26 april 2017

het mannelijk brein kan goed luisteren. Als het wil.


De laatste tijd verlopen de uitreikingen van de emeritaten aan de Leuvense Alma Mater in een ietwat bedrukte sfeer. Niet alleen onder de emeriti zelf maar vooral bij het uitgenodigde publiek. "Geldzaken moet je aan mannen overlaten," zei de ene figuur die keek alsof hij de Heer zelve aan het kruis had genageld en daar nu na de verrijzenis enigszins spijt van had.


De van nature al bescheiden gestalte van de rector loopt er nog meer gebogen bij. Denkt hij aan de komende verkiezingen of aan het eten vanavond thuis? Twee zaken die niet altijd in de meest opgewekte sfeer verlopen. Het is bij zo'n gelegenheden dat wij ons graag discreet maar attentief onder de bogen van het rectoraat begeven en hier en daar een gesprek meeluisteren.


Deze maal brachten de schikgodinnen ons in de nabijheid van twee bestuurders van de befaamde Gasthuisberg. Het onderwerp van gesprek was, hoe kan het anders, geld. Of beter het tekort aan geld. Een vrouwelijke projectleidster was buiten haar budget gegaan of het project had niet genoeg opgebracht, ik wil er van af zijn. Maar beide hooggeleerden waren het erover eens: een vrouwelijke brein, daar kan geen geld uitkomen. Ik wou gelijk interveniëren met een referentie aan Françoise Chombar, de CEO van Melexis, maar de geleerde vrouw heeft me geleerd twee keer op mijn lip te bijten voor ik wat zeg.


Dus ik beet, zweeg en luisterde. "Geldzaken moet je aan mannen overlaten," zei de ene figuur die keek alsof hij de Heer zelve aan het kruis had genageld en daar nu na de verrijzenis enigszins spijt van had. "Vrouwen zijn beter in multitasking," zei de ander die eerder van het bolle type was dat graag dobbelde met andermans zilverlingen. Ik dacht, dit wordt een mooi onderwerp voor een oratio.


Maar ik beet nogmaals op mijn lip en zweeg. Op de achtergrond speelde iets klassieks dat past in de paassfeer. Ik dacht aan professor Daphna Joel van de Universiteit van Tel Aviv die me ooit bij een cocktailparty, na een middag hard studeren, uitlegde waarom het idee dat mensen een mannelijk of vrouwelijk brein hebben ouderwets is, "volgens die theorie zou de mannelijke foetus die testosteron produceert het brein vermannelijken. Dat is gewoon belachelijk want dan zouden we twee breinsoorten moeten kunnen onderscheiden. Quod non."

Joel deed hersenscans bij 1400 mensen tussen 13 en 85 jaar oud, en zocht naar variaties in de grootte van hersengebieden, en in de verbindingen daartussen. Ze identificeerde in totaal 29 hersengebieden waarbij op het eerste gezicht onderlinge verschillen zichtbaar waren, waaronder de hippocampus en in de gyrus frontalis inferior. Dat zou dus wijzen op een ander geheugen en verschillend risico vermijdend gedrag.


Maar als gekeken werd naar geslacht bleek maximaal 8 % van de proefpersonen een "mannelijk" of "vrouwelijk" brein te hebben. "De meeste mensen bevinden zich in het midden," zei Joel. Mannen en vrouwen hebben ook geen verschillend ruimtelijk inzicht, en zijn even goed in wiskunde en wetenschappen. De hersenen van mannen zijn doorgaans wel groter dan die van vrouwen, maar functionele verschillen zijn er niet. Er zijn wel culturele, educatieve en sociale verschillen. En er zijn factoren als persoonlijke belangstelling, coaching en opportuniteiten.


Maar het gesprek tussen de twee academici dobberde verder en de kwaliteit van het gesprek begon naarmate de rode huiswijn erin ging, die laatste te evenaren. Ik beet nogmaals op mijn lip en het deed pijn deze maal. Maar ergens was mijn mannelijk brein trots op mijn zelfbeheersing. En zo eindigde een vrolijke en leerzame middag in de Naamse straat. Wij namen onze hoed van de kapstok en zwaaiden hoofs tot afscheid. De heren merkten me niet op en veegden sluiks hun vingers af aan de manchetten van hun tabbaard.


Onderweg naar de parkeerplaats zagen we hoe een hooggeleerdheid door zijn charmante dame overeind gehouden werd. "Geef mij de sleutels maar," vingen we nog op. Hij gehoorzaamde. Het klonk ons bekend in de oren. Het mannelijk brein kan goed luisteren. Als het wil.

Marc van Impe



Bron: MediQuality

12:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 mei 2012

Een boek in je brein

'Het boek wordt bedreigd door het e-book', schreef iemand in een Nederlandse krant. Ik lig op de bank op het terras en lees een boek. Een gedrukt exemplaar. “Alsof het e-book niet ook een boek is,” bedenk ik. Wat verder ligt de geleerde vrouw en leest op haar laptop. Mijn zoon, heb ik gemerkt, leest voornamelijk op zijn iPad. Beneden ligt het Ardense dorp en daar leest er waarschijnlijk niemand op dit ogenblik. Er is geen boekhandel in een straal van 15 kilometer, hoewel net buiten die perimeter het boekendorp Redu ligt, dat telkens ik er kom hoofdzakelijk door Vlamingen bezocht wordt. Nog verder, de andere kant uit, ligt de abdij van Orval wat me de gedachte bijbrengt dat een paar eeuwen geleden de monnik die jarenlang teksten had gekopieerd waarschijnlijk ook zou gezegd hebben dat het boek geen liber was. Nu maakt men er sinds 1934 een bier. Helaas niet genoeg. Maar dit terzijde.
En zo verandert alles. Ik ben begonnen toen parlementairen nog met twee woorden spraken en verslaggevers in het parlement hun beknopt verslag nog schreven met potlood op papier en een bode op de fiets de strookjes naar de redactie bracht waar de telexist ze naar de zetterij hamerde. Ik introduceerde er de draagbare Olivetti, die door de collega’s prompt geroyeerd werd wegens lawaai.  In ‘83 verloor ik ei zo na mijn journalistenlicentie omdat ik op een computer met floppy’s schreef en volgens de erkenningscommissie dus het werk van een zetter deed. Er kwam de  fax en toen die goed ingeburgerd was er de scanner en de modem. En in ’93 het Internet. Vijftien jaar later waren er al smartphones en tablets. Kopiisten werden hobbyisten. De laatste telexisten werden door Landsverdediging met pensioen gestuurd. Zetters zijn nu IT’ers. We schrijven en geven het resultaat zelf vorm. Binnenkort wordt een boek in ons brein geïnjecteerd. Het gaat vooruit. Maar ik kan bijna niet wachten. Of toch. Want daar zal wel een voorschrift van de huisarts of goedkeuring van de neuroloog aan voorafgaan.


Marc van Impe

11:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

31 oktober 2011

Hersenziek iemand?

‘Wij zijn ons brein’, schreef hersenonderzoeker Dick Swaab. Uiteraard. Maar nu zou uit internationaal onderzoek blijken dat een derde van de Europese bevolking  of maar liefst 165 miljoen mensen lijdt aan een of meer hersenziekten! Ook blijkt dat van hen slechts een kwart hulp krijgt. Koren op de molen van de psychiaters en marchands in mindfulness, gezondheidscoaches en it’s all in the mind-adepten.

Is hier sprake van een nieuwe epidemie à la H1N4? Of waren we al behoorlijk hersenziek, en wisten we het niet? Is dit nu pas wetenschappelijk vastgesteld? Waarom heeft men ons dit zo lang verzwegen? ‘Slapeloosheid’  is ook een hersenziekte, schrijft het  European College of Neuro-psychopharmacology (ECNP) – zij zijn de uitvoerders van het onderzoek –, zeg ik tegen de geleerde vrouw.  Als ziekenhuisarts die ’s nachts wel eens wakker ligt omdat formulier 74bisMKG.a ontbrak, weet ze er alles van.  En wie van al de mensen die ik wel eens ontmoet zou hersenziek zijn. Mijn vriend Nano de apotheker ? De professor met zijn slecht gebit. De misogyne huisarts met alterneute neigingen? Mijn collega de commentator met zijn eeuwige drang naar nog een Orval meer? Ik ontmoet zo’n 20 mensen per dag, bereken ik. Zeven zijn dus hersenziek. En ze weten het niet.

Gelukkig berust dit bericht op een volmaakt syllogisme: eerst is er gedrag dat bestempeld wordt als een geestesstoornis, geestesstoornissen zijn hersenziekten en hersenziekten moeten – net als andere ziekten – worden behandeld.  In onze westerse samenleving wordt ervan uitgegaan dat sommige mensen inderdaad lijden aan een of andere vorm van een geestesstoornis. Over welk gedrag precies als geestesstoornis mag worden aangemerkt is binnen en buiten de psychiatrie echter het laatste woord nog niet gesproken. Dat zal ook niet gebeuren omdat dit afhangt van de afspraken die we daarover met elkaar maken. Neem nu de DSM V. De redactie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders weet daar alles over.  Geestesstoornissen zijn modeverschijnselen: hysterie, neurasthenie en homoseksualiteit zijn niet langer stoornissen, sociale fobie en posttraumatische stressstoornis zijn nieuw.  In het uitstekende blad Skepp, niet te verwarren met de vereniging die hetzelfde doel nastreeft, wordt aardig de draak gestoken met de herziening van deze bijbel van de moderne westerse psychiatrie. De redactie ging zo ver dat ze het encyclopedisch werk herleidt tot een democratisch proces waarin de leek zelfs op de website voorstellen kan doen voor nieuwe psychische stoornissen. Zo wordt door de herzieners als nieuwe stoornis de ‘premenstruele dysfore stoornis’ voorgesteld. 

OK, Freud is out. Het brein is in. Probleem is dat slechts weinig artsen en onderzoekers zich tot dusver gespecialiseerd hebben in de laagbetaalde wetenschap van de neurologie. Wie gaat stoornissen als  ziekten kwalificeren?  Geestesstoornissen hangen samen met biologische, psychologische en sociale factoren die in onderlinge verwevenheid hun bijdrage leveren. Maar het reduceren van zoiets complex als gedrag en gedragsstoornissen tot uitsluitend een gevolg van breinprocessen doet de werkelijkheid van mensen met uiteenlopende psychische problemen geen recht. Dat sluit overigens geenszins uit dat er soms wel degelijk een grote, en misschien wel overheersende, bijdrage is van hersenprocessen bij het veroorzaken van gedragsproblemen, zoals in het geval van de ziekte van Alzheimer. Maar om dat zo blunt te stellen als zou een derde van ons hersenziek zijn, daar moet je meer dan een stoornis voor onder de leden hebben. Waar moet dit alles toe leiden? Uiteraard tot behandeling. Uit het onderzoek blijkt dat driekwart van alle gesignaleerde ‘hersenzieken’ geen behandeling krijgt. Dat moet volgens de onderzoekers beter, want ziekten behoeven immers behandeling. En dan liefst ‘vroege opsporing en snelle behandeling’ … ‘om te voorkomen dat beginnende hersenziekten zich verder ontwikkelen en chronisch worden’.

Zou die ECNP banden hebben met de farmaceutische industrie? 

 

Marc van Impe

http://www.ecnp.eu/en/publications/reports/~/media/Files/...

21:29 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)