10 mei 2017

1 op 3 afgestane organen is niet geschikt voor transplantatie

 

Iets meer dan een derde van de gedoneerde harten en longen in België wordt niet gebruikt. Het gaat over organen die artsen niet geschikt vinden voor transplantatie. Daarnaast weigeren 1 op de 10 families organen van hun geliefde af te staan na overlijden, ondanks een vooruitstrevende wetgeving, schrijft Katrien Verbeke op Apache.


Momenteel wachten 1.217 mensen op een geschikt orgaan. De grootste groep wacht op een nieuwe nier. Maar omwille van medische en/of technische redenen worden organen in België geregeld afgekeurd. "In 33% van de gevallen krijgt een hart uiteindelijk geen ontvanger. En ook 34% van de longen, 21% van de levers en 13% van de nieren, wordt niet gebruikt. Uitschieter is de pancreas, een erg gevoelig orgaan. Daarvan kunnen artsen slechts 17% gebruiken en gaat 83% verloren", zegt Luc Colenbie, transplantatiecoördinator van het universitair ziekenhuis in Gent en expert bij de FOD Volksgezondheid.


De reden daarvoor is vooral medisch van aard. Het orgaan voldoet dan niet aan de kwaliteitsvoorwaarden. Ook de urgentie is een belangrijke factor. Er is ook een maatschappelijke verklaring. De inspanningen van de overheid om het aantal verkeersslachtoffers te doen dalen, werkt. Daardoor zijn er minder jonge donoren, waardoor de gemiddelde leeftijd van een orgaandonor stijgt naar 56 jaar, veelal na een hartstilstand of hersenbloeding. Ook de organen die in de database terechtkomen, zijn dus ouder. Artsen kunnen dan wel het hart weigeren, de nieren van diezelfde persoon zijn vaak wel nog bruikbaar.


"Tegenwoordig kunnen we organen die vroeger afgekeurd zouden worden op basis van leeftijd, toch nog transplanteren", zegt Colenbie. "Dat zorgt voor een belangrijke shift. We selecteren nu op basis van de kwaliteit van het orgaan, ook al was de persoon al wat ouder. De oudste donor in 2015 was 90 jaar." De technische vooruitgang zal de verliespercentages doen zakken, maar alle organen recupereren lukt nooit.


"Momenteel gebruiken we de perfusietechniek enkel voor nieren. In de toekomst moet dat ook mogelijk zijn voor de andere organen", zegt Colenbie. Dat zal de verliespercentages volgens de expert doen zakken, maar alle organen recupereren zal volgens de expert nooit lukken.


België behoort op vlak van orgaandonatie bij de top van Europa. We bevinden ons op de tweede plaats, na een verrassende winnaar: Kroatië. Het succes van België is grotendeels te verklaren omdat we een zeer hoog aantal donoren hebben per miljoen inwoners. Dat komt door onze vooruitstrevende wetgeving, die voorschrijft dat iedereen in principe donor is, tenzij iemand expliciet laat registreren geen donor te willen zijn. Toch kan het nog beter. "We kunnen het tekort aan donors nog meer terugdringen door te sensibiliseren", weet Lauwereys. "Veel geschikte donoren komen niet in de database terecht omdat familieleden weigeren om de organen van hun geliefde af te staan." Dat gebeurt in 12% van de gevallen.Vaak omwille van religieuze overtuigingen. Ze gaan er volgens Lauwereys van uit dat het wel niet zal mogen, terwijl dat vaak niet klopt.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 mei 2017

Ontsmetten volstaat niet



Elk jaar lopen 7.600 Belgen in het ziekenhuis een sepsis op, die niet zelden dodelijk eindigt, meldden de media vandaag. Maar de werkelijkheid is nog veel ernstiger, zegt Lorna Payne, directeur van OneLife, een innovatief bedrijf uit Louvain-la-Neuve.


Jaarlijks loopt 6% van de Belgen tijdens hun verblijf in een ziekenhuis een infectie op. Dat zijn 125.000 patiënten per jaar. Om en bij de 2.600 patiënten overlijden aan de gevolgen. De meerkost van dat alles bedraagt 400 miljoen per jaar. En dan komt de klap op de vuurpijl: 65% tot 80% van deze infecties hadden vermeden kunnen worden, want ze zijn niet alleen het gevolg van het feit dat veel verpleegkundigen en artsen zich niet houden aan de voorzorgsmaatregelen, maar ook omdat de manier van desinfecteren inefficiënt is.


Tot 80% van de infecties is gelieerd aan de biofilm die bacteriën afschermt en die op zowat elk apparaat, van operatiezaal tot poortkatheter aanwezig is. Die biofilm wordt niet afgebroken door de klassieke desifectans. OneLife dat nu al samenwerkt met de klinieken van de UCL en KULeuven, OLV Aalst, UZ Gent, CHU Liège, en de CHU van Clermont-ferrant en Chambéry, is een spin-out van Realco een start-up die gespecialiserd is in de ontwikkeling van enzymen die de biofilm afbreken. Het product Biofilmlysis dat in de eerste plaats voor de voedingsindustrie werd ontwikkeld blijkt in zijn medische versie even efficiënt. Lorna Payne: " Het enzym doorbreekt de keten polysacharides die de kolonie bacteriën beschermt en is op zichzelf geen desinfectans. Het is echter veel efficiënter dan zeep en veel eologischer in zijn gebruik.


In veel gevallen gebeurt de infectie bij de plaatsing van een katheter, en zou die vermeden kunnen worden door hygiënischer te werken, zegt het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV). Het WIV heeft weet van meer dan 7.600 bloedstroominfecties die patiënten vorig jaar in Belgische ziekenhuizen opliepen. Dat cijfer is nog een onderschatting van het totale aantal, want lang niet alle ziekenhuizen melden het hele jaar door hun gevallen. Dat is maar gedurende drie maanden verplicht. Bovendien lijden de zieken huizen ook hier aan de Belgische ziekte: vooral in Franstalige ziekenhuizen neemt men het niet te nauw met de verzameling van data.


Uit de analyse van het WIV blijkt dat zo'n 40 procent van de bloedstroominfecties te wijten is aan de plaatsing van een katheter in een groot bloedvat of de urinebuis, of het inbrengen van een canule in de long. Maar ook het gebruik van endoscopen betekent een groot risico, zo blijkt uit onderzoek van OneLife. Tot en met de afvoeren van de wastafels betekenen een potentiële infectiebron.


"Er is veel marge voor verbetering", zegt Els Duysburgh, onderzoekster bij het WIV. "‘Er bestaan grote verschillen tussen de ziekenhuizen en het risico om er als patiënt een bloedstroomstroominfectie op te lopen. Dat wijst erop dat in sommige ziekenhuizen hygiëne hoog op de agenda staat en in andere niet." In een recente internationale bevraging zei maar 32 procent van het Belgische ziekenhuispersoneel, alle voorgeschreven voorzorgsmaatregelen in acht te nemen bij de plaatsing van een katheter. Welke ziekenhuizen in ons land het goed of slecht doen, maakt het WIV niet bekend. De Vlaamse ziekenhuizen werken nu al aan kwaliteitsindicatoren die volgend jaar een eerste resultaat moeten opleveren.
www.onelife-bf.com

Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 mei 2017

BVI vervangt BMI


Adolphe Quetelet is van zijn troon gestoten. De Body Mass Index (kortweg BMI) die hij definieerde als gewicht (in kilogram) gedeeld door de lengte in het kwadraat, is na anderhalve eeuw rijp voor de sloop.


Wetenschappers van de Mayo Clinic en de University of Westminster hebben namelijk een nieuwe methode gelanceerd om vast te stellen of mensen een gezond gewicht hebben: de Body Volume Indicator and Measurement Technology in het kort BVI.


De tekortkomingen van BMI waren legio. Omdat de Body Mass Index alleen rekening houdt met gewicht en lengte, zowat de enige parameters die in de negentiende eeuw objectief konden gemeten worden, betekende dit dat heel wat mensen met een te lage of te hoge BMI opgezadeld werden en daarvoor "afgestraft" werden. Vooral verzekeringsmaatschappijen maakten graag misbruik van het BMI-quotiënt om hogere premies op te leggen voor schuldsaldo- en levensverzekeringen. Een slank mens met veel spiermassa kreeg vanzelf een hoge Body Mass Index en werd voor de verzekering iemand met obesitas. Maar het grootste probleem is dat de Body Mass Index geen enkele rekening houdt met hoe lichaamsvet over het lichaam verspreid is. Het lichaamsmodel van man én vrouw is sinds de 19de eeuw immers danig veranderd. Zo is een embonpoint niet langer een teken van welstand maar een gevaar voor diabetes type 2, een te hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten.


De BVI kijkt niet alleen naar lengte en gewicht, maar ook naar de distributie van het gewicht en dan met name de hoeveelheid vet rond de buik, houdt rekening met de leeftijd, het geslacht en de mate waarin mensen fysiek actief zijn. daardoor is veel nauwkeuriger vast te stellen of mensen een verhoogd risico lopen op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten of diabetes. De onderzoekers stopten de BVI in een app die aan de hand van wat foto's van het lichaam en binnen een minuut laat weten wat de uitkomst is. De app is ontwikkeld voor professioneel gebruik, dus bijvoorbeeld voor artsen en fitnesstrainers. De onderzoekers hopen dat de BVI – waar zo'n tien jaar aan gewerkt is – tegen 2020 de BMI definitief heeft vervangen.


https://itunes.apple.com/app/id1215572920


https://www.multivu.com/players/English/8093051-bvi-ameri...


Marc van Impe

Bron: MediQuality

17:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)