14 januari 2012

Voyeurs

Toen mijn geleerde vrouw ‘haar’ Riziv onderzoek in Haasrode moest ondergaan werd ze verzocht zich tot op haar lingerie uit te kleden, en mocht zo, gezeten op de onderzoekstafel een soort van voodoo ritueel ondergaan waarbij een beschonken arts haar beklopte met een rubberen hamertje ondertussen kraaiend dat ze er toch niet zo slecht uit zag voor iemand van haar leeftijd en met haar ziekte. Toen ze hem erop wees dat ze een collega was en hem bovendien persoonlijk kende schrok het aangeschoten stuk controleur zich een rolberoerte. Het verdict was: als je te ziek bent om als arts te werken, maar je kan nog altijd werken als vrijwilliger dan kan je je nog altijd omscholen. Tot medisch secretaresse bijvoorbeeld. Dit getuigt niet alleen van een totaal gebrek aan respect voor een collega, maar bovendien van een totaal onbegrip over hoe belangrijk en verantwoordelijk de taak van een medische secretaresse is. Ik was getuige van dit voorval. De dronkaard, die ook nog een interessante professionele voorgeschiedenis bleek te hebben en eerder al omwille van dronkenschap tijdens de diensturen was onstlagen, legde klacht tegen mij neer toen ik dit incident gemeld had  bij   het kabinet van toenmalig minister Frank Vandenbroucke. Hij werd gesteund in zijn actie door het ACOD.  Ik werd ondervraagd door de gerechtelijke politie en verder niets meer. We zijn in beroep gegaan bij de Arbeidsrechtbank en hebben gewonnen.  Ik heb de zaak zelf gepleit.

Waarom dit alles? Omdat er hoop is. Het Riziv is niet onoverwinnelijk. Er zijn rechtvaardige rechters. En de dronken controlearts, die kreeg promotie.

Een andere zaak is het voyeurisme van de controleartsen. Het is artsen formeel verboden patiënten te onderwerpen aan vernederende en onnuttige onderzoeken. Iemand in zijn ondergoed zetten om zijn bloeddruk te meten is onnodig en vernederend. Het enige gevolg dat u daaraan kunt geven is een klacht neerleggen bij de provinciale Orde van Geneesheren. Vermeld altijd de exacte naam, datum en plaats van het gebeuren. U kan zich ook ten allen tijde door een vertrouwenspersoon laten bijstaan en begeleiden, ook tijdens het onderzoek. Sta daarop. Meld dit ook aan uw ziekenfonds en vraag hen nadrukkelijk wat ze daaraan denken te doen. U bent tenslotte geen watje.

Marc van Impe

09:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)

03 september 2011

Geen reorganisatie zonder patiënt

 

De zorg moet georganiseerd, zoveel is duidelijk. De voorbije legislaturen hebben we alles op zijn beloop gelaten en dat heeft ervoor gezorgd dat een paar organisaties het grootste deel van het deken naar zich toe getrokken hebben. Ziekenhuisdirecties, academici, reserachcentra, de farmaindustrie, de verzekeraars en de beroepsorganisaties, iedereeen is het met iedereen daarover eens. De reorganisatie van de zorg dreigt echter te mislukken als de patiënten er zelf niet bij betrokken worden. Er tekenen zich tendenzen af die niet altijd gunstig zijn voor die patiënt. En daar gaat het tenslotte om. Het is de patiënt die financiert via zijn fiscaliteit en parafiscaliteit en het zou de overheid moeten zijn die herverdeelt.

Alle partijen hebben er de mond van vol dat de patiënt centraal staat. Maar dat blijkt nergens uit. En dat kan ook moeilijk anders want de patiënten en hun organisaties worden niet bij het beleid betrokken. Wie ooit het twijfelachtige genoegen mocht smaken van een  lauwe koffie op het achtste aan de Tervurenlaan, zal weten waarover ik het heb: Het zijn niet de ziekteverzekeraars die het voor de patiënt hebben. Verzekeraars, en dat ligt in de aard van het beestje, kijken primair naar de kosten. Dat hoort zo. Zeker nu hun bankaandelen het zo slecht doen.

Maar dat betekent niet dat we het beoordelen van de afgeleverde kwaliteit aan hen over moeten laten. Aan de academici kan je dit al evenmin overlaten want die zijn absoluut niet vertrouwd met het principe van checks and balances zoals dat zo mooi heet. Bovendien is hun verwevenheid met de industrie zo nauw dat er van objectiviteit nauwelijks sprake kan zijn.

Is de patiënt dus aan zichzelf overgelaten? Je zou het bijna denken, ware het niet dat dit landje bulkt van de patiëntenorganisaties. Je kan geen ziekte bedenken, geen syndroom beschrijven of er zijn minstens twee patiëntenorganisaties die elkaar het liefst het bloed van onder de nagels halen. En waar dit niet gebeurt wordt de patiënt in slaap gewiegd met begonia’s en wenskaarten, georganiseerd door giga-organisaties die al lang door de verzekeraars gerecupeerd werden. Die houden dan op tijd en stond een hoorzitting in het Parlement, gemodereerd door een liefst ongeschoren hotemetoot van de openbare omroep die daarmee zijn verblijf in het vagevuur een paar dagen ingekort heeft. Kom je nog gegarandeerd in het Nieuws ook.

 

Het laatste terrein waar de burger dus moet emanciperen is de zorg. Voor alles en nog wat bestaan ombudslieden, behalve voor de zorg. Wie in beroep wil gaan tegen zijn eigen ziekenfonds moet gtelijk naar de Arbeidsrechtbank. Stel je voor dat je over een dispuut met betrekking tot je GSM-rekening  naar de Handelsrechtbank moet.

Daarom moeten de patiëntenorganisaties van hun patiënten af. In hun bestuur bedoel ik. Ze moeten professionaliseren. Pas op die manier kunnen ze een specifiek belang vertegenwoordigen. Artsen en andere zorgverstrekkers moeten daarin meegaan. Als de organisaties en de leden dat begrijpen dan zullen ze gehoord worden en komt er een draagvlak voor de concentratie van de zorg. Essentieel dacht ik. Daar gaat het toch om.

 

Marc van Impe

10:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 mei 2011

Jos

Hoe lang het zou duren, vroeg ik de vriendelijke man op werkpost 26, voor ik mijn attest zou ontvangen? Dat kon hij niet precies zeggen, maar hij schatte dat de zaak op zijn vroegst over een week of zes rond zou zijn. “We sturen eerst een bericht van ontvangst. U moet dat tegentekenen en ons terugzenden. Daarop krijgt u een aanvraagformulier en dat moet u volledig invullen – u gaat daarvoor best bij uw huisarts langs- en laten afstempelen bij de gemeente. En dan afhankelijk van , ja, van wat eigenlijk, begin ik met verwerking van uw aanvraag. U kunt misschien nu al een pasfotootje laten maken. In het juiste formaat natuurlijk en met een witte achtergrond in tweevoud.” Ik onderbrak de vriendelijke jongeman. “Maar ik heb u die aanvraag mét foto toch tweeënhalf jaar geleden al gestuurd. U hebt me die hele procedure al laten doorlopen en u hebt me in eerst instantie afgekeurd. Nu is het beroep uitgesproken voor de arbeidsrechtbank en dat is u twee maand geleden al betekend.” Hij sneed me de tong af. “Natuurlijk, dat weet ik wel. Maar niets zegt dat wij daar niet tegen in beroep gaan. U begrijpt, de procedure moet zijn gang gaan. En bovendien, dat zeg ik u omdat u journalist bent: ik ben nog niet aan 18.” Ik zag het verband niet. Wat heeft mijn vak hiermee te maken? Ik ben al veertig jaar journalist. En uiteraard is een ambtenaar 18. “Hoe oud bent u dan?” “32, maar dat bedoel ik niet. Ik ben nog niet aan datum 18 maart.” “Maar we zijn nu begin mei.” “En dan komt juni en dan komt de vakantie. U zult zien voor het vakantie is weet u waar u aan toe bent. Dat beloof ik u.” “En als ik het attest persoonlijk kom afhalen, helpt dat de zaak vooruit?” Dat was verkeerd gegokt, de vriendelijke man werd nu de onvriendelijke man. “Als u hierheen wil komen dan mag u dat, ik garandeer u dat dit geen lolletje is. De wachtzaal zit hier vol met medeburgers die iets gedaan willen krijgen en die niet begrijpen willen dat ze geduld moeten leren hebben. En u moet een nummertje trekken.” Ik wist dat hij de waarheid sprak. Ik was er al eens geweest. In een bevoorrechte positie. Als journalist. “U kunt beter gewoon volgens het boekje werken.” “Waar kan ik dat boekje kopen?” “U begrijpt best wat ik bedoel, de hele procedure staat op de website. En nog iets. Ik werk hier niet.” “Dat dacht ik al.” “Ik bedoel, ik ben hier niet. Ik ben elders maar ik mag u niet zeggen waar.” Armworstelen met een ambtenaar.“Ik ben ook niet wie u denkt dat ik ben.” Stilte. Ik had hem van zijn gietijzeren stoel geschopt. “U bent niet echt,” zei ik. “U bent virtueel. U leeft in een callcenter. Er groeit een microfoon uit uw oor.” Ik hoorde hem zwaar ademen. “Maar dat is normaal. Tenslotte werkt u op de FOD Gehandicapten. U bent er dus niet maar wel op de juiste plaats.” In de reclames schudden ze nu hun vers geföhnd haar en grijpen ze naar een bekertje yoghurt met Super K. “Ik wens u nog een fijne dag, werkpost 26. En weet u, in feite heet u gewoon Jos.”

Ik zweer het, maar de baas van deze dienst luistert naar Vlaanderens populairste popsong, van de hand Gorky, en heeft een zoete naam die eindigt met CKX. Daar kan ik bijna mee leven. Maar eigenlijk net niet. Ik denk dat ik hogerop ga. In het heelal galmt een stem: De kandidaat gaat naar de volgende tafel!

Marc van Impe

11:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)