16 november 2017

Antidepressiva: stop de hysterie


Het is weer de tijd van het jaar. 's Ochtends de mist die optrekt boven het kanaal, s' avonds de somberte die met donkere wolken uit het Oosten op ons afkomt. En de verhalen in de krant, op de omroep, aan de toog van het café: we pakken met z'n allen teveel slaappillen, we slikken ons een beroerte aan kalmeerpillen, we houden het - hoog-sensitief als we zijn - alleen maar vol, dankzij de antidepressiva.


Het is de talk of the town onder huisartsen, psychiaters en thuisverplegers en onder journalisten die niet gehinderd door enige kennis van zaken op een licht hysterische wijze de nieuwsconsument op weg naar de paniek helpen. Komen daarbij de advocaten van moordenaars en geweldplegers die maar al te graag roepen dat hun cliënt door de antidepressiva de hand aan zijn medeburger sloeg. En als klap op de vuurpijl roepen de geneesheren voor het volk gesteund vanuit het Riziv, de Hoge Raad, het CEBAM en andere sanhedrin: 'Huisartsen schrijven te makkelijk antidepressiva voor'.


Het resultaat is rampzalig, zegt mijn vriend de huisarts. Opeens willen patiënten van hun pillen af. Stoppen met de medicatie. Het licht gezien op het yogamatje van de mindfulness therapeut, bij de gelukscoach of een andere goeroe. Omdat de patiënten bang zijn voor de bijwerkingen, omdat ze zich schamen dat ze niet op eigen kracht uit hun depressie kunnen klimmen of omdat ze hebben gelezen dat die pillen toch niets doen.


Voor al diegenen ligt binnenkort een boekje onder de kerstboom waarvan ik hen de lectuur van harte kan aanraden. De Nederlandse psychiater Christiaan Vinkers en apotheker Roeland Vis proberen zin en onzin te scheiden en pleiten ervoor, bij alle terechte kritiek, het kind niet met badwater weg te gooien. Ze gingen op zoek naar de 'nuchtere feiten' om hun patiënten beter te kunnen adviseren. Die speurtocht resulteerde in een boek waarin de 'zin van de onzin over antidepressiva' wordt gescheiden.


Om te beginnen ontzenuwen de auteurs een grote leugen: "Het aantal patiënten met een depressie blijkt al dertig jaar constant. We moeten af van het heersende beeld dat het aantal depressies schrikbarend is gegroeid sinds de introductie van antidepressiva." aldus dr. Vinckers. "De helft van de gebruikers heeft geen depressie. De term antidepressiva is eigenlijk wat misleidend. Ze worden in de helft van de gevallen voorgeschreven voor andere klachten, zoals angststoornissen, dwangklachten, slaapproblemen, bedplassen en neuropathische pijnen. Van de gebruikers die wel een depressie hebben, slikt een derde van de patiënten ze langer dan een jaar. Dan houd je 150 duizend langdurige gebruikers over met depressie."


Neem nu Cymbalta. Duloxetine verbetert de stemming en vermindert pijn. Het wordt gebruikt bij depressie, zenuwpijn en fibromyalgie. Het werkt ook bij urine-incontinentie. Ik kan sommigen het aanraden. Het Riziv telt de gebruikers van dit product gewoon in zijn depressiecijfers mee.


Opgelet, dat betekent helemaal niet dat het "goed gaat" met de depressieven onder ons. Het lijden blijft en de zelfmoordcijfers spreken voor zich. Maar het beeld dat er zogezegd meer dan een miljoen depressieve patiënten zijn en dat hun aantal groeit, dat beeld is onjuist.


Tenslotte nog dit: een en ander heeft ook te maken met het lage zelfbeeld dat psychiaters van zichzelf hadden en vaak nog hebben. Door hun collega's worden ze vaak niet als volwaardige artsen beschouwd. Ze wauwelen maar wat, veranderen om de haverklap van mening en zijn vooral goed in het verkopen van pseudodiepzinnige praatjes op de talkradio en in praatprogramma's op de laatavond verrekijk. Het haar een beetje warrig, de handen gevouwen. Een zwart hemd aan. Wat waren ze blij toen er eindelijk medicatie was tegen depressie, "zo blij dat ze te enthousiast zijn gaan voorschrijven," zegt Vinkers.


"Daar moeten we eerlijk over zijn. En dat psychiaters opeens pillen konden voorschrijven, net als somatische artsen, droeg bij aan hun emancipatie, aan de waardering voor de beroepsgroep." Apotheker Vis: "Tot dan speelde de psychiatrie zich af in instellingen, ver weg in de bossen. Nu kon je patiënten met een pil gewoon thuis behandelen. Een nieuwe wereld opende zich voor de psychiatrie. Tenslotte heeft de farmaceutische industrie voorschrijvend artsen gepusht om ook antidepressiva in te zetten voor niet-depressieve patiënten. Heel kwalijk."


Het is zondagochtend en ik rij voorbij Beernem en denk aan een recent artikel waarin nog maar eens het placebo-effect besproken werd. Een placebo helpt gemiddeld 30 procent van de depressieve patiënten. Een antidepressivum werkt beter, gemiddeld bij 45 à 50 procent van de mensen. Dat is een bescheiden effect. Apotheker Vis: "Maar aan zo'n gemiddeld effect heb je weinig, want bij de een werkt het geweldig, bij de ander doet het vrijwel niks. We moeten ernaartoe dat we van tevoren kunnen inschatten welke pil gaat werken bij welke patiënt. Zoals dat nu bij kanker gebeurt. Eerst wordt er een stukje weefsel weggenomen op grond waarvan wordt besloten dat middel A beter is dan middel B.


Ook in de psychiatrie moeten we af van het 'one size fits all'-idee." Vinkers: "Het bescheiden effect van antidepressiva betekent overigens niet dat ze veel slechter werken dan andere medicijnen. De geneeskunde is gebaseerd op het principe dat je altijd een aantal patiënten moet behandelen om bij één patiënt effect te zien. Als je zeven mensen een antidepressivum geeft, knapt er één individu op door het antidepressivum boven op de twee à drie door het placebo-effect. Dat is vergelijkbaar met paracetamol: ook die pijnstiller moet je aan zeven patiënten geven om bij één extra - boven het placebo-effect - de pijn te stillen. Veel medicijnen scoren veel slechter. Je moet honderd hartpatiënten een aspirine geven om er bij één een hartaanval te voorkomen. Bij statines is de verhouding niet veel beter."


Conclusie: de psychiaters moeten opnieuw leren huiswerk maken. En wat vaker naar de huisarts luisteren, luisteren en niet gelijk interpreteren en een oordeel vellen. Er zijn veel goede redenen om te stoppen met antidepressiva, maar iedereen moet zelf kijken wat in zijn geval de plussen en minnen zijn. "Je zet het hele huis onder water terwijl er alleen een brandje in de keuken is", schrijven Vinkers en Vis in hun boek. "


Marc van Impe

Even slikken, Christiaan Vinkers, Roeland R. Vis  - € 19,99 - ISBN:9789044634556

dr. Vinckers, antidepressiva, depressie,



Bron: MediQuality

08:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

03 oktober 2017

Mythen en taboes rond antidepressiva ontmaskerd


Als het gesprek aan tafel dreigt stil te vallen, wil ik wel eens het woord antidepressivum gebruiken. Iedereen heeft er een mening over. Vooral medici laten zich opdelen in pro en contra. Koppel daaraan een van de meest ijdel gebruikte begrippen in de media, “epidemie”, en je bent voor de rest van de avond vertrokken.


Hoe antidepressiva werken in nog altijd niet helemaal duidelijk. Maar dat veel mensen er baat bij hebben, staat wel vast, schrijven psychiater Christiaan Vinkers en ziekenhuisapotheker Roeland Vis in het pas verschenen Even Slikken. Daarin rekenen ze af met alle misverstanden.


Antidepressiva hebben bij heel van voorschrijvers en patiënten een slechte naam. Dat komt door een lawine aan zogenaamd kritische wetenschappelijke artikelen, waarin de auteurs elkaar vooral nabouwen wat dan weer leidt tot evidence based stellingname tegen antidepressiva, door de honderden antifarma-boeken en door de tientallen schandalen over sterren die zich van het leven benamen na een hardnekkige verslaving aan pillen, wat door collega's die niet gehinderd worden door enige kennis van zaken, uitvoerig belicht wordt in de media. Antidepressiva zouden nauwelijks helpen, veel nare bijwerkingen hebben en veel te makkelijk worden voorgeschreven. Zo kan het al weer.


Ik las een paar weken een interview met de Vlaamse zanger Guido Belcanto. Van hem is bekend dat hij van 1994 tot '98 in een zware depressie was beland. Hoe ben je er uitgekomen, vroeg de journalist. Geen psychoanalyse, geen gesprekken, geen vrouwen, geen drank, maar goede pillen, luidde het eerlijke antwoord.


De negatieve reputatie van antidepressiva is onterecht, vinden psychiater Christiaan Vinkers en ziekenhuisapotheker Roeland Vis. Daarom schreven ze hun boek Even slikken: om alle misverstanden, mythen en taboes rond antidepressiva te slechten. En dat op een nuchtere, feitelijke en doorgaans overtuigende wijze.


Een voorbeeld daarvan is hun deconstructie van de zogeheten depressie-epidemie. Hun cijfers gaan uiteraard over Nederland, maar zijn net zo goed op België van toepassing. Het pillengebruik is al jaren stabiel, na een forse toename van het gebruik in de jaren negentig van de vorige eeuw, toen een nieuwe generatie serotonine-heropname-remmers (ssri's) op de markt kwam.


Net als in ons land leeft het idee dat er sprake is van een epidemie wat gevoed wordt door het feit dat bij het miljoen Nederlanders antidepressiva slikken. Maar wat de predikers tegen antidepressiva daar niet bij vertellen is dat de helft van die pillen niet wordt voorgeschreven tegen depressies, maar bijvoorbeeld tegen slapeloosheid of tegen pijn. En van de half miljoen mensen met een depressie, gebruikt de meerderheid die tijdelijk. Zo pellen Vinkers en Vis het aantal mensen dat langdurig pillen slikt voor een depressie af tot 150.000. Niet niks, maar ook niet epidemisch. Dezelfde oefening zou men in dit land kunnen maken.


Vinkers en Vis stellen ook dat er geen aanwijzingen zijn dat antidepressiva bovengemiddeld gevaarlijk zijn voor de gebruiker, of leiden tot verhoogde agressie en moord. Maar hoe antidepressiva werken weten we niet, erkennen de auteurs die en passant afrekenen met de mythe dat bij depressie sprake is van een serotonine-tekort in de hersenen.


Dát pillen voor veel patiënten werken, staat wel vast, maar hoe goed is een punt van discussie. In 2008 en 2010 verschenen in de Verenigde Staten omvangrijke meta-analyses van klinische onderzoeken waaruit bleek dat antidepressiva vooral effectief zijn bij ernstige depressies. Europees onderzoek wees in 2008 uit dat antidepressiva ook bij lichte depressies helpen. De verschillen in uitkomsten zijn voor een deel terug te voeren op verschillen in criteria (wanneer wordt een lichte depressie zwaar?), verklaren de auteurs. Ze concluderen dat de pillen voor een flink deel van de mensen goed zijn bij zware depressies en zeer waarschijnlijk ook bij matige depressies.


Daarmee gaan ze in tegen de Savonarola van de antidepressiva-bestrijders, de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche, die vorig jaar nog in The BMJ een grondige analyse publiceerde waaruit bleek dat bij de goedkeuring van paroxetine voor jongeren de effecten stelselmatig werden overdreven en de bijwerkingen weggepoetst. De auteurs behandelen dit onderwerp wel, net als andere schandalen, maar zeggen over andere aantijgingen van Gøtzsche dat die de feiten naar zijn hand zet. Dat lichten ze verder niet toe, en dat is een smet op een verder onberispelijk en noodzakelijk betoog. Noodzakelijk, omdat nog altijd veel mensen niet beseffen dat depressie een verschrikkelijke ziekte is. En dat antidepressiva daarbij voor veel patiënten uiteindelijk meer goed dan kwaad doen.

Marc van Impe


Christiaan Vinkers, Even slikken De zin en onzin van antidepressiva, Prometheus, 240 blz. €19,99

 

Bron: MediQuality

08:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)