23 november 2017

Zorg is zieker dan u denkt


Ons systeem zet de dokters aan om veel en hard te werken. Het verplegend personeel is op. Uit de enquêtes van Deloittes Centre For Health Solutions blijkt dat de werkdruk op ziekenhuispersoneel de voorbije vijf jaren hoger is geworden en dat weegt vaker fysiek en mentaal zwaar door. Het personeel in de zorgsector is door de hoge werkdruk vatbaarder voor burn-outs. Dat kan een impact hebben op de kwaliteit van de zorg.


Vandaag stellen de hoofdeconoom Bart Van Craeynest van vermogensbeheerder Econopolis en Anne Massij van de consultant Deloitte, een belangrijke studie voor aan de ziekenhuisdirecteurs. De Tijd bracht een voorgesprek met beide auteurs. De teneur is ontnuchterend: Onze gezondheidszorg behoort minder dan we denken tot de wereldtop. Alleen merkt de patiënt het nog niet echt. En doen sommige partners alsof hun neus bloedt, is de conclusie.


Wie naar een ziekenhuis gaat, komt in de meeste gevallen als een tevreden ex-patiënt buiten. Maar het is de vraag of het zo verder kan. Niet echt, is de conclusie van een studie die de vermogensbeheerder Econopolis en de consultant Deloitte vandaag voorstellen aan ziekenhuisdirecteurs. "Gezondheidszorg moet behalve patiënten tevreden houden ook drie andere doelen hebben: voor verplegers en dokters moet het werk doenbaar blijven, de belastingbetalers moeten waar voor hun geld krijgen en de gezondheid van de bevolking moet goed zijn. Maar daarbij loopt het mis."


"De Belgische gezondheidszorg is eigenlijk een ziektezorg", legt Econopolis-hoofdeconoom Bart Van Craeynest in De Tijd uit. "We zijn heel goed in zieke mensen genezen. Maar we zijn veel minder goed in het gezond houden van wie al gezond is."


Vooral de betaalbaarheid van de gezondheidszorg baart zorgen. Die komt almaar meer onder druk. In België gaat gemiddeld 41 procent van de uitgaven in de ziektezorg naar 3 procent van de bevolking, vooral de alleroudsten.

Tegen 2050 zullen er nog 1 miljoen 60-plussers meer zijn dan nu en dubbel zoveel 80-plussers.
"Zelfs in de voorzichtige scenario's stijgen de uitgaven voor gezondheidszorg in België tegen 2040 van 8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) naar 10 procent", zegt Van Craeynest. Maar er is ook positief nieuws: "Het goede nieuws is dat met het huidige budget meer mogelijk moet zijn", leert de Econopolis-Deloitte-studie.


Wat dat betreft kunnen we nog wat leren van een landje als Luxemburg waar de burger veel meer terug krijgt voor elke euro die uitgegeven wordt. Wij geven ons geld misschien verkeerd uit. België scoort heel goed voor investeringen in medische apparatuur en ziekenhuisbedden.


Op de VS, Frankrijk, Japan en Luxemburg na heeft geen enkel land meer CT- en MRI-scanners per inwoner dan België. Alleen Japan, Oostenrijk en Duitsland hebben meer bedden. Maar tegelijk is onze zorg veel te versnipperd, waardoor elk ziekenhuis nog altijd elke ingreep kan uitvoeren.


Het zou efficiënter zijn én kwaliteitsvollere zorg opleveren als gespecialiseerde zorg wordt geconcentreerd. Ook scoort België heel slecht voor personeel. Er zijn minder dan 0,2 dokters per bed in de ziekenhuizen. Dat is het laagste aantal in de West- en Noord-Europese landen. En op Finland, Duitsland, Nederland en Spanje na hebben ze allemaal meer verpleegkundigen per bed. De lage bestaffing bij artsen is een gevolg van ons systeem, dat dokters aanzet om veel en hard te werken. Bij het verplegend personeel is dat gelinkt aan het beleid, dat de voorbije jaren te weinig heeft geïnvesteerd in het verplegend personeel waardoor ziekenhuizen erop beknibbelen.


Tenslotte nog dit: De beide auteurs hebben woorden van lof voor de inspanningen van de federale en Vlaamse regering op het gebied van reorganisatie van het ziekenhuisnetwerk en de verloning van artsen. Over de Franstalige zorg geen woord.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

19:05 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Kans op zwangerschap vergroten voor meisjes met Turner


Het Radboudumc en het MUMC+ starten een langdurig onderzoek naar het bewaren van de vruchtbaarheid voor meisjes met het syndroom van Turner. Centraal staat de vraag of het afnemen van eierstokweefsel op jonge leeftijd de kans op zwangerschap en geboorte van een kind op latere leeftijd kan vergroten. Het onderzoek start in januari 2018.


Vrouwen met het syndroom van Turner hebben één in plaats van twee X-chromosomen en hebben meestal geen eicellen meer op het moment dat zij graag kinderen willen. Voor deze vrouwen is biologisch moederschap dan niet meer mogelijk. Toch zijn er veel vrouwen met het syndroom van Turner die graag een biologisch kind willen krijgen. Een manier om de vruchtbaarheid te bewaren is om rijpe eicellen af te nemen. Veel meisjes met het syndroom van Turner hebben een vervroegde afbraak van eicellen en komen dus niet in aanmerking voor deze behandeling. Een alternatief is het afnemen en invriezen van eierstokweefsel met onrijpe eicellen. Dit kan al op jonge leeftijd gebeuren. Deze behandeling is alleen nog niet beschikbaar voor meisjes met het syndroom van Turner.


Onderzoekers van het Radboudumc en het MUMC+ willen nu uitzoeken of het invriezen van eierstokweefsel ook bij meisjes met het syndroom van Turner leidt tot meer zwangerschappen en geboren kinderen. Meisjes van 2 tot 18 jaar kunnen in aanmerking komen voor deelname aan het onderzoek. In de eerste fase van het onderzoek wordt één eierstok afgenomen en ingevroren voor later gebruik. In de latere fase van het onderzoek worden de vrouwen tot en met het vervullen van hun kinderwens gevolgd.


Gynaecoloog Kathrin Fleischer van het Radboudumc leidt het onderzoek: "Er zijn zo veel onopgeloste vragen over vruchtbaarheid bij patiënten met het syndroom van Turner. Onze onderzoeksgroep heeft na een intensief traject van toetsing besloten om voor dit project te gaan, en een aanvraag in te dienen bij de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek. Nu wij de goedkeuring hebben, zijn wij blij te mogen starten."


Het Radboudumc heeft inmiddels ruime ervaring met het invriezen van eierstokweefsel, bijvoorbeeld om vruchtbaarheid te sparen bij een behandeling tegen kanker. Wereldwijd zijn er 130 kinderen geboren uit eicellen afkomstig van ingevroren eierstokweefsel. Het nieuwe onderzoek moet uitwijzen in welke mate deze procedure succesvol is bij vrouwen met het syndroom van Turner.

Meer informatie over het onderzoek is te vinden op www.radboudumc.nl/trials/turner

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:20 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

22 november 2017

Mijn grensoverschrijdend gedrag

Ik beken. Voor u het van een ander hoort. Ook ik heb me aan grensoverschrijdend gedrag bezondigd. Het was in de tijden dat het zedelijk er nog heel wat losser aan toe ging, maar toch. Ik had dat weekend kennis gemaakt met de geleerde vrouw. U kunt kent dat wel: een heel weekend praten, knuffelen, koken, eten, drinken, administratie doen (ik zweer het), voor de haard zitten, alles nog eens opnieuw en meer en dan een finale afspraak maken. We zouden een LAT-relatie beginnen.


Het was januari 1986 en ik was een van de eerste gebruikers van een MOB2, een in de auto ingebouwde valies waarmee je dus kon bellen. Het grensoverschrijdend gedrag begint nu: ik reed de parking van persclub uit en belde mijn geliefde. Handsfree bellen bestond toen nog niet, je had echt een schelp aan je oor. Anderhalf uur spraken we elkaar. Onderbroken door tunnels en gaten in het Belgacom-netwerk. Bizarre gesprekken over het afgelopen weekend. Over wat we die dag gedaan hadden. Over wat we zouden doen. En kunnen doen. Zij dacht dat ik onderweg naar huis reed. Ik reed naar het Westen des lands.


Bij Deinze stak ik de eerste grens over. Ik kon het ruiken. Van het land der mensen kwam ik het land der zwijnen. Anderhalf uur later stond ik voor haar deur. Onaangekondigd. Met een hart vol complimenten en heel veel goesting. Duidelijk nog een grens overschreden. Ze heeft me binnen gelaten. Sindsdien hebben we een NAT-relatie.


Ik heb daar de afgelopen weken vaak moeten aan denken. Sinds #metoo uitbrak is de wereld veranderd. Ik ga voor mijn discussies liefst life op de harde versie van de sociale media: aan de toog van mijn geliefde wateringhole waar ik mijn buitenlandse kranten lees. De Letse dienster die mijn vaste plek voor mij bewaart vraagt me wat er aan de hand is.


Hoezo? Kan er geen complimentje meer af? Mag ik nog een compliment geven of is dat ook al niet meer gepermitteerd? Of heeft de nieuwe preutsheid hier ook al toegeslagen? Die opgeschoven tsjevenmoraal, dat gezeur om nieuwe duidelijke regels vast te leggen: waar heeft iedereen het over? Hoe moet dat dan met dat Vlaamse spreekwoord dat de aanhouder wint? Moet je vanaf de eerste "nee" opgeven? Hoe weet je of iemand echt nog interesse heeft of veinst? Mag je blijven flirten als de andere kant al aangaf dat er geen enkele interesse is?


Ik vrees dat we ook hier de digitale weg zullen inslaan. Ik zie een grote toekomst voor Tinder en zijn lookalikes. Het algoritme in de cloud zal bepalen wie met wie een affaire begint, niks meer "mag ik je neuken", maar een korte duidelijke boodschap met een duidelijke omschrijving van seksuele voorkeuren, getolereerde benaderingen en koppelingen en een automatisch dank-emoji achteraf. Ik heb er gekend die daar in hun jonge jaren hun voordeel mee zouden gedaan hebben.


Ik loop in de brasserie mijn notaris tegen het lijf. "Mag ik je zeggen dat ik je vrouw nog altijd een knappe verschijning vind, en dat voor haar leeftijd." Ik zeg hem haar zelf de boodschap over te brengen. Hij schrikt. Dat kan toch niet meer, in mijn positie?


Ik loop een vriendin, nee een kennis tegen het lijf. "Je ziet er belabberd uit," zeg ik. Ook niet goed! Gelukkig heb ik me de voorbije dertig nooit meer bewust aan grensoverschrijdend gedrag bezondigd.


Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

09:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)