10 februari 2017

In mei wordt het oorlog

Het is woensdag en ik breng mijn kleinkinderen naar hun naschoolse activiteiten. Ze gaan dansen en tekenen, turnen en een ei bakken met opa. Zwijgend zitten ze in hun cozy op de achterbank, de voetjes tikken ritmisch tegen de rugleuning van de stoel voor hen. Zeven en vier jaar vrouwelijk geluk en zoveel vragen.

"Zaterdag is Louise jarig," zegt Charlotte. "En in mei doet Louise haar communie en dan wordt het oorlog. Want dan gaan de jongens vechten." Ik schakel van dertig naar twintig. Wat gebeurt er in mei, vraag ik?


"Oorlog," zegt ze, "papa zegt dat op woensdag in mei oorlog wordt. Want dan gaan de jongens vechten. En dan hebben we geen school." Ik denk aan de verhalen van mijn vader hoe het 10 mei 1940 werd. Hoe hij met appendicitis in bed lag toen de op 10 mei 1940 het Duitse leger Nederland, België en Luxemburg aanviel en hoe hij tegen de vluchtelingenstroom in op een boerenkar naar het ziekenhuis in Mechelen gereden werd waar een legerarts zijn leven redde.


In de luchthaven praatte ik met een rabbijn die me de beginselen van de kabbalah verklaarde. 13,7 miljard jaar bestaat ons heelal. De aarde is 4.6 miljard jaren oud. De eerste vertegenwoordigers van onze soort, Homo sapiens, verschenen zo'n 125.000 jaar geleden. De oudst bekende mensachtigen zijn ruim vier miljoen jaar oud. Met de Homo deus staan we op de rand van het verdwijnen van de homo sapiens.


2020 wordt als geboortejaar van die nieuwe mens: onze opvolger die middels Crispr-CAS9 zo genetisch zal omgebouwd zijn dat we van een nieuwe mensensoort kunnen spreken. De rabbijn vertelde over 1984 van Orwell en hoe precies 33 jaar later, in 2017, de wereld bijna zal vergaan. 33 is een gouden getal. Hij haalt er Nostradamus bij.


Koop geen huis in Manhattan, zegt hij, want New York zal een atoombom op zijn donder krijgen. En de Amerikaanse bevolking zal gedwongen zijn zwavelhoudend water te drinken. Er zal een wereldwijde hongersnood komen en de mens zal gedwongen zijn menseneter te worden, kinderen zullen van de borst gerukt worden en de aarde zal krimpen. Deze derde wereldoorlog zal erger worden dan alle oorlogen in de geschiedenis van de mens bij elkaar.


De stewardess vraagt of we nog wat willen drinken. Ik neem een glas champagne. De oorlog zal uiteindelijk 27 jaar duren, gaat hij verder. Hierna zal er een gouden eeuw aanbreken met universele vrede en verder gebeurt er weinig meer tot het jaar 3797. Dit is het jaar waarin de aarde zal vergaan. Onze vlucht wordt aangekondigd.


Op weg naar mijn stoel bereken ik dat ik minstens 94 jaar moet worden om die vrede nog mee te mogen maken. Zouden ze in oorlogstijd ook aan euthanasie doen? Het kwaad zit hem in de Duitsers, roept hij door de gate. Trump is een Germaan!


Ik rij verder langs de Brusselse vaart. "Hoe kom je erbij dat het in mei oorlog wordt," vraag ik in de achteruitkijkspiegel. Ze glimlacht. "Dat heeft ons papa gezegd: met haar de verjaardag is het altijd oorlog, dan vechten de jongens en de meisjes."


"Dat hoeft toch niet", zeg ik, "jullie kunnen toch ook spelen?" "Jawel," zegt ze, "jongens vechten altijd omdat meisjes sterker zijn."


Tegen zo'n ijzeren logica en inzicht kan ik niet op.


We zijn bij de tekenschool.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 februari 2017

Waarom je een elektronisch dossier nooit onthoudt

Op jaarlijkse consultatie bij mijn internist. Terwijl ik met mijn dokter praat, tokkelt zij op het klavier van haar computer. Oogcontact hebben we nauwelijks als zij zo bezig is. Ik denk onwillekeurig aan een blog die ik enkele dagen geleden las, waar de Zweedse auteur Staffan Nöteberg stelt dat wat je met de hand opschrijft, beter onthoudt.

Als het van de cognitieve psychologie afhangt, is een elektronisch patiëntendossier eigenlijk geen al te best idee. De arts is zijn patiënt zo vergeten. Ik zie dat de geleerde vrouw als neuropsychiater nog altijd notities met de hand opneemt en ze later uittikt. En elke journalist die een interview afneemt weet het: met de hand opgeschreven notities blijken we prima te kunnen onthouden. En dan hoef je niet letterlijk te noteren. Aan een paar sleutelwoorden heb je genoeg. Dan wordt dat oneindig grote geheugen van ons extra toegankelijk.


Staffan Nöteberg is de auteur van een boek over de Pomodoro-techniek, een benadering om heel geconcentreerd te kunnen werken. De Pomodoro-techniek werd aan het eind van de jaren tachtig door Francesco Cirillo ontwikkeld. Bij deze techniek wordt een kookwekker gebruikt - Cirillo gebruikte een gadget in de vorm van een tomaat - waarmee steeds periodes van 25 minuten geconcentreerd werken aan een taak worden afgebakend.


Deze 25 minuten worden vervolgens opgevolgd door drie minuten pauze, waarna weer een nieuwe periode van 25 minuten kan worden gestart, na de vierde keer mag een langere pauze genomen worden. Ik werk zo al jaren. Nogal wat artsen zullen bij het lezen van deze boodschap de schouders ophalen. Niets voor mij, denken ze. Ik heb zoveel tijd niet. Toch nog even doorlezen.


Ik citeer hier een artikel van Drake Bear uit Business Insider UK – december 2014 over het schrijven met de hand versus typen. (De vertaling is van Wim Bouman.) "Typen is snel. Handschrift is traag. Vreemd genoeg, is dat precies de reden waarom schrijven met de hand beter geschikt is om te leren. Dat is gebleken uit onderzoek van de psychologen Pam A. Mueller van Princeton University en Daniel M. Oppenheimer van de University of California, Los Angeles.


Eerdere studies betoogden dat laptops ongeschikt zijn voor het maken van aantekeningen, vanwege de afleiding die het internet biedt. De experimenten van Mueller en Oppenheimer leverden een contra-intuïtieve conclusie: handmatig aantekeningen maken is beter omdat het de leerling vertraagt. Door vertraging van het proces van het maken van aantekeningen, versnel je het leren."


Een verslaggever van het Beknopt Verslag in het Parlement is in staat vrijwel elk woord dat op de tribune wordt uitgesproken, te typen. Dit transcriptieproces vereist geen kritisch denken. Dus terwijl hij de woorden op papier zet, hoeven zijn hersenen niets te doen met het materiaal. Drake: "De wetenschap rondom leren heeft ontdekt, dat als de hersenen niet signaleren dat het materiaal belangrijk is, de les uit het geheugen wordt verwijderd omwille van de efficiency.


Als je al schrijvend aantekeningen maakt, zal je niet in staat zijn elk woord dat de spreker zegt op te schrijven. In plaats daarvan, moet je op zoek naar representatieve citaten, concepten samenvatten en vragen stellen over dat wat je niet begrijpt. Dit vergt meer inspanning dan alleen het typen van elk woord en juist deze inspanning maakt het verschil en zorgt ervoor dat het materiaal door je hersenen wordt verwerkt.


Hoe moeilijker iets is, hoe sterker het signaal aan je hersenen, dat iets de moeite waard is om te onthouden. Mueller en Oppenheimer concluderen, dat het woordelijk weergeven van een les, in plaats van het verwerken van informatie en het vertalen van de lesstof in je eigen woorden, zelfs nadelig is voor het leren.


De voordelen van het schrijvend aantekeningen maken – al is het een verdwijnende vaardigheid – zijn gedocumenteerd door veel educatieve psychologen, die hebben ontdekt dat met de hand schrijven onderdelen van de hersenen activeert die het typen verwaarloost. Met name gebieden die verband houden met de vorming van het geheugen. Eén van de redenen, waarom kinderen met meer ideeën komen als ze schrijven dan wanneer ze typen.


Typen is een geautomatiseerd proces, net als bij fietsen hoeven we daar op een bepaald moment niet meer bij na te denken. Je kunt dus een prachtig verslag hebben getypt, je hersenen zijn nog niet met de lesstof aan de gang gegaan. Zonde van je tijd. Maak je handmatig aantekeningen, dan heb je de eerste slag al gemaakt."


Ik had dit al eerder kunnen bedenken. "Wij, de verslaggevers in de Kamer die woordelijk op een klavier in steno noteren wat er in het parlement gezegd wordt, weten 's avonds niets meer van wat we notuleren," zegt mijn gepensioneerde vriend van het Beknopt Verslag. "We zouden wel gek worden, als dat niet zo was." Dus nog eens de suggestie: maak notities met de hand.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality


Meer info:
The Pomodoro Technique, Staffan Nöteberg (Pragmatic Bookshelf) ISBN 9781934356500
https://blog.staffannoteberg.com/category/pomodoro-techni...
en http://uk.businessinsider.com/author/drake-baer

 

 

08:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

08 februari 2017

Het fabeltje van de emotie-eter

Weer een mythe de wereld uitgeholpen: de emotie-eter bestaat niet. Dat concluderen Peggy Bongers en Anita Jansen, twee Maastrichtse psychologen. Een halve eeuw onderzoek heeft nauwelijks bewijs opgeleverd dat 'emotie-eten', zoals damesbladen en dieetsites ons dat voorspiegelen, wel bestaat. Wat dan weer voor een rel onder wetenschappers zorgt. Klinkt het u bekend in de oren?

De 'emotie-eter' dook in de jaren zestig van de vorige eeuw op als mogelijke verklaring van obesitas. Intussen verrees er rond emotie-eten een complete industrie, met websites, televisieshows, hulpprogramma's en vragenlijsten. Emotionele eters hebben redenen zat om te eten: ze voelen zich neerslachtig of ontmoedigd, ze hebben ruzie gemaakt, ze zijn angstig, ze troosten zichzelf.
Ze houden zichzelf vooral voor de gek, want vragenlijsten of niet, de klassieke 'emotionele eter', die bij neerslachtigheid meteen grijpt naar snacks, zoetigheid en ander troostvoedsel, blijkt vooral een fabel en een halve eeuw wetenschappelijk onderzoek heeft nauwelijks overtuigend bewijs geleverd dat er echt mensen zijn die structureel hun zorgen weg eten, stellen de Maastrichtse psychologen Peggy Bongers en Anita Jansen in een overzichtsstudie van 25 eerdere onderzoeken. Het onderzoek verscheen recent in het vakblad Frontiers in Psychology.
De 'emotie-eter' is folklore. 'Het voelt als iets logisch', zegt Bongers in De Volkskrant. 'Maar als je het onderzoekt, blijkt dat mensen die zichzelf een emotie-eter noemen bijvoorbeeld ook te veel eten als ze zich juist goed voelen. Het lijkt erop dat mensen het modewoord 'emotie-eten' aangrijpen als excuus achteraf: ik heb te veel gegeten, maar ja, ik voelde me ook zó ellendig."
Maar uiteraard zijn er tegenstanders die de uitkomst van deze meta-analyse afwijzen. Zij beschuldigen de Maastrichtenaren ervan aan cherry picking gedaan te hebben.
Zo zouden ze selectief hebben gewinkeld in de literatuur. 'Bovendien verwarren ze positieve met negatieve emoties. Emotie-eters vallen op doordat ze atypisch reageren op stress. Ze houden bij stress niet op met eten, wat de normale stressreactie is, maar vertonen de afwijking dat ze juist wél gaan eten.'
En dat is een stoornis die gewichtstoename kan geven, legt Sandra Van Strien van Radboud UMC in Nijmegen. Die dan weer de kritiek krijgt dat ze daar zakelijk belang bij heeft want Van Strien heeft auteursrecht op de 'Dutch Eating Behavior Questionnaire' , een meetlijst van eetstijlen die Van Strien in 1986 ontwikkelde.
Aan iedere persoon die hem invult, verdient ze iets. Die vragenlijst wordt in meer dan duizend wetenschapsartikelen aangehaald, werd in vijftien talen vertaald en is goedgekeurd door het Nederlands Instituut voor Psychologen. De vragenlijst zou de voedselinname voorspellen - als je je maar richt op de invullers met de extreemste antwoorden. Bongers en Jansen: wat moet je nou met een vragenlijst die meestal niet werkt?


Eén zaak is zeker: de discussie wekt veel emotie op.

Marc van Impe

Bron: MediQuality


Meer info:
http://journal.frontiersin.org/article/10.3389/fpsyg.2016...

16:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)