09 maart 2018

Tinder in de sneeuw


Terwijl de strooidiensten honderden tonnen zout over de natuur uitstrooiden, the beast from the East bij miljarden vlokken uit de lucht viel en ik dus veilig achter het raam van mijn café van een glas Orval genoot, werd ik in mijn overpeinzingen gestoord door een man die ik me vaag herinnerde van een feestje waar hij veel te luid het centrum van de belangstelling was. “Mag ik u even storen,” begon hij, “ik wil uw advies.” Ik heb een hekel aan zo’n situaties. Uiteraard stoorde hij, maar daar zeg je nooit zomaar “ja” op want wie weet volgt er een interessant verhaal. Zoals nu.

Hij bleek een trouwe lezer te zijn en tot het slag van mensen te horen die "in het belang van de kinderen voor een co-ouderschap" gekozen had. Zonder grote conflicten en toch met een groot probleem. U kent ze wel: autochtoon, hoogopgeleid, specialist in een discipline waarbij je maar hoogst zelden met een patiënt de visu ontmoet, met voldoende eigen financiële middelen. Tot nu toe zeeeeer gelukkig geweest, de beste verstandhouding: "we werken nog altijd in dezelfde kliniek." Maar sinds zijn ex, eveneens autochtoon, hoogopgeleid, want eveneens specialist in een andere discipline waarbij je maar hoogst zelden met een patiënt een conversatie voert, met dito voldoende eigen financiële middelen, en ook gescheiden dus, een nieuwe relatie was begonnen begreep hij plots dat hij helemaal alleen was. Hij was niet eenzaam, had vrienden en vriendinnen zat, hij had –als de kinderen die week van pa naar ma waren verhuisd- regelmatig een bedgenote te logeren, dus geen gebrek aan affectie noch aandacht, maar er was een leegte in zijn bestaan die aan hem vrat.

Ik begon me af te vragen wat mijn rol in dit verhaal mocht worden. Werd ik als ervaringsdeskundige erbij gehaald? Zo bleek inderdaad. "Ik heb je ooit horen zeggen dat je het huwelijk ten zeerste kan aanraden," zei hij. Dat klopt,- dat moet ik wel-, na het scheepsrecht te hebben uitgeoefend en nu al meer dan dertig jaar wettelijk lief en leed te delen met de geleerde vrouw. "Welnu," concludeerde hij, "ik heb je gespecialiseerde hulp nodig. Ik wil een huwelijksadvertentie plaatsen."

Je ziet ze nauwelijks meer, die hokjes in de zoekertjesrubriek in de weekendkrant, onderaan rechts: symp.mn, 53, gsch. gn.sch.zkt.lve.dme,-50.hrkl.gn.blng. brieven mt. Fto. onder nummer 1965. Tegenwoordig, in deze tijden van Tinder en Parship met handmatig gecontroleerde profielen, wetenschappelijke persoonlijkheidstest en gegarandeerde anonimiteit en privacy, is een contactadvertentie en stukje literatuur geworden dat ik graag mag savoureren. De stijl doet me denken aan de columns van collega Hugo Camps: staccato, zonder enige logica maar met een duidelijk verband. Een grote nood en nog groter tekort onthullend.

Zoiets van: "Jonge rijpere man. Vooraan vijftig, nog niet midlife. Academisch opgeleid. Hard werken, hard genieten. Ars medica, amor vitae. Niet alleen mij, maar ook jou. Intelligent, houdt van een goed gesprek, humor, kunstweekend, opera maar ook biken in de Ardennen. Beetje wild graag. Warm bij de eigen haard. Onesie voor jou, onesie voor mij. Zeilen, skiën, fietsen maar met zijn twee. Mozart, Dylan, Eels en Mantovani. Coquille met bloedworst. Single malt. Leert saxofoon. Zoekt gelijkgestemde dame, jongere leeftijd geen bezwaar. Liefst eigen zelfstandigheid. Petite maar wel pittig. Eigen karakter geen bezwaar. Maar bereid tot dialoog. Schrijven naar Elite Duette code 163"

De persoonlijkheidstest is afgelopen. Het profiel hebben we handmatig gecontroleerd. Het bierkaartje is vol gepend. Hij vindt het schitterend, alleen leert hij geen saxofoon. Maar wat niet is kan nog komen. Bij het agentschap betaal je voor zo'n dienstverlening al snel een paar duizend euro . "Wat is mijn schuld," vraagt hij. "Doe mij maar eens een totale check up," zeg ik. "Maar zonder complimenten noch supplementen." Buiten houdt het op met sneeuwen. Er staat in het hele land meer dan 440 km file. Ik besluit nog maar een katholiek rondje. Hij tokkelt op zijn iPhone. Heeft net Tinder ontdekt.

"Ik heb een huwelijksadvertentie geschreven," zeg ik als de geleerde vrouw vraagt waarom ik zo laat ben. Ze kijkt op. "Voor een van je collega's." "Een idee voor als je eindelijk met pensioen gaat," zegt ze

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 maart 2018

Een impulscontrolestoornis


"Ze zitten altijd op ons kap", is een Vlaamse cafétoog uitdrukking die je wel eens hoort als je de geleerde vrouw mag chauffeuren na een etentje bij een van die onmisbare LOK’s . Het is waar, er zijn van die tijden dat iedereen, van de hoofdverpleger van de Christelijke Ziekenfondsen tot de Waalse voorzitter van de Porchisten ‘op de kap van de dokters zit’. Ik wens het niemand toe. Maar er zijn ook van die weken dat je je afvraagt of ze het niet zelf gezocht hebben.

Neem nu de voorbije week. Om niet beschuldigd te worden van politico-communautaire vooringenomenheden, beperk ik mij tot het Vlaamse landsdeel. Op de Vlaamse kabel loopt de nieuwe reeks Topdokters, een topprogramma dat tot de taalgrens te bekijken valt. Dit was zonder meer de week van de topdokters.

We beginnen in het prachtige West-Vlaanderen waar duivenmelker en tophuisarts dr. André Gyselbrecht uit Ruiselede terechtstaat voor moord op zijn schoonzoon. De verdediging van die dokter, meester naast God, zorgde voor een ongeziene stunt door op een assisenzitting een promofilmpje over de dokter te tonen dat werd gemaakt door Lien Willaert, televisiemaakster en echtgenote van filmregisseur Jan Verheyen. Ze deed dit uit sympathie voor de dochter van de huisarts, dr. E. die haar vriendin is, ‘een van de mooiste en eerlijkste mensen die ik ken'. De voorzitter liet begaan. Wie huisarts is, is in het Westen des lands nog altijd een notabele die met respect behandeld moet worden en dus een streepje voor heeft op de gewone huis-tuin-en-keukencrimineel die een moord beraamd, laat uitvoeren en dat allemaal uit liefde voor de kleinkinderen en om de schande van een echtscheiding te vermijden. Ik kort het pleidooi van de verdediging in. Dr. Gyselbrecht leed aan artikel 71, een onweerstaanbare drang. Hij moest wel een moord bestellen, zei hij.

Zo'n huis-tuin-en-keukencrimineel is seriemoordenaar Renaud Hardy. Deze simpele ziel staat terecht voor twee moorden, twee verkrachtingen en twee moordpogingen moordde, hij randde aan, brak in, filmde een en ander met semiprofessionele apparatuur en kreeg het gedaan dat op zijn assisenproces het openbaar ministerie zijn inzending voor het BDSM-filmfestival mocht vertonen in volle rechtszaal. In vaktermen heet dit een snuff movie, in Tongeren is dit een bewijsstuk. Geen eulogie dus deze maal. En daar komt weer een topdokter: "De medicatie die Hardy kreeg voor zijn parkinson, heeft van hem een seriedoder gemaakt" zei de Nederlandse topneuroloog dr. Chris van der Linden, die in het Gentse Sint-Lucas praktijk voert, televisie-ervaring opdeed in het hierboven genoemde Topdokters en de quiz De Slimste Mens.

De getuige voor de verdediging verklaarde in de rechtszaal en in alle kranten, en 's avonds in het televisiejournaal dat de moordenaar die ook nog aan Parkinson lijdt, van de ene dag op de andere in een monster veranderde, door zijn medicatie. Met bijwerkingen, die we hier niet gaan opsommen maar daarvoor verwijzen we u naar de bijsluiter. Hardy lijdt aan een impulscontrolestoornis. Een onweerstaanbare drang dus. "Deze impulsstoornis wordt bij Hardy veroorzaakt door zijn persoonlijkheid, zijn ziekte van Parkinson en de medicatie die hij daarvoor neemt", sloot topneuroloog Van der Linden af. De neuroloog bevestigt op vraag van de advocaat van Renaud dat Hardy een zeer uitzonderlijk geval is. De impulscontrolestoornis kan zich op verschillende manieren manifesteren. De ene schildert, de andere gokt, nog en ander speelt met de duiven, Hardy doodt.

Dr. Van der Linden werd de dag daarop door zijn collega neuroloog Patrick Santens, van het Gentse UZ deze maal aan de andere kant van de Fiere Stede, tegengesproken: die parkinson-medicatie maakt volgens hem geen moordenaar van mensen. "Wel zien we bijvoorbeeld dat de seksdrift groter wordt, maar het is meestal de partner die daarover begint tijdens de consultatie."

Ik was mijn stukje over porno aan het schrijven en dacht alles gehad te hebben toen ik attent gemaakt werd op een uitspraak van een andere topdokter van het UZ Gent. Androloog professor Guy T'Sjoen joeg de helft van de volwassen mannelijke bevolking met een lintmeter naar de badkamer met de verklaring dat de gemiddelde penis 14 centimeter meet en eentje van 11 centimeter normaal is. Deze topdokter, is momenteel wel te zien is in het gelijknamige topprogramma, zei in zijn nieuwste boek Onder de Gordel ook nog dat "de penis de kanarie in de koolmijn is."

Ik dacht alles gehad te hebben en bereidde me al voor op een drukke weekendconversatie tot ik tenslotte de Gentse chirurg Koen De Smet las. Die specialist is bottensmid in Jan Palfijn en de privé kliniek Anca MC in het boerendorpje Sint-Martens-Latem, en heeft zijn tienduizendste heupoperatie achter de rug. "Ik heb een mooi huis en ik sleutel aan oldtimers. Ben ik daarom rijk?" zei dr. Koen De Smet in ‘Het Nieuwsblad'. De bescheiden topchirurg houdt van oude auto's en een mooi huis.

Ik ben niet onder de indruk. Maar waarom laten sommige dokters, zeker als ze uit het Gentse komen, zo vaak de gelegenheid om te zwijgen voorbij gaan? Neem nu een loodgieter. Leest u elke week zo'n vijf quotes uit de mond van zo'n bescheiden vakman?

Marc van Impe 

Bron: MediQuality

14:31 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Vrouwendag, geen lullendag


Vandaag is het de Internationale Vrouwendag. Ik heb daar een speciale band mee. Dat komt zo: op 8 maart 1908 gingen in New York voor het eerst in de geschiedenis vrouwen in staking tegen de erbarmelijke omstandigheden waarin ze moesten werken. Drie jaar later riep de Duitse socialiste Clara Zetkin op om 8 maart uit te roepen tot internationale vrouwendag.

In 1917 brak in Sint-Petersburg een vrouwenstaking uit op 8 maart toen Russische textielarbeidsters hun arbeidsomstandigheden wilden aanklagen. In 1921 riep het Internationale Vrouwensecretariaat van de Communistische of Derde Internationale 8 maart definitief uit tot Internationale Vrouwendag. Dat vieren we dus vandaag.

Ik ben niet zo van de rode kerk en al zeker niet van haar tradities. Maar ik sluit me wel aan bij de VN die in 1978 voor het eerst de internationale vrouwendag erkende, bedoeld om aandacht te vragen voor de gelijke rechten en met name het kiesrecht voor vrouwen. Maar anderzijds denk ik gelijk dat dit onzin is: vrouwen net als mannen ervaren discriminatie, onrecht en onderdrukking. Vrouwen, omdat ze vrouw zijn, alleen een beetje meer en een beetje vaker.

Dat geldt ook voor de westerse mens voor wie als je vrouw bent het leven vaak onevenredig lastiger is. Neem nu de medische wetenschap. Die heeft tot voor kort altijd het mannenlichaam als uitgangspunt genomen voor studie van de mens. Die mannen, niet gehinderd door het beperkte denkraam dat hen kenmerkt, gingen er van uit dat een vrouwenlichaam en -ziel, op enkele punten na, het zelfde was en reageerde als een mannenlichaam.

Emoties en lichamelijke vrouwelijke ervaringen waren daarbij ondergeschikt. Het is ongelooflijk hoe dom en beperkt mannelijke artsen kunnen zijn, maar pas sinds kort zijn ze er achter gekomen dat bij een naderende hartaanval, vrouwen heel andere lichamelijke waarschuwingen krijgen als mannen.

Neem een ander typisch vrouwelijk evenement als de menopauze die lange tijd alleen gezien werd als iets waaraan je kon merken dat de vrouw niet meer vruchtbaar was en oud werd. Al de rest was grote onzin en niet meer dan een hysterische reactie. Ik citeer een nog levende mannelijke psychiater die pretendeert psychoanalyse te doceren in een katholieke universitaire kliniek en die het presteert om in een niet-rokers huis een sigaar op te steken. Wie is hier de lul?

Ik sla de krant open en lees verhalen over verkrachtingen, BDSM, en ander gefilmd geweld. Dat blijkt alledaags te zijn maar nooit lees ik dat een man slachtoffer is van dit geweld. Ik schreef vorige week over vrouwenbesnijdenissen, opgelegd door mannen en dus enkel bedoeld om vrouwen te verhinderen dat ze genieten van seks, want dan zouden ze wegens onvoldoende of tekort –en heel terecht- wel eens dreigen weg te lopen.

Een vrouw mag ook in onze post katholieke maatschappij nog steeds niet genieten van seks. Laat staan een vrij seksleven hebben. Een paar honderd jaar geleden werd ze daarom gestenigd, verbrand of op z'n minst verstoten. Nu wordt ze op sociale media gestigmatiseerd als loops, hoerig, beschikbaar. Ook als ze arts, verpleegster, psychologe of therapeut is.

De Orde der Artsen is als de Sacra Rota die geheel los staat van het burgerlijk fatsoen. Haar subjecten onder het zogenaamde privilegium fori maar ik moet de eerste mannelijke arts nog zien die wegens het maltraiteren van zijn vrouwelijke collega veroordeeld wordt.

Ik ben geen feminist. Maar ik was wel de eerste journalist die op 11 december in de Ancienne Belgique de eerste Belgische Internationale Vrouwendag versloeg. Het feit dat Lilly Boeykens, echtgenote van een emininent arts en stadsgenote daar prominent aanwezig was, zal daar toen toe bijgedragen hebben. Ik ben dus geen feminist. Ik ben voor gelijkwaardigheid. Ik ben ook tegen positieve discriminatie. Het kan me niet schelen of iemand man of vrouw is, als het maar goed is.

Ik ben een man, chauvinistisch dus. Ik mag graag de nadruk op de vrouw leggen. Maar word in de positieve zin even graag onderdrukt. Als het moet, in de gang der dingen in negatieve zin, omdat niemand een slechte positie moet volhouden en we dat zonder veel woorden kunnen oplossen. Ik hou niet van het tuinbroeken feminisme met vrouwen met hoog opgeschoren kort haar zonder BH en make-up.

Ik vind dat we mensen moeten beoordelen op wat ze kunnen, niet op andere kenmerken. Wie zijn werk goed doet moet daar voor worden betaald. Wie met zwangerschapsverlof gaat, moet worden doorbetaald. Ik ben tegen onvrouwelijkheid. Tegen vrouwen dus ook, die willen vermannelijken en die denken dat ze op dezelfde egotische manier een mentale onflatteuze tuinbroek aantrekken en denken dat ze daardoor gelijk zijn aan de man. Zij vergissen zich en verwarren gelijkheid met gelijkwaardigheid. Niemand verdient het gelijk behandeld te worden. iedereen heeft het recht om gelijkwaardig behandeld te worden. Dames hoeven niet onvrouwelijk te zijn om gelijkwaardig te zijn.

Een vriend, professor aan een vrije universiteit, zegt me in de lift dat de vrouwendag een doekje voor het bloeden is. Hij vindt zichzelf ontzettend gevat. Hij is ook de man die niet begreep waarom een geëmiriteerde collega gedefenestreerd werd nadat hij zich smalend uitliet over gefrustreerde vrouwelijke collega's in de zaak van de suïcide van Steve Stevaert. Hij maakt ook grapjes over gendergelijkheid.

Zijn geest vertoont die krappe ruimte die een sereen debat ten gronde over de voedingsbodem voor geweld en grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van vrouwen verhindert. Een man als hij, een hoogleraar ligt aan de basis van ongelijkheid tussen de seksen, wanneer het gaat over beeldvorming rond gender. Door zo'n mannen raken de gemoederen steevast verhit en haast men zich in het defensief. Dat iemand die aan een vrije universiteit doceert en zichzelf humanistisch en sociaal noemt daar niet ongehinderd mee wegkomt, begrijp ik niet.

Evenmin begrijp ik de katholieke hoogleraar die in de club een zwarte vrouwelijke collega aanwijst en zegt dat hij haar zo bewondert. Als je het normaal zou vinden dat mensen gelijk behandeld worden ongeacht hun afkomst, huidskleur of fysieke kenmerken, dan zou het ook normaal en aanvaard moeten zijn dat die mensen ook behandeld als individuen, ongeacht hun sekse, hun kleur, hun afkomst.

Ik las bij collega Bieke Purnelle dat vrouwendag niet gaat over quota of glazen plafonds, over gelijke verloning of objectivering, over geweld en verkrachting. Vrouwendag gaat over het respect dat ieder individu verdient in een samenleving die zich verlicht en beschaafd noemt. En dat is helaas nog steeds heel erg relevant. Ze heeft, zoals dat vaak is bij de jongere generatie, overschot van gelijk. Het is maar dat de lullen ons het ook eens lezen.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:19 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)