12 april 2017

Hoogste tijd: geneeskunde moet van confectie naar couture


‘Al decennia erkennen we dat iedere patiënt anders is, maar nog steeds krijgen veel patiënten medicatie die niet werkt of ernstige bijwerkingen geeft. Het is daarom de hoogste tijd voor medicatie op maat,’ vindt Saskia de Wildt, en Nederlandse -intensivist en sinds 1 mei 2016 benoemd tot hoogleraar Klinische Farmacologie aan het Radboudumc. Haar oratie ‘Hoogste tijd: van confectie naar couture’ vindt vandaag plaats op vrijdag 7 april en verschijnt hier als bijdrage.


Veel geneesmiddelen zijn alleen onderzocht bij ‘gemiddelde' (relatief gezonde) patiënten, maar niet bij patiëntengroepen die afwijken van het gemiddelde, zoals kinderen, ouderen, zeer ernstig zieken, zwangeren of zelfs vrouwen in het algemeen. Deze kwetsbare patiëntengroepen lopen een verhoogd risico op onveilige of onwerkzame medicatie omdat de juiste dosering voor hen niet bekend is.


Saskia de Wildt onderzoekt het preciezer en veiliger doseren van geneesmiddelen bij deze kwetsbare groepen en dan met name kinderen. Met zeer gevoelige en weinig belastende onderzoekstechnieken bepaalt ze bij kinderen in het ziekenhuis het proces van metabolisme en transport van geneesmiddelen. Dit combineert ze met onderzoek op weefsel van kinderen en achterhaalt hiermee de invloed van leeftijd, ziekte en erfelijke aanleg op deze processen. Hiermee kunnen geneesmiddeldoseringen preciezer bepaald worden.


Het doel van het onderzoek van de Wildt is uiteindelijk het bouwen van ‘virtuele kinderen'. Hiermee kunnen we voorspellen welke dosering van een middel het meest effectief en veilig is, afhankelijk van de leeftijd, erfelijke aanleg en mate van ziek zijn van het kind. Zo is de werking van een medicijn te voorspellen vóórdat de eerste dosis aan een kind wordt toegediend.


‘Het virtuele kindmodel wil ik niet alleen ontwikkelen voor onderzoeksdoeleinden, maar – op langere termijn – juíst voor toepassing in de praktijk.' De Wildt is als directeur van het Nederlandse Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen verantwoordelijk voor het Kinderformularium. Dit is de Nederlandse informatiebron voor dosering van medicijnen bij kinderen. Het streven is de ‘virtuele kindmodellen' uiteindelijk in dit formularium in te bouwen. Daarnaast wil de Wildt het Nederlandse Kinderformularium uitbreiden naar Europa; de eerste stappen zijn recent gezet. ‘We hebben in Nederland een uniek formularium gemaakt. Het zou zonde zijn als elk land dit wiel opnieuw gaat uitvinden. Samenwerking vergroot de mogelijkheden om de ambitieuze plannen voor het ‘op maat' doseren te verwezenlijken,' aldus de Wildt.


‘Het informeren van patiënten over het belang van de juiste dosering, is belangrijk,' meent de Wildt. Zo zal een patiënt bij onwerkzaamheid of bijwerkingen eerder teruggaan naar zijn arts. De dosering kan dan te laag of te hoog zijn. Hiervoor is een belangrijke rol voor de klinisch farmacoloog weggelegd. Klinisch farmacologen moeten vaker ingezet moeten worden bij het adviseren over ingewikkelde medicatievragen, alsmede bij het onderwijs aan collega's. Dit vergroot de kennis van behandelend artsen, die daarmee zijn patiënt beter kan informeren.


De Wildt merkt op dat de ontwikkelde onderzoeksmethoden, het virtuele ‘kindmodel' en het opzetten van het kinderformularium ook als voorbeeld kan dienen voor andere kwetsbare patiënten. ‘Mijn ambitie is te komen tot een effectief en veilig geneesmiddel voor elke patiënt. Medicatie op maat dus. Dat is pas couture,' glimlacht de Wildt.


Over de hoogleraar:
Saskia de Wildt studeerde Geneeskunde aan de Universiteit van Maastricht en promoveerde in 2001 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Haar medische vervolgopleiding tot kinderarts, kinderintensivist en klinisch farmacoloog volgde ze in het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis en het Hospitalfor Sick Children in Toronto. Sinds 2016 is zij hoogleraar Klinische Farmacologie aan het Radboudumc, waar zij ook klinisch werkzaam is als kinderarts-intensivist. Zij is tevens als onderzoeker verbonden aan het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis.
Zij publiceerde meer dan 100 internationale peer-reviewed artikelen, begeleidde 7 promovendi en heeft samenwerkingsverbanden met diverse afdelingen binnen het Radboudumc, andere Nederlandse universiteiten en TNO. Daarnaast is zij betrokken bij 3 grote Europese onderzoeksprojecten en werkt samen met universiteiten in Kansas City en San Francisco.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

09:37 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

11 april 2017

Lang leve Ivanka

 

Zelf ben ik een ervaren kenner van de vader-dochterrelatie. Niet alleen heb ik zelf twee dochters, vijf kleindochters en ben ik met een dochter getrouwd. Ik ken heel wat dochters en soms hun moeder en ik heb voor allen van hen heel wat maar geen grenzeloos respect. Ik weet uit ervaring hoe vaders geneigd zijn te luisteren naar wat hun dochter zegt en dat het omgekeerde zelden waar is.


Ik lees de voorbije honderd dagen in The New Yorker dat sommige Witte Huis-watchers menen dat niet de first lady Melania, maar Ivanka, haar stiefdochter dus, het vaakst het oor van haar vader Trump krijgt. Dat is heel link. Binnen extended families als de mijne zijn de relaties tussen moeders en niet hun dochters het delicaatst. Een schoonmoeder is daarbij vergeleken een zingende kanarie in de zon. Trump houdt het meest van Ivanka, en dat verbaast me niks. Tenslotte is het het typische Amerikaanse fenomeen van daddy's darling of zijn sweetest little girl.


De geschiedenis van het Amerikaanse presidentschap staat bol van de invloedrijke dochters. Julie Nixon was zij in de media de felste verdediger van haar vader –niet alleen één van de mooiste presidentsdochters maar ook een met de mooiste karaktereigenschappen van dochters: hun loyaliteit. Caroline Kennedy maakte dat wij alle erfzonden van haar ouwe heer vergaven. De opvolgers hadden allemaal meer aan hun dochter(s) dan aan hun schaarse zonen. Misschien is dat iets voor psychiaters en kan je pas een echte rücksichlose heerser zijn als je een dochter hebt. Zoals Stalin een dochter had en Mao ook.


Dat Ivanka bij officiële besprekingen aanzit verbaast me niet. Anna Roosevelt, dochter van Franklin Delano Roosevelt was aanwezig bij de besprekingen die FDR voerde met Stalin en Churchill tijdens de conferentie van Jalta in februari 1945, waar de grenzen van het naoorlogse Europa werden vastgesteld. Alice Roosevelt, dochter van Theodore Roosevelt, was direct betrokken bij de Amerikaanse vredesmissie tijdens de Russisch-Japanse oorlog, aan het begin van de twintigste eeuw. En uit onderzoek onder leden van het Amerikaanse Congres blijkt dat parlementariërs met dochters eerder geneigd zijn voorstellen te steunen die de positie van vrouwen in de samenleving verbeteren. Engels onderzoek laat zien dat vaders met dochters relatief vaker Labour stemmen. Dochters maken hun vader socialer. Niet altijd natuurlijk. Stalin en Mao joegen miljoenen mensen volgens de leer van het wetenschappelijk socialisme die ook in ons land gevolgd wordt door mensen met lieftallige dochters, over de kling.


De positie van de dochter is die van de postillon d'amour. Vraag is: Waar stopt loyaliteit en begint beïnvloeding? Nu Donald Trump Raspoetin Bannon eruit gegooid heeft, durf ik wedden de dochters de wereld zullen redden.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 april 2017

Betaal ziekenhuismanagers altijd als laatste

 
Betaal eerst het uitvoerend personeel, de zorg, de logistiek en het onderhoud en kijk dan hoeveel er overblijft voor gebouwen en management. Mijn vriend de ziekenhuisdirecteur die al geïrriteerd rondrijdt omdat iemand een kras getrokken heeft in het portier van zijn A8, kijkt me pissig aan. Volgens mij werd hierbij, gezien de aard en de diepte, en vooral de scherpte van de snee een scalpel gebruikt, wat duidelijk in een richting wijst. Maar zo’n uitspraak had hij op een zondagochtend niet verwacht. En zeker niet van mij.


Het zijn harde tijden voor ziekenhuisdirecteurs. Eerst is er hoofdverpleger Luc Van Gorp van de CM die maar liefst één op vier of in cijfers: 27 ziekenhuizen wil sluiten. Dan was er econoom Lieven Annemans die er nog een schepje bovenop deed en boudweg stelde dat er 10% teveel hospitaalbedden waren. En dan was er Marc Moens die gezegd had dat de CM de oudjes gewoon thuis in hun bedje wilde laten sterven. Plus een kras in de carrosserie van zijn brandnieuwe A8. En met die bouwvergunning voor dat prachtige nieuwe ziekenhuis op de oude waste grounds werd het al even waarschijnlijk als de bouw van Uplace. Straks moest hij nog echt turnleraar worden, wilde hij op actieve wijze zijn pensioenleeftijd halen. En daar waren de salarissen wel een stukje lager.


Ik herinner me uit de tijd dat de goede vader nog bestuurder was bij wat nu een regionale ziekenhuismastodont is , dat hij en zijn collega's in familiale middenklassewagens heen en weer reden. De ziekenhuisdirecteur die om de hoek woonde kwam met de fiets. Nu ziet de directieparking van het ziekenhuis als een showroom van autohandel Cardoen.


Het gaat er niet alleen om prachtige ziekenhuizen te bouwen, zeg ik, maar in de eerste plaats om de dingen juist te doen en tegen een redelijke kostprijs. Voordat ziekenhuisdirecties gaan pleiten voor hoger uitgaven zouden ze in de eerste plaats moeten denken waar ze zelf zouden kunnen besparen. Uiteindelijk kan dat niet ingewikkeld zijn. Toen ik zo'n twintig jaar terug een journalistiek bedrijfje begon, betaalde ik elke maand eerst het personeel en keek daarna hoeveel ik overhad voor mezelf en voor een hoognodige lik verf. Toen ik in arren moede de boeken moest neerleggen, gingen zij vrolijk naar het stempelkantoor, en trok ik me terug in een hoek van het dorp om een nieuwe list te verzinnen. In de ziekenhuizen van vandaag gaat het precies andersom. Daar wordt vrolijk losgerekend hoeveel men zou willen uitgeven, mogen de dokters wens- en verlanglijstjes maken, en gaat men dan kijken waar men op uitvoerend personeel kan bezuinigen. En vouwt de ziekenhuisdirecteur zorgvuldig zijn golden parachute.


Ik schrijf onze conversatie neer zoals we praten aan de bocht van de rivier. "Weet jij wel waar al dat geld dat je uit de zakken van de minister haalt en uit de beurzen van je artsen schudt, heengaat?" hij gooit steentjes nu, een teken dat ik hem op de zenuwen werk. "Als je niet weet waar je geld heengaat, is het verhogen van de uitgaven erger dan verspilling," citeer ik een Nederlands handboek.


De minister moet met haar ziekenhuishervorming niet over één nacht ijs gaan. Want zoals managementexperts weten leidt elke beleidswijziging tot een toename van de inefficiëntie. En laat de managers vooral niet toezien. Een manager die kijkt hoe van een eierdooier en wat olie mayonaise draait kan dit proces met zijn ogen doen mislukken. Zo geschift zijn ze. Men zou eerder zoals bij Tesla moeten kijken waar men welke ziekenhuismanagers kan afschaffen.


Dat heet de les van KLM: pas toen men daar meer cabine- en luchthavenpersoneel inzette, piloten kortere shifts liet vliegen, en het aantal managers met een vijfde verminderde, steeg de arbeidsvreugde en het rendement van de onderneming.


Ik weet het, het leven is niet eenvoudig voor een jonge ziekenhuismanager, zeker niet nu Peter De Gadt met pensioen gaat. En hij nog niet eens weet hoeveel een gesneden brood kost.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

12:19 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)