20 oktober 2011

Me, myself and I

De criminoloog Paul Vincke, een ambtenaar van het RIZIV  en gewezen kabinetschef  die het European Healthcare Fraud and Corruption Network  leidt, heeft vorig jaar  de “EHFCN Excellence Awards 2010” toegekend aan de Belg  Dr Bernard Hepp, Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC ) van het RIZIV en gewezen kabinetslid. Paul Vincke: ” Dr Bernard Hepp heeft een vergelijkbaar globaal en geïntegreerd fraudebestrijdingssysteem uitgebouwd, hetgeen bijgedragen heeft tot een beter gebruik van de beschikbare middelen in de Belgische gezondheidszorg. Door het praktisch uitwerken van twee wetten die de responsabilisering van de zorgverleners en de modernisering van de geneeskundige controle als doel stelden, werd een belangrijke stap voorwaarts gezet in de fraudebestrijding.” Kijk dat hadden we nu zelf niet beter kunnen formuleren. Hepp kreeg vorig jaar al van ons de wisselbeker voor de Heppzucht nadat hij in opdracht van de CM twee artsen, waaronder mijn geleerde vrouw, tot een monsterboete liet veroordelen omdat ze CVS/ME efficiënt aanpakken.

Het globale en geïntegreerde systeem voor fraudebestrijding in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in België, ontwikkeld door Dr Bernard Hepp, is gebaseerd op drie pijlers: informatie, controle en evaluatie, het ICE-beleid. Dit concept vloeide voort uit de vaststelling dat een continue observatie en evaluatie van het gedrag van de zorgverleners een sterk preventief effect heeft. Cold as Ice , zoals de bottelaars zeggen.

Het feit dat de ene Belg de andere Belg onderscheidt en beiden collega’s zijn is puur toeval. Vincke is ook de man die vorig jaar teruggefloten werd nadat hij in de kranten geroepen had dat door fraude en inefficiënt gebruik  er jaarlijks zeven miljard euro verloren gaat in de Belgische ziekteverzekering. Dit alles om u er aan te herinneren dat volgende week 25 oktober de uitspraak valt in het beroep van de dokters Coucke en Uyttersprot.

www.transparency.org/publications

Marc van Impe

17:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

01 oktober 2011

Goede intenties

“Een arts heeft niet het recht om regelgeving, ook al is die onnauwkeurig bepaald, naar eigen intentie te interpreteren,” zei de dokter die het Riziv vertegenwoordigde tijdens de behandeling van de zaak in beroep van Anne Marie Uyttersprot tegen de DGEC. Hoe die regelgeving dan wel moest geïnterpreteerd worden, wist dokter Georges Dusart, geneesheer-inspecteur van het Riziv, niet te vertellen. Dat het Riziv pas na vaststelling van de feiten een richtlijn uitvaardigde en nooit antwoordde op schriftelijke vragen van dokter Uyttersprot , vergat hij liever. Zo staat er in het rondschrijven van het Riziv dat gammaglobulines slechts mogen voorgeschreven worden aan patiënten die o.a. lijden aan een ernstige chronische bacteriële infectie. Wat onder dat begrip valt wordt echter nergens gedefinieerd. In 2007 reeds heb ik die vraag gesteld aan de Rijksdienst. Ik wacht nog altijd op een antwoord.

Een zaak is zeker:  het Riziv beschouwt zichzelf als de heer en meester van de gezondheid van de Belgische patiënt. En de basisvraag die dat beleid bepaalt luidt:  bedreigt de “keuzevrijheid van de patiënt” de openbare organisatie van de gezondheidszorg?  Volgens de rode ridders die de rijksdienst leiden is het antwoord op die vraag volmondig:  ja. Het Riziv gelooft niet in de vrije keuze van de patiënt. Daar is de patiënt niet volwassen genoeg voor, daar heeft hij niet genoeg kennis voor en daar is hij te naïef voor. Daar valt wat voor te zeggen. Maar het Riziv trekt die lijn dus door naar de arts. En dan rijst de vraag of het Riziv daar wel geschikt voor is. De Rijksdienst zal antwoorden dat ze zich daarvoor laat bijstaan door academische experts. Maar daar is van geweten dat die niet altijd met zoveel kennis van zaken spreken, dan wel met oog voor hun eigen belang. Academici delen hun belangen niet alleen met de farmaceutische industrie maar ook met verzekeraars en beleidsmakers. Een professor die we vroegen om als observator het proces van dokter Uyttersprot bij te wonen formuleerde het als volgt: “Als ik dat doe dan krijg ik geen geld voor mijn onderzoeksproject, maar weet dat ik moreel achter de dokter sta.” Een van de door het Riziv aangehaalde experts maakte het wel extra bont: hij ondersteunde zijn eigen advies met een publicatie in het Belgisch Tijdschrift voor Geneeskunde.

Op de valreep bereikte ons het bericht dat nog zo’n professor, emeritus ondertussen, die sinds jaar en dag de stelling verdedigt dat CVS/ME zich allemaal in het hoofd van de patiënt afspeelt, nu cabaretvoorstelling aanbiedt via het netwerk van de CM. Uit de mailing: “Prof. Dr. Van Houdenhove weet als geen ander wat deze aandoening omhelst en kan in een duidelijke taal uitleggen waarover dit gaat.” Wie eens een avond goed cabaret wil zien gebracht door een ouwe rat in het vak gaat voor zijn eerste show naar Hasselt. De vakpers was na de eerste try-out  laaiend: “Hilarisch.” “Niemand kruipt zo in de huid van zijn personage.” “Prachtige choreografie.” “Wat een vaart.” “Pijn van het lachen.” “Net als de referentiecentra: 0,0 procent stress na de voorstelling.”

http://www.educatievewegwijzer.be/index.php?param=cdetail&cursus=14215&cursuslocatie=29316&organisator=356&locatie=690

Marc van Impe

19:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 mei 2011

Jos

Hoe lang het zou duren, vroeg ik de vriendelijke man op werkpost 26, voor ik mijn attest zou ontvangen? Dat kon hij niet precies zeggen, maar hij schatte dat de zaak op zijn vroegst over een week of zes rond zou zijn. “We sturen eerst een bericht van ontvangst. U moet dat tegentekenen en ons terugzenden. Daarop krijgt u een aanvraagformulier en dat moet u volledig invullen – u gaat daarvoor best bij uw huisarts langs- en laten afstempelen bij de gemeente. En dan afhankelijk van , ja, van wat eigenlijk, begin ik met verwerking van uw aanvraag. U kunt misschien nu al een pasfotootje laten maken. In het juiste formaat natuurlijk en met een witte achtergrond in tweevoud.” Ik onderbrak de vriendelijke jongeman. “Maar ik heb u die aanvraag mét foto toch tweeënhalf jaar geleden al gestuurd. U hebt me die hele procedure al laten doorlopen en u hebt me in eerst instantie afgekeurd. Nu is het beroep uitgesproken voor de arbeidsrechtbank en dat is u twee maand geleden al betekend.” Hij sneed me de tong af. “Natuurlijk, dat weet ik wel. Maar niets zegt dat wij daar niet tegen in beroep gaan. U begrijpt, de procedure moet zijn gang gaan. En bovendien, dat zeg ik u omdat u journalist bent: ik ben nog niet aan 18.” Ik zag het verband niet. Wat heeft mijn vak hiermee te maken? Ik ben al veertig jaar journalist. En uiteraard is een ambtenaar 18. “Hoe oud bent u dan?” “32, maar dat bedoel ik niet. Ik ben nog niet aan datum 18 maart.” “Maar we zijn nu begin mei.” “En dan komt juni en dan komt de vakantie. U zult zien voor het vakantie is weet u waar u aan toe bent. Dat beloof ik u.” “En als ik het attest persoonlijk kom afhalen, helpt dat de zaak vooruit?” Dat was verkeerd gegokt, de vriendelijke man werd nu de onvriendelijke man. “Als u hierheen wil komen dan mag u dat, ik garandeer u dat dit geen lolletje is. De wachtzaal zit hier vol met medeburgers die iets gedaan willen krijgen en die niet begrijpen willen dat ze geduld moeten leren hebben. En u moet een nummertje trekken.” Ik wist dat hij de waarheid sprak. Ik was er al eens geweest. In een bevoorrechte positie. Als journalist. “U kunt beter gewoon volgens het boekje werken.” “Waar kan ik dat boekje kopen?” “U begrijpt best wat ik bedoel, de hele procedure staat op de website. En nog iets. Ik werk hier niet.” “Dat dacht ik al.” “Ik bedoel, ik ben hier niet. Ik ben elders maar ik mag u niet zeggen waar.” Armworstelen met een ambtenaar.“Ik ben ook niet wie u denkt dat ik ben.” Stilte. Ik had hem van zijn gietijzeren stoel geschopt. “U bent niet echt,” zei ik. “U bent virtueel. U leeft in een callcenter. Er groeit een microfoon uit uw oor.” Ik hoorde hem zwaar ademen. “Maar dat is normaal. Tenslotte werkt u op de FOD Gehandicapten. U bent er dus niet maar wel op de juiste plaats.” In de reclames schudden ze nu hun vers geföhnd haar en grijpen ze naar een bekertje yoghurt met Super K. “Ik wens u nog een fijne dag, werkpost 26. En weet u, in feite heet u gewoon Jos.”

Ik zweer het, maar de baas van deze dienst luistert naar Vlaanderens populairste popsong, van de hand Gorky, en heeft een zoete naam die eindigt met CKX. Daar kan ik bijna mee leven. Maar eigenlijk net niet. Ik denk dat ik hogerop ga. In het heelal galmt een stem: De kandidaat gaat naar de volgende tafel!

Marc van Impe

11:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)