28 september 2012

Advocaten

Wat hebt u tegen advocaten, schrijft me een lezer. Het antwoord, goede vriend, is: niets. Maar zoals het een kritisch mens betaamt stel ik me dus overal vragen over. Dus ook over deze beroepsklasse van vrije ondernemers die net zoals de dokter het verschil kunnen maken tussen uw goede of slechte condition humaine. Daarom deze anekdote. Een goede vriend van mij, advocaat, had een bijna dood ervaring. Tenminste zo noemde hij dat. Hij droomde dat hij gestorven was en gehuld in zijn vers gestoomde toga met bef ten hemeltoog. Aan de poort gekomen ziet hij Sintepieter en gelijk maakt hij zijn beklag: hoe is het mogelijk, ik ben nog zo jong, amper 50 en heb nog alimentatie en studerende kinderen, ik ben leidinggevend partner in mijn eigen lawfirm, ik ging net lesgeven op de universiteit en heb me zopas een boot gekocht. Sintepieter die de voorbije 2000 jaar al andere pappenheimers heeft meegemaakt is niet gelijk van zijn à propos te brengen en haalt er zijn grote boek bij. Ha, zegt hij, u bent 50. Maar als ik hier uw ereloonstaten en timesheets bekijk bent u eigenlijk 104. Toen is mijn vriend wakker geworden.

We drinken een Orval. Hij logeert bij mij. Over de zaak die hij voor mij waarneemt, praten we niet. Dat is werken en dat doen we niet in het weekend. “Ga je nu wat eerlijker om met je tijd,” vraag ik. “Wat dacht je,” zegt hij. “Ik heb onze controller gelijk de opdracht gegeven om onze honoraria naar boven aan te passen.” En zo lees ik in zijn honorariumstaat die vorige week binnenkwam, dat hij vorige week 95 uur op een dossier dat ik hem toevertrouwde heeft gestudeerd. Iets wat ik zelf geschreven heb en op een tiental minuten lees. De zaterdag voordien zei hij nog dat hij er nog moest aan beginnen. Ik vraag de geleerde vrouw hoe lang zij over een consultatie doet en hoeveel ze daar volgens de nomenclatuur voor rekenen mag. Conclusie: we zitten allebei in het verkeerde vak.

Marc van Impe

11:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

24 december 2011

Mijn beste wensen

Het is de tijd dat de dagen weer gaan lengen. Ik ben blij dat de winter zich ingezet heeft want daarna volgt onvermijdelijk de lente en die brengt hoop. Het voorbije jaar was een hels jaar. Weinig vreugd, veel sores en een duur stel winterbanden. Het heeft niet veel gescheeld of ik had de laptop dichtgeklapt en alles gelaten zoals het was. Ik ben moe. En ik ben de patiënten moe. In de wereld van de CVS moet je veel geven en krijg je weinig terug. In mei ben ik opgehouden te tellen en te noteren hoeveel patiënten me op de meest godsonmogelijke uren bellen om altijd hetzelfde verhaal te doen. Een jeremiade van klagen over alles en nog wat. Dat de dokter zo weinig tijd voor hen heeft. Dat er geen kamer alleen te krijgen is. Dat de onderzoeken zoveel kosten. Dat de medicatie niet terugbetaald wordt. Dat hun ziekenfonds hen in de kou laat staan. Dat ze niet van ziekenfonds durven veranderen. Dat hun man dreigt weg te lopen. Dat ze geen man vinden. Dat ze niet kunnen slapen. Dank u, ik nu ook niet. Dat ze de hele dag slapen. Dat advocaten traag zijn. Dat advocaten duur zijn. Dat advocaten er niet zijn. Dat ze niemand hebben om mee te praten. Dat iedereen voortdurend zegt dat ze er goed uitzien. Dat iedereen zegt dat ze er vermoeid uitzien. Dat ze zo lang moeten wachten op een afspraak. Dat het weer vakantie is en dat ze thuis blijven. Dat ze nergens heen willen. Dat ze er geen zin meer in hebben. Dat ze eens iets anders zouden willen doen. Dat ze nog zoveel zouden willen doen. Er is veel gemekker en gezeur in de wereld van de chronische vermoeidheid. CVS-patiënten zijn als een beukenhaag. De bladeren zijn dood, maar de haag  laat geen blad vallen. Een angstige haag, die vergeet dat ze nog leeft.

Ik bezoek mijn goede vriend en collega J. die sinds enkele weken weet dat de letter K hem heeft ingehaald. We drinken een glas wijn en klappen over wat we ooit samen beleefd hebben. Over culinaire genoegens. Over de vrouwen en onze vrouwen.  Over Dumas en zijn Groot Keukenwoordenboek. Over Dylan en Waits, en over de jeugd van tegenwoordig, die trouwt en dure feesten geeft om een half jaar later alweer vreemd te gaan en te scheiden. We lachen en zijn verwonderd dat wij er nog zijn en al die anderen al lang niet meer. En dat het weer winter wordt. Ook voor ons. En we verschillen van mening over de beste bereidingswijze van fazant op zijn Brabants. We geven elkaar een kookboek cadeau. Als ik naar huis rijd besluit ik dat het mooi geweest is. Ik trek er met de geleerde vrouw voor paar dagen tussenuit. Eens zien of ik ginder ben en of ik nog terugkom. Mijn medicatie niet vergeten mee te nemen. Ik wens jullie toch het beste.

Marc van Impe

15:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)