03 juli 2017

Arts is een risicoberoep



Ik heb nog de tijd gekend dat respect de norm was. De sociale controle eiste dat je aan die norm hield of je werd onverbiddelijk gesanctioneerd. Enkel nozems mochten van die norm afwijken. Die scheurden door het stadje op hun Vespa’s of lage Flandria’s, sloegen een parochiezaal in elkaar als er een optreden was van Gene Vincent en kregen navenant mot.


Wie daarbuiten amok maakte kreeg letterlijk op zijn kop en ging het cachot in. Wie verward was én amok maakte werd opgesloten in een gesticht en kwam er na tijdje totaal versuft als een ander mens weer uit. Het leven zat toen eenvoudig in elkaar. Wie respect afdwong droeg meestal een uniform. De pastoor had zijn soutane, de politieman zijn kepie, de gendarme zijn hoge chacot. De onderwijzer liep in een grijze stofjas en de dokter was gekleed in zwart kostuum en droeg in zijn praktijk een gesteven witte gesteven jas.


Er kon van afgeweken worden: met pastoor in zwembroek kon je op jeugdkamp dollen. De agent die in korte broek voetbalde kon je toeschreeuwen, de gendarme in burger kwam bij ons thuis zijn huishuur betalen en de dokter stond in zijn marcelleke mee te metselen op de stelling aan het jeugdheem. Het uniform was uit maar het respect bleef. De tijden zijn veranderd.


Daaraan denk ik als ik op een terras in de stad lees dat 84,4 procent van de artsen tijdens zijn of haar carrière ooit het slachtoffer wordt van geweld of agressie door de patiënt. Vooral vrouwelijke artsen worden geagresseerd. Dat blijkt uit een ondervraging bij 3.726 artsen die masterstudent Lennart De Jager van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) voerde voor zijn thesis. Waarom ben ik niet verbaasd?


De arts hoort bij de beroepsgroepen die veel traumatische gebeurtenissen met zich mee kunnen brengen. Hij is vast niet de enige die met geweld zal geconfronteerd worden. Dat maken anderen ook mee: de brandweerman, het ziekenhuispersoneel, de spoorwegbeambte, uiteraard de politie, maar ook de parkeercontroleur, de hulpverlener, de bediende van het geldtransport, de kassabediende, het luchtvaartpersoneel, de wegenwerker en de veiligheidsagent en zelfs de callcentertelefonist die wel een stijf gevoeld wordt. Allemaal beroepen die op tijd en stond geconfronteerd worden met agressie.


Ik vraag de geleerde vrouw of zij in haar praktijk wel eens met agressie geconfronteerd werd. Het antwoord is laconiek en bevestigend: daarmee moet je leren omgaan.


Je hebt verschillende types van agressiviteit. Mensen worden agressief uit frustratie. Of ze gebruiken agressie om een bepaald doel te bereiken. Een patiënt kan je kalmeren door de LEO-techniek toe te passen. LEO staat voor Luisteren, Empathie en Oplossing. Een klacht bestaat voor 80% uit emotie, voor 20% uit feiten. Daarvoor moet je echter communicatievaardigheden beheersen en dat heeft niet elke arts tijdens zijn opleiding geleerd, laat staan dat daar praktijklessen over worden gegeven. de artsenopleiders dragen daar een zware verantwoordelijkheid.


Een tweede norm waar mee vaak een loopje wordt genomen is het stellen van grenzen. Er is een tijd geweest, toen de huidige bijna gepensioneerde beleidvoerders aan hun lange mars door de instellingen begonnen, dat de arts en vooral de huisarts erop stond dat hij met zijn voornaam werd aangesproken. De arts zelf "ontkleedde zich", hing zijn witte jas in de kast en voerde praktijk in een ribfluwelen slobberbroek en een door zijn partner zelf gebreide pluisjestrui.


Dokter Vandesijpe werd "de Miel" en ging mee betogen tegen de windmolens, de sluiting van de schrijnwerkerij en voor de Palestijnse zaak. De afbraak van het imago kon niet perfecter. De grenzen waren afgebroken.


Daarbij werd ook de eigen veiligheid uit het oog verloren. In geval van conflict was de stap van spanning naar controleverlies, escalatie tot crisis zeer snel gezet.


Uiteraard zijn er bijkomende beveiligingsmaatregelen nodig. En zoals altijd komen die helaas te laat. Maar de eerste actie moet bij de arts zelf liggen. De opstart betekent daadwerkelijk contact leggen, begrip aan de dag leggen, en echt overleggen.


En bij crisis geldt maar één regel: vlucht, breng u zelf in veiligheid, bel XXX of de agressieknop, bel in het ziekenhuis de alarmcentrale. Vanzelfsprekend zijn niet alle patiënten perfect in evenwicht. Hou rekening met hun gemoedstoestand. Maar reageer professioneel: blijf rustig, spiegel niet, reageer niet op wat gezegd wordt maar hoe het gezegd wordt.


Geef de agressor keuzes, daarmee bezorg je hem een gevoel van controle terug. En vooral: hou afstand van je agressor.


En weet dat je altijd op het verkeerde moment op de verkeerde plaats kan zijn. Dat is nu eenmaal het risico van het beroep. En die witte jas is misschien toch niet zo'n slecht idee.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:39 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

28 mei 2017

Trump zet zorgadministratie en biowetenschap op droog zaad

 

Uit een nieuw begrotingsontwerp dat 23 juni bekend gemaakt werd blijkt dat President Trump een slachting aanricht in de gezondheidszorg. Geen enkel agentschap noch onderzoeksinstituut wordt gespaard. Ook Medicaid dat de laagste inkomens verzekert moet hard inleveren.


Om te beginnen moet Medicaid gedurende het volgende decennium 610 miljard $ inleveren bovenop de 839 miljard $ tengevolge van het afschafdfen van Obamacare.


De NIH budget levert 18 procent in op zijn begorting van dit jaar, wat neer komt op 26 miljard.


Het National Cancer Institute levert 19 procent in.


De CDC moet het met 17 procent minder doen, wat neer komt op 6.3 miljard $.


De kosten van de preventie van HIV/AIDS, hepatitis, SOA's, en tuberculose worden met 17% gesnoeid. Buitenlandse medische hulp, het zogenaamde CDC's global health program verliest 18%.


De FDA verliest maar liefst 31 procent en houdt nog 1.9 miljard $ over . De administratie hoopt nu 1.3 miljard inkomsten te genereren via de licenties voor farmaceuten en de medische hulpmiddelen.


Meer info: https://www.documentcloud.org/documents/3728643-Putting-A...

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:09 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 mei 2017

Nederlandse fertiliteitsspecialist gebruikte eigen sperma


Gisteren raakte bekend dat een Nederlandse fertiliteitsspecialist met zijn eigen zaad minstens 19 kinderen heeft verwekt. De kans is reëel dat het aantal nog oploopt tot zestig biologische kinderen. De zaak kwam aan het licht na onderzoek door het Fiom, de Nederlandse vereniging voor ongewenste zwangerschap en afstammingsvragen.
De arts, Jan Karbaat overleed op 89-jarige leeftijd nog voor zijn proces op 12 mei kon beginnen. Zijn echtgenote, Ria Karbaat, die op de hoogte bleek van de praktijken, moest wel voor de rechter verschijnen.


Jan Karbaat was directeur van de bekendste spermakliniek in het Nederlandse Barendrecht waar in de jaren tachtig en negentig tot zesduizend vrouwen zwanger werden. De man wordt ervan verdacht zijn klanten in de jaren 80 regelmatig met zijn eigen zaad te bevruchten. Ook gebruikte hij het zaad van andere donoren dan hij voorgaf. Karbaat zou de donorgegevens met opzet vervalst hebben. Zo gebruikte hij het zaad van een autistische man uit Suriname die meer dan 200 stalen afstond. Ook hield hij zich niet aan de regel dat met het zaad van één donor hoogstens zes kinderen verwekt mogen worden.


Karbaat weigerde bij leven de feiten te bekennen en DNA af te staan. Maar één van zijn wettelijke kinderen deed dit wel en daardoor kon de Fiom KID-DNA Databank onderzoeken welke van de in de kliniek geïnsemineerde vrouwen een kind van Karbaat ter wereld hadden gebracht.


Het Medisch Centrum Bijdorp, in Barendrecht (vlakbij Rotterdam), werd in 2009 gesloten. De zaak is sinds vorige maand volop in het nieuws in Nederland, en de Poolse schrijver Kamil Baluk schreef er een boek over (https://www.dowody.com/product-page/wszystkie-dzieci-louisa).


Hij interviewde Karbaat: "Voor hem eindigde zijn verantwoordelijkheid wanneer iemand zwanger was, vanaf dat moment was het volledig aan de ouders. Hij mat zijn succes alleen aan hoeveel vrouwen er in zijn kliniek zwanger raakten," zegt hij.


Volgens Baluk was dr. Karbaat misschien een extreem geval, maar zeker niet de uitzondering. In de jaren zeventig en tachtig werd er geen of weinig belang gehecht aan de rechten van het kind. Het ging om het fundamentele recht van elke vrouw om zwanger te worden. Pas in de jaren negentig kreeg je in Nederland het tweeloketsysteem, waarbij de donor kon kiezen of hij anoniem of niet-anoniem zaad wilde doneren. Sinds 2004 is het in Nederland in tegenstelling tot in ons land zelfs niet meer mogelijk om anoniem te doneren. De discussie over anoniem donorschap wordt nu ook in ons land gevoerd.


Op 2 juni volgt de uitspraak.



Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)