01 september 2017

Goede eerste lijn geen garantie voor minder bezoek aan Spoed (rapport)

Het mantra dat een betere eerstelijnszorg het bezoek aan Spoed zal doen afnemen, klopt niet. Zo blijkt uit een internationaal onderzoek in zeven landen.


Zorgtechnologiebedrijf Philips en het George Washington University School of Medicine & Health Sciences hebben in Nederland, Canada, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Duistsland en Australië hun antennes opgezet en de werking van de huisartsgeneeskunde en de spoedafdelingen onderzocht en vergeleken. Daarbij werd speciaal is gekeken naar zorgverlening en de invloed van sociaal-economische factoren.


Door openbare gegevens te combineren met uitvoerige interviews met lokale artsen kregen onderzoekers van Philips en de George Washington University School of Medicine & Health Sciences belangrijke inzichten in de situatie in de zeven onderzochte landen.


‘Er is een breed gedeelde opvatting dat goede toegang tot eerstelijnszorg kan leiden tot minder gebruik van spoedafdelingen', aldus Leon Kempeneers, Healthcare Transformation Services Partner bij Philips in Zorgvisie. ‘Door dit rapport is echter duidelijk geworden dat zelfs goed toegankelijke eerstelijnszorg en volledige dekking van zorgkosten geen garantie bieden dat patiënten economisch verstandige besluiten nemen bij het kiezen voor de meest geëigende zorgomgeving.

'
Uit het rapport blijkt dat de patiënt in Duitsland (22 procent) en Australië (22 procent) het minst naar Spoed loopt. Nederland volgt met 24 procent. Deze relatief lage waarden zijn waarschijnlijk te danken aan de goede toegankelijkheid van de eerstelijnszorg: bijna tweederde van de Australiërs (58 procent) en driekwart van de Duitsers (72 procent) konden een afspraak maken met hun eerstelijnsarts voor dezelfde of de volgende dag. In Nederland is dit 63 procent.


Toch is dat geen reden om achterover te leunen. De toegankelijkheid van de eerstelijnszorg neemt namelijk in vrijwel alle landen af. Zo ging Australië van 63 procent naar 58 procent en Nederland van 70 procent naar 63 procent. Ook in het aantal heropnames – een maatstaf voor de kwaliteit van de verleende zorg – is te zien dat in Nederland nog veel ruimte voor verbetering is.


Nederland (een land met 100 procent verplichte verzekeringsdekking) voert samen met de VS (0 procent verplichte verzekeringsdekking) met respectievelijk 17 procent en 18 procent de lijst aan van aantal heropnames. Duitsland (100 procent verplichte verzekeringsdekking) heeft het laagste aantal heropnames met net geen 10 procent.
In ons land blijft het aantal opnames op Spoed stijgen (van 3,0 (2009) naar 3,2 miljoen (2012)) wat 290 opnames per 1000 inwoners betekent. Ter vergelijking in Nederland zijn er slechts 124/1000 inwoners.

  • Het KCE stelde in een recent rapport https://zorgbeleid.be/presentaties_ziekenhuisfinanciering... een aantal hervormingsvoorstellen voor zoals (onder andere):
    het verminderen van het aantal spoeddiensten met behoud van toegankelijkheid en kwaliteit;
  • 24/7 huisartspermanentie en spoed op dezelfde locatie met één toegangspoort en gemeenschappelijke triage;
  • vaste financiering voor de beschikbaarheidsfunctie van de spoed en huisartspermanentie (grootste deel) gepaard aan een variabele component op basis van het aantal contacten; en een betere afstemming van het remgeld voor eerstelijnszorg buiten de kantooruren en voor de spoeddienst.


Het pas verschenen rapport doet daar vragen bij stellen. Klik hier om dit te raadplegen: https://www.healthsystems.philips.com/acute-unscheduled-c...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:13 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

31 augustus 2017

Chirurgie: bloemblaadjes hechten is beter dan op een rat trainen

Dr. Volovici (foto) van het Rotterdamse Erasmus MC deed onderzoek onder zestien artsen en studenten, die een zesweekse training in microchirurgie kregen. De helft werkte met de klassieke methoden, de andere helft met extra bloemblaadjes. Uit de onderzoeksresultaten, die recent tijdens een congres in Korea werden gepresenteerd, bleek dat de tweede groep daadwerkelijk beter presteerde.


Op de operatietafel in het Erasmus MC ligt een gehavend blaadje van een net geplukte gerbera, met een snee van boven naar beneden in het witte blaadje. Victor Volovici bekijkt zijn ‘patiënt' via een microscoop en rijgt langzaam maar heel precies de delen weer aan elkaar. Zijn handen lijken niet te bewegen, al bewijst de computer (15 keer uitvergroot) het tegendeel. Elke hechting eindigt in een piepklein knoopje. En nog scheurt het fragiele blaadje niet. De techniek maakt furore.


De neurochirurg in opleiding geeft komende maand een training aan collega's uit de hele wereld. Zijn overtuiging: als je een bloemblaadje succesvol kunt opereren, moet het repareren van de allerkleinste bloedvaatjes in ons lichaam ook wel lukken. Want bloemblaadjes zijn veel kwets­baar­der dan de bloedvaten die je tijdens een operatie moet hechten. Die kwetsbaarheid dwingt je om heel zorgvuldig te werken.


Volovici geeft de training al jaren aan artsen en studenten in zijn thuisland Roemenië. Hij ontdekte dat de fijne motoriek van hersenchirurgen, maar ook plastisch chirurgen, die voorheen een aantal klassieke methodes hadden om hun hechttechniek te oefenen: op latex handschoenen, stevige bladeren van een boom, kippenpootjes en uiteindelijk levende ratten, verbeterde wanneer zij veelvuldig oefenen op bloemblaadjes.


Tijdens het hechten van bloedvaatjes van één millimeter, kunnen afwijkingen van een tiende millimeter er al voor zorgen dat een bloedvat dicht raakt. ,,Uit onderzoek van de meest ervaren microchirurgen blijkt dat 93 procent van de bloedvatverbindingen openblijft na operatie. Dat is niet slecht, maar in het lab zou dat 100 procent moeten zijn. Zeker wanneer er – zoals hier – werd gewerkt met ratten met gezonde vaten. Ratten hebben geen diabetes, ratten roken niet. Met een perfecte techniek zou je een bloedvat, hoe klein ook, altijd open moeten kunnen houden."


In het menselijk brein kunnen techniekfoutjes grote gevolgen hebben, legt hij uit. ,,Wanneer er geen bloed door een vat kan stromen, kan dat leiden tot een verlamming. Ellende dus." Zelf oefent de arts-assistent bijna dagelijks thuis, waar een microscoop in de woonkamer staat. Na een drukke werkdag plukt hij een blaadje uit een boeket en legt wat steekjes. Zomaar een paar. Het is de kunst om zo min mogelijk te trillen. ,,Het is een soort meditatie."


Het gebruik van gerbera's of chrysanten – ‘een roos kan ook, maar die scheurt nóg sneller' – is bovendien goedkoop en er spelen geen ethische kwesties zoals bij proefdieren. ,,Een training zonder ratten zal niet gaan, dat blijft de gouden standaard. Maar door gebruik van bloemblaadjes kunnen we wel minder proefdieren inzetten."


Volovici weet dat hij tegen heilige huisjes trapt. Het is nogal wat om een gerespecteerde neurochirurg of plastisch chirurg te vertellen dat hij vaker moet oefenen, ook al heeft hij de operatie misschien al honderden keren gedaan. ,,En toch: hoe geroutineerd je ook bent, de techniek kan altijd beter. Je moet ook nooit uit het oog verliezen waar het om draait en dat is de patiënt."

Marc van Impe

Bron: MediQuality

11:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

30 augustus 2017

Florence Nightingale verschijnt op 1 september aan de hemel


Even iets anders voor de doemdenkers onder ons. Op 1 september scheert Florence, een 4,4 kilometer grote planetoïde op een afstand van zeven miljoen kilometer –dat is 18 maal de afstand tussen de aarde en de maan- langs de aarde.


De planetoïde werd in maart 1981 vernoemd naar de Britse verpleegkundige Florence Nightingale.


Florence is niet de enige bezoeker: Op 12 oktober scheert de planetoïde 2012 TC4 op zo'n 44.000 kilometer langs de aarde. Dat is dus een stuk dichter. 2012 TC4 is een steen met een doorsnee van slechts zestien meter.


"Sinds we zijn begonnen met het volgen van aardscheerders is er nog nooit zo'n grote planetoïde als Florence zo dicht in de buurt van de aarde gekomen," zegt manager Paul Chodas van NASA's Center for Near-Earth Object Studies, die verzekert dat we geen gevaar lopen.


De astronomen zijn wel in alle staten: uiteraard is dit een buitenkans. De observatoria gaan foto's maken van Florence, het Arecibo-observatorium gaat radarbeelden maken, waardoor details op Florence zichtbaar zijn van slechts tien meter groot, die online te zien zullen zijn.


In 2500 komt de planetoïde nog eens langs. En nu allen naar een niet door het licht vervuilde uitkijkplaats.


https://www.nasa.gov/feature/jpl/large-asteroid-to-safely...
https://cneos.jpl.nasa.gov
https://www.jpl.nasa.gov/asteroidwatch
https://www.nasa.gov/planetarydefense

Marc van Impe

 



Bron: MediQuality

12:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)