08 maart 2018

Een impulscontrolestoornis


"Ze zitten altijd op ons kap", is een Vlaamse cafétoog uitdrukking die je wel eens hoort als je de geleerde vrouw mag chauffeuren na een etentje bij een van die onmisbare LOK’s . Het is waar, er zijn van die tijden dat iedereen, van de hoofdverpleger van de Christelijke Ziekenfondsen tot de Waalse voorzitter van de Porchisten ‘op de kap van de dokters zit’. Ik wens het niemand toe. Maar er zijn ook van die weken dat je je afvraagt of ze het niet zelf gezocht hebben.

Neem nu de voorbije week. Om niet beschuldigd te worden van politico-communautaire vooringenomenheden, beperk ik mij tot het Vlaamse landsdeel. Op de Vlaamse kabel loopt de nieuwe reeks Topdokters, een topprogramma dat tot de taalgrens te bekijken valt. Dit was zonder meer de week van de topdokters.

We beginnen in het prachtige West-Vlaanderen waar duivenmelker en tophuisarts dr. André Gyselbrecht uit Ruiselede terechtstaat voor moord op zijn schoonzoon. De verdediging van die dokter, meester naast God, zorgde voor een ongeziene stunt door op een assisenzitting een promofilmpje over de dokter te tonen dat werd gemaakt door Lien Willaert, televisiemaakster en echtgenote van filmregisseur Jan Verheyen. Ze deed dit uit sympathie voor de dochter van de huisarts, dr. E. die haar vriendin is, ‘een van de mooiste en eerlijkste mensen die ik ken'. De voorzitter liet begaan. Wie huisarts is, is in het Westen des lands nog altijd een notabele die met respect behandeld moet worden en dus een streepje voor heeft op de gewone huis-tuin-en-keukencrimineel die een moord beraamd, laat uitvoeren en dat allemaal uit liefde voor de kleinkinderen en om de schande van een echtscheiding te vermijden. Ik kort het pleidooi van de verdediging in. Dr. Gyselbrecht leed aan artikel 71, een onweerstaanbare drang. Hij moest wel een moord bestellen, zei hij.

Zo'n huis-tuin-en-keukencrimineel is seriemoordenaar Renaud Hardy. Deze simpele ziel staat terecht voor twee moorden, twee verkrachtingen en twee moordpogingen moordde, hij randde aan, brak in, filmde een en ander met semiprofessionele apparatuur en kreeg het gedaan dat op zijn assisenproces het openbaar ministerie zijn inzending voor het BDSM-filmfestival mocht vertonen in volle rechtszaal. In vaktermen heet dit een snuff movie, in Tongeren is dit een bewijsstuk. Geen eulogie dus deze maal. En daar komt weer een topdokter: "De medicatie die Hardy kreeg voor zijn parkinson, heeft van hem een seriedoder gemaakt" zei de Nederlandse topneuroloog dr. Chris van der Linden, die in het Gentse Sint-Lucas praktijk voert, televisie-ervaring opdeed in het hierboven genoemde Topdokters en de quiz De Slimste Mens.

De getuige voor de verdediging verklaarde in de rechtszaal en in alle kranten, en 's avonds in het televisiejournaal dat de moordenaar die ook nog aan Parkinson lijdt, van de ene dag op de andere in een monster veranderde, door zijn medicatie. Met bijwerkingen, die we hier niet gaan opsommen maar daarvoor verwijzen we u naar de bijsluiter. Hardy lijdt aan een impulscontrolestoornis. Een onweerstaanbare drang dus. "Deze impulsstoornis wordt bij Hardy veroorzaakt door zijn persoonlijkheid, zijn ziekte van Parkinson en de medicatie die hij daarvoor neemt", sloot topneuroloog Van der Linden af. De neuroloog bevestigt op vraag van de advocaat van Renaud dat Hardy een zeer uitzonderlijk geval is. De impulscontrolestoornis kan zich op verschillende manieren manifesteren. De ene schildert, de andere gokt, nog en ander speelt met de duiven, Hardy doodt.

Dr. Van der Linden werd de dag daarop door zijn collega neuroloog Patrick Santens, van het Gentse UZ deze maal aan de andere kant van de Fiere Stede, tegengesproken: die parkinson-medicatie maakt volgens hem geen moordenaar van mensen. "Wel zien we bijvoorbeeld dat de seksdrift groter wordt, maar het is meestal de partner die daarover begint tijdens de consultatie."

Ik was mijn stukje over porno aan het schrijven en dacht alles gehad te hebben toen ik attent gemaakt werd op een uitspraak van een andere topdokter van het UZ Gent. Androloog professor Guy T'Sjoen joeg de helft van de volwassen mannelijke bevolking met een lintmeter naar de badkamer met de verklaring dat de gemiddelde penis 14 centimeter meet en eentje van 11 centimeter normaal is. Deze topdokter, is momenteel wel te zien is in het gelijknamige topprogramma, zei in zijn nieuwste boek Onder de Gordel ook nog dat "de penis de kanarie in de koolmijn is."

Ik dacht alles gehad te hebben en bereidde me al voor op een drukke weekendconversatie tot ik tenslotte de Gentse chirurg Koen De Smet las. Die specialist is bottensmid in Jan Palfijn en de privé kliniek Anca MC in het boerendorpje Sint-Martens-Latem, en heeft zijn tienduizendste heupoperatie achter de rug. "Ik heb een mooi huis en ik sleutel aan oldtimers. Ben ik daarom rijk?" zei dr. Koen De Smet in ‘Het Nieuwsblad'. De bescheiden topchirurg houdt van oude auto's en een mooi huis.

Ik ben niet onder de indruk. Maar waarom laten sommige dokters, zeker als ze uit het Gentse komen, zo vaak de gelegenheid om te zwijgen voorbij gaan? Neem nu een loodgieter. Leest u elke week zo'n vijf quotes uit de mond van zo'n bescheiden vakman?

Marc van Impe 

Bron: MediQuality

14:31 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Vrouwendag, geen lullendag


Vandaag is het de Internationale Vrouwendag. Ik heb daar een speciale band mee. Dat komt zo: op 8 maart 1908 gingen in New York voor het eerst in de geschiedenis vrouwen in staking tegen de erbarmelijke omstandigheden waarin ze moesten werken. Drie jaar later riep de Duitse socialiste Clara Zetkin op om 8 maart uit te roepen tot internationale vrouwendag.

In 1917 brak in Sint-Petersburg een vrouwenstaking uit op 8 maart toen Russische textielarbeidsters hun arbeidsomstandigheden wilden aanklagen. In 1921 riep het Internationale Vrouwensecretariaat van de Communistische of Derde Internationale 8 maart definitief uit tot Internationale Vrouwendag. Dat vieren we dus vandaag.

Ik ben niet zo van de rode kerk en al zeker niet van haar tradities. Maar ik sluit me wel aan bij de VN die in 1978 voor het eerst de internationale vrouwendag erkende, bedoeld om aandacht te vragen voor de gelijke rechten en met name het kiesrecht voor vrouwen. Maar anderzijds denk ik gelijk dat dit onzin is: vrouwen net als mannen ervaren discriminatie, onrecht en onderdrukking. Vrouwen, omdat ze vrouw zijn, alleen een beetje meer en een beetje vaker.

Dat geldt ook voor de westerse mens voor wie als je vrouw bent het leven vaak onevenredig lastiger is. Neem nu de medische wetenschap. Die heeft tot voor kort altijd het mannenlichaam als uitgangspunt genomen voor studie van de mens. Die mannen, niet gehinderd door het beperkte denkraam dat hen kenmerkt, gingen er van uit dat een vrouwenlichaam en -ziel, op enkele punten na, het zelfde was en reageerde als een mannenlichaam.

Emoties en lichamelijke vrouwelijke ervaringen waren daarbij ondergeschikt. Het is ongelooflijk hoe dom en beperkt mannelijke artsen kunnen zijn, maar pas sinds kort zijn ze er achter gekomen dat bij een naderende hartaanval, vrouwen heel andere lichamelijke waarschuwingen krijgen als mannen.

Neem een ander typisch vrouwelijk evenement als de menopauze die lange tijd alleen gezien werd als iets waaraan je kon merken dat de vrouw niet meer vruchtbaar was en oud werd. Al de rest was grote onzin en niet meer dan een hysterische reactie. Ik citeer een nog levende mannelijke psychiater die pretendeert psychoanalyse te doceren in een katholieke universitaire kliniek en die het presteert om in een niet-rokers huis een sigaar op te steken. Wie is hier de lul?

Ik sla de krant open en lees verhalen over verkrachtingen, BDSM, en ander gefilmd geweld. Dat blijkt alledaags te zijn maar nooit lees ik dat een man slachtoffer is van dit geweld. Ik schreef vorige week over vrouwenbesnijdenissen, opgelegd door mannen en dus enkel bedoeld om vrouwen te verhinderen dat ze genieten van seks, want dan zouden ze wegens onvoldoende of tekort –en heel terecht- wel eens dreigen weg te lopen.

Een vrouw mag ook in onze post katholieke maatschappij nog steeds niet genieten van seks. Laat staan een vrij seksleven hebben. Een paar honderd jaar geleden werd ze daarom gestenigd, verbrand of op z'n minst verstoten. Nu wordt ze op sociale media gestigmatiseerd als loops, hoerig, beschikbaar. Ook als ze arts, verpleegster, psychologe of therapeut is.

De Orde der Artsen is als de Sacra Rota die geheel los staat van het burgerlijk fatsoen. Haar subjecten onder het zogenaamde privilegium fori maar ik moet de eerste mannelijke arts nog zien die wegens het maltraiteren van zijn vrouwelijke collega veroordeeld wordt.

Ik ben geen feminist. Maar ik was wel de eerste journalist die op 11 december in de Ancienne Belgique de eerste Belgische Internationale Vrouwendag versloeg. Het feit dat Lilly Boeykens, echtgenote van een emininent arts en stadsgenote daar prominent aanwezig was, zal daar toen toe bijgedragen hebben. Ik ben dus geen feminist. Ik ben voor gelijkwaardigheid. Ik ben ook tegen positieve discriminatie. Het kan me niet schelen of iemand man of vrouw is, als het maar goed is.

Ik ben een man, chauvinistisch dus. Ik mag graag de nadruk op de vrouw leggen. Maar word in de positieve zin even graag onderdrukt. Als het moet, in de gang der dingen in negatieve zin, omdat niemand een slechte positie moet volhouden en we dat zonder veel woorden kunnen oplossen. Ik hou niet van het tuinbroeken feminisme met vrouwen met hoog opgeschoren kort haar zonder BH en make-up.

Ik vind dat we mensen moeten beoordelen op wat ze kunnen, niet op andere kenmerken. Wie zijn werk goed doet moet daar voor worden betaald. Wie met zwangerschapsverlof gaat, moet worden doorbetaald. Ik ben tegen onvrouwelijkheid. Tegen vrouwen dus ook, die willen vermannelijken en die denken dat ze op dezelfde egotische manier een mentale onflatteuze tuinbroek aantrekken en denken dat ze daardoor gelijk zijn aan de man. Zij vergissen zich en verwarren gelijkheid met gelijkwaardigheid. Niemand verdient het gelijk behandeld te worden. iedereen heeft het recht om gelijkwaardig behandeld te worden. Dames hoeven niet onvrouwelijk te zijn om gelijkwaardig te zijn.

Een vriend, professor aan een vrije universiteit, zegt me in de lift dat de vrouwendag een doekje voor het bloeden is. Hij vindt zichzelf ontzettend gevat. Hij is ook de man die niet begreep waarom een geëmiriteerde collega gedefenestreerd werd nadat hij zich smalend uitliet over gefrustreerde vrouwelijke collega's in de zaak van de suïcide van Steve Stevaert. Hij maakt ook grapjes over gendergelijkheid.

Zijn geest vertoont die krappe ruimte die een sereen debat ten gronde over de voedingsbodem voor geweld en grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van vrouwen verhindert. Een man als hij, een hoogleraar ligt aan de basis van ongelijkheid tussen de seksen, wanneer het gaat over beeldvorming rond gender. Door zo'n mannen raken de gemoederen steevast verhit en haast men zich in het defensief. Dat iemand die aan een vrije universiteit doceert en zichzelf humanistisch en sociaal noemt daar niet ongehinderd mee wegkomt, begrijp ik niet.

Evenmin begrijp ik de katholieke hoogleraar die in de club een zwarte vrouwelijke collega aanwijst en zegt dat hij haar zo bewondert. Als je het normaal zou vinden dat mensen gelijk behandeld worden ongeacht hun afkomst, huidskleur of fysieke kenmerken, dan zou het ook normaal en aanvaard moeten zijn dat die mensen ook behandeld als individuen, ongeacht hun sekse, hun kleur, hun afkomst.

Ik las bij collega Bieke Purnelle dat vrouwendag niet gaat over quota of glazen plafonds, over gelijke verloning of objectivering, over geweld en verkrachting. Vrouwendag gaat over het respect dat ieder individu verdient in een samenleving die zich verlicht en beschaafd noemt. En dat is helaas nog steeds heel erg relevant. Ze heeft, zoals dat vaak is bij de jongere generatie, overschot van gelijk. Het is maar dat de lullen ons het ook eens lezen.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:19 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 maart 2018

Darmkankertest brengt poliepen aan het licht


De cijfers zijn eens te meer dramatisch. Terwijl 54.5% van de beoogde doelgroep van Vlamingen vorig jaar deelnam aan de campagne voor de opsporing van darmkanker, nam in Wallonië slechts 14.6% van de doelgroep deel. Eind 2017 was dit percentage met veel goede wil gelukkig gestegen tot 24%. In Brussel was het percentage 0 %. Daar wordt de preventiecampagne pas in juni 2018 op gang getrokken. Ter vergelijking: in Nederland neemt ruim 75% van de doelgroep deel aan het opsporingsonderzoek. In België loopt dus niet alleen een taalgrens maar ook een zorggrens.

Toen we vorig jaar de vraag stelden waar deze verschillen aan te wijten waren, vielen de (Franstalige) verantwoordelijken uit de lucht. Ondertussen ontdekten we dat dezelfde verschillen afgetekend merkbaar zijn voor andere preventiecampagnes zoals voor HPV, baarmoederkanker, borstkanker en andere aandoeningen die mits tijdig ingrijpen niet dodelijk hoeven af te lopen. Het is ondertussen duidelijk waarom Franstalig België achterloopt.

De doelgroepen van de bevolkingsonderzoeken naar kanker worden in Vlaanderen ruim geïnformeerd om vrij te kunnen kiezen tot deelname. In de Franse Gemeenschap was dat tot voor kort niet of nauwelijks het geval. Komt daar bij dat in het Zuiden de patiënt zich voor het minste onderzoek tot zijn huisarts moet wenden. De SSMG heeft tot niet zo lang geleden zich altijd verzet tegen het feit dat de patiënt direct aangesproken werd. Pas vorig jaar heeft men toegegeven en wordt de doelgroep rechtstreeks aangesproken. Vandaar dan ook de spectaculaire stijging van het aantal deelnemers. Komt daarbij dat er een groot mentaliteitsverschil bestaat tussen de Vlaamse en de Franstalige huisarts. In Vlaanderen wordt die huisarts door zijn patiënt als een partner gezien, in het Zuiden van het land is de huisarts nog een autoritaire figuur, of hij nu in een privé praktijk werkt of in een maison de santé. Met andere woorden: de emancipatie van de patiënt is er nog lang niet zo groot als in het Noorden.

Vlaanderen volgt de gezondheidsindicatoren ook op. Op die manier wordt de gezondheidstoestand van de Vlaamse bevolking in kaart gebracht. Die indicatoren geven weer wat de belangrijkste gezondheidsproblemen zijn en vormen zo het uitgangspunt voor het te volgen beleid. Zo bestaat er in de Franse Gemeenschap, in tegenstelling tot in Vlaanderen, geen centraal registratiesysteem met informatie over alle toegediende vaccins.

Een tweede oorzaak is de administratieve cultuur die in het Noorden gericht is, -maar daarom niet altijd even geslaagd is-, op een simpele rechttoe-rechtaancommunicatie. In Wallonië zijn sommige aanvragen voor een medische test even ingewikkeld als een bouwaanvraag.

Een derde reden is dat de Franstalige ziekenfondsen bijna principieel weigeren om met een industriële partner samen te werken. Dan nog liever niets. Bij gebrek aan eigen middelen woirdt dat dus niets.

Ook in Brussel gebeurt er tot nu toe niets. Ondanks vier bevoegde ministers voor volksgezondheid, wetenschappen en welzijn, netjes verdeeld over MR, Défi, cdH en PS, start daar in juni eindelijk een campagne voor de opsporing van darmkanker. Maar dan moet de patiënt wel op eigen initiatief naar de apotheek.

Het kan nochtans poepsimpel. Net zoals in de politiek wijst een simpele test de poliepen aan.

We kijken nu al uit naar de cijfers van volgend jaar.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

20:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)