26 augustus 2017

Orgaanhandel legaliseren?


Ik verslik me in mijn Orval als ik in De Volkskrant de vraag lees: ‘Waarom zou iemand die arm is zijn nier niet mogen verkopen?’ De vraag wordt gesteld door Frederike Ambagtsheer (34, criminoloog en internationaal jurist): “Wie een nieuwe nier wil, kan er volgende week een hebben, het verbod op de illegale orgaanhandel werkt niet, dus misschien moeten we beloningen gaan toestaan voor nierdonoren.”


Dr. Frederike Ambagtsheer is sinds 2009 als wetenschappelijk onderzoeker werkzaam op de afdeling Inwendige Geneeskunde, Sector Transplantatie en Nefrologie van het Erasmus MC. In 2012 kreeg zij een Europese subsidie om een internationaal onderzoek naar orgaanhandel te coördineren.


Met haar team onderzocht zij vijf jaar lang illegale orgaanhandel in negen landen: Nederland, Zuid-Afrika, Kosovo, Israël, Macedonië, Griekenland, het Verenigd Koninkrijk. Zweden en de VS. In juni 2017 promoveerde zij cum laude op haar proefschrift Orgaanhandel (https://repub.eur.nl/pub/99988) .


Het leidde tot een nieuw inzicht: 'Ik was tegen legaliseren. Maar naarmate ik langer onderzoek deed, realiseerde ik me: verbieden werkt niet. Er zijn amper veroordelingen', zegt ze, ‘onderzoekers konden er maar elf vinden. ' De onderzoekster stelde vast dat de criminele netwerken die dit organiseren, bovendien goed georganiseerd zijn en geraffineerd te werk gaan. Het verbod op orgaanhandel werkt dus niet. Wereldwijd worden nieren illegaal verkocht, wat leidt tot commerciële marktwerking en een gebrek aan screening en nazorg voor patiënten en donoren.


Orgaanhandel is in door de WHO sinds 1987 verboden vanuit de gedachte dat het leidt tot mensenhandel en uitbuiting. Het treft de armste en dus kwetsbaarste groepen. Maar landen waar illegale orgaantransplantaties - vaak nieren - plaatsvinden, zijn onder meer China, Pakistan, India, Iran, Israël, Rusland, Colombia, Irak en Zuid-Afrika.


Iran is het enige land waar de praktijk legaal is. De patiënten komen bijvoorbeeld uit Taiwan, Zuid-Korea, Israël, Zweden, Macedonië/Kosovo maar ook uit Nederland. Zij kopen een nier, omdat ze vrezen die in eigen land niet tijdig te kunnen krijgen. Ze wijzen op de lange wachttijd en de complicaties van nierdialyse.


Belgische cijfers zijn (uiteraard) niet bekend. Een ingreep kost in het buitenland tussen de € 6.000 en € 45.000. Hierbij zijn inbegrepen: verblijf, het orgaan, operatie, medicatie en eten en drinken. Degene die profiteren van de illegale winsten, zijn de artsen, handelaren of organisatoren.


Grootste probleem is de nazorg: hoe dramatisch slecht die is geven de cijfers uit Kosovo aan. Van de 22 geïnterviewde patiënten keerden er 10 naar hun land terug met complicaties, waaronder infecties en afstoting van de ontvangen nier.


Uit de literatuur blijkt dat de illegale transplantatiemarkt vrij open is, en meestal werkt via Engelstalige websites. Patiënten en donoren krijgen via een klassieke reisagent vliegtickets naar Kosovo en worden vanaf de luchthaven naar de Medicus­kliniek in Pristina gebracht.


'Ze kregen instructies: zeg dat je komt voor een hartziekte. Ook moesten ze een document ondertekenen - in een voor hun onleesbare taal - waarin stond dat patiënt en donor aan elkaar gerelateerd waren en dat het om een altruïstische nierdonatie ging. Daarna gingen ze onder het mes.'


In Zuid-Afrika, Kosovo en Israël hebben politie en justitie georganiseerde netwerken blootgelegd die stelselmatig en heel geraffineerd te werk gingen om de schijn van legaliteit te wekken. Elders, bijvoorbeeld in Egypte, gaat het via een soort kidneybazars.


‘Dat is niet ondergronds, mensen leven daar op straat. Ze laten hun littekens zien of wijzen andere donoren aan: zij hebben het ook gedaan. Handelaren brengen donoren en patiënten met elkaar in contact. Zij ondergaan de transplantatie in een ziekenhuis of kliniek. Iemand vertelde me over een patiënt die niet getransplanteerd kon worden omdat de arts zei: sorry, maar de patiënt hiernaast biedt meer.


Omgekeerd vernam ik over een Soedanese donor dat hij in Egypte in een wachtkamertje met een groep potentiële donoren zat te wachten wie z'n nier mocht afstaan. Toen de arts zei: de beste match is Pietje, gingen de anderen hem feliciteren.' Donoren werden geworven via krantenadvertenties in Rusland, Oekraïne, Kazachstan en Moldavië.


Patiënten kwamen vooral uit Israël - 'in het joodse geloof is een intact lichaam belangrijk, daardoor zijn er nauwelijks donoren'. Ambagtsheer vertelt hoe een uroloog uit Kosovo op een medisch congres in Istanbul een Turkse chirurg ontmoette. De uroloog zei: 'Ik heb contacten bij het ministerie en kan een licentie regelen, ik heb alleen nog een chirurg nodig.' Ze gingen samenwerken. 'Het netwerk - vier anesthesisten, de uroloog, de chirurg, de kliniekdirecteur en de orgaanmakelaars - is inmiddels veroordeeld voor mensenhandel met het oogmerk van orgaanhandel, georganiseerde misdaad en fraude. Hun hoger beroep loopt nog.'


Merkwaardig is dat (Nederlandse) transplantatieprofessionals die met de in het buitenland geholpen patiënten te maken kregen, weliswaar het kopen van een nier veroordelen, maar ook begrip hebben waarom patiënten dit doen. Op voorhand zeggen ze niet op de hoogte te zijn van de illegale ingreep. De patiënt vertelt er liever niet over. De artsen stellen hun beroepsgeheim, zorgplicht en behandelrelatie met de patiënt voorop. Deze vinden ze belangrijker dan helpen ingrijpen bij de orgaanhandel. Ambagtsheer spreekt over 'een muur van stilzwijgen'.


De onderzoekster komt met een onverwachte maar originele oplossing: ze pleit ervoor orgaandonatie populairder te maken met een financiële stimulans. Dat kan bijvoorbeeld door de donor te belonen met een levenslange vrijstelling van ziektekostenpremies. Iran is het enige land waar het legaal is. Dat heeft positieve kanten, zegt Ambagtsheer.


'Daar heeft de overheid een soort stichtingen aangewezen die zo'n 2.000 dollar mogen uitkeren aan donoren. Een heel laag bedrag,. Die donoren krijgen daarnaast een jaar lang recht op gratis ziektekostenverzekering en vrijstelling van de militaire dienstplicht. De stichting brengt hen in contact met patiënten. In principe mogen de patiënt en donor niet met elkaar onderhandelen.


Maar in Iran is de donor niet anoniem en wordt er wel degelijk onderhandeld over de prijs. Dat is een stukje zwarte markt die niet wordt gecontroleerd; het wordt gedoogd. Het voordeel van het Iraanse systeem is dat er geen wachtlijst is en dat patiënten en donoren goede nazorg krijgen. Zij hebben niks illegaals gedaan en hoeven dus niet bang te zijn dat ze worden opgepakt. Zij durven gewoon naar artsen te gaan voor nazorg, dat is een normaal onderdeel van de procedure.'


Ook pleit ze voor anoniem melden van de illegale handel door artsen. Die kunnen de kliniek of de stad waar de illegale operatie heeft plaatsgevonden noemen. Het verbod leidt tot illegaliteit en prijsopdrijving, tot ondoorzichtigheid en weinig bescherming aan patiënten en donoren wat screening en nazorg betreft. ‘Orgaanhandel is misschien immoreel, maar het is ook immoreel om mensen op een wachtlijst te laten sterven terwijl er organen voorhanden zijn. Het verbod werkt niet, je moet aan andere oplossingen gaan denken.' Ze pleit voor het toestaan van beloning, naar voorbeeld van Iran. ‘Ik zeg niet dat orgaanhandel moet worden gelegaliseerd, maar wel dat landen met een lange wachtlijst zouden moeten gaan experimenteren met een door de overheid gereguleerd systeem van financiële stimulering. Om te beginnen in Noord-Amerika.'


Marc van Impe


Bron: https://www.erasmusmc.nl/corp_home/corp_news-center/2017/...

De kostprijs van dit alles?
In Kosovo zo'n 120.000 dollar, waarvan het meeste naar de medici ging, het laagste bedrag was voor de donor. Die Turkse chirurg waarvan boven is er miljonair mee geworden. In Zuid-Afrika kostte een nier 100.000 dollar. Zo'n 8.000 ging naar de donor, dus ruim 90 procent naar het netwerk. In Israël krijgen niet Joodse immigranten 20.000 dollar. Roemenen zijn iets goedkoper. Brazilianen zijn nog goedkoper en krijgen maar acht- tot tienduizend dollar voor een nier. India is het goedkoopst, daar betaalden de patiënten die wij hebben geïnterviewd tussen de 5- en 22 duizend dollar, gevolgd door Pakistan, waar 6- tot 26 duizend dollar wordt afgerekend. China is het snelst. Daar worden nieren van geëxecuteerde gevangenen verhandeld.'

Bron: MediQuality

09:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 augustus 2017

BeterDichtbij-app voor ziekenhuis, arts en patiënt groeit viraal


Vaak gebeurt het dat patiënten na een consultatie, nog vragen bedenken die ze niet gesteld hebben of dat ze bijkomende vragen hebben over de medicatie die ze verondersteld worden te nemen. In het beste geval belt de patiënt zijn arts terug, maar vaak worden die korte medische vragen voor of na een consult, of tussendoor niet gesteld.


Een Nederlandse Vereniging Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ) heeft daarvoor een app ontwikkeld die nu al in zeven regionale ziekenhuizen en omringende huisartsenpraktijken gebruikt loopt en nog dit jaar door negen tot tien ziekenhuizen in gebruik genomen zal zijn. Door mond- aan-mondreclame groeit de app viraal. Het doel van de app is om mensen een veilige en laagdrempelige contactmogelijkheid te bieden met het ziekenhuis in hun regio. Komend halfjaar wordt het gebruik van de in oktober 2016 gelanceerde app ook kwantitatief in kaart gebracht, om aan te tonen op welke manier de app bijdraagt aan vereenvoudiging van communicatie tussen zorgverleners en patiënten, zo vertelt Sander Bijl van BeterDichtbij. Uiteindelijk is het doel dat alle ruim dertig bij SAZ aangesloten regionale ziekenhuizen de app gaan aanbieden, ook ziekenhuizen buiten de SAZ.


Ook niet-patiënten in de regio kunnen BeterDichtbij gebruiken, voor praktische vragen aan het ziekenhuis, bijvoorbeeld over parkeren, bezoektijden en een afspraak. In één regio zijn de huisartsen ook al aangesloten. Er zijn nu al ruim 100 artsen en andere zorgverleners die patiënten via de app op de hoogte stellen van zaken zoals onderzoeksuitslagen en vragen zoals over medicatiegebruik beantwoorden. Verder zijn er bijna 1.500 patiënten die van de app gebruik maken. Belangrijker is echter dat het gebruik stijgt. De afgelopen maanden was er elke maand sprake van een groei in het aantal uitgewisselde berichten met ongeveer 10 procent. "Daarbij moet je ook meenemen dat een patiënt soms bij twee of meer zorgverleners in behandeling is. Verder zal het zo zijn dat wanneer een behandeling stopt, de app niet meer actief gebruikt wordt. Er zullen dus patiënten afvallen en weer bij komen," zegt Bijl.


Bij de recente aankondiging over nieuwe gebruiksmogelijkheden en functies van BeterDichtbij werd onder meer een bewaarfunctie genoemd, evenals de mogelijkheid om foto's te versturen. Het merendeel van de berichten is nu nog vooral tekstgebaseerd, maar het aantal berichten met foto's of andere bijlagen groeit snel. Artsen versturen echter ook zaken zoals medicatie-overzichten, links naar bijsluiters. Patiënten versturen vaker foto's. Bijvoorbeeld van eczeem, zodat een dermatoloog eenvoudig kan zien of een fysiek consult nodig is of niet. Of wanneer een patiënt niet meer zeker weet hoe het zit met het gebruik van medicatie en dan een foto stuurt van het desbetreffende doosje.


Omdat alles in een beveiligde omgeving gebeurt, kan dit ook allemaal zonder gevaar voor privacy schending. Als een behandeling stopt, maar ook gedurende de behandeling, kan alle informatie die is uitgewisseld bekeken worden. Deze bewaarfunctie heeft het voordeel dat bij een nieuwe behandeling eenvoudig teruggekeken kan worden wat eerdere vragen en antwoorden waren, of dat een foto ter vergelijking opgeroepen kan worden. Maar een patiënt kan een bericht ook nog eens rustig nalezen, zodat hij of zij niet weer naar de dokter hoeft te bellen om iets na te vragen. "Het kan vaak heel lang duren voordat iemand dan weer uitsluitsel heeft gekregen." Die besparing in tijd is ook een van de belangrijke voordelen, zo hebben gebruikers gemerkt. Er zijn minder onnodige fysieke consulten, terwijl heen-en-weer gebel evenmin nodig is. Een patiënt kan een vraag stellen en de zorgverlener kan wanneer hij of zij even tijd heeft, een antwoord versturen. Volgens Bijl hebben de zorgverleners van de vier pilootziekenhuizen dit teruggekoppeld als een groot winstpunt.


https://www.beterdichtbij.nl/

Marc van Impe



Bron: MediQuality

07:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

22 augustus 2017

De angst voor fipronil? Pure chemofobie


Het lijkt wel of je betaald wordt door de chemische industrie, schrijft een lezer me via mijn privé mailadres naar aanleiding van een column over de fipronileieren. Ik mag u gerust stellen, van de industrie krijg ik geen eurocent. Maar heb wel iets tegen de hysterie die deze zomer de media teistert. Niet gehinderd door enige kennis van zaken overdonderen mijn gerespecteerde collega’s hun nieuwsconsumenten met de grootste nonsens. Ik ben niet alleen.


Om te beginnen dit: ik heb decennia na elkaar dagelijks fipronil ingenomen. En ik ben er geen dag ziek van geweest. Net zoals meer dan anderhalf miljoen Belgen heb ik geruime tijd katten en af en toe een hond in huis gehad. (In 2014 hadden 1.092.000 huishoudens minstens één hond, en 1.339.000 families hielden minstens één kat).


Mijn huisdieren droegen altijd een vlooienband, en regelmatig spoot ik zo'n klein tubetje fipronil in de vacht in hun nek. Ik masseerde het spul er stevig in en waste daarna mijn handen. Maar uiteraard streelde ik mijn kater of kwam hij langs mijn benen flemen. Geen firponilalarm dat af ging. Nochtans kreeg ik toen telkens meer dan de wettelijk toegelaten dosis aangesmeerd. Nooit kreeg ik de minste klacht.


"We zijn overdreven bang, onwetend en hypocriet als het om ons eten gaat," zegt ook de Nederlandse hoogleraar en dierenarts Frans van Knapen, "Dit is pure chemofobie. Zodra we te maken krijgen met chemische stoffen komen er draconische maatregelen. Elke stof is potentieel schadelijk, het gaat om de dosis. Neem keukenzout. Als je daar een kopje mee vult en de inhoud opeet ga je dood. Toch staat keukenzout niet achter slot en grendel. Fipronil is een stof die niet in levensmiddelen voor mag komen, dus moeten de eieren worden vernietigd en verantwoordelijken gestraft. Maar word je er ziek van? Nee, niet in deze doseringen.''


Van Knapen heeft gelijk. In 1999 is er geen Belg doodgegaan aan een hap dioxinekip. Maar menig kippenkweker ging kopje onder. In 2011 was de E. colibacterie die op komkommers zat een potentiële massamoordenaar. In Duitsland gingen dertig mensen dood. De komkommerverkoop stortte in, vijf jaar later was die nog altijd niet op het oude niveau. De industriële landbouw had de bonen gevreten. Dat de bacterie uiteindelijk afkomstig bleek van biologisch (!) gekweekte taugé, verscheen ergens in een rechterbenedenhoekje op pagina 8.


En geen krant die schreef dat de E. colibacterie aanzienlijke hoeveelheden vitaminen produceert en meestal gunstig is voor het lichaam vanwege het remmende effect dat deze bacterie heeft op de groei van schadelijke bacteriesoorten. Slechts een klein deel van de E. coli stammen zijn in staat om de enterohemorragische E.coli (EHEC) te veroorzaken.


Ik citeer in deze nogmaals professor Van Knapen: "Eten is emotie geworden. Dat terwijl het binnen houden van dieren juist heeft gezorgd dat we veel ziektes – toxoplasmose bij varkens bijvoorbeeld - uit konden bannen. Het gaat er in megastallen hygiënischer aan toe dan in een academisch ziekenhuis. Je moet intekenen, douchen, beschermende kleding aan. Als ik mijn buitenlandse studenten dat laat vergelijken met een academisch ziekenhuis, schrikken ze zich rot.


En dat er bijvoorbeeld veel antibiotica gebruikt zou worden, is inmiddels een fabel. De reductie die plaatsvond is gigantisch, er zijn hele scherpe regels. Denk je dat een kip naar buiten wil? Welnee! Als je het hok open zet, gaan alleen een paar dommeriken naar buiten. Die kippen willen iets boven hun hoofd, anders kunnen ze zo gepakt worden door een havik.


Zonder beschutting ontstaat er stress, de paniek is gigantisch als er daadwerkelijk één gegrepen wordt. Kippen zo in de buitenlucht, dat heeft niks met dierenliefde te maken. Het romantische beeld uit de jaren vijftig van een boerderij met varkens in de modder zou verboden moeten worden. Wel eens een varken vol brandblaren gezien? Dát gebeurt er als ze buiten in de zon staan. Ze rollen in de modder om zich te beschermen.


Als varkens al buiten zijn, dan horen ze in het bos om te wroeten. Op de boerderij kregen ze ook nog eens alleen maar afval te eten: oude schillen, beschimmeld brood. Middeleeuwse toestanden, dáárvan werden ze ziek. Het publiek ziet niet wat er nu in de stallen gebeurt, kan zich daar door de grote aantallen en de complexiteit geen voorstelling van maken.''


"Ik kan niet anders zeggen, onze relatie met eten is volkomen hypocriet. Dat een ei nu hetzelfde kost als in de jaren zestig, daar hoor je niemand over.'' Van Knapen wil maar zeggen: en wij maken ons druk over een beetje fipronil. Zoals hij besluit: ,,Het is van god los.''


Tenslotte nog dit: Van Knapen heeft geen ambitie om rector te worden. Hij blijft als professor met zijn voeten op de grond. Aan de KU Leuven daarentegen voelen professoren zich blijkbaar steeds vaker geroepen om veel medialawijt te maken, of ze nou viroloog, psychiater of toxicoloog zijn.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

07:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)