11 mei 2011

Een dag in het leven

Het ziekenhuis waar ik verbleef heeft de terechte reputatie een van de beste van de streek te zijn. De artsen zijn competent, de apparatuur blinkt en zoemt dat het een lieve lust is, het onthaal is zo vriendelijk als onthaal wezen kan en daarmee wil ik niets gezegd hebben,  de verpleging is een voorbeeld van dienstvaardigheid, de morele, geestelijke, sociale en psychologische consulenten zijn onzichtbaar zoals het hoort en zelfs op de restaurantruimte voor bezoekers kan sinds verbouwingen niets meer gezegd worden.  In dit prachtziekenhuis zijn er bezinningsruimten bij de vleet en voor wie zich wil storten in de abyss van  het totale nirwana is er een waaier aan televisieaanbiedingen inclusief drie versies van de RAI, wat ik kort na de overbrenging uit de recovery ten zeerste kan aanraden. Ik zag er –op het scherm, bedoel ik- de nieuwste verpleegstersmode en ik zweer –hiervoor zou je je tonsillen rauw laten knippen.

 Vanuit de afdeling waar ik lag keek ik uit op een muur die zo gifgroen geschilderd was, wat achteraf na inspectie van het uniform van de dames  achter de balie en de aankleding van de cafetaria de stamkleur van het ziekenhuis bleek te zijn. Deze kleur kan alleen maar ontsproten zijn aan het brein van een vrijgestelde van een meerderheidsvakbond die teveel verblijf genoot  in het paviljoen creatief met kurk en andere wegwerpmaterialen. Een kleur die zegt: wegwezen, en wel zo snel mogelijk.  Een kleur die je wakker schudt. Een biopsychosociale emmer koud water in je ochtendgezicht.

Ik genoot van het ritueel. De temperatuur van mijn oor blijkt 36.2 te zijn om vijf uur ’s ochtends en nauwelijks hoger in de loop van de dag. Dat weten we – nu we om de twee uur gemeten zijn- voor goed. Mijn bloeddruk, mijn glycemie, de kleur en de hoeveelheid van mijn plas – nooit heeft iemand zo lief gevraagd of ik al geplast had- , mijn hartslag, de strakheid van mijn onderlaken, de zachtheid van mijn kussen, alle parameters werden met de regelmaat van een klok gecontroleerd. 

Er kwam water en koffie, en nog meer water en koffie, en tenslotte kwam er lunch.

Wil iemand me de naam van de kok doorspelen, ik beloof absolute geheimhouding, dan kan ik er de navy seals op af sturen. Wie zo een zalm durft te vermoorden, wie dit met worteltjes en patatjes aandurft, die verdient een hielspoor. En toen was het nog zes uur wachten op het avondmaal.

Marc van Impe

09:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)