21 oktober 2017

British Medical Journal publiceert onthutsend rapport over kankermedicatie


De meeste kankermedicijnen waarvoor een Europese medische vergunning werd verleend, dragen niet of nauwelijks iets bij om het leven van patiënten te verlengen of te verbeteren, schrijft The British Medical Journal.


Onderzoekers van King's College London en de London School of Economics vonden dat 57 procent van de behandelingen die tussen 2009 en 2013 door het Europees Geneesmiddelenbureau EMA zijn goedgekeurd slechts marginaal voordeel boden, zelfs indien ze overlevingswinsten boven bestaande behandelingen aantoonden. En de behandelingen die de levensverwachting wel verbeterden gaven patiënten gemiddeld slechts 2,7 maanden extra, vaak ten koste van duizenden euro's. Bovendien, schrijven de onderzoekers van KCL en de LSE geven de medicijnen patiënten en hun familie valse hoop en stellen ze hen bloot aan onnodige bijwerkingen.


"We moeten de lat hoger leggen," zei Huseyin Naci van LSE ons in Londen. "Het is opmerkelijk dat kankergeneesmiddelen op de Europese markt worden gebracht zonder dat er duidelijke gegevens beschikbaar zijn over de resultaten die voor patiënten en hun artsen van belang zijn: een langere overleving en een betere levenskwaliteit."


Het rapport vermeldt specifiek:


Everolimus voor borstkanker


KOSTEN in het VK : £18.293 voor gemiddeld 5,5 maanden


Gefabriceerd door Novartis, verkocht onder de handelsnaam Afinitor. Goedgekeurd door het EMA in 2012 zonder overlevingsgegevens of gegevens over de levenskwaliteit. Proeven tonen aan dat het de verspreiding van kanker gemiddeld vier maanden stopt.


Bosutinib voor chronische myeloïde leukemie


KOSTEN: £ 45.000 per jaar


Gemaakt door Pfizer, verkocht onder de naam Bosulif. Goedgekeurd door EMA in 2013 zonder bewijs dat het de levensduur heeft verlengd. Tot 85 procent van de patiënten ziet witte bloedcellen terugkeren naar normale niveaus.


Panitumab voor darmkanker


KOSTEN: £54.000 per jaar


Gemaakt door Amgen en verkocht onder de handelsnaam Vectibix. Goedgekeurd door het EMA in 2011, aanvankelijk zonder bewijs dat het de levensduur verlengt. Recentere gegevens suggereren dat het de overleving met tien maanden meer doet toenemen dan andere behandelingen.


Bevacizumab voor borstkanker


KOSTEN: £42.000 per jaar


Gemaakt door Roche, verkocht onder de handelsnaam Avastin. Goedgekeurd door het EMA in 2009, zonder bewijs dat het de levensduur heeft verlengd. De proeven tonen het de progressie van de ziekte voor gemiddeld drie maanden stopt.

In veel gevallen werd de terugbetaling van de door het EMA goedgekeurde geneesmiddelen verworpen door NICE, de waakhond van de NHS, wat heeft geleid tot jarenlang touwtrekken tussen patiëntenverenigingen en politieke discussies over medische rantsoenering.

Wetenschappers benadrukken dat het tijd kost om aan te tonen dat een geneesmiddel de levensverwachting zal verbeteren. Maar patiëntengroepen dringen erop aan dat zelfs een paar extra maanden van het leven met geliefden kostbaar is. Dat iemand finaal sterft aan kanker, verliest men uit het oog. Sommige geneesmiddelen waarvan de onderzoekers menen dat ze geen enkel voordeel hebben opgeleverd, worden daarom wel beschikbaar gemaakt voor (Britse) patiënten - maar pas nadat de fabrikanten hun prijzen sterk hebben verlaagd.


De hoofdauteur Dr. Courtney Davis van KCL is categoriek: "Wanneer dure geneesmiddelen zonder klinisch zinvolle voordelen worden goedgekeurd en terugbetaald, kunnen individuele patiënten schade oplopen, kunnen belangrijke maatschappelijke middelen worden verspild en kan de verstrekking van billijke en betaalbare zorg worden ondermijnd". Het onderzoeksteam analyseerde 68 rapporten over kankerbehandelingen die de goedkeuring van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) kregen tussen 2009 en 2013. Zij stelden vast dat de meeste geneesmiddelen niet lang genoeg onderzocht waren om er zinvolle overlevingsgegevens uit af te leiden, en in plaats daarvan werden toegelaten op basis van andere factoren, zoals het feit of tumoren gestopt zijn met groeien. Slechts 35 procent van de behandelingen konden bij hun goedkeuring bewijzen dat ze het leven verlengden. Tien procent toonde aan dat ze de kwaliteit van leven verbeterden.


Echter, 57 procent (39) kwam op de markt op basis van een surrogaat-eindpunt en zonder bewijs dat zij het voortbestaan van de patiënten hebben verlengd of de kwaliteit van hun leven hebben verbeterd. Na een mediaan van 5 jaar op de markt, waren er slechts 8 bijkomende behandelingen die duidelijk een langere overleving of betere levenskwaliteit hadden aangetoond. In de follow-up na 5 jaar bleken 35 (51%) een overleving of levenskwaliteitswinst aan te tonen ten opzichte van bestaande behandelingen of placebo. Voor de overige 33 (49%) blijft onzekerheid bestaan over de vraag of de drugs de overlevingskansen of de levenskwaliteit verbeteren.


"Deze feiten geven een ontnuchterend beeld," zegt professor Vinay Prasad, van de Oregon Health & Science University, in een redactioneel commentaar. "De kosten en toxiciteit van kankergeneesmiddelen maken dat we de verplichting hebben om patiënten alleen aan behandelingen bloot te stellen wanneer we redelijkerwijs een verbetering van hun overleving of levenskwaliteit kunnen verwachten". Deze bevindingen suggereren dat "we mogelijk ver achterblijven bij deze belangrijke benchmark".


Dit onderzoek komt op een moment dat de Europese regeringen de hoge kosten van specifieke medicatie serieus beginnen in vraag te stellen, zegt Dr. Deborah Cohen, Associate Editor bij de BMJ, in een editoriaal. Zij wijst op voorbeelden van methodologische tekortkomingen betreffende opzet, uitvoering, analyse en rapportage die de EMA niet heeft herkend of over het hoofd heeft gezien. Een woordvoerder van de EMA reageerde als volgt: "EMA heeft nog geen tijd gehad om de bevindingen van de BMJ-studie goed te analyseren."

Courtney Davis, Huseyin Naci, Evrim Gurpinar, Elita Poplavska, Ashlyn Pinto, Ajay Aggarwal. Availability of evidence of benefits on overall survival and quality of life of cancer drugs approved by European Medicines Agency: retrospective cohort study of drug approvals 2009-13. BMJ, 2017; j4530 DOI: 10.1136/bmj. j4530 http://dx.doi.org/10.1136/bmj.j4530

Marc van Impe

Bron: MediQuality

07:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 oktober 2017

Seksuele intimidatie en discriminatie aan de faculteit


Ze werkt als vertrouwensarts in de hoofdstad. We kennen elkaar sinds een jaar of twintig. Een sterke vrouw, intelligent, als ze voorbij wandelt gebeurt dat niet onopgemerkt. Ze is wat de Britten noemen soft spoken but to the point. Ze wil me spreken omdat de jongste berichten in de kranten dingen terugbrengen die ze al lang vergeten dacht.


"Ik was geen briljante studente, ik studeerde geneeskunde omdat ik toch wat te doen moest hebben. Ik ben toevallig in de psychiatrie beland. Toen ontdekte ik mijn roeping. Ik kan goed luisteren. Mensen praten graag met mij. Ik sta niet gelijk met een oordeel klaar. Hij was mijn opleider. Getrouwd. Kinderen. Een doorsnee relatie, zei hij. Saai. Ik was boeiend. Een verfrissing. Het klikte meteen. Hij overtuigde mij dat ik een natuurlijke aanleg had voor dit vak. We hadden soms gesprekken die een hele dag duurden. Ik had een mislukte relatie achter de rug. Een uit de hand gelopen flirt. Een ongewilde afgebroken zwangerschap. Ik genoot van de aandacht. Toen er dat congres was in Kopenhagen vroeg hij me mee. De universiteit betaalde de kosten. Ik zweefde achter hem aan. Hij noemde me Miou-Miou. Die eerste avond was er een diner, ik mocht mee. We kochten een design jurk in de stad. Hij trok zijn credit card. Ik werd voorgesteld aan een internationaal gezelschap van professoren. Hij werd gecomplimenteerd met zijn charmant gezelschap. Met mij dus.


Ik had toen al beter moeten weten. Ik zag de knipoogjes niet: wink, wink, wink. Jullie katholieken, jullie zonden worden vergeven, zei een Engelse professor. Hij straalde. Ik was me van geen kwaad bewust. Toen we in terug het hotel kwamen, moest hij me nog een paar dingen laten lezen, iets met zijn presentatie voor de volgende dag. Het vervolg is een banale scène uit een naturalistisch theaterstuk. Ik was verward. Toen we terug vlogen was hij afstandelijker. Een paar weken later wou hij met mij naar de cinema. Ze draaiden Les Valseuses. Hij vond dat ik op de Marie-Ange uit de film leek. En hij was Patrick Dewaere. Het was een zomeravond. Hij wou dat ik mijn jurk losknoopte en zo met hem naar het terras op het plein liep. Na afloop wou hij me voorstellen aan zijn vriend Depardieu. We zouden met vakantie gaan. Wij drieën. Ik ben naar de hoofdstad getrokken en heb mijn opleiding daar afgemaakt. Hij is een gerespecteerde autoriteit geworden. Nooit verlegen voor een bon mot. Vriend van de journalisten. En van hun vriendinnen. A lady's man, noemde hij zichzelf. A dirty old man, zeg ik. Hij gaf me behalve aandacht ook herpes. Ik weet dat er na mij nog tientallen andere Miou-Miou's gekomen zijn. ik zie ze op congressen, in een televisieprogramma. Hij is nu al lang met emeritaat. Hoe zou hij nu slapen?"


Niet alleen actrices en modellen zijn het slachtoffer van seksueel overschrijdend gedrag. Seksuele intimidatie komt veel vaker voor in de academische geneeskunde dan men denkt. Iedereen kent wel een geval. Minder bekend is hoeveel vrouwen dit wangedrag direct hebben ervaren. De meeste studies richtten zich op stagiairs en kandidaat-specialisten. In een transversale enquête uit 1995 meldde maar liefst 52% van de Amerikaanse vrouwelijke academische medici dat zij tijdens hun loopbaan werden lastiggevallen, tegenover slechts 5% van de mannen. Deze vrouwen zijn hun carrière begonnen toen vrouwen nog een minderheid vormden in de medische faculteit; minder bekend is de prevalentie van dergelijke ervaringen bij recentere facultaire cohorten. In 2014 deed een onderzoeksteam van de universiteit van Michigan een postonderzoek onder afgestudeerden die een doctoraalbeurs ontvingen. De deelnemers kregen een uitgebreide vragenlijst over loopbaan- en persoonlijke ervaringen inzake genderbias, gendervoordeel en seksuele intimidatie. Daarnaast werd aan degenen die in hun professionele loopbaan seksuele intimidatie hadden ervaren, gevraagd om de ernst van de ervaring te specificeren aan de hand van 5 niveaus: 1, veralgemeende seksistische opmerkingen en gedrag; 2, ongepaste seksuele vooroordelen; 3, subtiele omkoperij om seksuele omgang te krijgen; 4, bedreigingen om seksueel gedrag te aanvaarden; en 5, dwangmaatregelen. Het percentage respondenten dat ernstiger vormen van intimidatie ondervond (niveaus 2-5) werd gekwantificeerd en de waargenomen effecten en ernst ervan werden beschreven. De gemiddelde respondentleeftijd was 43 jaar; 46% van de respondenten was vrouw; 71% was blank. 40% van de vrouwen was het slachtoffer van ernstige intimidatie, bij 59% had dit een negatief effect op het zelfvertrouwen als professional veroorzaakt voor en 47% had dit een negatief effect op het persoonlijk zelfvertrouwen.


Bij de clinici-onderzoekers, die dus aan een verdere academische carrière begonnen waren, meldde 30% van de vrouwen dat ze seksuele intimidatie ervaren hadden, tegenover 4% van de mannen.


De dames lieten ook weten dat het melden van seksuele intimidatie in medisch academische kringen ontmoedigd wordt omdat het de perceptie is dat dergelijke ervaringen zeldzaam zijn, de stigmatisering groot is en het gevolg van dit openlijk ongepast gedrag geminimaliseerd wordt.
"Over een paar weken krijgt een van die roofdieren nog eens een prijs uitgereikt," zegt ze, "de prijs voor de manipulatie zullen we maar zeggen. Terecht. Zo'n mannen zoals hij zijn niet zelden hun carrière als poppenspeler begonnen." Ze pleit voor actie via de hashtag #Metoo. Onder die vlag doen wereldwijd tienduizenden vrouwen wereldwijd hun verhaal. Het wordt tijd, zoals we hier al eerder schreven, dat ook de hypocriete academische stilte doorbroken wordt.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

14:09 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

Onthullende ontdekking: contaminatie van cellijnen zorgt sinds jaren voor foute resultaten


Zo'n 33 duizend studies naar zaken als kanker en virale ziektes blijken gebaseerd op andere cellen dan men dacht. Maar dat maakt niet veel uit, zeggen betrokkenen. Van de zo'n 80 duizend soorten 'cellijnen' die er in omloop zijn, zijn naar schatting 20 tot 25 procent besmet met andere soorten cellen. De cellen zijn besmet, overwoekerd, of op eigen houtje doorgeëvolueerd tot iets anders. Dat heeft geleid tot 32.755 artikelen met verkeerde conclusies resulterend uit verkeerd onderzoek op verkeerde cellen, schrijven de Nijmeegse onderzoekers Serge Horbach en Willem Halffman in Plos One.


De twee namen een lijst van onechte cellijnen erbij, en doorzochten aan de hand daarvan de literatuur. Conclusie: nog altijd verschijnen er ieder jaar zo'n 1200 onderzoeksartikelen die zijn gebaseerd op verkeerd geclassificeerde cellen.


In Nederland alleen al gaat het om 586 artikelen, verspreid over de tijd. In een artikel dat vorig weekend in De Volkskrant verscheen wordt het onderzoek aangehaald van het team onder leiding van maag-, darm- en leverarts Jurjen Boonstra (Leiden UMC) dat slokdarmkankercellen controleerde. Drie populaire cellijnen bleken niet meer overeen te komen met het oorspronkelijke materiaal: ze waren door de tijd heen overgenomen door dikkedarm-, maag- en longkankercellen. 'Terwijl er wel allerlei publicaties en experimenten uit zijn voortgekomen', vertelt Boonstra. 'Maar als je door de microscoop kijkt, staat er bij die cellen geen bordje: dit is een dikkedarmcel, dit een slokdarmcel.'


Tot missers met patiënten heeft de affaire voor zover bekend niet geleid: nieuwe medicijnen worden nooit op basis van cellijnonderzoek alleen ontwikkeld. Of nog, een studie met onder meer strottenhoofdkankercellen, die in werkelijkheid baarmoederhalskankercellen zijn. 'Dat is al bijna veertig jaar bekend. Dus is het feitelijk geen contaminatie meer, maar een gestabiliseerde subcellijn van de HeLa-cellen van de beroemde Afro-Amerikaanse patiënt Henrietta Lacks.' Dat zijn heus niet allemaal oude gevallen, leert nadere inspectie. Vorige maand nog stonden de namen van de Groningse hoogleraar nucleaire geneeskunde Rudi Dierckx en gasthoogleraar Albert Signore boven een oncologische studie, met schildkliercellen die in werkelijkheid darmcellen zijn. 'We wisten dat de cellen mogelijk gecontamineerd waren', mailt Signore desgevraagd. Waarna het onderzoek gewoon doorging: 'Voor ons onderzoek hadden we een snel groeiende en agressieve cellijn nodig, zoals deze. Hun oorsprong was niet zo relevant.'


De schade valt in de praktijk mee. Dat is ook het beeld dat ontstaat bij nadere bestudering van zomaar tien recente, Nederlandse studies waarin de foute cellen voorkomen. 'Ik gebruik cellen voor laboratoriumdiagnostiek van autoimmuunziekten. Daarvoor maakt het celtype niet zo uit', zegt laboratoriumspecialist Jan Damoiseaux (UMC Maastricht), die werkt met zo'n verwisselde celcultuur. 'Voor mij zijn algemene eigenschappen van belang, zoals een grote celkern en goede celdeling.' De geïnterviewden gaan er licht over.


Maar bij het International Cell Line Authentication Committee (ICLAC), de organisatie die lijsten van 'valse' cellen opstelt, is voorzitter Amanda Capes-Davis kritischer. 'Mijn grootste zorg betreft de ontdekkingsfase van het onderzoek, als de controles nog niet zo strikt zijn. Stel dat je een spannend nieuw stofje hebt gevonden dat misschien werkt tegen borstkanker. Je eerste stap is dan om het op cellijnen te testen. Dan kan zo'n verkeerd geïdentificeerde cellijn je op een dwaalspoor brengen. Dat kost tijd en onderzoeksgeld', mailt ze. De schatting van Horbach en Halffman lijkt haar 'aan de conservatieve kant', zegt ze. 'En de belangrijkste boodschap is dat wetenschappers de verkeerd geïdentificeerde cellijnen nog steeds gebruiken, ondanks jarenlange waarschuwingen.' Dat kan alleen maar geharrewar geven, vindt ze.


Halffman pleit daarom voor een duidelijke waarschuwingstekst op onderzoeken die van de verkeerd gelabelde cellijnen gebruikmaken: pas op, de cellijn in dit onderzoek is niet wat u denkt. Onderzoekers verwijzen immers naar elkaars studies en inmiddels, zo ontdekten Horbach en Halffman, zijn er al zeker een half miljoen artikelen die op de een of andere manier voortborduren op een 'besmette' studie. 'Zo kan dit zich als een olievlek uitbreiden', zegt Halffman.


Tenslotte nog dit: het testen van cellen kost twee minuten, waarmee veel ellende kan voorkomen worden.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)