15 maart 2017

Zijn patiënten met een migratieachtergrond echt minder trouw?


De Vlaamse minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft de steen in de kikkerpoel gegooid. Zij bestond het de allochtonen en nieuwkomers met de vinger te wijzen: "We mogen gerust wat meer engagement verwachten van allochtone ouders en nieuwkomers."


Bij de socialisten en groenen ontketende deze uitspraak de voorbije week een storm van verontwaardiging. Maar insiders zeggen dat de minister gelijk heeft: ouders met een immigratieachtergrond hebben minder contact met school, leerkrachten en maar ook andere ouders en hun kinderen. Ik bespreek de kwestie met een specialiste uit de Kanaalzone. Hoe zit dat met de betrokkenheid van de patiënt?


Het is een bekend fenomeen dat patiënten met een immigratieachtergrond een ander beeld hebben van de gedragscode in de gezondheidszorg. Zo is het nog altijd een feit dat ze enthousiaste bezoekers van Spoed zijn. Wie een dag in de wachtzaal van de urgentieafdeling doorbrengt kan niet anders dan tot die conclusie komen.


De gesluierde vrouwen zoeken elkaar op. Als ze niet in hun moedertaal met elkaar converseren, moet er dringend gecommuniceerd worden via de smartphone. De Brusselse ziekenhuizen en de instellingen in de rand zijn op deze patiëntenpopulatie voorzien en hebben een tweetalige verpleging ter beschikking. Maar het probleem ligt hem daar niet. De spoedpatiënten worden doorverwezen naar een specialist of hun huisarts, al dan niet in het wijkcentrum.


"Allochtone patiënten die zich niet in een van de landstalen kunnen uitdrukken, volgen die doorverwijzing zelden op," zegt een arts uit de Rand. "Of ze verwachten een wonderremedie en gaan zonder ons daar over in te lichten te rade bij een derde arts. Wij noemen dit medisch shoppen. Het valt me overigens op dat de ziekenfondsen die toch dagelijks met dat fenomeen geconfronteerd worden – de immigranten gaan hun terugbetaling cash ophalen- weinig of geen actie ondernemen tegen dat fenomeen. Zij zien toch als eersten dat de patiënten telkens voor dezelfde aandoening een consultatie aangaan bij diverse artsen."


Een tweede probleem is dat voor bepaalde vrouwen met een immigratieachtergrond een mannelijke arts uit den boze is. Worden ze daarmee geconfronteerd, dan is de relatie gelijk afgelopen.


En tenslotte zijn er een aantal onderzoeken helemaal haram.


"Vandaar dat bepaalde, soms dodelijke ziekten, zoals darmkanker of borstkanker veel te laat gediagnosticeerd worden en fataal aflopen." Ook dr. Luc Colement die al jaren succesvol actie voert voor de preventie van darmkanker weet dat en zocht daarom steun bij een imam, steun die hij ook kreeg.


Mijn vriendin woont in de Brusselse rand. Ze vraagt zich af waarom de patiënten zo weinig naar de voorlichtingsvergaderingen komen. Waarom ze niet betrokken zijn bij een patiëntenbeweging. Op die manier wordt de kloof niet kleiner." Misschien zijn patiënten met een migratieachtergrond niet minder betrokken bij hun gezondheid dan autochtonen, zeg ik, maar hebben ze een andere aanpak nodig.


"Ze verstaan niet wat wij als arts doen. Ze beheersen de taal niet voldoende, durven geen vragen stellen, ze voelen schaamte. En als ziekenhuisarts moet je wel al de NIAZ gegevens nauwkeurig invullen, maar heb je geen tijd voor enig echt persoonlijk contact. Laat staan dat je weet uit welke familiale omstandigheden de patiënt komt. Op die manier worden heel wat zaken gemist. Ook intra-familiaal geweld."


Sommige ziekenhuizen zetten tolken in. Maar die zijn er niet altijd, zeker niet op Spoed. En medisch geschoolde tolken zijn duur. Daar zijn geen budgetten voor. Een gratis variant is het gestudeerde , meestal vrouwelijke familielid. "Maar wat doe je dan met de privacy van de patiënt. Hoe ga je om met SOA's die je niet zomaar bekend wil maken en die je als vrouw vaak slechts van één persoon kunt opgedaan hebben. Als je daar met een allochtone patiënt over begint is dat vaak meteen het einde van het verhaal."


Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

03 maart 2017

Loodgieters zitten vooral in met eigen koopkracht


Stel u even dit verhaal voor: De overgrote meerderheid van de loodgieters vindt niet dat huishoudens te veel uit eigen zak betalen. Ze zitten wel in met hun eigen inkomen. Een bruto jaarinkomen van 200.000 euro is niet uitzonderlijk voor een gediplomeerd loodgieter die zelfstandig werkt. Zelfs de minder goed betaalde loodgieters verdienen ruim 140.000 euro, na aftrek van wat ze afgeven aan hun dispatcher. En toch vindt bijna twee derde van de loodgieters (63 procent) dat het deel voor hun werkverdeler te groot is.


Met wat de huishoudens voor hun loodgieterij moeten betalen, zitten ze veel minder in. Volgens 82 procent van de loodgieters betalen de huishoudens níét te veel uit eigen zak voor het dichten van een lek. Dat blijkt uit een enquête bij bijna 1.300 Belgische loodgieters die het vakblad De Loodgieter vandaag publiceert.


De meeste loodgieters gaan niet zo ver om te zeggen dat hun honorarium (ruim) onvoldoende is. Dat zegt ‘slechts' 31 procent. Maar de antwoorden wijzen erop dat ze bezorgd zijn om hun inkomen. Meer dan de helft vindt dat zijn koopkracht gedaald is in vergelijking met begin 2015.


De houding van veel loodgieters – de vrees om wat inkomen te verliezen en weinig schroom om de huishoudens meer te laten betalen – heeft concrete gevolgen. Toen de federale regering vorige herfst nog maar aankondigde dat ze zou besparen in de onderhoudskosten, verhoogden veel loodgieters hun tarieven, zelfs zij die de besparingen niet zouden voelen. En dat terwijl Belgische huishoudens sowieso al een behoorlijk deel van hun onderhoudskosten zelf moeten ophoesten: bijna een kwart, meer dan gemiddeld in de Oeso-landen.


‘Loodgieters worden goed betaald', reageert Marcel Moens, voorzitter van het loodgieterssyndicaat. ‘Maar de vrees leeft dat ze erop achteruitgaan. Er waren indexsprongen. De afdrachten voor de dispatchers zijn gestegen. De besparingen in de onderhoudssector worden altijd verhaald op de loodgieters.'


Natuurlijk hebt u dit verhaal niet in de krant gelezen. Niemand die ook wakker ligt van de loodgieterskosten. Die zijn de voorbije jaren nochtans flink gestegen. Ze liggen evenmin vast. Loodgieters, -als ze niet in het ‘zwart' werken- werken wel vaak à la tête du client. En ze rekenen steevast verplaatsingskosten aan, ook al ligt de ene klant in het verlengde van de vorige. En hoeveel een avond- of weekendinterventie kost, daar heeft iedereen het raden naar. Dat kan je ook best niet op voorhand vragen want dan dreig je wel eens lang te moeten wachten. Maar daarmee halen ze de krant niet.


Ben je echter arts en dan nog specialist, dan zal je het geweten hebben. Dan kom je met een stethoscoop om de hals of in de zak in beeld. Dat je jaar na jaar de beloofde indexaanpassingen aan je neus ziet voorbij gaan, is van geen tel. Dat je geen supplementen meer mag aanrekenen in een tweepersoonskamer, waarmee je je pensioenfonds betaalt, is brute pech maar sociaal verantwoord.


En de directeur van het ziekenhuis die veegt zich schoon met een salarisnorm van 290.000€.


Had je maar niet zo lang moeten doorleren. Loodgieterij is ook een mooi vak.

Marc van Impe

Bron: MediQuality


18:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

03 december 2016

De arme dokter

Geneeskunde leidt tot armoe als je niet voorzien bent van de juiste connecties of gewoon eerlijk en onnozel bezig bent.
We hadden vorig weekend een diner met vrienden die nu oude kennissen geworden zijn. Ik weet het… vriendschap slijt, maar in ons geval is veertig jaar bijna een halve eeuw en zijn onze idealen zoals onze teennagels uit elkaar gegroeid. Eelt tussen de botjes, ingegroeid venijn, een los gewricht.
Maar we kennen elkaar nog en we zijn allemaal professionals. Eén voorzitter van een universiteit, een paar hoogleraars, een bankier, een consultant, een rechter bij het grondwettelijke hof en een mevrouw die in de hoge raad voor justitie of iets anders onbegrijpelijk zetelde en nu naar Den Haag verhuisd is. We waren allemaal young urban profesionnals en we gingen met een stijve door het leven. Niets kon ons overkomen. Ik ben er na een jaar uitgestapt wegens erectiestoornissen. Ik zie nu in mijn pensioenberekening dat dit niet zo verstandig was.
Ik heb geleerd dat -sinds het begin van de jaren tachtig, dat is zo'n 35 geleden- de volksvertegenwoordigers en politici zich elk jaar meer geprofessionaliseerd hebben. Ik betaal mijn voorzitter zijn portie frieten, hij dronk pils, acht jaar later was het tortellini à la tartuffo en Barolo.
Dat is het gevolg van het feit dat je volksvertegenwoordigers elk jaar meer uit professionelen bestaan, zegt mijn vriend Tony Mary en hij kan het als ex-ceo van de VRT weten, " elk jaar bedienen ze zich van enkele nieuwe zoetigheidjes zoals medewerkers, zodat ze hun vriend / vrouw : lief kunnen tewerkstellen, een pensioenregeling die niemand in België heeft, prerogatieven die doen denken aan het ancien régime, vergoedingen voor niemand weet nog wat allemaal. En dan hebben we het nog niet over de Opvolgers gehad – een uitvinding van (denk ik) Verhofstadt waardoor nu quasi de helft van de parlementairen gekozen zijn door de zittende parlementairen die een uitvoerende functie hebben (en dat zijn er in ons land veel) en de partijhoofdkwartieren."
Ik denk aan mijn goede vriend de gynaecoloog die met kanker achter het hart langzaam naar zijn einde gaat en door de inspecteur van het Riziv gepakt werd omdat hij nog een paar patiënten zag terwijl hij toch een ziekte-uitkering van amper 870 euro kreeg. Ik denk ook aan mijn buurvrouw hierboven die daarentegen op haar kaartje alle mandaten bij OCMW en aanverwante heeft staan die ze als schaduwfiguur van haar ex-premier verzamelde.
Dan sta je stom dat de populisten (alhoewel ook zij geen alternatief hebben) winnen, zegt Tony. Ik zou hem bijna gelijk geven.


Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)