23 januari 2012

Pijn

Een kwart van de Belgen kampt met aanhoudende pijn en bij een op de tien baten de klassieke pijnstillers zelfs niet meer. De totale kosten van chronische pijn bedroegen in 2010 voor België alleen al 11,6 miljard euro. Aldus De Morgen op zijn voorpagina van maandag 23 januari. Het blad citeert pijnarts Griet Brusselmans, van het UZ Gent, die bovendien zegt dat het aantal pijnpatiënten bovendien toeneemt, vooral vanwege de vergrijzing. En hoogleraar gezondheidseconomie Lieven Annemans zegt in hetzelfde artikel dat de jaarlijkse kosten in ons land oplopen tot 11,6 miljard euro. Pijn kost daarmee evenveel als kanker, diabetes en hart- en vaatziekten samen. De jaarlijkse kosten voor diabetes bedroegen in 2010 3,5 miljard euro, voor kanker 3,1 miljard euro en voor hart- en vaatziekten 5 miljard. Aan medische kosten geven we met zijn allen  1,6 miljard euro uit, maar de maatschappelijke rekening bedraagt maar liefst 10 miljard. "Niet onlogisch", vindt Annemans. "Meer dan een vijfde van de chronische pijnlijders is niet meer aan de slag. En wie wel nog werkt, is dubbel zoveel afwezig op het werk. Chronische pijn veroorzaakt een enorme daling van productiviteit, en een groot verlies voor onze economie."

Je zou denken dat je alles gehad hebt als je die berichtgeving leest. Als CVS/ME patiënt krijg je vanzelf een déja vu. Maar dan volgt de klap op de vuurpijl. Pijnarts Brusselmans:  “We zijn er almaar meer van overtuigd dat we recht hebben op een pijnvrij leven, wat het aantal consultaties doet stijgen." Ja, kom zeg, eerst proberen ze ons wijs te maken dat het allemaal maar biopsychosociale inbeelding is en dan komen ze aan met argument dat we liever géén pijn hebben. Wat moet je dan doen als patiënt? Gewoon thuisblijven en in een hoekje op je knokkels zitten bijten?

Marc van Impe

18:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

03 oktober 2011

Een zakdoekje uit hun oor

Het aantal zeldzame ziekten in België ligt tussen de 6.000 en 8.000, en treft in totaal 6 tot 8 procent van de bevolking. Het gaat vaak om levensbedreigende of chronische ziekten die, volgens de definitie van Europese richtlijn, bij minder dan 5 Europeanen op 10.000 te voorkomen. Voor België, schat men dat meer dan 65.000 patiënten en hun families rechtstreeks aan een of andere aan een zeldzame ziekte gelinkt kunnen worden .  Gezien de zeldzaamheid  van zogenaamde weesziekten, worden de meeste patiënten helemaal niet gediagnosticeerd of gebeurt dit alsnog zeer laat, zodat hun behandeling vaak niet optimaal is. Zelfs als geschat wordt dat 70% van hen bij de geboorte gediagnosticeerd wordt dan nog duurt het soms 30 tot 50 jaar voordat de ziekte vastgesteld wordt.

Zeldzame ziekten zijn voor 80% genetisch, de andere zijn het gevolg van bacteriële of  virale besmetting, allergie,  auto-immuunziekten, of  kanker.

Bij de genetische ziekten zien we monogene ziekten als gevolg van de mutatie van een enkel gen (cystic fibrosis, hemofilie); mitochondriale ziekten, waar de oorzaak  ligt in de verandering van het genoom van de mitochondriën, zoals sommige encéphalomyopathies, Leber optische atrofie; multigene  ziekten, dit zijn de meest voorkomende, waarbij verschillende genen zijn betrokken; en  multifactoriële ziekten bij welke naast de wijziging van verschillende gevoeligheid genen ook  milieufactoren een rol spelen. Tenslotte zijn er  ziekten als gevolg van chromosoomafwijkingen. Ze zijn meestal genetisch en worden veroorzaakt door het bestaan van een chromosoom (of een deel van een chromosoom) overschot, of door het ontbreken van een chromosoom in een paar (trisomie 21).

Op geen enkel ogenblik maakt men in dit overzicht melding van psychosomatische of psychoforme aandoeningen, laat staan dat men het heeft over biospychosociale aandoeningen, iets waarover bepaalde gepensioneerde cabaretiers die een zakdoekje uit uw oor kunnen halen, het zo graag hebben.

 

Marc van Impe

22:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 september 2011

Met de dood bedreigd

Een fatsoenlijke mens is altijd een held, en dat valt soms op, maar meestal niet, schrijft de Hongaarse auteur  Georg Konrad in Slingerbeweging.  Onfatsoenlijke mensen daarentegen vallen onmiddellijk op, zegt ondergetekende.  Die gedachte schoot me door het hoofd toen ik de recente strapatsen las van de Britse psychiater Simon Wessely op de websites van The Independent, The Times en de BBC.  Wessely,toevallig ook Hongaar van origine, is de psychiater die zich de vader mag noemen van de theorie dat  CVS/ME patiënten hun ziekte grotendeels ingebeeld hebben en dus  aan zichzelf te danken hebben. Hij is geen fatsoenlijk mens. De man in kwestie is een schoolvoorbeeld van de zielenknijper die sinds zijn anale fase overhoop ligt met zichzelf en dus maar psychiatrie is gaan studeren om een ietwat duidelijker zelfbeeld te krijgen. Meestal wordt  dat een poging voor niets en is het resultaat alleen maar erger.  Wessely is zo’n voorbeeld par excellence. De man is eigenlijk huisarts van opleiding maar… had een hekel aan patiënten. Daarom ging hij in 1987, na een vergeefse poging om zich te bekwamen in het landschapsschilderen, in de psychiatrie. Een wetenschappelijke opleiding kan men dit eigenlijk niet noemen. In tegenstelling tot de neurologen die een gedegen kennis moeten opdoen van de werking van het zenuwstelsel, lopen de leerling-psychiaters gedurende een paar jaar achter hun opleider aan en kopiëren ze zo goed mogelijk zijn gedrag. Dat gaat tot en met de overname van tics en accenten, silly walks en boutades. In Engeland, waar Wessely officieert, is dat nog erger dan in ons land. Psychiaters worden er door hun collega’s neurologen niet ernstiger genomen dan de eerste de beste filosoof van de koude grond.

Wessely verliest internationaal zijn gezag als zogenaamd CVS/ME expert, zeker nu de Amerikaanse NIH in zijn state of the art korte metten heeft gemaakt met het belang van cognitieve gedragstherapie en graded excercise in deze zaak. Om toch in het licht van de schijnwerpers te blijven lanceert hij nu het bericht dat hij met de dood bedreigd wordt. Door patiënten en hun activisten. Dat er geen spoor is van doodsbedreigingen, dat er geen enkele officiële klacht laat staan onderzoek gevoerd werd door de bevoegde autoriteiten verzwijgt hij. Nee, de arme dokter Wessely die iedereen die zijn naam vermeldt, met processen en vervolging bestookt, is bang.  Hij durft de deur niet meer uit, zegt de man die graag poseert als een stadsjonker op leeftijd. Ach, wat zal ik zeggen. In 2006 was het dezelfde Wessely die het generaal pardon dat de Britse regering afkondigde voor slachtoffers van het posttraumatisch stresssyndroom en die gedeserteerd hadden uit het leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, veroordeelde. Dr. Wessely noemde publiek de naam van Private Harry Farr, aan van de 306 jonge soldaten, sommige niet ouder dan 17, die in de Daily Telegraph van 16 augustus 2006 opgelijst werden. Alle 306 hadden de kogel gekregen.  Dr. Wessely the Brave, die op dat ogenblik Co-Director was van de King’s Centre for Military Health Research in King’s College Hospital, London en tot  Honorary Civilian Adviser in Psychiatry to the British Army was benoemd, zelf zoon van Rudy Wessely een Hongaarse Jood die de Nazi’s ontvlucht was, bestond het om  90 jaar na datum Farr en zijn maten te beschuldigen van lafheid in het zicht van de vijand. Private Farr was een dienstplichtige van 25 Regular die twee jaar front achter de rug had en in zijn been was geschoten. Hij vocht aan de Somme tot  17 september 1916, toen hij instortte. Na een process van amper 20 minuten kreeg hij de dood door de kogel. Hij werd op 18 oktober 1916 in Carnoy gefusilleerd. Wessely schreef letterlijk in zijn  artikel “The life and death of Private Harry Farr” in de Journal of The Royal Society of Medicine (JRSM:2006:99:440-443), van 2 september 2006: “ Private Farr should not have been pardoned.” U kan de radiouitzending van de BBC naar aanleiding van deze groteske herbeluisteren op http://www.meactionuk.org.uk/Today_Transcript_020906_0750.html.

Wessely zelf heeft nooit één dag legerdienst gedaan. Maar onzegt een soldaat wel het recht om in het zicht van de vuurlijn bang te zijn. Zelf is hij bang van zijn eigen vrees. Het is deze man op wie een  huisarts, thans directeur-generaal bij het Riziv,  dr. Ri De Ridder zijn beleid inzake CVS/ME baseert. De Rode Ridder’s heldendaden beperken zich tot het boeiende leven als kabinetsrat bij toenmalig minister Frank Vandenbroucke. Terecht mag men stellen dat mensen die zo denken lijden aan een  biopsychosociale aandoening. Vroeger werden zo’n onfatsoenlijke  mensen naar een ziekenfondshotel in Zwitserland gestuurd waar ze zich voor de rest van hun dagen hoogstens schuldig konden maken aan kleine misdrijven zoals het plukken van Edelweiss. En daar werden ze door het personeel beleefd aangesproken als “dokter”. Daar bestaat een woord voor mensen die aan wanen lijden: waanzinnigen.

Marc van Impe

 

 

15:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)