30 maart 2016

Hoe moet het verder?

Sinds dinsdag 22 maart is het leven anders. Hoe moet het nu verder? Na de multinationals, de internationale instellingen, de drugsmaffia heeft nu ook islamitische internationale de unieke positie van België ontdekt. België is een internationale draaischijf, hier worden deals beklonken, plannen beraamd, conflicten uitgevochten.

Het maakt ons angstig. Die angst moeten we zijn loop laten. Pas daarna kunnen we weer kalm worden en die angst weg redeneren. Wie oproept om kalm te blijven doet het in werkelijkheid in zijn broek en loopt fluitend in het donker. Wie in tijden van gevaar niet angstig is lijdt aan een tekort aan adrenaline en neemt onverantwoorde risico's. Angst is echter geen paniek, paniek leidt tot een psychose. Een psychose houdt in dat men gaat hallucineren, dat men dingen ziet, hoort, ruikt of voelt die er niet zijn of dat men aan wanen gaat lijden en overtuigd raakt van dingen die niet  werkelijk zo zijn. Wie psychotisch wordt, wordt de gelijke van de terrorist, die heeft het contact met de realiteit verloren. Zijn gevoelens zijn niet echt, zijn gedrag gestoord, zijn denken verward. 

Psychotische mensen ervaren de wereld als vreemd, overweldigend en angstaanjagend.  Dat is precies wat de terrorist wil.

Ik had het in mijn vorige column over het verdriet van België. Dat is reëel, dat moet je toelaten. In dat kader past de nationale rouw. Dat is geen symbool maar een echte behoefte. Het land gaat in 'lockdown'. De vlaggen halfstok. De emoties mogen de vrije loop krijgen. Juncker die Michel omhelst op het Beursplein, krijttekeningen op het asfalt, theelichtjes, knuffelberen, bloemen, een vriend die vanuit het buitenland belt. Maar ook cartoons, Whatsapp-beelden van dappere poezen, een pak friet, monumenten die verlicht worden in nationale kleuren. Merci, kunnen zeggen aan de buurlanden voor de sympathieke geste.

En dan is het tijd dat we goed brainstormen hoe we ons het beste kunnen beschermen tegen dit gevaar. Dat  betekent dat we ook ongemakkelijke vragen moeten durven stellen. We moeten grenzen stellen aan wat we nog aanvaardbaar gedrag vinden: we moeten opnieuw discipline eisen, we moeten ophouden met sympathie te kopen uit politiek winstbejag. We moeten engagement eisen van wie hier een opleiding volgt. Vanaf de kleuterklas tot de masteropleiding. We moeten niet alleen kwaliteit eisen maar die zelf ook bieden.

Willen we meer veiligheid dan zullen we bepaalde vrijheden moeten opgeven. Daarover is meer dan een politiek debat nodig. Het gevaar bestaat immers dat bepaalde politici en delen van het ambtenarenapparaat hier een kans zien om hun belangen veilig te stellen, of zelfs uit te breiden. De Amerikaanse patriot act is een voorbeeld hoe het niet moet.  Het leger heeft deze aanslagen niet kunnen verhinderen, maar daaruit concluderen dat hun aanwezigheid in het straatbeeld niet nuttig  is, is een perfide gedachte.

De liefde moet ook van twee kanten komen:  de moslimgemeenschap moet zijn verantwoordelijkheid opnemen en aan zelfonderzoek doen. Hoe je het ook draait of keert, de leiders van de moslimgemeenschap moeten beseffen dat zij de eerste is die de veiligheidsdiensten kan helpen om de elementen en netwerken aan te duiden die degenen beschermen die ons allen naar het leven staan.

Ze moet erkennen dat de verwevenheid van zwaar banditisme en radicalisme een sluipend gif is dat ook hen de das zal om doen. Bij de arrestatie van Salah Abdeslam waren er zo'n tweehonderd moslim jongeren die met stenen en flessen naar de politie gooiden. Die feiten werden- in naam van de politieke correctheid van flinks- uit de pers gehouden. Dat het vier maanden duurt om één internationaal gezochte verdachte op te sporen, terwijl die in ons land, in Schaarbeek, in Vorst en in Molenbeek pizza bestelt, dan is het duidelijk dat de moslimgemeenschap waar een prille kus tussen tieners in het donker direct een publiek schandaal is, ernstig tekort schiet. Ik lees in een zich progressief noemend dagblad dat een "derde weg" mogelijk moet zijn tussen het stigmatiseren en criminaliseren van alle moslims en de stelling dat de islam er niks mee te maken heeft. 

Na 22.03.16 is er veel werk aan de winkel. Ik geloof echt dat het zo verder moet.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

01 november 2012

Meer dan een half miljoen stofjassen

Ook al is het begrotingsgat zogenaamd dichtgereden, het wordt stilaan duidelijk dat deze regering er niet in slaagt om de zaken op orde te krijgen. We moeten allemaal nog maar eens inleveren.   Maar dat volstaat niet om de begroting in evenwicht te krijgen. Volgens Eurostat ligt het probleem in ons aantal ambtenaren. In ons land werkt één op de drie werknemers in de ambtenarij. Een record in de Europese Unie. Ja, zegt u nu, dat wisten we al. Breuken en verhoudingen zeggen echter niet alles. Daarom de naakte cijfers. Sinds de zogenaamde afbouw van het ambtenarencorps in 2008 nam het aantal ambtenaren in ons land … toe met 200.000 eenheden. Dat betekent dat we nu met z’n allen 1.136.937 ambtenaren onderhouden (cijfers van 31.12.2011).  En dat aantal blijft maar groeien.  Vooral de gemeenten en de provincies werven gretig aan: plus 26% tot 206.000 stuks. De gewesten wierven de voorbije jaren 23% meer ambtenaren wat goed is voor een totaal van 58.000 gewestelijke dreuzels. Maar het leeuwendeel van de aanwervingen ging naar de gezondheidszorg waar het aantal ambtenaren toenam tot 528.000 eenheden of plus 32%.  Voor Luc Coene, de gouverneur van de Nationale Bank die begin van dit jaar al alarm sloeg, is dit dé oorzaak van de ontsporing van de uitgaven.  Dus niet het voorschrijfgedrag van de artsen, niet de supplementen in eenpersoonskamers, niet de ongebreidelde consumptiedrang van de patiënt. Maar de virale wildgroei van het ambtenarencorps. Dat vertaalt zich overigens ook in een lawine van regeltjes, al dan niet retroactief: het Belgisch Staatsblad publiceert elk jaar alleen voor de ziekenhuiswereld 1.500 bladzijden.
Ik begon ooit mijn carrière als jongste ambtenaar op een of andere rijksdienst voor financiën. Elke week kregen we door een bode een twaalftal dossiers aangereikt. Het was onze opdracht op de naam en het adres van de aanvrager van een hypotheek over te schrijven op een steekkaart. Die steekkaart ging in een houten bakje dat op zijn beurt werd opgehaald door een andere bode. We waren met zijn tienen. Op een dag werd ik bij het diensthoofd geroepen. Er was een probleem. Mijn kaartenbakje was op maandagavond al vol. Dat stàk. Of ik niet wat trager kon werken. Ik garandeer u dat de tijden nog niet veranderd zijn. Zo weet men nog altijd niet hoeveel artsen er nu eigenlijk per discipline al dan niet aan het werk zijn.
Marc van Impe

09:29 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)