04 maart 2017

Bij het aangekondigd vertrek van Anne De Paepe


Van mezelf ben ik overtuigd dat ik best intelligent ben, empathisch, leergierig, beleefd en voorkomend, duidelijk en grappig. Maar voor de geleerde vrouw ben ik soms een hurk die complimentendag vergeet, ervan uitgaat dat ik het altijd beter weet en dat nog luidop laat merken ook.


Tegenover mijn vrienden, die als ze het afscheid van de tournée minérale vieren en in hogere staten van verlichting verkeren, gedraag ik me minzaam, ik doe alsof ik luister en geef af en toe een weinig zeggend antwoord. Maar tegenover haar wordt de conversatie als ze bij het eind van de dag al niet op de spits wordt gedreven, herleid tot een nukkig "dat vertel ik straks" als ik even erbij kan komen zitten. Het zijn mijn Jekyll en Hyde, twee figuren waaraan ik allebei een grondige hekel heb maar die steeds opnieuw komen boven drijven.


Gelukkig laat zij zich niet de mond snoeren door een man die van niets weet en krijg ik lik op stuk. Maar heel wat vrouwen incasseren en slikken hun emoties in. Dat gebeurt ook op de afdelingen of in de praktijk. Het is niet voor niets dat artsen- en andere syndicaten door mannetjesdieren geroedeld worden. Ik dacht daaraan toen ik las waarom de genetica prof. dr. Anne De Paepe, de rector van de UGent er al na één ambtstermijn de academische brui aan geeft. En toen ik het boek Men Explain Things to Me, van de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit las, die zich in een baanbrekend essay afvraagt waarom mannen menen dat ze het altijd beter weten. Het is een ideaal boek voor wie ook tijdens de vasten nuchter blijft en zich wil bezinnen over de zin en vooral de onzin van het bestaan.


Ik ken een man, een psychiater, die twee boekjes heeft geschreven. Flarden tekst, bedenksels, humeurtjes, fast food voor in de metro. Hij kan er niet over zwijgen. Hij moet erover praten, hij vertelt over de oplage die in zijn ogen gigantisch is, hij somt het aantal woorden op "Wist jij dat er in mijn boek meer dan 100.000 woorden staan?" en ik verdenk hem ervan dat hij nu in Word het aantal lettertekens bij elkaar telt. Wat nog niet zo simpel zal zijn. Want zijn meesterwerken werden zo door zijn eindredactrice herschreven dat een finale versie niet meer op zijn computer staat.
"Ik ben de bekende auteur van dat boek over ongeluk," begint hij en vraagt dan op het eind van zijn monoloog : "En wat doet u zoal?" het is dat "zoal" waar de angel van de verwarring zit. Hij spreekt het uit zoals je je nichtje op haar lentefeest vraagt hoe het met de balletlessen gaat. Het liefst wil hij er wat vrouwelijk publiek omheen, een idolate pas afgestudeerde specialist is ook wel goed. Hij gedraagt zich als een would-be potentaat in het Midden-Oosten. Ooit Moammar al-Qadhafi uit zijn riool zien kruipen? Zo'n beeld zie ik dan.


Wat moet je dan als  vrouwelijke arts en je begint over je specialisme en dat er zoveel collega's vastzitten in dat ingevroren wereldbeeld van de zogenaamde EBM, zodat ze nauwelijks het onderscheid kunnen maken tussen modieuze humbug en vers gedachtegoed, dat gebaseerd is op echt wetenschappelijk onderzoek? Dan, als je dan zo gaat praten, maakt de allesweter een pirouette en gaat op zoek naar een volgend slachtoffer.


Ik ken een tandarts die me kiespijn bezorgt met zijn eindeloze betweterigheid en de onweerstaanbare drang om iedereen in de rol van groentje te duwen, die nergens anders dan in een heuvellandschap kan wonen zodat dat hij met de zelfgenoegzame blik die ik maar al te goed ken van mannen die graag lang uitweiden, starend naar de vage verre horizon van hun eigen schijnautoriteit, het klavier beroert om nog maar eens zijn Trumpiaanse gedachten de vrije loop te geven.


Nee, geef mij dan maar vrouwen. Op recepties, op feestjes, aan tafel en in de lezersrubriek. Ze zijn stijlvol, fijngevoelig en ze weten veel beter dan hun mannelijke tegenvoeters wanneer ze beter hun mond kunnen houden. Natuurlijk zijn er ook geweldige mannen, zoals de talloze artsen en ook normale vrienden die ik in mijn carrière mocht ontmoeten en die me sinds mijn jonge jaren geholpen hebben, mijn stukjes hebben gelezen, mijn oraties hebben aangehoord, me hebben aangemoedigd en net dat duwtje in de rug hebben gegeven, maar bij geen enkele van hen ving ik de fijngevoeligheid en de troost, dat zo zalige gevoelen dat overgebracht wordt dat we in elkaars gezelschap niet alleen ‘zelf graag iets leren maar ook anderen graag iets leren'. En die zweem van een parfum.


Nu denk ik terug aan Anne De Paepe en aan al die andere Heel Belangrijke mannen. Ze zweten laatdunkendheid, duwen daarmee sommige, gelukkig niet alle vrouwen in zelftwijfel. Bovendien versterken ze hun collegae, mannen in hun ongefundeerde zelfoverschatting. Mannen, echte mannen, zouden hen in hun gezicht uitlachen. Maar vrouwen wachtten beleefd tot ze buiten gehoorsafstand zijn voordat ze hardop beginnen te lachen.


Dit is het tijdsgewricht voor gebabbel over futiliteiten of complottheorieën en alle genders bezondigen zich daar aan, maar het ongebreidelde, confronterende zelfvertrouwen van volkomen onwetenden is in mijn ervaring geslachtsbepaald. Mannen leggen altijd alles uit, ongeacht of ze weten waar ze het over hebben.

Sommige mannen.


Het is zoals nafluiten en intimidatie op straat – dat hen even het gevoel geeft dat dit ook hun wereld is. Het is een soort ‘doofheid', gepaard met arrogantie die maakt dat het bereiken van een compromis onhaalbaar wordt. Het is wat politieke onderhandeling soms zo hopeloos maakt.


Ik denk aan een beeld uit mijn jeugd. Het was crisis in Cuba en onze ouders hingen met een oor aan de radio en een ander aan de televisie. Er was geen tijd voor spelletjes. Net toen hadden we iets fantastisch gepland dat dus niet door ging. Ik stampte van woede op de grond. Toen kreeg ik een enorme oorveeg. Ik associeer nog altijd het ene fenomeen met het andere en het maakt me heel kalm. De woedende arrogantie speelt geen rol, ruzie is overbodig, ze ontneemt me mijn stem, ik heb er alleen last van. Ik heb er jaren over gedaan om tot dit besef te komen. Ik heb geleerd dat mijn zelfverzekerdheid minder stevig is dan ik pretendeer. En dat weet ze. Dat weten de intelligente vrouwen, ze ruiken het zoals wij een vleug van hun parfum ruiken.


Ik had het in een vorig stukje over seksuele intimidatie op de werkvloer. Het is geen kwestie van leven of dood, het is een kwestie van ethiek. Ook in ziekenhuizen en universiteiten wordt de strijd met Mannen die Alles Uitleggen gevoerd, worden vrouwen verbaal platgewalst, om nog maar te zwijgen van de talloze vrouwen die niet eens werden toegelaten tot het laboratorium, de bibliotheek, het gesprek, de revolutie of zelfs maar de categorie ‘mens'. Daaraan moest ik denken toen er in een populaire krant op een typisch mannelijke manier de link gelegd werd tussen rector Anne De Paepe en de zaak Optima.


Het essay met als titel ‘Mannen leggen me altijd alles uit' zette de schrijfster in 2010 in één ruk op papier, zegt ze zelf. "Wanneer iets er zo snel uit komt, heeft het al sinds langere tijd ergens in het achterhoofd vorm gekregen. Het wilde gewoon geschreven worden, verlangde ongeduldig naar de renbaan en galoppeerde naar buiten zodra ik achter de computer ging zitten. Het verspreidde zich in rap tempo. Het raakte een gevoelige snaar. Sommige mannen gingen uitleggen dat het eigenlijk geen genderbepaald fenomeen is dat mannen dingen aan vrouwen uitleggen." Q.E.D.
De website ‘Academische mannen leggen me altijd alles uit' http://mansplained.tumblr.com/ werd een succes en honderden universitaire vrouwen deden hun verhaal over hoe ze werden gekleineerd, bevoogd, besproken enzovoort. Ze is voorlopig niet actief maar wel nog open. De term ‘mansplaining' [een samentrekking van het Engelse ‘man' en ‘explaining'] werd kort daarna gelanceerd. In 2012 maakte de term ‘mansplained', volgens The New York Times een van de beste woorden van het jaar 2010, zijn entree in de mainstream politieke journalistiek. Wist u overigens dat aan de oudste universiteit van ons land slechts 27.4 % van het onafhankelijk wetenschappelijk personeel een vrouw is?


Rebecca Solnits essaybundel "Mannen leggen me altijd alles uit" (originele titel: Men Explain Things to Me) verschijnt eind maart bij Uitgeverij Podium, vertaling Hester Tollenaar, met een voorwoord van Marja Pruis, 144 p., € 17,50, http://rebeccasolnit.net/books/

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

03 maart 2017

Loodgieters zitten vooral in met eigen koopkracht


Stel u even dit verhaal voor: De overgrote meerderheid van de loodgieters vindt niet dat huishoudens te veel uit eigen zak betalen. Ze zitten wel in met hun eigen inkomen. Een bruto jaarinkomen van 200.000 euro is niet uitzonderlijk voor een gediplomeerd loodgieter die zelfstandig werkt. Zelfs de minder goed betaalde loodgieters verdienen ruim 140.000 euro, na aftrek van wat ze afgeven aan hun dispatcher. En toch vindt bijna twee derde van de loodgieters (63 procent) dat het deel voor hun werkverdeler te groot is.


Met wat de huishoudens voor hun loodgieterij moeten betalen, zitten ze veel minder in. Volgens 82 procent van de loodgieters betalen de huishoudens níét te veel uit eigen zak voor het dichten van een lek. Dat blijkt uit een enquête bij bijna 1.300 Belgische loodgieters die het vakblad De Loodgieter vandaag publiceert.


De meeste loodgieters gaan niet zo ver om te zeggen dat hun honorarium (ruim) onvoldoende is. Dat zegt ‘slechts' 31 procent. Maar de antwoorden wijzen erop dat ze bezorgd zijn om hun inkomen. Meer dan de helft vindt dat zijn koopkracht gedaald is in vergelijking met begin 2015.


De houding van veel loodgieters – de vrees om wat inkomen te verliezen en weinig schroom om de huishoudens meer te laten betalen – heeft concrete gevolgen. Toen de federale regering vorige herfst nog maar aankondigde dat ze zou besparen in de onderhoudskosten, verhoogden veel loodgieters hun tarieven, zelfs zij die de besparingen niet zouden voelen. En dat terwijl Belgische huishoudens sowieso al een behoorlijk deel van hun onderhoudskosten zelf moeten ophoesten: bijna een kwart, meer dan gemiddeld in de Oeso-landen.


‘Loodgieters worden goed betaald', reageert Marcel Moens, voorzitter van het loodgieterssyndicaat. ‘Maar de vrees leeft dat ze erop achteruitgaan. Er waren indexsprongen. De afdrachten voor de dispatchers zijn gestegen. De besparingen in de onderhoudssector worden altijd verhaald op de loodgieters.'


Natuurlijk hebt u dit verhaal niet in de krant gelezen. Niemand die ook wakker ligt van de loodgieterskosten. Die zijn de voorbije jaren nochtans flink gestegen. Ze liggen evenmin vast. Loodgieters, -als ze niet in het ‘zwart' werken- werken wel vaak à la tête du client. En ze rekenen steevast verplaatsingskosten aan, ook al ligt de ene klant in het verlengde van de vorige. En hoeveel een avond- of weekendinterventie kost, daar heeft iedereen het raden naar. Dat kan je ook best niet op voorhand vragen want dan dreig je wel eens lang te moeten wachten. Maar daarmee halen ze de krant niet.


Ben je echter arts en dan nog specialist, dan zal je het geweten hebben. Dan kom je met een stethoscoop om de hals of in de zak in beeld. Dat je jaar na jaar de beloofde indexaanpassingen aan je neus ziet voorbij gaan, is van geen tel. Dat je geen supplementen meer mag aanrekenen in een tweepersoonskamer, waarmee je je pensioenfonds betaalt, is brute pech maar sociaal verantwoord.


En de directeur van het ziekenhuis die veegt zich schoon met een salarisnorm van 290.000€.


Had je maar niet zo lang moeten doorleren. Loodgieterij is ook een mooi vak.

Marc van Impe

Bron: MediQuality


18:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

01 maart 2017

Het gat in de markt: krediet voor oude dokters en apothekers

 

Nogal wat artsen en apothekers hebben een belangrijk deel van hun pensioenkapitaal geïnvesteerd in de woning waar ze verbleven. Dat blijkt nu niet zo’n verstandig plan te zijn. En niet zelden was in dit pand met twee voordeuren zowel woonst als praktijk of officinaal gedeelte gevestigd.

Je ziet ze staan langs onze lintbebouwde wegen, in de uitgestorven dorpskommen waar de middenstand, de grootgrutters en ketenbedrijven als Blokker, Kruidvat en Paris XL al vertrokken zijn omdat het welmenende gemeentebestuur de hele zone verkeersvrij gemaakt heeft.


Een enkeling bouwde buiten het centrum, makkelijk bereikbaar, parkeergelegenheid zat, maar in een stijl en naar de normen uit een tijd dat woorden als milieu en bescherming eerder geassocieerd werden met de georganiseerde misdaad dan met onze leefomgeving. De gebouwen beantwoorden niet langer aan de nieuwe milieunormen, dubbele beglazing, geïsoleerde spouwmuren, co-ketels, dakisolatie, vergeet het.


Je zal nog eerder een rieten dak vinden, een kruipkelder en daarnaast een dubbele garage en een locomotief die op basis van half-lichte fuel een heel huis dat vijf kinderen heeft grootgebracht, warm stookt. De Mechelse eikenhouten meubelen zijn uit de tijd. De hooiwagens nemen elke lente het huis en bij voorkeur de oude badkuipen in.


Het gaat er ruiken naar pensioen en herinneringen aan de wilde vynilplaten van de babyboomers. Antoine, Dutronc, The Stones, Petula Clarck, hun tijd is over. Kortom: er moet verhuisd worden en men gaat op zoek naar een appartement, als het kan met zich op een stuk natuur en toch dicht bij het stadscentrum. De bank steunt je enthousiast. In ruil geef je je huis in pand. Een mandaat, geen overbodige kosten uiteraard.


Een flat is gauw gevonden. En de financiering is een habbekrats. Nu nog gordijnen en nieuwe meubels en we zijn op weg naar de volgende 25 jaar. Maar dan blijft het oude huis op de markt. De makelaars dringen aan op prijsverlagingen. Stilaan bereikt de balans van uitgaven en verwachte inkomsten een precair evenwicht. Je vraagt je bank die meedenkt met vrije beroepers en zelfstandige ondernemers om advies.


Na veertien dagen komt dat er. De algoritmen hebben bepaald dat jouw spaargeld en je bijkomende pijlers van je pensioenverzekering verzilverd zullen worden. En je mandaten zullen hypotheken worden. "Daar wordt niemand beter van," geeft de bank toe. Maar zo werd beslist. No worries, no hurries. Voor de bank die je vijf minuten later per mail by the way ook nog eens uitnodigt voor een leuke informatieve avond met een stand-up comedian en een hapje en tapje achteraf, mag je klant blijven zolang je rekening rekt.

Ik ken ondertussen nogal wat apothekers en oude huisartsen en specialisten die met een basispensioen rondkomen en voor het vijftiende jaar in hun Mercedes naar de Lidl gaan. "Wij willen geen ALDI-klanten meer," zei de man van de bank door de telefoon, "dat straalt verkeerd af op u en mij". Die vérstraler was er overigens trots op dat hij de "great liquidator" was. "Moest ik niet goed zijn in mijn vak dan had ik dat al jaren niet zo lang gedaan." Ik vraag me af hoe die 's nachts als hij zijn himmlerbrilletje – zo stel ik me dat voor- op de nachttafel legt, in slaap valt?


De senior accountant van de bank bijt een citroen door: "Het is een kwestie van leeftijd. Was u jonger geweest dan hadden we u graag anders geholpen. Dan hadden we u een investeringskrediet aangeboden. Maar nu bent u een dagje ouder en u wordt er ook niet jonger op, geef toe." Ze heeft haast want ze gaat deze week met haar man en muizen skiën.


Ik lees in de krant dat 65–plussers maar niet langer aan de slag willen. Ik wel, dat leest u hier. En ergens, in dat vileine bezemkastje achter mijn reptielenbrein, wens ik hen allemaal een gebroken been toe. Of kanker achter het hart, zodat de dokters lang mogen zoeken, zoals Egon Schiele een van zijn uitgevers ooit wenste.


Ik hoor in Tour & Taxis waar onze campus gevestigd is en waar ook de redactie van De Tijd ligt , hoe de werkloosheid onder de bankiers toeslaat. Hoe loketbediende vervangen worden door pinautomaten. Hoe analisten duizendmaal trager zijn dan algoritmes die ergens in Silicon Valley ontwikkeld zijn. Hoe de crisis van 2008 door een of andere Deep Blue werd ontwikkeld. En op de website van mijn bank zie ik een advertentie met daarop een late twintiger op weg naar het accountmanagementschap, "iemand die meedenkt met zijn klanten." Vergis u niet. Twintigers denken mee tot jij vijfenvijftig bent. En ze denken vooral hoe ze je plaats kunnen innemen. En jij als zestiger -plusser mag dus wel nog projecten hebben nu je ouder bent of wordt, maar je moet daarbij niet op je bank rekenen. Een gat in de markt?


Ik denk dat ik naar die vrolijke en leerzame avond van de Bank ga.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

16:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)