16 februari 2015

Aan chemo kan je niet ontsnappen

VILVOORDE 12/02 - Liever eerder dood, dan voor de rest van je leven medicatie slikken. Het is op het eerste gezicht een onthutsend bericht, maar mij verbaast het niet. Uit een eerder groot onderzoek van het KCE bij 4.500 mensen, dat in december 2014 verscheen, bleek reeds de Belg van een nieuwe medische behandeling verwacht dat ze vooral de levenskwaliteit van de patiënt verbetert, eerder dan de levensduur verlengt. Dat de aard van de behandeling zelf de levenskwaliteit aantast is iets wat men maar al te snel vergeet.

Kanker is meestal een pijnloze ziekte. Vaak is de patiënt zich er niet van bewust dat hij zeer ernstig ziek is. Hij voelt het niet. Maar de behandeling, de bestraling en/of de chemo raakt hem in het diepste van zijn bestaan.

Ik praat met een vriend die aan zijn vierde beurt toe is. Zijn haar is weg. Gelukkig was zijn BMI te hoog zodat hij enige reserve had. Hij kan geen lang gesprek aan. Is lastig voor zijn vrouw. Wil dan wel, dan weer geen bezoek. Lezen lukt niet. Hij die zo graag hoogdravend doorboomde over diepzinnige filosofische kwesties kijkt nu liggend op de sofa naar de zoveelste heruitzending van Dublin Zoo.

Met de gordijnen dicht, want het daglicht irriteert hem. Nochtans had hij die zelf arts is, samen met zijn behandelende collega een QALY gemaakt zodat hij voor zichzelf tenminste de dure kostprijs voor de gemeenschap kon verantwoorden. Uit zijn kostenutiliteitsanalyse was gebleken dat zijn medicatie economisch zinvol en effectief is. Als ze aanslaat wint hij een berekend aantal extra levensjaren in goede gezondheid. Die kans –dat weet hij zelf- is 20 procent.

In Nederland discuteert men nu over de vraag of een gewonnen "kankerjaar" 80.000 euro mag kosten, een uitgave die bij algemeen voorkomende ouderdomsklachten en ouderdomsziekten bij grote aantallen patiënten –kanker boven de zestig hoort daar volgens de verzekeraars bij- meestal reden is om kritisch naar het aanbieden of voortzetten van een behandeling te kijken.  

We hebben het daar in een andere column al over gehad. Een onderzoek onder Nederlandse specialisten gaf in augustus 2014 aan dat de meerderheid (62%) geen mening had over het prijskaartje van 80.000 euro per volledige QALY. Maar vandaag geconfronteerd met andere besparingen in de zorg willen ze dit als de uiterste limiet aanhouden. In België wordt een Qaly op 40.000 euro gewaardeerd.

Dat wordt een probleem. Over een jaar of twee, lees ik, komen er op grote schaal beloftevolle nieuwe medicijnen voor de behandeling van kanker aan. En die zijn geschikt voor hele grote groepen patiënten. Dus niet voor één of twee super dramatische gevallen die gegarandeerd de krant halen. Het gaat om immuuntherapie voor darmkanker, nierkanker en longkanker. Vorig jaar al werden twee zo'n medicijnen geïntroduceerd voor de behandeling van prostaatkanker.

Er komen medicijnen die de kanker op moleculair niveau aanpakken. Maar niet alleen de kostprijs van de medicijnen wordt een probleem. Voor sommige kanker is men verplicht om immuuncellen buiten het lichaam op te kweken, die daarna opnieuw ingebracht moeten worden.

Daar is geen vergoeding voor voorzien. En er is de apparatuur die men daarbij nodig heeft, de speciale peperdure katheters die de chemo rechtstreeks in de lever brengen en die niet worden terugbetaald. De industrie moet binnen een paar jaar zijn loodzware investering terugverdienen. Het ziekenhuis moet zijn dienstverlening en techniek terugverdienen. De behandelaar wil een faire vergoeding. En de verzekeraar wil zo weinig mogelijk uitgeven. Met enkel nog daghospitalisaties terug te betalen gaat men er niet komen.  

Pro memorie: de QALY komt overeen met het aantal levensjaren vermenigvuldigd door een correctiefactor 1 bij het zich volledig gezond voelen en tussen 0 en 1 bij verminderde levenskwaliteit. Als de toestand subjectief "erger dan dood zijn" is dan wordt de factor negatief.  Op dit ogenblik is het bij mijn vriend bijna zo.

De ervaring heeft me geleerd dat de meest ontrouwe patiënt de arts zelf is. Bij een arts die medicatie voorgeschreven krijgt gaat zijn behandelende collega ervan uit dat die wel weet wat goed voor hem is. Dat denken is fout. Artsen blijken het minst aanleg voor therapietrouw te hebben. Mijn vriend is niet anders. Het ergste is dat je aan je chemo niet kan ontsnappen, zegt hij.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

14:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

01 april 2012

Nog pijn

We eten tong in madeirasaus en drinken een Aloxe-Corton bij van een goed jaar. Dat de kanker meevalt zegt hij. De dokter geeft hem hooguit nog één jaar. Als de chemo aanslaat misschien nog twee. Daar gaat hij licht over. Was er niet die pijn. Hij is niet alleen. Bij 40 procent van de patiënten met kanker wordt pijn niet goed behandeld. Ruim veertig procent van de kankerpatiënten heeft onnodig pijn. En toch, als patiënten en zorgverleners meer over pijn zouden weten en hierover met elkaar zouden praten dan kunnen zij de klachten samen beter aanpakken. Nu is pijn vaak geen onderwerp van gesprek, terwijl het één van de meest voorkomende symptomen is bij patiënten met kanker. Dat blijkt nog eens uit de promotie van de Nederlandse verpleegkundige Wendy Oldenmenger, dat ik kon inkijken.  Ongeveer 53 procent van de patiënten heeft pijn. Dat komt bijvoorbeeld door een tumor of een uitzaaiing die in het lichaam groeit of doordat de chemotherapie zenuwpijn geeft. “Met de beschikbare medicatie is deze pijn bij de meeste patiënten goed te bestrijden”, zegt Wendy Oldenmenger. Maar daar wil het ziekenhuispersoneel liever niet aan. Ik heb het aan den lijve mogen ondervinden. Dat pijn niet goed wordt behandeld ligt zowel aan de patiënt als zorgverlener, zegt Oldenmenger. Zo zijn artsen niet altijd alert op de pijn die patiënten kunnen hebben, omdat zij meer gericht zijn op het aanpakken van de ziekte. Ook is de kennis die artsen hebben over de medicatie tegen pijn soms onvoldoende. En de patiënten hebben vaak vooroordelen en zijn bang. Ze denken: ‘Als ik nu al medicijnen slik, werkt er straks niets meer als de pijn erger wordt. Of als ik over mijn pijn klaag stopt de arts misschien wel mijn behandeling’. De vooroordelen zijn begrijpelijk, maar onjuist volgens Oldenmenger. Daarnaast is het belangrijk hoe artsen omgaan met pijnklachten. Zij adviseert artsen om zich steeds te laten bijscholen over nieuwe manieren van pijnbestrijding. Ook pleit zij voor een open houding naar de patiënt over de mogelijkheden. Het ergste is de mumbo jumbo van de cognitieve school die je even niet aan pijn zal leren denken. Ze moesten , zoals mijn goede collega Tuur Van Wallendael toen hij kanker kreeg, hun vingertjes één voor één breken. Da’s pas pijn. We hebben koffie en cognac nà. Hij glimlacht bij de gedachte. “Of de vingers tussen de deur,” zegt hij.

Marc van Impe

20:30 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)