentra vermeden kan worden? Of gaat men het laadje van de caritas weer eens opentrekken en wordt het brood bij de achterdeur op gezette tijden uitgedeeld? Vandaag is de dag van de waarheid.

Marc van Impe

 

 

Bron: MediQuality

07:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

11 mei 2016

Chronisch ziek: een verhaal over apen en pinda’s (getuigenissen)

 


Nog nooit nam het aantal langdurig zieken zo snel toe, titelen de kranten. Eind vorig jaar zaten 370.400 mensen langdurig thuis door ziekte. Eén op tien werknemers en zelfstandigen is langer dan één jaar ongeschikt. Dat betekent op tien jaar tijd een stijging met 64 procent. En dat heeft de overheid voor het grootste deel aan zichzelf te danken. Maar eerst drie anekdotes.


Toen ik nog voor een groot populair dagblad "de Wetstraat deed", sprak een goede vriend me aan over het probleem van zijn echtgenote. Ze was al meer dan dertig jaar onderwijzeres in wat ooit een dorpsschool was geweest. Juffrouw Annie had op haar 55ste verjaardag van de directrice de boodschap gekregen dat ze vanaf het volgende schooljaar met ziekteverlof mocht. En daarna met pensioen. Was dat geen mooi cadeau? Zoals honderdduizenden ambtenaren had juffrouw Annie al die jaren geen dag ziekteverlet gehad. Ziek zijn deed je als je vrij had. Tijdens de vakantie dus. Juffrouw Annie was niet gelukkig met het voorstel. Ze stapte naar de ombudsdienst, naar de vakbond en tenslotte eindigde het verhaal voor de arbeidsrechtbank. Tegen dan was ze 60. En ziek.


De geleerde vrouw was ziek. Zo ernstig ziek dat ze haar dagelijkse praktijk niet meer aan kon. De arts van het ziekenfonds zette haar op non-actief en dat bracht ons bij de controlearts van het Riziv. Uw dienaar was getuige van een hallucinant schouwspel. We verschenen voor een drieschaar. Een van de artsen manicuurde zijn nagels. De tweede arts was dronken en had een kegel. De derde arts, vermomd als dame, keek op geen enkel moment de patiënt aan. Toen de geleerde vrouw zei dat ze als neuropsychiater nog wel deeltijds aan het werk wou, klonk het verdict: aangepast werk, als medisch secretaresse. De zaak eindigde voor de arbeidsrechtbank. Ze won. Tegen dan was ze terug deeltijds aan het werk.


Op een recent feestje bij vriendinnen die aan een wereldreis beginnen raken we in gesprek met de Marie Laforêt van de Gentse Watersportbaan. Ze is heel alternatief bezig. En ze gaat het reizende duo ontmoeten in Bali. Heeft ze dan zoveel tijd? Oh, maar dat zien we verkeerd. Ze is chronisch ziek. Ooit was ze treinbegeleidster en werd na een burn-out gepensioneerd. Ze leeft zuinig, zegt ze, ze skimt elke dag het internet en logeert altijd via Airbnb. Zo komt ze de hele wereld door.


Nog nooit nam het aantal langdurig zieken zo snel toe, titelen de kranten. Eind vorig jaar zaten 370.400 mensen langdurig thuis door ziekte. Eén op tien werknemers en zelfstandigen is langer dan één jaar ongeschikt. Dat betekent op tien jaar tijd een stijging met 64 procent. En dat heeft de overheid voor het grootste deel aan zichzelf te danken.


Sinds jaar en dag worden onproductieve of te oude ambtenaren geloosd via het stelsel van de ziekteverzekering. Het zogenaamd opsparen van ziektedagen is bij ambtenaren een verworven recht geworden. Decennialang heeft de overheid dit systeem gepousseerd bij de privésector. Op die manier konden de opeenvolgende ministers van tewerkstelling hun werkloosheidscijfers opsmukken. Elke verdwenen ambtenaar werd vervangen door twee contractuelen. Privébedrijven konden op die manier vlotjes herstructureren. Van enige controle was er geen sprake.


Om te beginnen ligt het manco aan de kwaliteit van de controle zelf. Ik lees dat Medex is op zoek naar een 40-tal nieuwe controleartsen die op zelfstandige basis controles kunnen doen op arbeidsongeschiktheid (ziekte of ongeval). Vereisten: een eigen kabinet te hebben en vijf jaar huisartspraktijkervaring. Medex is het medische expertisecentrum van de overheid en het controleorganisme voor de ambtenaren van de Belgische federale overheid. De aanwervingscriteria voor adviserende geneesheren bij de ziekenfondsen en controlerende geneesheren bij het Riziv zijn niet anders. Een paar jaar huisartsenpraktijk volstaat blijkbaar om voldoende expertise te verwerven.


Als ik hierover spreek met mijn Nederlandse collega's krijg ik niets anders dan onbegrip. In Nederland is het de bedrijfsarts die oordeelt over de arbeidsongeschiktheid, en die heeft daartoe een specifieke opleiding gevolgd, die bestaat uit een studie tot basisarts, daarna de specialistische opleiding tot bedrijfsarts van 4 jaar.


Parttime wordt daarnaast een opleiding gevolgd aan een gespecialiseerde universiteit, zoals die van Nijmegen of Amsterdam. De titel bedrijfsarts is een wettelijk beschermde titel. In Nederland ligt de beslissing of iemand arbeidsongeschikt dus bij de bedrijfsarts die onderzoek doet, zelf een diagnose stelt en behandelplan opmaakt, dat al dan niet overeenstemt met dat van de behandelend arts en hierop zijn werkadvies baseert.


Zowel de behandelend arts als de bedrijfsarts zijn medisch onderlegd, maar alleen de bedrijfsarts heeft zich grondig verdiept in de gevolgen van de aandoening of beperking voor de arbeid en kent vaak de organisatie en de werkomgeving. Hij of zij is ook degene die hierover kan adviseren, niet de huisarts of de specialist. De wet legt veel verantwoordelijkheid bij de werkgever, maar ook bij de werknemer: die dient mee te werken aan re-integratie.


Een eerste stap is dat de bedrijfsarts met de behandelend arts in overleg gaat met het doel een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van het werkadvies in te nemen. Over het algemeen volgt de werknemer het werkadvies van de bedrijfsarts op, maar soms heeft de behandelend arts daarover ook een andere mening, hoewel deze zich in de regel zal onthouden van werkadviezen. Daarvoor zal de bedrijfsarts om toestemming vragen aan werknemer. Als dat geen oplossing biedt, en de betrokkene heeft ook geen duidelijke voorkeur, dan kan een extern "deskundigenoordeel" aangevraagd worden.


Bedrijfsgeneeskunde is een specialisatie, die in de Europese Richtlijn 2005/36/EC vermeld staat (klik op de link rechts). Door een handigheidje worden ook de Belgische controleartsen en verzekeringsartsen onder die zogenaamd "occupational medicine" gerekend. De "kwaliteit" van de cohorte chronische zieken begint bij de zogenaamde controlerende geneeskunde. Die moet van de controle af en meer op revalidatie toespitsen.


Het huisartsen vak is een volwaardig specialisme en moet als dusdanig geapprecieerd worden. De houding van de Belgische overheid devalueert dus de kwaliteit van dit specialisme. Als je pinda's geeft, dan krijg je aapjes, zegt het spreekwoord, en dus geen experten.

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

18:16 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

13 februari 2016

Chronisch ziek: "Eén moment van begrip dat je al de miserie doet vergeten"(getuigenis door arts)

Reactie van een arts op de getuigenis van Dr. Annemie Uyttersprot "Chronisch ziek zijn ontneemt je de controle op je leven"

 "Ik wil u danken voor uw getuigenis op MediQuality over chronisch ziek zijn en hoe het je leven verandert in iets wat je je vroeger niet eens kon voorstellen, zelfs met hopen empathie. Ik ben zelf chronisch ziek sinds een aantal jaren, een lijdensweg van het ene probleem naar het andere tot de diagnose van een systeemaandoening. Sindsdien blijft het even moeilijk ondanks het feit dat er nu een naam op mijn probleem plakt."

"Je getuigenis komt op een moment dat ik voor de eerste keer in al die jaren daadwerkelijk denk tegen een depressie aan te zitten. Het is al vaak op me geplakt door buitenstaanders, moe en niet kunnen, staat blijkbaar gelijk aan depressie bij gebrek aan een beter begrip.

Het is al op me geplakt door collega-artsen, waar ik dan mag verdedigen dat het erg moeilijk is om heel erg vrolijk te zijn een groot stuk van de tijd als je je doodellendig en doodop voelt voor weken en maanden en jaren aan één stuk. Niet te bevatten voor de niet-kenners, denk ik.

Het is nog nooit op me geplakt door degenen die het kunnen weten, die kort bij me staan, die me graag zien, die me beroepshalve volgen als arts of psycholoog. Zij plakken eerder enorme veerkracht en indrukwekkend op me.

En nu voor het eerst in jaren voel ik hoe mijn veerkracht beperkt is, hoe de moed om alweer op te staan me af en toe ontbreekt, hoe er wel eens een gedachte in me glipt van ‘voor wie of voor wat eigenlijk' ‘het hoeft niet meer voor mij'.

Voor het eerst ben ik ook mentaal moe, mijn vechtlust opgebruikt, ontmoedigd, ontgoocheld en gewoon moe.
Moe van pijn, moe van ellendig zijn, moe van zoveel moeite moeten doen en dan nog niet mee te kunnen of niet te kunnen wat ik plande of waar ik zin in had, moe van te merken dat hoe hard ik ook mijn best doe, hoe sterk ook mijn wilskracht, ik dit niet kan sturen of buigen naar iets waar ik meer vrede mee heb.

Moe van onder ogen te moeten zien hoe mijn wereld alsmaar kleiner wordt, hoe mijn lijf me dwingt tot dingen die ik nooit zou kiezen.

Hetgene wat me nu over de rand lijkt te duwen is te merken hoe weinig begrip daar voor is professioneel, niet bij mijn naaste associés, waaraan ik hen verdiend heb weet ik niet, maar wel bij de officiële instanties (als je patiënten kan zien kan je wachten doen), mijn diensthoofd en ziekenhuiscollega's (hoe vervelend toch voor hen, hoe lastig maak ik toch hun leven door niet mijn volwaardige deel van wachten te doen, alle reden dus om me te straffen en te pesten)

Van alle ellende is het weinige begrip van collega's die over mij denken te mogen oordelen het meest pijnlijke en minst draaglijke. Zelf begrijp ik dit niet zozeer want op zich staat dit het verst van me af, is dit momenteel het minst essentieel voor mijn leven. Maar ik kan dit zo totaal niet rijmen met een keuze voor een beroep als arts… het vaste standpunt dat iemand zou profiteren, het harde van te moeten leveren wat je fysiek niet kan, het enorm eisende en dwingende…

Gedeeltelijk zeker mijn eigen fout omdat ik weiger me te tonen tenzij sterk, omdat ik weiger me te tonen op mijn slechtst, omdat ik weiger uit te leggen wat er me allemaal scheelt, omdat ik het vernederend vind, mijn trots niet wil of kan inslikken, omdat ik het zelf zo moeilijk kan aanvaarden, omdat ik me niet zo kwetsbaar wil opstellen want dan is er misschien geen kracht meer om weer recht te staan…

Ik voel me inderdaad onrecht aangedaan, zo schrijnend om ook dat te moeten dragen bovenop de zwaarte van het ziek zijn, door hun gedrag wordt me nog meer ontnomen dan wat misschien nodig was geweest.

Pijnlijk om te voelen hoe weinig erbarmen er in onze artsen-wereld is voor elkaar. En als ik dat zo schrijf doe ikzelf onrecht aan de collega's die me steunen, die zo vaak voor me klaar staan, die echt luisteren en proberen te helpen waar mogelijk om mijn leven beter te maken.

Het meest van alles denk ik, is dat ik iemand mis die me in alle volledigheid begrijpt, die begrijpt wat het echt betekent om moe te zijn en pijn te hebben en je ziek te voelen, en toch ook te willen blijven werken en doen waar je hart en ziel in liggen…

Dat raakt me aan uw getuigenis, het gevoel van een moment van begrip, echt begrip, een moment dat me even wiegt en toelaat van al de miserie te hebben die er is en toch te verlangen om nog dezelfde persoon te zijn die ik was, ondernemend, dynamisch, gedreven, the sky is the limit,…

En even kan ik thuiskomen en zijn wie ik ben nu, en weten, ik ben niet alleen hierin.

Van harte dank hiervoor.

(anonieme getuigenis

Bron : MediQuality

08:14 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)