11 mei 2016

Chronisch ziek: een verhaal over apen en pinda’s (getuigenissen)

 


Nog nooit nam het aantal langdurig zieken zo snel toe, titelen de kranten. Eind vorig jaar zaten 370.400 mensen langdurig thuis door ziekte. Eén op tien werknemers en zelfstandigen is langer dan één jaar ongeschikt. Dat betekent op tien jaar tijd een stijging met 64 procent. En dat heeft de overheid voor het grootste deel aan zichzelf te danken. Maar eerst drie anekdotes.


Toen ik nog voor een groot populair dagblad "de Wetstraat deed", sprak een goede vriend me aan over het probleem van zijn echtgenote. Ze was al meer dan dertig jaar onderwijzeres in wat ooit een dorpsschool was geweest. Juffrouw Annie had op haar 55ste verjaardag van de directrice de boodschap gekregen dat ze vanaf het volgende schooljaar met ziekteverlof mocht. En daarna met pensioen. Was dat geen mooi cadeau? Zoals honderdduizenden ambtenaren had juffrouw Annie al die jaren geen dag ziekteverlet gehad. Ziek zijn deed je als je vrij had. Tijdens de vakantie dus. Juffrouw Annie was niet gelukkig met het voorstel. Ze stapte naar de ombudsdienst, naar de vakbond en tenslotte eindigde het verhaal voor de arbeidsrechtbank. Tegen dan was ze 60. En ziek.


De geleerde vrouw was ziek. Zo ernstig ziek dat ze haar dagelijkse praktijk niet meer aan kon. De arts van het ziekenfonds zette haar op non-actief en dat bracht ons bij de controlearts van het Riziv. Uw dienaar was getuige van een hallucinant schouwspel. We verschenen voor een drieschaar. Een van de artsen manicuurde zijn nagels. De tweede arts was dronken en had een kegel. De derde arts, vermomd als dame, keek op geen enkel moment de patiënt aan. Toen de geleerde vrouw zei dat ze als neuropsychiater nog wel deeltijds aan het werk wou, klonk het verdict: aangepast werk, als medisch secretaresse. De zaak eindigde voor de arbeidsrechtbank. Ze won. Tegen dan was ze terug deeltijds aan het werk.


Op een recent feestje bij vriendinnen die aan een wereldreis beginnen raken we in gesprek met de Marie Laforêt van de Gentse Watersportbaan. Ze is heel alternatief bezig. En ze gaat het reizende duo ontmoeten in Bali. Heeft ze dan zoveel tijd? Oh, maar dat zien we verkeerd. Ze is chronisch ziek. Ooit was ze treinbegeleidster en werd na een burn-out gepensioneerd. Ze leeft zuinig, zegt ze, ze skimt elke dag het internet en logeert altijd via Airbnb. Zo komt ze de hele wereld door.


Nog nooit nam het aantal langdurig zieken zo snel toe, titelen de kranten. Eind vorig jaar zaten 370.400 mensen langdurig thuis door ziekte. Eén op tien werknemers en zelfstandigen is langer dan één jaar ongeschikt. Dat betekent op tien jaar tijd een stijging met 64 procent. En dat heeft de overheid voor het grootste deel aan zichzelf te danken.


Sinds jaar en dag worden onproductieve of te oude ambtenaren geloosd via het stelsel van de ziekteverzekering. Het zogenaamd opsparen van ziektedagen is bij ambtenaren een verworven recht geworden. Decennialang heeft de overheid dit systeem gepousseerd bij de privésector. Op die manier konden de opeenvolgende ministers van tewerkstelling hun werkloosheidscijfers opsmukken. Elke verdwenen ambtenaar werd vervangen door twee contractuelen. Privébedrijven konden op die manier vlotjes herstructureren. Van enige controle was er geen sprake.


Om te beginnen ligt het manco aan de kwaliteit van de controle zelf. Ik lees dat Medex is op zoek naar een 40-tal nieuwe controleartsen die op zelfstandige basis controles kunnen doen op arbeidsongeschiktheid (ziekte of ongeval). Vereisten: een eigen kabinet te hebben en vijf jaar huisartspraktijkervaring. Medex is het medische expertisecentrum van de overheid en het controleorganisme voor de ambtenaren van de Belgische federale overheid. De aanwervingscriteria voor adviserende geneesheren bij de ziekenfondsen en controlerende geneesheren bij het Riziv zijn niet anders. Een paar jaar huisartsenpraktijk volstaat blijkbaar om voldoende expertise te verwerven.


Als ik hierover spreek met mijn Nederlandse collega's krijg ik niets anders dan onbegrip. In Nederland is het de bedrijfsarts die oordeelt over de arbeidsongeschiktheid, en die heeft daartoe een specifieke opleiding gevolgd, die bestaat uit een studie tot basisarts, daarna de specialistische opleiding tot bedrijfsarts van 4 jaar.


Parttime wordt daarnaast een opleiding gevolgd aan een gespecialiseerde universiteit, zoals die van Nijmegen of Amsterdam. De titel bedrijfsarts is een wettelijk beschermde titel. In Nederland ligt de beslissing of iemand arbeidsongeschikt dus bij de bedrijfsarts die onderzoek doet, zelf een diagnose stelt en behandelplan opmaakt, dat al dan niet overeenstemt met dat van de behandelend arts en hierop zijn werkadvies baseert.


Zowel de behandelend arts als de bedrijfsarts zijn medisch onderlegd, maar alleen de bedrijfsarts heeft zich grondig verdiept in de gevolgen van de aandoening of beperking voor de arbeid en kent vaak de organisatie en de werkomgeving. Hij of zij is ook degene die hierover kan adviseren, niet de huisarts of de specialist. De wet legt veel verantwoordelijkheid bij de werkgever, maar ook bij de werknemer: die dient mee te werken aan re-integratie.


Een eerste stap is dat de bedrijfsarts met de behandelend arts in overleg gaat met het doel een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van het werkadvies in te nemen. Over het algemeen volgt de werknemer het werkadvies van de bedrijfsarts op, maar soms heeft de behandelend arts daarover ook een andere mening, hoewel deze zich in de regel zal onthouden van werkadviezen. Daarvoor zal de bedrijfsarts om toestemming vragen aan werknemer. Als dat geen oplossing biedt, en de betrokkene heeft ook geen duidelijke voorkeur, dan kan een extern "deskundigenoordeel" aangevraagd worden.


Bedrijfsgeneeskunde is een specialisatie, die in de Europese Richtlijn 2005/36/EC vermeld staat (klik op de link rechts). Door een handigheidje worden ook de Belgische controleartsen en verzekeringsartsen onder die zogenaamd "occupational medicine" gerekend. De "kwaliteit" van de cohorte chronische zieken begint bij de zogenaamde controlerende geneeskunde. Die moet van de controle af en meer op revalidatie toespitsen.


Het huisartsen vak is een volwaardig specialisme en moet als dusdanig geapprecieerd worden. De houding van de Belgische overheid devalueert dus de kwaliteit van dit specialisme. Als je pinda's geeft, dan krijg je aapjes, zegt het spreekwoord, en dus geen experten.

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

18:16 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

12 mei 2012

Een kwestie van vertrouwen

Amper een Belg op de vijf vertrouwt de federale overheid, om juist te zijn: het gaat om slechts  19 procent. Zeg niet dat wij het gezegd hebben! Op 7 mei maakte Erik Saelens, strategisch directeur van Brandhome, op het congres ‘Overheid: merk, imago en identiteit’ de resultaten bekend van de grote publieksenquête van Kortom, de vereniging van 750 voorlichters en  communicatieambtenaren. Saelens legt de oorzaak vooral bij de politici.  Een minister van Pensioenen die stomdronken op de tribune van de Kamer verschijnt. Een premier die zijn amoureuze twitters het net op stuurt.  Een andere premier die zich presidentiële allures aanmeet en niet zonder escorte buitenkomt. Een gewezen premier die een miljoenen bonus opstrijkt maar de sociale onderkant van de maatschappij pretendeert te vertegenwoordigen. Een politicus die zijn handen niet kan thuishouden.  Een politica die in de rijkste gemeente van het Waalse land woont en maar zich om electorale redenen laat inschrijven in een van de armste Brusselse deelgemeenten. Geef toe dat de politici voor hun reputatie zorgen. De Belg gaat moedig door het dal van de crisis en levert in, betaalt meer belastingen dan ooit maar ziet ook dat de politici goed voor zichzelf zorgen en dat aan hun pensioenrechten niet geraakt wordt. Idem dito luidt de conclusie dat de Belg een enorm negatief beeld heeft van ambtenaren. Ze worden door de meerderheid van de ondervraagden omschreven als grijze muizen zonder zin voor initiatief, matig betrouwbaar en met weinig inlevingsvermogen.  Dat die ambtenaren hand in hand met de politiek eenzijdig en eigenzinnig gemaakte afspraken verbreken, negeren of verbuigen –de artsen en apothekers kunnen daarover meespreken- maakt het vertrouwen zeker niet groter. Onze maatschappij verwordt tot het eind van het Ancien Regime  toen een gepoederde en bepruikte kaste edelen en landjonkers met een stuk cake in de hand krampachtig vasthield aan zogenaamd verworven rechten, terwijl de werkende klasse het moest stellen met aardappels in hongersaus. We weten wat daarvan gekomen is.

Marc van Impe

18:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 januari 2012

Hoe het begon

Ambtenaren hebben een lange pik. Het is dus logisch dat ze al eens op hun pik getrapt worden. En dat, zo is bekend, vindt niemand fijn. Nog erger is dat een ambtenaar nooit pikt dat hij flagrant ongelijk krijgt, dus op het reeds genoemde lichaamsdeel geraakt wordt, en dat dit en plein public gebeurt. Als er dan nog eens een paar honderdduizend Vlamingen getuige zijn van dat incident, dan is dat nog honderdduizend keer erger. Dan rijdt er een platwals overheen.

Dat is wat in 2003 gebeurde tijdens een uitzending van Ombudsjan. U kan dit in alle rust in bijlage bekijken(*). Wat volgde was een vergadering met het getroffen heertje, de CEO van het Riziv en professor dokter verzekeringsarts en CM-zetbaasje Peter Donceel. We werden op de koffie gevraagd in een statig gelambriseerde vergaderzaal op de achtste etage aan de Tervurenlaan. Er was water, plat en spuit, en voor een keer echte vers gezette koffie. Er waren ook bedreigingen, opgediend in gekleurd zilverpapier die er op neerkwamen dat we drie keuzes hadden: ophouden, ons onder de vleugels van de CM plaatsen of de officiële politiek tegenover CVS onderschrijven. Daar zouden we zeker niet slechter van worden. En anders? Dan kwamen er spaanders!

De koffie werd koud en de sfeer ook. Zeker toen ik de vraag stelde wat nu eigenlijk de opleiding en/of bijscholing was van de ziekenfondsgeneesheren. Professor dokter Donceel antwoordde dat ook zij geneesheren waren, opgeleid aan de beste universiteiten van het land die niet voor het geld maar voor het maatschappelijk belang gekozen hadden. Dit was een engagement dat niet mocht onderschat worden. Dit was heel wat anders dan de hele dag patiënten zien en kassa kassa. Dit waren idealisten. Geen dokters die in dure Porsches reden.

Ach, zei ik, ik heb zo eens de statistieken bekeken en ben tot de vaststelling gekomen dat de meeste van die dokters heel hard en heel lang gestudeerd hebben. Sommigen hebben zelfs driemaal hetzelfde jaar gedaan. Ze moeten hun vak dan zeker goed kennen.

Waarna we elkaar hartelijk de hand schudden, nog enkele beleefdheden uitwisselden en onze mantels aangereikt kregen. Samen met de professor liepen we naar de garage. Daar wachtte zijn auto met chauffeur. Het werd nog een fijne dag. De rest van het verhaal kent u.

Marc van Impe

(*) uitzending Ombudsjan : http://iturl.nl/sn-kkz

11:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)