10 oktober 2017

Beste mensen, uw privacy staat te koop


Alleen de patiënt is eigenaar van zijn medisch dossier. Duidelijker kan een Europese richtlijn niet zijn. Maar het lijkt wel of zich in de wereld van de gezondheidszorg niemand stoort aan die regel. Bij een simpele consultatie in een ziekenhuis tekenden al meer dan 60 procent van de Belgen een waver waarbij ze vlotje toestemming geven dat hun persoonlijke gegevens, dus alle gegevens van hun medisch dossier gedeeld worden. Door wie, via welke instelling of database?


Het zal hun een zorg zijn. Nu blijkt dat ziekenhuizen –zoals altijd op zoek naar bronnen van inkomsten deals sluiten met databrokers die op hun beurt de data doorverkopen aan de industrie- ontstaat er plots een storm in een glas water. Met name de ziekenfondsen gooien zich in het debat als verdedigers van de privacy van de patiënt.


Hoe veel hypocrieter kan het nog worden? Het zijn juist die ziekenfondsen die via het Intermutualistisch Agentschap (IMA) sinds jaar en dag patiëntengegevens poolen. Het is hun verdienmodel geworden. De data verkopen ze uiteraard alleen voor wetenschappelijk of demografisch onderzoek, want zou niet aanvaardbaar zijn dat de farma hiervoor grof geld betaald, waarbij men snel vergeet dat die wetenschapper niet zelden in dienst of in opdracht van diezelfde industrie zijn onderzoek voert. Uiteraard zegt de IMA dat hun data de anonimiteit en privacy van hun leden respecteren, want ze bevatten alleen details zoals verzorgingsprestaties, de gebruikte medicatie en dus geen diagnoses. Nonsens, want de IMA beschikt wel degelijk over de AI om aan de hand van die data te zien welke diagnose welke arts bij welke patiënt gesteld heeft. Een techniek die overigens gebruikt wordt om veelschrijvers en drugsfournisseurs of andere onverlaten op te sporen.


In de ziekenhuizen zelf kunnen de artsen onderling elkaars dossiers opvragen en inkijken, een faciliteit waar verzekeringsmaatschappijen en hun adviserende geneesheren graag gebruik van maken.


De patiënt heeft in dit alles niets te zeggen. Om te beginnen dit: gegevens zijn nooit anoniem, elke patiënt kan direct of indirect identificeerbaar gemaakt worden. Het verwijderen van klassieke identificatie is absoluut onvoldoende.


Komt daarbij de vraag of privacy nog vol te houden is. Ziekenhuizen zijn net als supermarkten bedrijven geworden die er alles aan doen om hun consumenten aan zich te binden. Dat doen ze door zo veel mogelijk data over die consument te verzamelen: wanneer komt de patiënt naar het ziekenhuis, wie consulteert hij, waarvoor wordt hij opgenomen, tot en met de resultaten van de tevredenheidsenquête, zijn surfgedrag via de gratis WIFI als zijn sociale situatie wordt genoteerd. Het ligt dus in de lijn van de verwachtingen dat de IMS'en van deze wereld bereid zijn daar grof geld voor te betalen.


Privacy is een vorm van zelfbedrog geworden. Daarom durf ik drie voorstellen lanceren.


Eén: laat de patiënt geld verdienen aan het delen van zijn privacy. In het VK en de Scandinavische landen worden patiënten uitgenodigd én betaald om deel te nemen aan studies. De arts wordt daarbij een actief betrokken partner.


Twee: maak de data beschikbaar voor alle geïnteresseerde partijen waarbij deze verplicht worden te melden welke data en waarvoor ze die opvragen. Uiteraard moeten bepaalde sectoren zoals verzekeringsmaatschappijen en financiële instellingen uitgesloten worden.


En laat de universiteiten ophouden met elk hun eigen dataopslagsysteem te gebruiken. Gebruik de blockchain technologie om de patiëntendossiers te updaten en te beschermen. Zo simpel kan het zijn.


Toen ik deze voorstellen opperde bij een hooggeleerde van het IMEC, moest hij grimlachen. In ons land zijn er nog ziekenhuizen die op een XP gebaseerde software gebruiken. En ik zou blockchain willen invoeren?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

14:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Eenzaamheid is gevaarlijker dan burn-out


Vorige week kreeg ik ongewild contact met een man. Bij het inparkeren kwam hij door een onhandig manoeuvre onzacht in aanraking met de rechterzijde van mijn auto. Blikschade, we besloten het papierwerk op het terras van een vlakbij gelegen auberge af te wikkelen. We hebben er een paar uur gezeten. Bij het eind kende ik zijn hele levensverhaal. “Non, je suis jamais seul,” zingt Moustaki, “avec ma solitude.” Deze man was wèl helemaal alleen, met zijn eenzaamheid, helemaal uit de Vlaanders in een dorp aan de rivier beland waar hij niet meer weg kon of wou. Omringd door kroegvrienden, kennissen en toch zo eenzaam. Hij was er ziek van.


Eenzaamheid: een op de drie mensen kampt er wel eens mee. We hebben geen idee hoeveel landgenoten zeer eenzaam zijn. Zij kunnen geen contacten onderhouden, daar hebben ze de middelen niet toe, of ze weten niet hoe, of die contacten zijn te oppervlakkig om de eenzaamheid te doorbreken. Eenzaamheid is gevaarlijker dan burn-out zo blijkt en kan ernstige gevolgen hebben voor onze gezondheid. Het lichaam interpreteert eenzaamheid als potentieel gevaar en reageert door zich klaar te maken om te vechten of te vluchten. En een chronische toestand van continue alertheid en stress, blijkt uit recent onderzoek, leidt tot een verhoogde expressie van genen die betrokken zijn bij inflamatie en een vermindering van de activiteit van andere genen die een rol bij de antivirale reacties van het lichaam. Deze ontstekingsreacties zijn een reactie van het immuunsysteem om het lichaam te beschermen, maar leiden in chronische vorm tot een breed scala aan ziektes en in 14 procent van de gevallen tot vervroegde dood, aldus een studie van psycholoog John Cacioppo van de University of Chicago in the Proceedings of the National Academy of Sciences/PNAS. Cacioppo concentreerde zijn onderzoek op de leukocyten, en hij vond dezelfde afwijking bij mensen die alleen leefden en sociaal geïsoleerd waren. Ze vonden ook dat eenzaamheid het genetisch gedrag een jaar of langer van tevoren voorspelde - en omgekeerd voorspelde die genexpressie eenzaamheid die een jaar of meer later zou optreden. "Leukocyte genexpressie en eenzaamheid lijken een wederkerige relatie te hebben, wat suggereert dat elk van hen kan helpen de ander in de loop van de tijd te propageren", aldus de onderzoekers. "Deze resultaten waren specifiek voor eenzaamheid en konden niet verklaard worden door depressie, stress of sociale steun", zeiden ze. Bij de eenzame proefpersonen stelden ze ook vast dat er een hoog niveau aan noradrenaline merkbaar was, een "fight-or-flight" neurotransmitter die de stamcellen aanzet tot de productie van onvolwassen monocyten. Deze zogenoemde ‘onrijpe' monocyt is een cel, die ontstekingsgenen tot expressie brengt en tegelijkertijd genen onderdrukt die nodig zijn voor bescherming tegen bijvoorbeeld virussen. Deze laatste reactie noemen onderzoekers ‘conserved transcriptional response to adversity' (CTRA). "De hieruit voortvloeiende verschuiving in de productie van monocyten kan eenzaamheid bevorderen en bijdragen tot de bijbehorende gezondheidsrisico's", aldus Cacciopo.


Merkwaardig genoeg is eenzaamheid ook in 44% van de gevallen erfelijk. En het is van alle leeftijden. 60% van de zevenjarigen is eenzaam, 54% is dat op tienjarige leeftijd, en nog slechts 17% op 12. Wat is verantwoordelijk voor de daling van de erfelijkheid van 12-jarigen? Een mogelijkheid is het begin van de puberteit, een grotendeels genetisch geprogrammeerde verandering in gonadale steroïden die de meeste kinderen op ongeveer dezelfde leeftijd ondergaan. Met de verandering in geslachtshormonen, verandert ook de manier waarop kinderen percipiëren en zich tot elkaar verhouden. De biologische verandering brengt kinderen ertoe om meer aandacht te besteden aan hun sociale omgeving en zo hun onderlinge relaties opnieuw vorm te geven, met als gevolg dat hun tevredenheid met peer-relaties aan het begin van de puberteit grotendeels een gevolg is van milieu in plaats van genetische variantie. Dit begrip impliceert ook dat de erfelijkheid van eenzaamheid door volwassenheid weer toeneemt. Eenzaamheid en expressie van ontstekingscellen blijken elkaar bovendien te versterken. ‘Ontstekingscellen produceren cytokines, die ziekteverschijnselen in de hersenen veroorzaken, waardoor mensen zich nog meer terugtrekken' zegt John Cacioppo. Dat ontstekingscellen deze stoffen produceren was al bekend. Eenzaamheid is gevaarlijker dan obesitas, zo blijkt uit een ander onderzoek van Julianne Holt-Lunstad en mensen die zich eenzaam voelen twee keer zoveel kans om ziektes te ontwikkelen. Holt-Lundstad liet 141 mensen vragenlijsten invullen, die meten hoe eenzaam zich iemand voelt, zonder deze vraag direct te stellen. Eenzaamheid definieerden de onderzoekers als zelf waargenomen sociale isolatie. Hoe eenzaam iemand zich voelde vergeleken zij met hoeveel van de boven beschreven CTRA-reactie iemand vertoonde. In het bloed van de proefpersonen keken zij naar de concentratie van witte bloedcellen en stresshormonen, zoals noradrenaline. Met een analyse van de genexpressie keken zij welk effect die veranderingen in het lichaam hebben op de werking van relevante genen.


Eenzaam voel je je volgens de onderzoekers dus als er een verschil zit tussen hoeveel sociale interactie je graag zou willen hebben en hoeveel je er daadwerkelijk hebt. Uiteraard is dat voor iedereen verschillend. Belangrijk is dus niet om continu mensen om je heen te hebben, maar om ervoor te zorgen, dat je je eigen behoeften niet tekort doet.


Bij mijn aanrijder was dat duidelijk het geval. Dit was geen Aanrijding in Moscou, (een Belgische film van Christophe Van Rompaey uit 2008), maar we hebben wel afgesproken om nog eens een glas te drinken.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 oktober 2017

Homeopathie: EPI3-studie toont aan dat homeopathie besparend werkt


De Franse EPI3-studie toont aan dat homeopathie geen marginale behandeling is, maar even efficiënt, zo niet zuiniger werkt dan een conventionele therapie. De studie omvat 8.500 patiënten. Er werden vier criteria onderzocht : de evolutie van de pijn, de farmaceutische consumptie, de secundaire effecten en het toekomstperspectief.


Artsen werden verdeeld in drie groepen: 197 ‘allopathische' artsen die nooit homeopathische middelen voorschrijven, 356 artsen die dat af en toe doen, en 250 ‘homeopathische artsen'. Uit de studie blijkt dat drie types van patiënten die respectievelijk leden aan musculoskeletale pijn, angststoornissen, en bovenste luchtwegeninfecties 48 tot 60% minder pijnstillers, 66% minder psychofarmaca en 50% minder antibiotica gebruikten en toch dezelfde uitkomst hebben als bij een conventionele behandeling. De auteurs pleiten dan ook voor de integratie van de homeopathie in de medische praktijk.


EPI3 is de grootste farmaco-epidemiologische studie ter wereld die uitgevoerd werd in de huisartsgeneeskunde in Frankrijk. De studie liep van 2006 tot 2010 en werd opgezet om tegemoet te komen aan de vraag van de gezondheidsautoriteiten.


De studie werd gefinancierd door de laboratoria Boiron, en uitgevoerd door uitgevoerd door Laser, een onafhankelijke firma, onder leiding van professor Lucien Abenhaim, voormalig directeur-generaal Gezondheidszorg, onder toezicht van een Wetenschappelijk Comité, voorgezeten door professor Bernard Bégaud, farmacoloog aan de Universiteit van Bordeaux en het Inserm en onder controle van Dr. Bernard Avouac (Paris) en Pr. Jacques Massol (Université de Besançon), twee leden van de Franse Commissie voor Transparantie in de Geneeskunde en op generlei wijze verbonden met de wereld van de homeopathie.


De studie respecteerde de gedragscode zoals voorgeschreven door het Europees agentschap van het European Network of Centres for Pharmacoepidemiology and Pharmacovigilance (code ENCePP). Professor Abenhaim benadrukte dat "de EPI3-studie volledig en absoluut onafhankelijk was." "We hebben zelf een wetenschappelijk comité samengesteld en zelf onze gegevens verzameld, geanalyseerd en de resultaten beschreven zonder enige interventie van de laboratoria Boiron," zegt hij.


Christian Boiron, CEO van de gelijknamige laboratoria, begrijpt wel waarom de EASAC een paar weken geleden de homeopathie afschreef: " Sommige zeer geleerde heren denken dat ze op hun eentje de conventionele geneeskunde overeind moeten houden. Diezelfde heren uiten al jaren dezelfde kritiek, namelijk dat we niet kunnen bewijzen hoe homeopathie werkt. Maar dat geldt net zo goed voor talloze andere therapeutische technieken en medicaties. Ik aanvaard kritiek, als ze intelligent en verantwoord is, niet omdat ze ex cathedra verkondigt wordt. Er zijn meer dan 400.000 artsen die regelmatig homeopathische geneesmiddelen voorschrijven. Die kunnen niet allemaal gek zijn. Kortom: je m'en fiche totalement. Homeopathie is geen alternatieve geneeskunde maar maakt integraal deel uit van ons totale geneeskundige aanbod, net zoals de nucleaire, de immunologische en binnenkort AI-geneeskunde. Het is geen stand alone discipline maar werkt complementair. Ook ik laat me vaccineren, onderga klassieke behandelingen en sta open voor vernieuwende technieken."


Waar ligt hem dan het verschil? Vanwaar de weerstand die homeopathie bij sommigen oproept? Boiron: " Homeopaten hebben meer aandacht voor de individuele patiënt. Het is geen seriegeneeskunde. Een homeopaat luistert, observeert, gaat dan pas handelen. Soms werken homeopathische middelen niet, dan moet een alternatief gezocht worden. Homeopathie is nooit doctrinair. Wat niet altijd van andere artsen kan gezegd worden."
Een homeopaat zal dus nooit een conventionele oncologische behandeling afwijzen? Boiron: "Uiteraard niet. Maar hij zal wel mee zoeken naar een oplossing om de behandeling van de patiënt zo zacht mogelijk te maken."


Studie: EPI3 - Cohort of Patients with Three Common Diseases (Musculoskeletal Pain; Sleep, Anxiety and Depressive Disorders and Upper Respiratory Infections): Study on the Impact of Homoeopathic Treatment

Marc van Impe

Bron: MediQuality

20:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)