08 augustus 2016

Asielzoeker in de marge is sneller tijdbom

In Duitsland melden zich maandelijks 1500 asielzoekers met psychische problemen. In Nederland blijkt uit een rapport van de Gezondheidsraad dat 13 tot 25 procent van de asielzoekers kampt met posttraumatische stressstoornis of een depressie. Ongeveer vijf keer zoveel als de autochtone bevolking. In ons land beschikt Fedasil helaas niet over cijfers noch statistieken. Het is aan de begeleiders in de asielcentra om te ontdekken wie psychisch in de knoop zit. Wie dan eruit gepikt wordt, krijgt een doorverwijzing naar een psycholoog of als hij geluk heeft naar een lokale psychiater. De patiënt komt dan in het reguliere circuit terecht: dat betekent wachtlijsten! De psychiaters die ik hierover aanspreek zijn geen vragende partij voor dit patiënteel. Ze vrezen dat ze niet betaald zullen worden, zeggen dat de taalbarrière in de weg staat, dat ze niet bekend zijn met de cultuur van de asielzoeker. De psychiatrische instellingen zijn kort en duidelijk: er is nu al geen plaats voor “onze” mensen, wat zou er opvangmogelijkheid zijn voor wie hier niet zijn opgegroeid. Ook de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) en Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) kennen lange wachtlijsten. Ze zijn overbelast met als gevolg dat zij geen prioriteit kunnen geven aan deze doelgroep. Bovendien beschikken ze niet over de gepaste methodieken om met vluchtelingen en asielzoekers te werken.

Fedasil stuurt daarom de herkende patiënten door naar vzw's als Solentra, wat staat voor ‘Solidariteit en Trauma', en dat een onderdeel is van Paika, de psychiatrische afdeling van het UZ Brussel voor infants, kinderen en adolescenten. Solentra geeft diagnostische en therapeutische ondersteuning voor vluchtelingen, migrantenkinderen en hun families. Het ontwikkelde daartoe een specifieke methode ontwikkeld: Psychiatry Assisting the Cultural diverse Community in creating healing Ties (PACCT).

Maar het blijft een feit dat weinig migrantengezinnen zelfstandig psychiatrische hulp zoeken waardoor er ook kansen ontnomen worden aan deze kinderen.

De Nederlandse psychiater Boris Drozdek is een ervaringsdeskundige. Hij verhuisde tijdens de Joegoeslavische burgeroorlog van Zagreb naar Den Bosch waar hij in het Psychotraumacentrum Zuid Nederland sinds 1992 mensen behandelt die kampen met een oorlogstrauma: Syriërs, Irakezen, Iraniërs en Eritreërs. Ongeveer vijf cliënten per dag. „Ja, gevluchte mensen met een oorlogstrauma kunnen tikkende tijdbommen zijn", zegt Drozdek in de NRC. De manier waarop het gastland met hen omgaat, draagt er volgens hem sterk aan bij of ze zullen ontsporen, zich bijvoorbeeld agressief uiten, imploderen of het evenwicht vinden. „De kloof tussen de gastsamenleving en de nieuwkomer wordt groter", ziet Drozdek. Hij doelt daarmee onder meer op het heersende anti-vluchtelingensentiment. Als vluchtelingen niet worden betrokken bij de samenleving creëer je lone wolves, zegt Drozdek. „Dat is gevaarlijk."

In Nederland worden patiënten meestal doorverwezen door de huisarts, of ze komen in de hulpverlening terecht omdat ze stennis schopten in een asielcentrum. Drozdek pleit ervoor om ook „daders" in behandeling te nemen. Als we dit soort mensen marginaliseren, is de kans groter dat ze iets doen, zegt Drozdek. "Je wordt als ballast gezien. Je hebt geen geld. Je wordt steeds woedender." Mensen ervaren het beleid in Nederland als afremmend, weet Drozek. De komst van (getraumatiseerde) vluchtelingen kan een samenleving destabiliseren, zegt de psychiater.

Een ander (Vlaams) initiatief geïnspireerd op het Nederlandse beleid is Mind-Spring, een psycho-educatieprogramma voor asielzoekers en vluchtelingen dat wordt gegeven door speciaal daarvoor opgeleide trainers die zelf een vluchtervaring hebben. Mind-Spring wordt gegeven in de moedertaal of in een contacttaal. Mind-Spring kan sessies van zes maal twee uur aanbieden in het Arabisch, Pashtu, Dari, Farsi, Russisch, Albanees, Engels, Frans, Creools, Tsjetsjeens, Swahili, Somali, Georgisch, Koerdisch en Duits. Mind-Spring is een initiatief van ODiCe vzw en Intercultureel Netwerk Gent vzw waarbij nu ook sommige CAW's, Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, Provinciaal Integratiecentrum Limburg, De Som vzw, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Antwerps Netwerk Cultuursensitieve Zorg, Het Europees Vluchtelingenfonds en andere betrokken zijn. Hier krijgen de asielzoekers psycho-educatie wat een preventieve benadering. De bedoeling is dat deelnemers meer inzicht krijgen in het ontstaan en verloop van spanningsklachten en leren hoe ze zelf kunnen werken aan de vermindering ervan. Maar psychpathologie wordt ook hier niet behandeld.

Nochtans hebben we de ervaringsdeskundigen in huis. In 1976 richtten Latijns-Amerikaanse vluchtelingen het Centre COLAT op dat nu het Centre EXIL (Centre médico-psycho-social pour Réfugiés et Victimes de Tortures is ) heet, en dat medische en psychosociale steun verleent aan asielaanvragers en vluchtelingen. Dr. Jorge Barudy, psychiater en zelf Chileens vluchteling heeft er de leiding van. De Leuvenaar prof. Dr. Franz Baro is voorzitter van EXIL.

Probleem is dat de patiënt die reeds psychisch ziek is, hier niet op eigen houtje heen gaat. „Over mensen die in stilte lijden maak ik me het meeste zorgen, die worden niet snel gevonden," zegt Drozdek. Er is dus dringend nood aan een detectie- en therapieprogramma. Net zoals hij gescreend wordt op besmettelijke ziekten zou elke asielzoeker een psychologische screening moeten ondergaan. Vraag is of dit financieel haalbaar is. De World Psychiatric Association heeft in januari al opgeroepen actie te ondernemen. Maar de respons bij de psychiaters zelf, ook in ons land, initiatieven als Solentra en EXIL niet te na gesproken, is lauw.

http://www.wpanet.org/detail.php?section_id=7&content...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

16:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 februari 2016

Komt een vluchteling bij de dokter

Ik lees in de krant dat een aantal huisartsen nog slechts drie asielzoekers per consultatie willen ontvangen. Een huisarts uit het Antwerpse belt me met de boodschap dat hij ze spuugzat is, die Syriërs met hun onmogelijke verwachtingen, hun medisch onverklaarbare klachten en hun onbegrijpelijk Engels.

Een Brusselse huisarts klampt me aan op een receptie en maakt zijn beklag over de gebrekkige ondersteuning door Fedasil bij de behandeling van pas aangekomen vluchtelingen die op hun erkenning wachten. Hij stelt zich de vraag waarom de overheid geen vertalers ter beschikking stelt. Een rondvraag langs verschillende spoeddiensten leert me dat er een probleem is met asielzoekers. Vluchtelingen worden door (huis)artsen vaak beschouwd als een moeilijke groep waarbij psychiatrische problematiek, taalproblemen en grote culturele verschillen de zorg bemoeilijken.

Maar ook de vluchtelingen blijken vaker dan andere patiënten ontevreden te zijn over hun huisarts. Een studente interviewt binnen het kader van haar eindwerk aan aantal Syrische, Irakese en Afghaanse vluchtelingen. Zij rapporteert dat de vluchtelingen zich vaak onbegrepen voelen. Dat ze met hun verhaal niet terecht kunnen bij de behandelende geneesheer. Als je de interviews naleest dan zie je dat je het relaas van de "vluchteling" in twee delen kan opsplitsen: het algemene verhaal, dat bijna altijd gelijk is en het gedetailleerde verslag van de persoonlijke en gaat vooral over wat ik het onthaal bij de balie zou noemen. De ontmoeting met de arts zelf is veel genuanceerder en positiever. In ons land is bij mijn weten nog geen academisch onderzoek gedaan naar de ervaringen van de vluchtelingen met onze gezondheidszorg.

Navraag bij de FOD leert me dat men ook daar geen onderzoek gedaan heeft of dat er een analyse aan de gang is. Men verwijst me naar Fedasil maar daar heeft men andere zorgen aan het hoofd. Artsen zonder Grenzen en Dokters van de Wereld zijn vooral en hard bezig met praktisch werk. Zij zijn vaak de eerstelijnszorg voor asielzoekers.

Uit Nederlands onderzoek leer ik dat er nogal wat overeenkomsten zijn met de voorlopige conclusies van mijn Vlaamse studente, die een allochtone achtergrond heeft. Pharos is het Nederlands landelijke kenniscentrum dat gespecialiseerd is op het gebied van de kwaliteit, effectiviteit en toegankelijkheid van gezondheidszorg voor migranten en vluchtelingen. Op de website www.pharos.nl staat een grote hoeveelheid onderzoeksresultaten.

Ook daar blijkt bij analyse van de vluchtelingeninterviews dat de geïnterviewde vluchtelingen of echtparen een ‘persoonlijk verhaal' hadden naast een ‘algemeen verhaal'. Het algemene verhaal, dat in vrijwel alle interviews aan de orde kwam, bestond uit een verzameling ervaringen van nabije anderen met de gezondheidszorg. De toonzetting was negatief en getuigde van wantrouwen jegens de Nederlandse gezondheidszorg en in het bijzonder jegens de huisarts. De persoonlijke verhalen daarentegen waren genuanceerd, ook in de zin dat dezelfde vluchteling over de ene huisarts in geheel andere bewoordingen sprak dan over een andere. Vluchtelingen vertelden met grote dankbaarheid over levensreddend optreden van huisartsen en over hun begrip, aandacht en openheid, maar ze vertelden ook over denigrerende of generaliserende uitspraken, over niet serieus genomen ernstige signalen en over afwerend of zelfs verbaal agressief optreden van huisartsen.

Medisch onverklaarde lichamelijke klachten bleken een belangrijke plaats in te nemen in de interviews, zowel die met huisartsen als die met vluchtelingen. De Nederlandse website www.huisarts-migrant.nl is een zeer mooie en toegankelijke website en een rijke bron van informatie voor in de dagelijkse praktijk. Uit het boek Huisarts en vluchteling: "Veel asielzoekers en vluchtelingen komen uit de hedendaagse conflictgebieden waar traumatische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden of nog steeds plaatsvinden. Zij en hun kinderen kunnen in meerdere of mindere mate lijden aan de gevolgen daarvan. Er is vaak sprake van specifieke problematiek, die vraagt om een specifieke benadering. Door andere achtergronden, importziekten, geweldservaringen, etniciteit, en culturele verschillen is een ander behandelaccent noodzakelijk, om dezelfde kwaliteit van zorg te garanderen als bij reguliere patiënten."

Tot slot een anekdote: een jong vluchtelingenkoppel uit het Nabije Oosten komt bij de huisarts. Er is een dringende kinderwens. In België kan elke vrouw zwanger worden, weet de man. Of de dokter dus dringend het nodige wil doen. De arts zegt dat hij het stel doorverwijst naar de bekende fertiliteitskliniek in Jette. Hij beschrijft het protocol en de onderzoeken die men gaat uitvoeren. Waarop de man verontwaardigd opstaat en de consultatie wil beëindigen. Niet hij heeft een probleem, hij ejaculeert zoveel en zo vaak hij wil. Zijn vrouw is de oorzaak van zijn verdriet.

Het boek Huisarts en vluchteling, een Practicum Huisartsgeneeskunde voor opleiding en nascholing, van E. Bloemen en J. van der Laan  ISBN 9789035234109 kost 27 euro, bestelt u op Pharos.nl.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

12:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 oktober 2011

Dierenwelzijn

Wat de overheid niet zint zet ze bij het grof vuil buiten op de stoep. Zo verging het de Roma zigeuners die in het Noordstation kampeerden. Volgens de weerberichten kunnen ze nog heerlijk genieten van een prachtig nazomertje. Wat fijn. Daarna wordt het kouder en laten we ’s avonds de rolluiken wat vroeger naar beneden. Een paar jaar geleden richtte premier Yves Leterme een oproep aan de bevolking om die gure winterdagen een dakloze op te nemen, wat  getuigde van een grenzeloos cynisme. Zo’n oproep is de vertaling van de incompetentie en het onvermogen van deze regering  om dingen die er onvermijdelijk aankomen onder ogen te zien, voorbereidingen te treffen en daadkrachtig op te treden. Zelfs de nationale ombudsman heeft toen het gebrek aan visie en planning van de autoriteiten aan de kaak gesteld.  België overtreedt hiermee alle mogelijke internationale verdragen, de Verklaringen van de Rechten van de Mens en de eigen wetgeving die voorziet dat elke inwoner, ook asielzoekers en daklozen recht hebben op opvang , sanitaire voorzieningen en medische zorg. Daarom deze anekdote.

Het cynisme kan nog groter. In diezelfde periode richtte de actiegroep BLID zich tot de  minister van Sociale Zaken. BLID is een dierenrechtenorganisatie.  "Dieren zouden verboden moeten worden op weiden waar ze geen schuilhok hebben dat groot genoeg is voor alle dieren, van 1 december tot 1 februari. Met deze wetgeving kan iedereen zijn voorbereidingen treffen", luidde het.  En kijk de FOD Dierenwelzijn deed gelijk het nodige.  En de bevoegde minister voor dierenwelzijn   Laurette Onkelinx, mobiliseerde zowaar haar hele kabinet en zei zeer bezorgd te zijn.  Iemand de minister al gehoord over kinderwelzijn?  Tenzij we ons vergissen behoort mensenwelzijn net zoals dierenwelzijn tot haar bevoegdheden.  Gelukkig weet de minister dat ze –als het op prompte actie aankomt- kan rekenen op Artsen zonder Grenzen. Die bouwen in no time een fijn tentenkamp. Zodat zij voor de mensen geen schuilhutten moet bouwen. Eén kerststal op 24 december is meer dan genoeg. En zeggen dat er in Brussel 20.000 panden leegstaan.

Het is nu nog warm. Het vriest niet. Het is nu dat me dit even van het hart moest. Straks vriest het en is het te laat.

 

Marc van Impe

11:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)