23 juli 2017

Haal het bed uit het dna van het ziekenhuis


Het bed speelt nog altijd een centrale rol in een ziekenhuis. Uit wetenschappelijk onderzoek van het Radboudumc blijkt dat patiënten in het ziekenhuis gemiddeld 80% van de tijd in bed liggen, vaak zonder dat hiervoor een medische noodzaak bestaat.
Die inactiviteit heeft nadelige gevolgen voor onder andere hersenen, spieren, uithoudingsvermogen en daarmee het herstel. Patiënten moeten hierdoor onnodig lang in het ziekenhuis verblijven en zijn minder goed hersteld van hun opname wanneer ze weer thuis zijn. Voor patiënten is het dus belangrijk dat ze gedurende hun opname ook voldoende bewegen.


Een belangrijke reden dat patiënten veel tijd in bed doorbrengen, is dat de zorg rondom het ziekenhuisbed is georganiseerd. Vanuit logistiek oogpunt is dit logisch. Een patiënt in zijn pyjama in bed is gemakkelijk vindbaar. Ook de inrichting en zorg zijn ingericht rondom het bed zoals tv boven bed, eten op bed, bezoek naast bed, dokter aan bed en lichamelijk onderzoek in bed. Patiënten van het Radboudumc gaven in een onderzoek echter aan, dat ze hierdoor minder bewegingsruimte ervaren en daardoor vaak te weinig bewegen. Een andere veel genoemde reden om minder te bewegen, is kennisgebrek. Bedrust na een ingreep in het ziekenhuis wordt door patiënten en mantelzorgers nog, vaak onterecht, als ‘veilig' gezien. Uit onderzoek blijkt echter dat het voor het herstel van de patiënt juist belangrijk is om goed te bewegen.


Om de vaak kwetsbare patiënten én zorgprofessionals in beweging te krijgen, moest de zorg anders georganiseerd worden. Dat vroeg om een andere mindset onder personeel en mantelzorgers maar ook om beschikbaarheid van materialen en aanpassing van de inrichting. Beter uit bed zorgt er daarom voor dat patiënten van het Radboudumc wel kunnen bewegen en daarmee beter herstellen. Daarom staat op de afdeling Cardio-Thoracale Chirurgie en Cardiologie niet langer het bed centraal bij de behandeling. Door deze vernieuwde aanpak, hebben deze patiënten in een periode van zes maanden een stuk minder tijd op bed doorgebracht, deze tijd is ten goede gekomen aan activiteiten als zitten (+36%) en lopen (+22%).


Het Beter uit Bed project pakt de verschillende aspecten van de beddencultuur aan. Een daarvan is de mindset van zorgverleners. Zij zijn geschoold in het belang van het in beweging krijgen van patiënten en in technieken om dit veilig te begeleiden. Ook zijn diverse acties uitgevoerd die belemmeringen om te bewegen bestrijden. Zo wordt het gebruik van katheters en infusen zoveel mogelijk geminimaliseerd.

Patiënten krijgen voorlichting over bewegen en er worden op maat gemaakte oefenprogramma's aangeboden. Ook de terminologie wordt aangepakt om tegen te gaan dat ook hier het bed de hoofdrol houdt:denk aan aantal ligdagen als het gaat om de opnameduur en het aantal bedden om de omvang van het ziekenhuis of afdeling uit te drukken). Daarnaast worden mantelzorgers ook actief geïnformeerd over wat patiënten kunnen en hoe dit bijdraagt aan hun herstel.


Aanpassing bouw en inrichting


Uit onderzoek onder patiënten bleek dat zij de omgeving in het ziekenhuis vaak niet stimulerend vonden om te bewegen. Daarnaast gaven veel patiënten ook aan dat ze soms niet wisten dat ze van de kamer af mochten komen om te bewegen. In samenwerking met patiënten, zijn daarom de ziekenhuisgangen aantrekkelijker gemaakt door gebruik te maken van kleuren en kunst, zodat zij zich ook welkom voelen buiten hun kamer. Als alternatief voor het bed zijn relaxstoelen en infuuspalen met loopsteun aangeschaft.


Op deze manier wordt het voor patiënten makkelijker om rust af te wisselen met voldoende beweging. Het bed in de kamer kan niet verdwijnen maar met daarvoor ontworpen bedhoezen staat deze niet meer centraal in de kamer. Daarnaast ontvangen patiënten bij opname een routekaart, waarop wandelroutes zichtbaar zijn en verschillende zitjes en activiteiten staan aangegeven. Activiteiten zijn er in de vorm van een beweeghoek, waar patiënten door een virtueel landschap fietsen op hometrainers en waar patiënten elkaar ontmoeten aan een spellentafel. Andere activiteiten die worden aangeboden zijn bijvoorbeeld gezamenlijke lunches en bewegen op muziek.

Video voor Beter uit bed : https://www.youtube.com/watch?v=Tu-YSlIJcII

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

22 juli 2017

De laatste grote vakantie

 
Ze is die nacht opgestaan, vond de lichtschakelaar niet en is deze maal op een stoel gaan zitten. Ze was alleen, wist ze. En ze wist ook dat, als ze een teken gaf iemand zou komen en haar weer in bed helpen. Welk teken ze moest geven, was ze vergeten. Daarom begon ze met de namen te roepen die ze zich herinnerde. Ze begon met haar vader, maar die reageerde niet. Ook haar moeder antwoordde niet. Haar man zweeg. Dan liep ze de rij van haar kinderen af.


De rij was lang. En niemand die reageerde. Ze konden toch niet allemaal overleden zijn? Bij de naam van haar dochter legde ze de link met het seniorenalarm dat ze om de nek droeg. Deze maal drukte ze wel op de knop. De centrale reageerde direct. ‘Je gaat me niet vinden,' zei ze, ‘ik weet zelf niet waar ik me bevind.' Tien minuten later stond haar dochter in haar kamer. Die ochtend kreeg ik een sms: moeder opgenomen op spoed. Ze vertelt het verhaal van die nacht met een monkellach. ‘Je gaat een inslaper moeten nemen,' zeg ik haar. Ze wil niet naar de seniorie. Ze wil geen regelmaat aan haar lijf. Zeker geen toezicht. Ze heeft een hekel aan oude mensen. Ze werd net eenennegentig. De zondag voordien hadden we op haar jaarlijks tuinfeest haar verjaardag gevierd. ‘Het kan de laatste keer zijn,' sprak ze de genodigden toe, ‘amuseer jullie en profiteer ervan.'


‘Ik ben de neurologe,' zegt de jonge dokter, ‘we gaan goed voor uw moeke zorgen.' Waarom gebruiken artsen en verpleegsters verkleinwoordjes als het over ouderen gaat?


Er wordt gepraat over MRI's, nog meer onderzoeken en behandelingen. Mijn moeder wil geen behandelingen meer. Nu nog eens TIA, morgen een serieus infarct. Ze kan ermee leven. En doodgaan, zegt ze. Dat brengt me bij een uitspraak van dr. Marcel Levi, een Nederlandse arts die zes jaar het AMC in Amsterdam zo goed geleid heeft, dat dat opviel in het buitenland. Sinds 1 januari 2017 is Levi bestuursvoorzitter van de verzameling ziekenhuizen in Londen die samengevoegd zijn onder de naam University College London Hospitals, een ziekenhuis van wereldfaam. Hij pleit ervoor om patiënten bij het eind van hun leven de keuze te laten: verder behandelen of een laatste grote vakantie nemen en afscheid nemen. De overheid mag het geld dat ze voor de uitzichtloze behandelingen uitgeeft, voor een deel aan de patiënt overmaken. Als uitstapbonus.


Levi: "Wie op zijn 85ste drie keer per week een hemodialyse moet ondergaan voelt zich zes dagen op de zeven uiterst beroerd. Je moet de vraag durven stellen of dat de bedoeling is. De arts weet dit, de patiënt weet dit, zijn familie weet dit en de overheid die dat allemaal betaalt, weet dit. Wie wint er bij deze situatie? We weten dat de levensverwachting beroerd kort is en toch gaan we halsstarrig daarmee door in plaats van de patiënt en zijn naastbestaanden nog een paar weken of maanden een kwaliteitsvol en zinvol leven te bieden. 10 tot 20% van de gezondheidsuitgaven van een individu worden in het laatste jaar van zijn leven uitgegeven. Als Volksgezondheid wil besparen dan kan men daar beginnen.'


Levi windt er geen doekje om: ‘Als men mij vraagt alles in het werk te stellen opdat de patiënt nog een beperkte periode zou leven, dan doe ik dat. Maar als men mij vervolgens de vraag stelt: Hij heeft toch niet geleden? Dan is mijn antwoord klaar en duidelijk: Ja, hij heeft geleden omdat jij ons gevraagd hebt al het mogelijke te doen.' Hij verwijst ook naar Professor Karol Sikora, voormalig hoofd van de kankerafdeling van de WHO, die waarschuwde dat er op dit ogenblik meer dan 25 kankerbehandelingen zijn die elk meer dan 75.000€ per jaar kosten en die het leven meestal met slechts drie maanden verlengen. Levi: 'Wij, dokters moeten dit punt op de agenda durven zetten.'


Patiënten worden, naarmate ze ouder en zeer oud worden, niet infantiel. De meeste van hen weten zeer goed wat ze willen. Ze dreigen wel geïnfantiliseerd te worden. ‘Zie je me daar al zitten,' vroeg ze me ooit, 'op een stoel in een cirkel en zingen: handjes draaien, koeken bakken, vlaaien… pff.' Zij weet best nog wat ze wil. Vorige zondag was dat een koud glas cava.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 juli 2017

De leugen van de Summer of Love


“If you’re going to San Francisco. Be sure to wear some flowers in your hair” zong Scott McKenzie in 1967. Het werd het onofficiële themalied van de Summer of Love (SOL). Wereldwijd vond die fameuze zomer plaats in de wijk Haight-Ashbury in San Francisco.


In het stadje D. was de plaats van het gebeuren het terras van Café Het Paard op de Grote Markt. De Summer of Love van 1967 was overal ter wereld de piek van de Hippie beweging die begin jaren 60 was ontstaan. In ons microland was het de aanloop naar de splitsing van de Leuvense en Brusselse universiteiten.

Samen met mijn vriend Karel ging ik de wereld verbeteren. We leerden Orval drinken, lazen Salut les Copains, kochten platen van The Beatles, The Stones, Dylan, Brell, Antoine en Adamo, kregen natte dromen van Françoise Hardy en Twiggy en geen enkel meisje in D. die het aandurfde een minirok te dragen.

Op school lazen we Xenophoon en Cicero, thuis deden we of we alsof we Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Lucien Carr verstonden die we kochten in boekhandel De Beiaard. Daar gristen we onder de balie ook een "Ik Jan Cremer" en een "Histoire de France" van San Antonio mee omdat er blote meiden in stonden. We leefden in de late jaren 60 maar we kwamen elke dag tegen zessen thuis in de late jaren 50.

We zongen Dylan a capella in het kerkkoor onder leiding van een homofiele pastoor die er voor ons een heel non-conformistische levensstijl op na hield maar we gingen elke zondag ter kerke en onze ouders zaten in een post-conciliaire gebedsgroep. Zij praatten over co-educatie, co-existentie, co-mmunie. Met de meisjes van die gebedsgroep praatten wij over de nog niet ontdooide toendra's van ons verlangen en over mogelijke co-pulatie.

The Summer of Love was één grote inbeelding, een leugen. De stukjes in de krant over de grote Summer of Love van 1967 worden stuk voor stuk geschreven door collega's die in dat jaar nog volkomen vloeibaar waren, laat staan dat ze in het andere geval al een vast gevormd geheugen hadden. Een falsificatie. 1967 was een saai jaar, met als enige uitschieter de Zesdaagse Oorlog, de Britse wielrenner Tommy Simpson die sterft bij de beklimming van de Mont Ventoux en de actrice Phil Bloom die in het VPRO-programma Hoepla naakt door het beeld loopt en mijn vader die opspringt en uitglijdt en zijn rug bezeert.

En de alcoholtest voor automobilisten die in ons land wordt ingevoerd. En verder op één veel Engelbert Humperdinck, de zingende colbert. Zelfs All you need is love haalde maar de tiende plaats op de hitlijsten.


Ooit iemand hier gehoord van de Human Be-Inn op 14 januari 1967 in het Golden Gate Park in San Francisco? Wie ja, zegt, vergeet niet te liegen. Weet iemand dat het woord Hippie afgeleid werd van het woord Hipster, wat gepopulariseerd werd door de nu vergeten journalist Herb Caen? Het enige wat overblijft is het lied van Scott McKenzie. Dit werd op 13 mei uitgebracht en stond binnen enkele weken op nummer vier in de Billboard Hot 100.


Medisch gezien betekende SOL de relance van de SOA's, hepatitis, TB en andere overdraagbare aandoeningen. Na 6 september –het begin van het nieuwe universitair jaar- was de Summer of Love afgelopen en zwermden de hippies uit. De trails die ze volgden kunnen nu epidemiologisch nog getraceerd worden. Uit reactie werd de organisatie Free Clinic van David Smith opgericht en werd er een apotheek annex polykliniek gesticht waar iedereen gratis kon meenemen wat hij nodig had. Ook werd er samen gewerkt met de kerken en werden er opvangplaatsen voor daklozen ingericht. Op 9 – september werd Che Guevara wordt door het Boliviaanse leger geëxecuteerd. Het is over.


In Parijs op de Rive Gauche begon het te broeien toen de overheid er zich verzette tegen de trend dat jongens en meisjes samen op kot hokten. Idem in Amsterdam waar Provo dankzij de hippiebeweging zijn tweede adem vond. Toen werd er door de wetenschappelijke socialisten van de Studenten Vakbeweging een link gelegd tussen de mijnstakingen in Limburg en de splitsing van de tweetalige universiteiten.
Puisterige studaxen gebogen boven het evangelie van Marx en Lenin bereidden de wereldrevolutie en hun lange mars door de instellingen voor.

De Summer of Love was niet meer dan een moderne steekvlambeweging. Een populistisch fenomeen zou men nu zeggen. Kort en krachtig, snel enorm gemediatiseerd en al even snel gerecupereerd. In 1968 waren er geen bloemen meer in het haar, maar kwamen er kasseistenen, molotovcocktails, traangas en waterkanonnen. Van Parijs tot Praag, en met een korte tussenstop in Leuven.


Karel ging geneeskunde studeren, ging dan onder de vlag van Amada in de fabriek werken, hervatte zijn studies en is nu huisarts in ruste. Ik schrijf nog altijd stukjes. Als we elkaar zien drinken we een Orval, we praten over onze geliefden, en vooral over muziek. Nooit over de Summer of Love.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)