04 mei 2017

SIR, er is nieuwe hoop voor patiënten met vergevorderde leverkanker


Patiënten met hepatocellulair carcinoom (HCC) behandeld met yttrium-90 (Y90) genieten een betere levenskwaliteit dan patiënten behandeld met transarterial chemoembolization (trace) op de volgende indicatoren van de mentale kwaliteit-van-leven (QOL): ze sluiten zich niet af van hun partner noch vrienden, ze gaan beter om met hun ziekte, ze aanvaarden de ziekte, en genieten van het leven. Daarnaast lijden ze ook minder aan diarree, koorts, koude rillingen, bijwerkingen en anorexie. Dit zijn geen onbelangrijke meerwaarden.


Primaire leverkanker is wereldwijd de op vijf na meest voorkomende vorm van kanker en de tweede voornaamste kanker gerelateerde doodsoorzaak bij patiënten die lijden aan cirrose tengevolge van o.m. hepatitis en alcoholisme. Een derde van de patiënten met cirrose zal HCC ontwikkelen. 54 % kan toegeschreven worden aan hepatitis B, dat 400 miljoen mensen treft en 31% aan hepatitis C dat 170 miljoen mensen treft. Daarnaast zal 1 op 8 patiënten (12.8%) die lijden aan een nonalcoholische steatothepatis (NASH) HCC ontwikkelen.


Die NASH is het gevolg van diabetestype II, insuline-resistentie, obesitas, hyperlipidemie en hypertensie. HCC vertegenwoordigt meer dan 80% van de primaire leverkankers en eist jaarlijks meer dan 670.000 sterfgevallen. Dat aantal zal door de veroudering van de bevolking nog toenemen, gezien HCC toeneemt met de leeftijd en piekt rond de 70 jaar. HCC komt vaker voor bij mannen dan vrouwen. De gebruikelijke behandelingen zijn in het zeer vroege stadium chirurgie of ablatie, daarna ook leverstransplantatie, en tot nu toe in een tussen- en gevorderd stadium TACE, DEB-TACE en Sorafenib.


Voor die patiënten is er nu een nieuwe behandelingsmethode met SIR Y-90 Spheres, een innovatieve therapie door radionucléïden voor de bestrijding van leverkanker. SIRT staat voor Selectieve Interne Radiotherapie (SIRT) met yttrium-90 microsferen bij inoperabele levertumoren, en werd ontwikkeld door de Australische medische onderneming Sirtex Medical Ltd. hebben een innovatieve behandelmethode ontwikkeld voor de bestraling van levermetastasen. Daarbij worden met radioactief yttrium-90 geladen microbolletjes - SIR-Spheres genoemd - ingezet voor de doelgerichte hooggedoseerde bestraling van levertumoren met ioniserende straling. Ze meten slechts een derde van de breedte van een mensenhaar en hebben dezelfde soortgelijke massa als een rode bloedcel.


Dat maakt dat ze via de lies ingebracht door de bloedstroom meereizen en in de uiterst kleine bloedvaten rondom de levertumor terecht komen waar ze hun werk doen zonder het omliggende gezonde weefsel te beschadigen. Volgens professor Patrick Flamen van het Institut Julers Bordet blijkt dat SIR-Spheres aanmerkelijk effectiever zijn dan alleen lokale chemotherapie. " De combinatie met een eenmalige inspuiting met SIR-yttrium-90 microsferen heeft echter een aanmerkelijk sterkere uitwerking op de kankertumor. Daardoor kan de progressievrije overlevingsduur verlengd en een betere levenskwaliteit bereikt worden. Dit is in een patiëntenonderzoek aangetoond. De meeste patiënten die een ziekenhuisbehandeling met de Selectieve Interne Radio-Therapie hebben ondergaan, ervaren deze methode ook als aanmerkelijk zachter in vergelijking tot andere behandelingen, zoals chemotherapie."


De SIRT-behandeling wordt tijdens een ca. twee dagen durend verblijf in het ziekenhuis uitgevoerd door een speciaal geschoolde arts. Daarbij wordt een kleine katheter in de lever ingevoerd, waardoor de microsferen worden ingespoten. De microsferen met het radioactieve yttrium-90 worden door het bloed direct naar de tumoren in de lever gedragen en zetten zich daar vooral in de haarvaten af, die de tumor voeden. Van daaruit geven zij hun stralingsdosis ongeveer twee weken aan de tumor af.


In tegenstelling tot de externe bestralingstherapie, waarbij alleen een beperkt deel van de lever kan worden behandeld, kan SIR-Spheres de tumoren gerichter bestralen. Zo worden de kankercellen voor een langere periode met een aanmerkelijk hogere dosis bestraald. De SIR-Spheres-therapie is ontwikkeld in 1987 in het kankeronderzoekscentrum CRI in Perth, Australië. Sindsdien is het product en de therapie in samenwerking met Sirtex verder ontwikkeld en wereldwijd bij meer dan 1.500 patiënten toegepast. SIR-Spheres is sinds 2002 als medische methode toegelaten in de VS en beschikt als medisch product sinds 2002 ook over de Europese CE-markering.


Professor Riad Salem, van de Northwestern University in Chicago, en professor William S. Rilling, van het Medical College of Wisconsin, in Milwaukee, toonden eerder al (2011) aan dat de nieuwe SIRT therapie de voorkeur verdiende boven de klassieke behandelingen gezien de sterk verbeterde levenskwalietit bij de patiënt.


De SARAH-studie van professor Valerie Vilgrain die nu gepubliceerd werd bevestigt dit. "De recent gepresenteerde cruciale proefgegevens hebben aangetoond dat er geen significant verschil in de totale overleving bestaat bij toepassing van SIR Y-90 Spheres harsmicrosferen en sorafenib bij patiënten met BCLC fase C hepatocellulair carcinoom. SIR Spheres microsferen zijn evenwel veiliger en worden door de patiënten beter getolereerd dan sorafenib, zijn een stuk goedkoper oimdat ze maar eenmaalig moeten worden toegediend en omdat er zich minder neveneffecten voordoen. Op die kostprijsvergelijking tussen SIR Spheres harsmicrosferen en sorafenib voor de behandeling van patiënten met BCLC stage C hepatocellulair carcinoom, gaan we ons de komende maanden concentreren." - In de eerste week na de behandeling mag de patiënt in het openbaar vervoer (ook in het vliegtuig) niet langer dan twee uur naast een andere passagier zitten.


Zijn er dan geen nevenwerkingen? Toch wel. Omdat de patiënt radioactief is mag hij gedurende een week niet in hetzelfde bed als zijn of haar partner slapen. Hij moet diezelfde tijd uit de buurt kinderen of zwangere vrouwen blijven, en volwassenen mogen slechts voor enkele minuten in zijn of haar buurt komen. Bij een langer contact moet in de eerste drie dagen een afstand van tenminste twee meter tot de patiënt in acht worden genomen.


Marc van Impe


Meer info : www.sirtex.com/hcc

Bron: MediQuality

11:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 mei 2017

Hoe een veilig vaccin tegen Lyme van de markt verdween


Deze zomer wordt door de voorbije warme winter een explosie van het aantal Lyme-patiënten verwacht. Vooral in zones waar ze normaal gezien niet voorkomt zal de Borrelia Burgdorferi toeslaan. Toch is er een vaccin. Maar dat werd in 1999 na amper één jaar van de markt gehaald. Waarom?


Het vaccin werkte, maar de Amerikaanse anti-vaccinatielobby won het pleit. President Trump gelooft die lobby: volgens hem veroorzaakt vaccinatie autisme. LYMerix was een wetenschappelijk succes, maar een pr-fiasco, zegt de Amerikaanse oud-kinderarts en vaccinexpert Stanley Plotkin in The New Scientist. De berichtgeving in de media deed de rest.


GSK, dat LYMerix ontwikkeld had, trok het product terug en trof zelfs een juridische schikking met de zogenaamde vaccinatieslachtoffers. Plotkin is nochtans formeel: "De chronische artritis waar de klagers aan leden was niet geassocieerd met Lyme. Toen de FDA een retrospectieve studie opzette bleek dat er slechts 905 meldingen waren van negatieve effecten op 1.4 miljoen toegediende doses. Maar het kwaad was geschied en het vaccin verdween in de kast voor mislukte producten."


Plotkin wil dat het vaccin terug gelanceerd wordt. "Dat er geen vaccin is, is een fout die we snel moeten herstellen", schrijft hij in de New England Journal of Medicine. "Een vaccin had de afgelopen twintig jaar veel leed kunnen voorkomen." Plotkin weet wat Lyme aanricht: hij verloor bijna zijn zoon aan de ziekte Lyme. Die werd ternauwernood gered met een pacemaker.


In ons land heeft de overheid tot nu toe geen deugdelijk onderzoek gedaan naar de incidentie van de ziekte van Lyme. Epistat (onder)schat het aantal jaarlijkse gevallen op zo'n 10.000. Er zouden 500 specifieke behandelingen per jaar zijn, vooral bij mensen die in de wouden van de Ardennen werken. Maar de ziekteverwekkende bacterie die via teken verspreid wordt zit overal: in stadsparken, speeltuinen, langs wandelpaden tot in uw ecologische moestuin.


En dit jaar zijn er tienduizenden teken bijgekomen, dankzij het milde weer. In Nederland worden jaarlijks 1.5 miljoen mensen gebeten en zullen dit jaar 25.000 Nederlanders hun huisarts opzoeken na een tekenbeet. Dat zijn er viermaal meer dan twintig jaar geleden; het aantal lijkt wel te stabiliseren, schrijft Marga van Zundert vorige week in het dagblad Trouw.


Het Nederlandse rijksinstituut RIVM becijferde dat de ziekte jaarlijks 1750 gezonde levensjaren kost. Een vaccin zou ook kosteneffectief zijn voor mensen die in de natuur werken, zegt Maarten Postma, hoogleraar farmaco-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, in Trouw. "Dat is afhankelijk van de prijs. Maar door het hoge ziekteverzuim en de relatief jonge leeftijd van de chronische patiënten schat ik in dat een vaccin economisch winst oplevert. Zeker een vaccin dat ook beschermt tegen andere tekenziekten."


Nochtans was er twee jaar geleden nieuwe hoop. Baxter testte een nieuw Lyme-vaccin in driehonderd vrijwilligers. Het vaccin bleek veilig en effectief. Het wekt antilichamen op die de Borrelia-bacterie doodt. Maar tot een groot vervolgonderzoek kwam het niet. Baxter verkocht zijn vaccindivisie. Geen van de kopers had trek in het vergevorderde Lyme-vaccin.


Er was overigens een verschil met het LYMerix vaccin. Dat bevat het eiwit OspA van de Borrelia-bacterie, dat grote gelijkenis toont met het menselijk eiwit hLFA-1dat in gewrichten. Sommige immunologen suggereerden daarom in 1998 dat de afweer zich zou kunnen vergissen. Antilichamen tegen OspA zouden ook hLFA-1 aanvallen en zo reumatische klachten geven. Er volgden enkele honderden klachten. Daarop besloot GSK halverwege 2002 het vaccin van de markt te halen en schikte in een rechtszaak. Overigens met de nadrukkelijke stellingname dat er géén bewijs was dat LYMerix een auto-immuunreactie kon veroorzaken.


Dat beaamde later ook immunoloog Allen Steere, een van de wetenschappers die in 1998 de gelijkenis tussen OspA en hLFA-1 had ontdekt. Steere is dé internationale expert in de ziekte van Lyme aan werkt aan het Laboratory of Translational Research in Lyme Disease and Rheumatoid Arthritis van Massachusetts General Hospital, in Boston. Steere zette in 2011 nog eens al het onderzoek rondom OspA en gewrichtspijn op een rij, maar zag evenmin een oorzakelijk verband.


"OspA zorgt niet voor de reacties die Lyme-artritis kenmerken." Desondanks durfde GSK, noch concurrent Sanofi Pasteur, die een vergelijkbaar vaccin ontwikkelde, een (her)introductie van het OspA-vaccin aan. Het goede nieuws is dat er sinds begin van dit jaar een volgend Lyme-vaccin wordt getest.


Op de 10th Kempen Life Sciences Conference in Amsterdam, maakte het Oostenrijks-Franse Valneva bekend dat het van de FDA en de EMA de toestemming gekregen had om klinische testen uit te voeren met het nieuwe vaccin. Het heet VLA-15 en bevat wederom OspA, maar nu van alle zes types van de Borellia-bacterie die in Europa voorkomen. En VLA-15 mist zekerheidshalve het omstreden stukje.


Daarnaast zijn er vaccins in ontwikkeling zonder OspA. "Inmiddels is veel meer bekend over de ingewikkelde levenscyclus van de bacterie", vertelt Joppe Hovius, hoogleraar Infectieziekten en leider van het Nederlandse Academisch Multidisciplinair Lyme Centrum aan Trouw. "OspA is toch een ontdekking van de vorige eeuw."


Hovius leidt een Europees project dat niet de Borrelia-bacterie, maar de teek als uitgangspunt neemt voor een vaccin om Lymeziekte te voorkomen. "Het is bekend dat dieren teken-resistent kunnen zijn", vertelt hij. "Teken hangen op een gegeven moment meer dood dan levend aan hun huid; het lukt ze niet zich te voeden en daardoor ook niet de ziekte over te brengen. De dieren zijn zo vaak gebeten dat ze afweer hebben ontwikkeld tegen de teek zelf."


Een vaccin tegen OspA werkt anders dan andere vaccins. Antilichamen stromen met je bloed de teek in en doden Borrelia bacterie ter plekke, dus in de teek. In die paar druppels bloed moeten dus veel antistoffen zitten. Een OspA-vaccin moet je daarom waarschijnlijk jaarlijks herhalen; dan blijft het aantal actieve antilichamen hoog. OspC dat juist verschijnt als de bacterie eenmaal door de aders van haar gastheer stroomt. Antilichamen doen daar hun werk en zonodig worden er extra antistoffen bijgemaakt om de klus te klaren. Het is overigens komisch dat voor honden wél een vaccin op de markt is, Vanguard crLyme van fabrikant Zoetis, dat OspA én OspC bevat.


Een groot voordeel van het nieuw tekenvaccinin ontwikkeling is dat het niet alleen tegen Lyme beschermt maar tegen álle tekenziektes. Vorig jaar hebben voor het eerst in Nederland twee mensen een hersenvliesontsteking opgelopen door een tekenbeet. Hier is de boosdoener het TBE-virus waarmee teken ook besmet kunnen zijn. Eén tot twee procent van deze hersenvliesontstekingen is fataal. In landen als Oostenrijk en Slovenië is TBE het grootste tekenprobleem. Er bestaat een TBE-vaccin, maar teken dragen nog andere parasieten en bacteriën met zich mee. Hovius inventariseert op dit moment samen met het RIVM alle mogelijke ziekteverwekkers in teken.


Marc van Impe


Referenties:
http://www.timeforlyme.eu/nl/
https://www.newscientist.com/article/mg23431195-800-lyme-...
https://epistat.wiv-isp.be/?germ=Borrelia%20burgdorferi%2...
https://www.trouw.nl/samenleving/hoe-een-veilig-vaccin-te...


Bron: MediQuality

11:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

01 mei 2017

Voor het pensioen zijn er vier soorten Belgen: zelfstandigen, werknemers, ambtenaren en politici



Deze week verscheen in de pers het verhaal van een zelfstandige winkelierster die na een carrière van veertig jaar minder pensioen zou krijgen dan haar vriendin die even oud is en amper zes jaar gewerkt heeft en de rest van de tijd stempelde.


Dit heeft die laatste te danken aan de zogenaamde ‘gelijkgestelde periodes', waarbij momenten van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, brugpensioen en zo meer gewoon worden meegeteld als volwaardige ‘werkjaren' voor het berekenen van het werknemerspensioen.


Dit perverse neveneffect dat al jaren door de vakbonden wordt in stand gehouden en telkens weer werd uitgebreid maakt dat ‘niet werken' gelijk wordt gesteld met ‘werken'. Wie een vrij beroep uitoefent als arts, kinesist, thuisverpleger of psycholoog kan alleen maar met verbijstering kennis nemen van deze pensioenreglementering die als ze niet aangepast wordt ertoe kan leiden dat de dokter op zijn 65ste minder pensioen trekt dan zijn poetsvrouw die via dienstencheques de praktijk schoonmaakt. Die werkster moet ook geen studiejaren "afkopen", betaalt geen absurde sociale bijdragen gebaseerd op fictieve inkomsten, en heeft een prima inkomstenverzekering die bij ziekte vanaf dag één in werking treedt.


En om het zout nog wat dieper in de wonde te wrijven: 30% van de pensioenloopbaan van mannelijke werknemers bestaat uit die zogenaamde gelijkgestelde periodes en zijn overigens geen marginaal fenomeen. Bij vrouwelijke werknemers is dat 37%. De vrije beroepen leven blijkbaar veel gezonder want ze kennen nauwelijks gelijkgestelde periodes (4% van de loopbaan, bijna altijd wegens arbeidsongeschiktheid).


Nog een extra voordeel: de berekening van het pensioen voor die ‘gelijkgestelde' jaren gebeurt voor werknemers op basis van het laatst verdiende loon, ongeacht hoe hoog. Bij vrije beroepen wordt het pensioen berekend op basis van 60% van het vroeger inkomen, maar het resultaat van die berekening wordt vervolgens nog eens verminderd met een ‘correctiecoëfficiënt' van 0,66%. De dokter krijgt dus voor hetzelfde inkomen 66% van het pensioen van de werknemers zouden krijgen.


Het gemiddeld pensioen van een zelfstandige bedroeg in 2016 bedroeg 857 euro per maand. Voor de doorsnee werknemer bedroeg dat 1.200 euro per maand. En de gemiddelde ambtenaar krijgt zo'n 2.600 euro, een bedrag dat regelmatig gelijk op gaat met de weddeverhogingen bij de actieve ambtenaren. Eens ambtenaar, altijd ambtenaar.


De ambtenaar krijgt tot nu toe ook zijn studiejaren meegerekend, geniet van een verkorte referentieloopbaan, het pensioen wordt berekend op basis van de wedde van de laatste – goed verdienende – jaren, en elke ambtenaar wordt verondersteld een gezin te hebben want het pensioen wordt automatisch berekend op gezinsniveau (ook voor alleenstaanden). Werkte die ambtenaar bovendien voor de Spoorwegen dan krijgt hij daar nog extra terugbetaling van dure medicatie bovenop.


Parlementsleden moesten tot voor kort slechts tot hun 55ste werken, na de hervorming kunnen ze vanaf hun 62ste met pensioen. Maar dit systeem geldt slechts voor wie pas in 2014 werd verkozen. 95 van de 150 parlementsleden vallen nog onder het oude systeem. Zij kunnen dus nog altijd vanaf hun 55ste van hun pensioen genieten. Ministers zullen 4.250 euro per maand netto trekken. Wie meer dan twee legislaturen in het parlement zetelt, het gemiddelde, heeft algauw meer dan 2.000 euro pensioen. Dat komt bovenop elders opgebouwde pensioenrechten: bijvoorbeeld als advocaat of als leraar.


Een gepensioneerde koning tenslotte krijgt 923.000 euro per jaar. Maar dat mag geen pensioen heten. Dat is een dotatie.


Gedurende decennia heeft men de vrije beroepen wijsgemaakt dat het logisch is dat ze minder pensioen krijgen, omdat ze minder bijdragen zouden betalen dan werknemers. In werkelijkheid betalen ze 20,5% sociale bijdragen.


En dan hebben we nog geen rekening gehouden met alle belastingen, voorheffingen en afhouding die de uitoefenaar van een vrij beroep betaalt als hij besluit deeltijds verder te werken, zijn zuinig gespaarde groepsverzekering trekt, zijn vennootschap liquideert of zijn eigendom verkoopt.


Maar dat had u hier al gelezen.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)