25 maart 2017

Worden pathologie en radiologie één specialisme?


In de 18de eeuw sloegen de volgelingen van John Ludd mechanische weefgetouwen aan diggelen en wilden zo de eerste Industriële Revolutie verhinderen. Zien we straks radiologen met een voorhamer computers in elkaar slaan? Het is mogelijk, na de lectuur van een artikel van Dr. Eric Topol (directeur van het Scripps Translationeel Science Institute) en Saurabh Jha (radioloog aan de University of Pennsylvania) die voorstellen om de pathologie en radiologie in één nieuw "Informatiespecialist" discipline samen te voegen.


Artificiële intelligentie (AI) is niet langer sciencefiction en wordt ook in de geneeskunde werkelijkheid. De combinatie van big data en AI is het resultaat van de 4de Industriële Revolutie, en dat zal vooral op de radiologie en de pathologie, en later ook op andere medische specialismen, zijn invloed hebben. Dacht u dat een computer de radioloog of patholoog niet kan vervangen, denk dan opnieuw. AI is geen vijand, radiologen en anatoompathologen moeten zich niet omscholen tot luddieten, maar ze zouden er wel goed aan doen om een strategisch plan te ontwikkelen voor ze door de werkelijkheid voorbij gestoken worden.


De details van zo'n fusie zijn nog lang niet volledig uitgewerkt maar het algemene concept is dat deze informatiespecialisten de belangrijke medische gegevens zouden interpreteren, advies zouden geven over de toegevoegde waarde van een of andere diagnostische test, zoals de noodzaak voor aanvullende beeldvorming, anatomische pathologie of een laboratoriumtest, en zouden zorgen voor de integratie van alle beschikbare informatie ten behoeve van de clinici. Deze nieuwe specialisten moeten dus de Bayesiaanse logica beheersen, statistiek en datamanagement kennen en zich bewust zijn van andere informatiebronnen zoals genomica en biometrische gegevens, voor zover ze gegevens uit uiteenlopende bronnen over de klinische toestand van een patiënt kunnen integreren.


Ik hoor de clinici al de vraag stellen hoe die R&P (laten we zo even noemen) gaan bepalen wat "belangrijke data" zijn. Wat is "belangrijk"? Nieuwe diagnoses van maligniteit? Identificatie van besmettelijke organismen? Positieve marges?
Ik lanceer hier een idee en schrijf geen nieuw opleidingsplan.


En nu een uitspraak die menigeen op zijn paard zal krijgen: Machine learning kan nu al in sommige gevallen beter prognoses voorspellen dan pathologen kunnen. Zo wordt de prognose van niet-kleincellig longcarcinoom nauwkeuriger voorspeld door de computer dan door de arts, en dat dankzij het beheersen van de criteria, en door beeldanalyseparameters die alleen kunnen worden gebruikt en gekwantificeerd door het gebruik van de juiste software. Combineer zo'n methode met moleculaire tests en je bent vertrokken voor een schitterende toekomst.


Dit is een zeer interessante fusie. Maar ik ben ervan overtuigd dat ze een enorme weerstand zal oproepen. Toch moeten radiologen en anatoompathologen beseffen als ze niet veranderen, ze zullen uitsterven. IBM Watson biedt nu al een betere analyse van de beelden beter dan zij kunnen doen.


Dat is de realiteit van gisteren. Het begin van de 5de industriële revolutie. John Ludd kan er alleen maar naar kijken. In een recent artikel in de JAMA omschreef men deze nieuwe discipline als "diagnostic medicine," "integrated diagnostics," of ook "full service diagnostics," een combinatie van radiology, pathology, en moleculaire testing.
Het is geen nieuw idee. Dr. Bruce Friedman schreef in 2006 al op zijn blog Lab Soft News de "Ten Reasons for merging pathology/lab medicine with radiology."


Overigens kan men de vraag stellen of een arts nog wel een mens moet zijn? Een nieuwe computer, "Ellie," die ontwikkeld werd aan het Institute for Creative Technologies van de University of Southern California, stelt alle vragen die een clinicus stelt zoals hoe de patiënt eet, hoe hij slaapt, hoe hij zich voelt en ga zo verder. Ellie analyseert ook de verbale reacties van de patiënt, zijn gezichtsuitdrukkingen en vocale intonaties, en spoort tekenen van een posttraumatische stressstoornis, depressie of andere aandoeningen op.


In een gerandomiseerde studie, werd 239 proefpersonen al dan niet verteld dat Ellie "gecontroleerd werd door een mens" of "door een computerprogramma." Zij die het laatste geloofden gaven meer intieme en persoonlijke details aan Ellie. In China maken miljoenen patiënten wanneer ze voor hun vragen en zorgen een luisterend oor zoeken, gebruik van Xiaoice, Microsoft's chatbot. Ze weten dat Xiaoice geen mens is. Xiaoice ontwikkelt een speciaal afgestemde persoonlijkheid, heeft gevoel voor humor, en bereikt dit door methodische datamining naar de inhoud van echte chats op het Internet. Xiaoice leert aan de hand van hun reacties na verloop van tijd ook over zijn gebruikers en wordt gevoelig voor hun emoties, en kan zonder menselijke instructie zijn reacties dienovereenkomstig aanpassen. Ellie en Xiaoice zijn het resultaat van machine leertechnologie. AI dus.


In Nederland wordt sinds 2009 de opleiding van medisch ingenieur aangeboden. Deze vijfjarige opleiding in de technische geneeskunde –niet te verwarren met medisch technicus- vormt informatici en technici die een bijzondere kennis hebben van geneeskunde en van IT en werktuigkunde. Ik geloof dat dit een stap naar de toekomst is.

Marc van Impe


http://jamanetwork.com/journals/jama/article-abstract/258...
http://tissuepathology.com/Tags/lab-soft-news/#axzz4bD52h...
https://www.youtube.com/watch?v=ejczMs6b1Q4

Bron: MediQuality

08:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 maart 2017

Niks psychologie, wel microbioom



Hij was er niet bij vorig weekend in Parijs op de 6e Sommet Mondial sur le Microbiote Intestinal et la Santé. Maar in tegenstelling tot de geleerde professoren, zat hij wel als expert bij Oprah, schreef een bestseller, blogt als de beesten en leidt een instituut aan een van 's werelds prominentste universiteiten, Cornell. En nu ligt de reputatie van de Amerikaanse hoogleraar voedingspsychologie Brian Wansink aan diggelen. De oorzaak: statistische fouten en zelfplagiaat in zijn studies.


Wansink (56) is hoofd van het Voedsel en Merkenlaboratorium aan Cornell University in de Verenigde Staten, en uitvinder van de idee dat mensen die kleinere borden gebruiken minder eten. 'Mindless eating', verklaart ons eetgedrag aan de hand van psychologische driften en omgevingsfactoren in plaats van fysieke behoeften.


De obesitasgoeroes hadden gelijk een nieuwe verklaring voor wat zij "de eetstoornis" van de 21ste eeuw noemen. Ik heb hem nooit au serieux genomen. Bocuse leerde ons minder eten op grotere borden, en die kon wel koken, hier stond een man met het gezicht van een B-acteur in een familieserie en die zou het beter weten?


Wansink werd ontmaskerd door nuchtere wetenschappers uit Groningen. In Parijs werd zijn theorie nog eens gefileerd door specialisten als Dr Joël Doré, Directeur de Recherche aan het Institut National de la Recherche Agronomique (INRA), en Pr James Versalovic, patholoog van het kinderziekenhuis van Texas en Baylor in de VS, die The US Human Microbiome Project leidt.


Hun conclusie is duidelijk: niets psychologisch maar een gemeenschap van bacteriën die vanuit de darmen het hele management van ons lichaam leidt. Een lichaam kan niet bestaan zonder microben, die in feite werken als een superorgaan dat elk vasculair-, zenuwstelsel en immuunsysteem bij een zoogdier, inclusief de mens, regelt. Anders gezegd: de mens is zijn lichaam en zijn microben.


De laatste maanden groeit in wetenschappelijke kringen steeds meer de zekerheid dat de research er goed aan doet zich op alle aspecten van dit microbioom te richten. Stoelgangtransplantatie is slechts één maar het meest spectaculaire aspect daarvan.


Ondertussen rees steeds meer de twijfel of Wansink en zijn geestesgenoten in al hun ijver niet wat te vrij met onderzoeksgegevens zijn omgegaan. Het komische is dat de psycholoog in al zijn hubris zelf aan de basis ligt van zijn val: Wansink beschreef in november op zijn blog hoe je als onderzoeker kunt scoren door allerlei toevallige verbanden uit een geflopte dataset te presenteren als degelijk onderzochte wetenschappelijke resultaten.


Enkele wetenschappers namen vervolgens een viertal studies waarbij Wansink optrad als co-auteur onder de loep en vonden hierin 150 statistische fouten, van slordigheden tot regelrechte blunders. Inmiddels zijn in nog zeven andere artikelen fouten geconstateerd. En nu komt daar de beschuldiging van zelfplagiaat bij. Nick Brown, een Britse promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen, beschrijft op zijn blog voorbeelden van zelfplagiaat in Wansinks werk: publicaties die grotendeels bestaan uit knipsels van eerdere studies. De ernstigste zaak is twee resultaattabellen uit twee studies met verschillende testgroepen die verdacht veel op elkaar lijken. 39 van de 45 cijfers in de tabellen komen tot achter de komma overeen. Dat is alsof leerlingen in twee verschillende schoolklassen gemiddeld exact even lang, zwaar en oud zijn en ook nog eens precies even hoge cijfers voor dezelfde vakken halen.


Wansink gaat op verzoeken van collega-wetenschappers om zijn onderzoeksgegevens openbaar te maken niet in. Wel heeft hij toegezegd een onafhankelijk onderzoeker de bekritiseerde studies grondig onder de loep te laten nemen en eventuele fouten te corrigeren. Ondertussen is de Sherlock Holmes of food ondergedoken. Wansink heeft flink wat uit te leggen, vindt Sander Kersten, voedingswetenschapper aan de Universiteit Wageningen en niet betrokken bij Wansinks critici. 'Vooral die gekopieerde resultatentabel vereist een solide verklaring. Dit kan echt niet kloppen.'


Wansink staat nu wel heel alleen. De kritiek op Wansink komt op een moment dat de betrouwbaarheid van meer wetenschappelijke studies ter discussie staat. Vorig jaar bleek dat slechts 39 procent van de sociaal-psychologische studies dezelfde resultaten opleveren als collega-wetenschappers het experiment herhalen.


In Parijs werd de Gut Summit georganiseerd door de European Society of Neurogastroenterology and Motility (ESNM), de European Society for Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN), de Société Européenne de Gastroentérologie Pédiatrique Hépatologie et Nutrition en de American Gastroenterological Association (AGA) met de steun van Danone, Biocodex en Sanofi.


Meer info: http://www.gutmicrobiotaforhealth.com/en/gut‐microbiota‐h...

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 maart 2017

Ontsmettingsmiddelen leiden tot ernstigere hersenvliesontsteking


Het gebruik van desinfecterende stoffen als benzalkonium chloride in de voedingsindustrie kan ertoe leiden dat hersenvliesontsteking minder goed te behandelen is. Uit onderzoek van het Amsterdamse MC blijkt dat hierdoor de patiënten met hersenvliesontsteking door de Listeria monocytogenes vaker komen te overlijden of met ernstige restverschijnselen herstellen.


Het onderzoek verscheen online in het tijdschrift Clinical Microbiology and Infection. De Nederlandse Gezondheidsraad refereert hieraan in zijn onderzoeksrapport ‘Zorgvuldig omgaan met desinfectantia.'


De AMC-onderzoekers kwamen dit op het spoor omdat ze merkten dat patiënten de laatste tijd minder goed genezen van een hersenvliesontsteking die wordt veroorzaakt door de listeria-bacterie. Een goede verklaring was er niet. Het is bekend dat deze bacterie via het voedsel wordt overgedragen. Het kan leiden tot een voedselinfectie en in zeldzame gevallen tot hersenvliesontsteking.


Na een lange speurtocht en dna-analyses blijkt dat deze bacterie in toenemende mate ongevoelig aan het worden is voor een ontsmettingsmiddel dat in de voedingsindustrie veel wordt gebruikt. Hier kwamen de onderzoekers tot hun grote verbazing achter.


Volgens onderzoeker prof. Diederik van de Beek van het AMC gaat het om benzalkonium chloride dat wordt gebruikt om de machines te reinigen. "Dat reinigen is op zichzelf mooi, maar uit onze analyses blijkt dat er een keerzijde aan zit. Het probleem is namelijk dat de bacterie die ongevoelig is geworden voor het ontsmettingsmiddel, minder gevoelig wordt voor antibiotica waarmee we hersenvliesontsteking behandelen."


Het AMC heeft gegevens van 96 patiënten met hersenvliesontsteking door de listeria-bacterie onderzocht. Het wordt de laatste jaren steeds moeilijker om deze groep patiënten adequaat te behandelen. Van de Beek schat dat voorheen 30 procent van de patiënten niet goed herstelt van de ziekte of overlijdt. "Dat is nu gestegen tot iets meer dan 70 procent. Gelukkig komt deze ziekte niet heel veel voor, maar zorgwekkend is deze ontwikkeling wel."


Er zijn tal van alternatieven voor benzalkoniumchloride (ook quaternaire ammoniumzouten genoemd). Bijvoorbeeld ethanol, oftewel een ontsmettingsmiddel op grote schaal gebruikt in de voedingsindustrie. Helaas zijn er nog vele bedrijven die alleen gebruik maken van één soort ontsmettingsmiddel. Het is erg belangrijk om regelmatig het ontsmettingsmiddel te wijzigen. Een andere mogelijkheid tot alternatieve Virkon. Maar het nadeel van Virkon is dat het trager droogt. Waarschijnlijk is dit een van de redenen waarom zoveel voedingsbedrijven niet op een ander ontsmettingsmiddel overstappen.


Deze studie toont aan dat er meer aandacht nodig is. Als levensmiddelenadditief, kan benzalkoniumchloride worden vervangen door sorbinezuur, benzoëzuur, nitriet of Natamycine.


Meer info:
https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/a1603a...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)