11 februari 2018

Meer zorgbanen voor vluchtelingen in Euregio Limburg


Met het project ‘In de zorg – uit de zorgen‘ willen vluchtelingenorganisaties en zorginstellingen in de Euregio Maas-Rijn twee vliegen in een klap slaan. Erkende vluchtelingen kunnen aan het werk, en tegelijkertijd moet op deze manier het personeelstekort in de zorg worden verkleind.

Eén week nu loopt het project waarbij acht Belgische, Nederlandse en Duitse organisaties (waaronder zorg-, vluchtelingen- en vakorganisaties) samenwerken aan de instroom van vluchtelingen als arbeidskrachten in de zorgsector. Naast de provincie Limburg stappen ook het Limburgs Platform voor Vluchtelingen, het Internationaal Comité, Familiehulp en het ACV mee in het project. Een belangrijk aspect is de uitwisseling van ervaring en kennis tussen de verschillende partners.

Het project wordt mogelijk gemaakt door het Europese programma Interreg V-A (2014-2020). Voor Nederland is dit niet het eerste project waarbij vluchtelingen aan de slag gaan in de zorgsector. Eerder kregen zij in Katwijk woonruimte aangeboden in een verpleeghuis en werden tegelijkertijd opgeleid om ouderen te verzorgen. Het Euregionaal project 'In de Zorg - Uit de Zorgen' wil 500 vluchtingen begeleiden naar een duurzame job in de zorgsector.

Initiatiefnemer Dirk Van Laethem van Familiehulp, was erg getroffen door de vele berichten in de media over vluchtelingen en hun problemen. Omdat Familiehulp een maatschappelijk gerichte organisatie is, wilden ze iets voor deze mensen doen. Gezien er veel nood is aan werkkrachten in de zorg, zou een combinatie met vluchtelingen een oplossing kunnen zijn.

"Een job vormt vaak een eerste cruciale stap in het integratieproces van vluchtelingen en versterkt de positieve perceptie van deze mensen", zegt Dirk Van Laethem, projectmanager bij Familiehulp. Een job in de zorg vinden als vluchteling, is echter niet evident. Volgens het traject van 'In de Zorg - Uit de Zorgen' moeten de vluchtelingen goed Nederlands kunnen spreken en een diploma op zak hebben. Dat kunnen ze realiseren door bijvoorbeeld eerst als huishoudhulp bij Familiehulp te werken, om vervolgens met voldoende taalkennnis een verdere opleiding in de zorg aan te vatten. Zo kunnen de vluchtelingen via stages op een laagdrempelige manier doorgroeien naar een duurzame job.

Marianne Thyssen (CD&V), Europees commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit, steunt het project tenvolle: 'In de zorg - Uit de zorgen' heeft een projectbudget van bijna 2,2 miljoen euro, waarvan de helft wordt gesubsidieerd door Interreg Euregio Maas-Rijn, het samenwerkingsverband tussen de regio Aken, de provincie Luik, de Belgische Duitstalige Gemeenschap, Belgisch Limburg, en Nederlands Zuid- en Midden-Limburg.

"Het is noodzakelijk om vluchtelingen zo snel mogelijk op de arbeidsmarkt te integreren, zodat ze ook in de samenleving opgenomen worden", aldus Thyssen. "Dat is gunstig voor zowel de vluchtelingen als onze samenleving: minder zorgen voor migranten met meer migranten in de zorg."

In de Euregio Maas-Rijn is onder meer Zuyderland Medisch Centrum betrokken.

‘We zien het project als een grote kans,' zegt Roel Goffin hierover. Hij is lid van de raad van bestuur van Zuyderland Medisch Centrum, een van de deelnemers aan het project. ‘We hebben hier al ervaring mee binnen onze groep vrijwilligers. Daarin leveren ook erkende vluchtelingen een bijdrage aan het welzijn van onze patiënten en cliënten op diverse locaties.'

https://www.interregemr.eu/projecten/idz-udz

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Vakantie remedie tegen griepepidemie



Als we de kerstvakantie een week verlengen, zou het aantal griepbesmettingen aanzienlijk dalen. Dat besluiten onderzoekers van UHasselt en UAntwerpen na een studie naar de invloed van weekends en vakanties op de uitbraak van ziektes.

"Onze sociale contacten veranderen tijdens de vakantie: kinderen komen minder met elkaar in contact. Dan vermindert het aantal besmettingen ook", zegt professor Niel Hens. "De kerstvakantie heeft de grootste impact. Een simulatie van een derde week heeft aangetoond dat het aantal besmettingen met griep dan met 4 procent zou dalen."

De Krokusvakantie komt dus net op tijd. Maar het risico zit er in dat de uitbundige sociale contacten tijdens het carnavalsweekend dat positieve effect teniet doen.

De onderzoekers benadrukken dat het een slecht idee is te blijven werken als je ziek aan het worden bent. "Mocht iedereen met symptomen van griep meteen thuisblijven, hadden we tot 75 procent minder besmettingen."

Dat advies wordt in elk geval goed opgevolgd door de federale ambtenaren: die waren vorig jaar gemiddeld op honderd werkdagen ruim zes dagen afwezig door ziekte. Zo blijkt uit cijfers van Medex, de dienst medische expertise van de FOD Volksgezondheid. Dat is het hoogste peil in jaren. Ambtenaren worden steeds ouder en stress maakt hen steeds vaker ziek. In Wallonië ligt het ziekteverzuim het hoogst. Nog uit de cijfers blijkt dat de ambtenaren gemiddeld 2,1 keer per jaar ziek zijn en dat die afwezigheid gemiddeld 7,2 dagen duurt.

Dat betekent dat ze gemiddeld vijftien dagen per jaar ziek zijn. Het ziekteverzuim ligt het hoogst bij ambtenaren zonder een diploma en is hoger bij contractuelen dan bij statutairen. Ambtenaren uit Wallonië zijn met een ziekteverzuim van 7,20 procent vaker ziek dan hun Brusselse (5,06 procent) en Vlaamse (5,64 procent) collega's. Een uitleg heeft men daar niet voor bij Medex. Henegouwen is ook bij ons de provincie met het hoogste ziekteverzuim (7,8 procent .

Er is een belangrijke uitzondering: er zijn ruim 500 federale ambtenaren ouder dan 65 jaar. Hun ziekteverzuim is zo goed als onbestaand, aldus Medex. Om op die leeftijd nog aan de slag te zijn, moeten ze én supergemotiveerd zijn én een sterke gezondheid hebben, met amper ziektedagen tot gevolg.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:27 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Kanker niet langer hinderpaal voor gezonde zwangerschap

Zwanger zijn en kanker krijgen, het gebeurt maar het hoeft niet langer een onmogelijke strijd te worden tussen leven en dood. blijkt uit internationaal onderzoek in The Lancet Oncology van de Vlaamse hoogleraar gynaecologische oncologie Frédéric Amant aan het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis en het AMC in Nederland.

Amant verzamelde gedurende 10 jaar data uit zestien landen over zwangere kankerpatiënten en hun kinderen. Het resultaat zorgt voor schok in de oncologie: 'We zijn blijven aantonen dat de kinderen niet lijden, door erover te publiceren, door lezingen te geven.' Maar het beste resuyltaat is dat ‘we nu zien dat artsen onze boodschap oppakken, er ontstaat een mentaliteitsverandering.' arts .

Jaarlijks wordt bij een op de duizend zwangere vrouwen kanker vastgesteld. Behandeling betekende vroeger onherroepelijk schade aan het ongeboren kind. Niet behandelen leidde vaak tot de dood van de moeder. Nu blijkt dat de behandeling niet noodzakelijk schade toebrengt en dat de kinderen niet vaker afwijkingen hebben en zich in de eerste jaren na de geboorte net als andere kinderen ontwikkelen. De moeders overleven bovendien net zo vaak als kankerpatiënten die niet zwanger zijn.

De nieuwste studie in dit groots opgezette onderzoek is het promotieonderzoek van arts-onderzoeker Jorine de Haan (VUmc) die 1.170 zwangere vrouwen die tussen 1996 en 2016 de diagnose kanker kregen, volgde en wat de gevolgen waren voor moeder en kind. Onder hen 278 Nederlandse vrouwen. Het aantal vrouwen dat een kankerbehandeling kreeg, steeg elke vijf jaar met 10 procent. Vooral het aantal chemo's nam toe: tussen 2010 en 2016, de laatste onderzochte periode, kreeg 44 procent van de vrouwen een chemo en werd 36 procent geopereerd.

Het aantal levend geboren kinderen nam in twintig jaar tijd tot 90 procent toe. Het aantal te vroeg geboren kinderen nam af. 'Vroeger haalde de arts een kind vaak eerder, zodat de moeder na de bevalling meteen met de chemo kon beginnen', verduidelijkt Amant. 'Nu begint de arts al tijdens de zwangerschap met chemo en is er minder reden om het kind eerder te laten komen.'

Hoewel het aantal vroeggeboortes afneemt, zijn kinderen van kankerpatiënten bij de geboorte wel vaker te licht en hebben ze een grotere kans op opname op de neonatale intensive care. Ruim 40 procent van de pasgeborenen komt op die afdeling terecht. De onderzoekers zien een verband met de toename aan chemokuren. Bepaalde chemo's beschadigen het dna van cellen en dat kan de ontwikkeling van de placenta beïnvloeden. Maar ook andere zaken kunnen bij dat lage geboortegewicht een rol spelen, benadrukt Amant, zoals stress bij de moeder.

Tot nu toe laat onderzoek zien dat het lage geboortegewicht geen nadelige gevolgen heeft, aldus Amant. De kinderen hebben na een paar maanden een normaal gewicht, en een reguliere lengte en hoofdomtrek. Kankerpatiënten, zo blijkt ook uit deze studie, krijgen niet vaker dan gemiddeld een kind met een ernstige afwijking. Chemokuren worden niet voor de twaalfde week van de zwangerschap gegeven omdat in die periode de organen van het kind worden aangelegd, wat de kans op misvormingen vergroot. Na de twaalfde week, als de organen alleen nog maar groeien, is die kans uiterst klein. Toch is het belangrijk, zegt Amant in De Volkskrant, om zwangere kankerpatiënten heel goed in het oog te houden. 'De groei van de baby mag wat afvlakken maar als de achterstand te groot wordt, moeten we ingrijpen.'

http://www.thelancet.com/journals/lanonc/article/PIIS1470...

Marc van Impe



Bron: MediQuality

09:19 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)