04 januari 2012

Romantiek

Kan je voor een keer romantisch gaan, vraagt de geleerde vrouw. Ik zit uit het raam te staren naar twee kippen en een haan die ze beurtelings probeert te bestijgen. Maar het is het seizoen niet, en keer op keer valt de hitsigaard op de koude grond. Het is Nieuwjaar geweest en tijd voor al dan niet gemeende wensen. De kleinkinderen zijn langs geweest. We hebben oma gezien en gekust. Broers en zussen omhelsd. Collega’s in de wang geknepen en werken gestaag het lijstje nieuwjaarsrecepties af waar we obligaat vrolijk zijn.

Romantiek is iets wat me overvalt na elven, als de geleerde vrouw reeds ter stege is en ik het verzameld culinaire werk van Alexandre Dumas doorploeter. Hij is een stuk romantiek op zich: zoon van de eerste Creoolse negergeneraal onder Napoleon I en een wulpse Française, veelschrijver en homme de femmes, continu balancerend op de rand van het bankroet, hypochonder en levensgenieter tezelfdertijd. Eigenzinnig ook. Een musketier in his own right.

Ik hoop dat we in dit tijdsgewricht een periode kunnen afsluiten die ons niet veel meer dan ellende gebracht heeft. Een periode waarin bankiers producten ontwikkelden die ze als een dokter Frankenstein zelf niet meer begrepen en in de hand hielden. Een periode van wild individualisme en dirigisme geleid door achtenzestigers die de meest zelfzuchtige, cynische  en manipulerende generatie blijken te zijn die we de voorbije honderd jaar hebben mogen meemaken. Een tijdperk van cabinettards die alleen met zichzelf en hun ambtenarenpensioen rekening houden.

Ik geloof in de jeugd die studeert, die daarvoor over de grens gaat, en die zich niet bindt aan het eerste lief. In de nieuwe generatie die met IT is opgegroeid en zich niet laat bedonderen door slimmigheidjes als een carbonfiets met 24 versnellingen. Ik geloof in de romantiek tout court. En ik wacht op de lente, met spanning, dat mijn apothekeres weer bloesjes draagt en we weer mooie benen mogen zien.

Marc van Impe

12:27 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 mei 2011

Poolse worst

Zit rechtop, spreek met twee woorden, eet met je mond dicht,  praat niet terwijl je eet, geef een hand, wacht tot je aangesproken wordt, zeg altijd dank u, spreek met twee woorden, maak je huiswerk, neem geen snoepjes aan, kijk niet naar vieze plaatjes, loop niet in de plassen, wees beleefd tegen meisjes, drink niet teveel, lees een goed boek, hou je handen thuis, denk toch eens na, doe die sigaret uit je mond… Als ik die zinnetjes hoor moet ik aan mijn goede vader denken. De man die me leerde dat ik moest uitkijken voor bankiers, politici en slechte vrienden  - in die volgorde- want ze zijn op het eerste gezicht charmant, hebben een enorm gevoel voor eigenwaarde, voelen geen schuld noch medelijden en het zijn pathologische leugenaars. Kijk altijd of iemand handelt naar zijn woorden, zei hij. Doet hij dat niet, laat hem dan weten dat je hem doorhebt. Maar geloof hem nooit. Pas jaren later heb ik begrepen dat hij zo zijn eigen schaal van Hare hanteerde.                                 

Wat het roken betreft was mijn vader dubbel. Hij hield er om de zoveel jaar mee op, om dan weer opnieuw te beginnen met een fijne sigaar, een geurige pijp, een dure Engelse sigaret. Pas toen hij de laatste keer stopte was het definitief.

Daar lig ik dus aan te denken terwijl ik uit het raam van de kamer die voor een paar dagen de mijne is naar beneden kijk. Wachtend op de arts die toert. Op het binnenplein wordt gerookt. Mannen  en vrouwen in het groen en het wit, een hark in een pak met een iPad onder arm, en in wagentjes, als ouwe mussen, kwetterend tegen elkaar en zeer ernstig kijkend: patiënten aan een infuus. Rokend. Langs de katheter het leven, langs het strot de dood. Onder een stalblauwe hemel, geen triester beeld.

Waarom doet de ministre hier niets aan? In cafés mag niet meer gerookt worden. Geen perron waar je nog een peuk kwijt kan. Maar op het plein voor de kliniek mag het wel. En wat met de voorbeeldfunctie van de zorgkundige? Ik begrijp dit niet.

 

 De Australische regering is van plan om vanaf januari 2012 sigaretten en roltabak te laten verkopen in olijfgroen inpakpapier. Geen fancy pakjes meer die tonen dat je een Rizla-vrouw bent, een Marlboro-man, of een Camel-mannetje. Je bent een sukkel die rookt. In Australië heeft een kind onder de 17 nooit een advertentie voor sigaretten gezien. Het percentage rokers bij volwassenen en de jeugd is er dan ook het laagst ter wereld.

Waarom stelt de ministre niet voor om sigaretten per gewicht te verkopen? Los, in een ouwe krant gerold. Sigaretten als een zwetende Poolse worst uit de nachtwinkel.  Da’s pas een aanpak.

 

Ook ik heb gerookt maar ik prijs me gelukkig dat ik er bijna 25 jaar geleden mee gestopt ben. Ik haat de roker niet. Ik misprijs hem niet. Ik vind hem hilarisch. Op reclames zie je lachende mensen roken. In het echte leven kijken rokers zeer serieus: hier wordt aan kanker gewerkt. No jokes, please.

 

Marc van Impe

08:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)