15 november 2017

Supplementen in eenpersoonskamers blijven stijgen


De ereloonsupplementen die patiënten bij een opname in een eenpersoonskamer moeten betalen blijven stijgen, en dit ondanks het feit dat patiënten minder lang in het ziekenhuis verblijven. Dat blijkt uit de jaarlijkse doorlichting van de Socialistische Mutualiteiten bij meer dan 540.000 leden.


In 2016 betalen de leden van de Socialistische Mutualiteiten 100,4 miljoen euro aan ereloonsupplementen, dat is 3,7 miljoen euro meer dan in 2015 en 20 miljoen euro meer dan in 2012. De gemiddelde ereloonpercentages in ons land nemen dan ook elk jaar toe, van 132 % in 2012 tot 147 % in 2016. Dit blijkt uit de analyse van 551 926 ziekenhuisfacturen uit 2016 bij de leden van de Socialistische Mutualiteiten.


In twee- en meerpersoonskamers werden de ereloonsupplementen in 2013 volledig afgeschaft, met positief gevolg voor de patiënt. Dit verbod probeert men via andere wegen te omzeilen, onder meer door een fors prijskaartje te hangen aan een eenpersoonskamer. Een patiënt betaalt gemiddeld 1690 euro voor een verblijf in een eenpersoonskamer, dat is 7 keer zoveel als in een twee- of meerpersoonskamer. In een eenpersoonskamer bestaat de factuur momenteel voor 66 % uit ereloonsupplementen. In reële termen stijgt het totale volume aan ereloonsupplementen in eenpersoonskamers met maar liefst 19 % tussen 2012 en 2016.


De Vlaming is niet goed op de hoogte van het prijskaartje van zijn ziekenhuisopname, besluit de studiedienst. Om dat te onderzoeken, namen de Socialistische Mutualiteiten een korte online enquête af bij ruim 3800 leden.

De belangrijkste resultaten:

  • Slechts 4 op de 10 respondenten vragen op voorhand aan het ziekenhuis of de arts hoeveel hun opname zal kosten. 
  • 1 op de 4 respondenten durft vooraf niets te vragen en wacht gewoon de factuur af.
  • Slechts 65 % weet in welke gevallen het ziekenhuis supplementen mag aanrekenen.

 

In Vlaanderen laten de ziekenhuizen het gehanteerde maximum van 100 % aan ereloonsupplementen steeds vaker los, slechts 9 op de 54 ziekenhuizen houden zich er nog aan in 2016. Dit komt ook tot uiting in de evolutie van het gemiddeld gevraagd ereloonsupplement, dat neemt toe van 105 % in 2012 tot 114 % in 2016. De stijging in Wallonië is nog sterker, van 148 % gaat men daar naar 173 %. De stijging in beide landsdelen wijst erop dat de patiënt in een eenpersoonskamer via zijn factuur het verbod op de kamer- en ereloonsupplementen uit 2013 moet compenseren. In Brussel lijkt men stilaan de limiet bereikt te hebben, men blijft er echter werken met een gemiddeld ereloonsupplement van meer dan 200 %. Een patiënt betaalt er dus nog steeds een driedubbel ereloon.


Niet enkel tussen de regio's van ons land zijn er verschillen. Ook binnen Vlaanderen stellen we duidelijke verschillen vast. De duurste ziekenhuizen zijn AZ Heilige Familie in Reet, UZ Antwerpen, St Maria Halle, AZ Jan Portaels Vilvoorde en AZ Middelheim. De goedkoopste zijn Jan Yperman Ieper, AZ Vesalius, AZ Lokeren, H.Hart Roeselare en AZ Oudenaarde. Voor een eenpersoonskamer betaalt de patiënt in Antwerpen en Vlaams-Brabant rond de 1500 euro, waarvan meer dan 900 euro aan supplementen. In Limburg zit hij aan zo'n 1100 euro, waarvan 660 euro aan ereloonsupplementen. Het verschil in aangerekende ereloonpercentages is veelzeggend. In Vlaams-Brabant en Antwerpen liggen deze een stuk hoger dan in de andere provincies. In West-Vlaanderen en Limburg liggen ze in 2016 nog steeds onder de 100 %. Terwijl de gemiddelde verblijfsduur in een eenpersoonskamer sinds 2012 in ons land afneemt van 5,5 naar 5 dagen, zien we dat het volume aan supplementen in dezelfde periode toeneemt met 19 %. Deze trend wordt het meest uitgesproken als we kijken naar de provincie Namen. De verblijfsduur in een eenpersoonskamer nam er sinds 2012 af met 10 %, terwijl het gemiddelde gevraagde ereloonsupplement steeg met een duizelingwekkende 75 %, van 101 % naar 176 %.


Het Socialistisch Ziekenfonds dringt aan op het recht van de patiënt om voorafgaand aan de opname een offerte te krijgen over de kosten verbonden aan het verblijf en de ingreep.


Tenslotte nog dit: terwijl het Socialistische Ziekenfonds deze oneigenlijke financiering van de ziekenhuizen aanklaagt, beheert datzelfde ziekenfonds de meerderheid van de Waalse ziekenhuizen. Lees de volledige onderzoeksresultaten na op www.socmut.be/onderzoek

Marc van Impe

Bron: MediQuality 

08:14 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 november 2017

Warfarine leidt tot een lager risico op kanker


Volgens een observatiestudie die zopas verscheen in de JAMA Internal Medicine vermindert de kans op kanker bij oudere volwassenen, boven de 50, die warfarine toegediend krijgen.

In kankermodellen remt warfarine AXL-receptor tyrosine kinase-afhankelijke tumorigenese af en verbetert het de antitumor immuunrespons bij lage doses. De Noorse studie onderzocht de associatie tussen warfarinegebruik en kankerincidentie in een grote, niet-geselecteerde cohort op bevolkingsniveau. De onderzoekers analyseerden de data van bijna 1,3 miljoen volwassenen van 52 tot 82 jaar, van wie 7% warfarine voorgeschreven kreeg. Tijdens een gemiddelde 6 jaar follow-up was het aantal kankergevallen bij mensen die geen warfarine gebruikten hoger dan bij gebruikers van warfarine (10,6% vs. 9,4%). Bij warfarine gebruikers kwam er beduidend minder prostaat-, long-, blaas-, hersen- en gynaecologische kanker voor. Tevens werd bij warfarinegebruikers met atriumfibrillatie een sterk afgenomen risico hierop waargenomen.


Behandeling met warfarine kan "kwaadaardige eigenschappen van agressieve carcinomacellen" blokkeren en het vermogen van het lichaam om de groei van tumorcellen te beperken verhogen, zo merken de auteurs op. Zij concluderen dat warfarine een mogelijke bescherming tegen kanker biedt, wat belangrijke implicaties kan hebben bij de keuze van medicijnen voor patiënten die anticoagulatie nodig hebben.


https://jamanetwork.com/journals/jamainternalmedicine/art...

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:36 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

13 november 2017

Evidence Based Medicine is kubisme


Wetenschap is kubistisch: de kunstenaar maakt een analyse en vervolgens een reductie van de werkelijkheid. Dat beeld is nooit een volledige weergave van de werkelijkheid. Het is een versimpeld model van de wijze waarop de artiest het onderwerp ziet. Op dezelfde wijze maakt de onderzoeker een reductie van de werkelijkheid , zodat hij de wereld kan begrijpen.


Dat model is nooit helemaal zoals het echt is. Wetenschap heeft dus wel iets met de werkelijkheid te maken maar is er ook een vervorming van. Maar wetenschappers hebben de neiging om te star vast te houden aan eenmaal opgestelde modellen. Zo kom je niet dichter bij de werkelijkheid.


De vraag die men daarbij kan stellen luidt: Als wetenschap versimpelt totdat het niet meer écht lijkt, is dat dan wel goed? Wetenschap is voortdurend in ontwikkeling. Het is work in progress: je maakt een model van de wereld en je vergelijkt het ‘spiegelbeeld' steeds weer met dat wat gespiegeld wordt, zegt neurowetenschapper Jeroen Geurts van de Vrije Universiteit Amsterdam.


"Eerst is er een grove schets, dan misschien een soort quasi-kubisme en uiteindelijk een waarheidsgetrouwe tekening. Je ogen bewegen heen en weer terwijl dat beeld ontstaat, van de realiteit naar het model en terug. Zo horen wetenschappers te werken. Maar in de realiteit worden ze wel eens afgeleid door hun modellen, en vergeten ze de zo cruciale reality check."


"In mijn vak, de neurowetenschap, worden studenten steeds meer als technici opgeleid in plaats van als conceptuele denkers. Ze zijn uitstekende modellenbouwers. Er worden machtig ingewikkelde simulaties gedraaid op computers en in het laboratorium worden plakjes brein in leven gehouden om real-time communicatie tussen hersencellen te bekijken."


"We werken aan een ‘model voor geheugen' of een ‘model voor multipele sclerose'. Binnen het kader van die modellen wordt er gezocht naar meer inzicht of een nieuwe behandeling. Maar conclusies over het model zijn niet automatisch van toepassing op de ziekte die wordt gesimuleerd. Want het model is altijd onaf, het vertegenwoordigt slechts bepaalde aspecten van de ziekte en zit vol met onbewezen aannames van de onderzoeker. Als we ons dat niet op tijd realiseren, ontstaat de maffe situatie dat we op twaalf verschillende manieren ‘het diermodel voor MS' kunnen genezen, met dien verstande dat het model niet erg lijkt op MS."


Geurts hakt in op het stokpaardje van de moderne gezondheidsbeleidsmaker: de evidence based medicine. Je kan geen artikel over gezondheidszorg meer lezen of je belandt in een debat over evidence based medicine.


België is een kampioen als het op EBM aankomt. Het online platform van EBMPracticeNet, een vzw waarbij 19 actoren in de gezondheidszorg aangesloten zijn, biedt meer dan 1000 richtlijnen aan gebaseerd op de "Duodecim EBM Guidelines" van de UK National Health Service (NHS). In de ogen van de kleine Belgen is dit Vaticaan van de gezondheidszorg onfeilbaar. Het fundament, zeg maar het ‘topmodel' van de EBM is de randomized controlled trial (RCT).


Een RCT geeft stevig wetenschappelijk bewijs over het wel of niet werken van een medicijn of een andere medische interventie. Geurts: "Maar resultaten uit RCT's zijn altijd uitspraken op groepsniveau. Ze houden weinig rekening met de individuele omstandigheden van de patiënt in de spreekkamer. Die ‘echte' patiënt lijkt vaak nauwelijks op de in de RCT bestudeerde populatiegemiddelden, want naast MS heeft ze bijvoorbeeld ook diabetes of hartproblemen. Daar houdt de ‘cleane' RCT geen rekening mee. Dit onderzoeksmodel geeft antwoord op een beperkte, simpele vraag: werkt middel X beter dan middel Y of een placebo? Het antwoord daarop is niet altijd het antwoord op de vraag: wat is voor mij op dit moment de beste zorg?"


Geurts noemt het dogmatisch vertrouwen in de RCT als wetenschappelijke panacee een ‘illusie'. Want er zijn meer manieren om medisch onderzoek te doen. Geurts: "Ik vind dat wetenschappers te veel vasthouden aan hun modellen. Modellen zijn niet heilig. Een goed uitgedachte combinatie van onderzoeksmethoden op meerdere niveaus (populatie en patiënt), van oriënterend observationeel tot streng statistisch, geeft extra inzichten in de unieke situatie van de patiënt voor je neus. Ofwel: we moeten voor de specifieke context van onze patiënt en diens zorgvraag een passende onderzoeksmethode vinden. Dat lijkt onomstreden genoeg. Starre modellenliefde creëert een vervormde werkelijkheid."


Picasso is een van de grootste kunstschilders. Maar hij mag geen rolmodel voor de wetenschapper worden. Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het VU medisch centrum in Amsterdam en voorzitter van het Nederlandse ZonMW dat verantwoordelijk is voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie. Hij is ervan overtuigd dat we de complexiteit van de natuur alleen maar tegemoet kunnen treden met een rijk palet aan onderzoekstechnieken. Dus niet alleen met Evidence Based Medicine.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)