25 april 2017

Na een lunch met Lieven Annemans


Nostalgie is heimwee naar de toekomst, las ik. En ik voeg er in gedachten aan toe: een toekomst die er nooit was. Soms krijg ik het verwijt (?) een nostalgicus te zijn. Ik moet dat altijd heftig tegenspreken. Nostalgie veronderstelt een lineaire tijdsopvatting van een verleden dat definitief voorbij is en een toekomst die onzeker blijft. Nostalgie is een gebrek aan dromen.


Elke tijd heeft zijn eigen dromen. Ik heb veel gedroomd maar nooit gedroomd van een betere wereld. Mijn dromen van vandaag bevallen me maar matig, ze gaan te vaak over vrienden, kennissen die ons verlaten hebben. Ik heb alleen maar gedroomd over het uitblijven van ellende. Criminaliteit zoals die vroeger heftiger leek. Terrorisme zoals de Rothe Armee Fraktion, de CCC, de Bende van Nijvel. Of vreselijke ziekten en kwalen, waartegen we tot voor kort weerloos waren en nu dure pillen slikken. Het ideaal is een leven waarin alle risico's zijn uitgebannen. Maar idealen zijn als sterren: net als scheepslui richten we onze koers ernaar, schreef Knut Hamsun.


Ze zijn een voorstelling van iets in de toestand van volkomenheid, wat men zich voorstelt als het hoogste en dat men verwezenlijkt hoopt te zien. Ik denk hieraan na een uiterst aangenaam gesprek met gezondheidseconoom Lieven Annemans. Het ideaal in de gezondheidszorg werd in de vroege jaren 60 geschreven. Het heeft veel goeds gebracht. Maar die koers moet nu verlaten worden want ze leidt ons naar de Maelstrom. Daaraan dacht ik bij de lectuur van het laatste werk van de eminente man.


De ironie is dat zowel de overheid, als de betrokken actoren en de verzekeraars dat weten maar zich halsstarrig als Odysseus aan hun eigen mast hebben vastgebonden en van geen koerswijziging willen weten. Alle partijen gaan ervan uit dat de burger die tenslotte de rekening betaalt geen enkele inbreng kan hebben in dit debat. Uiteraard zijn mensen bang voor een misser of een tegenslag maar leven is omgaan met risico. Het is de overheid die de risico's moet uitbannen. De overheid denkt hierbij als Sartre. Anderen zijn de hel, die op veilige afstand moeten worden gehouden. Als de overheid een veilig en gezond bestaan garandeert, kan de burger verder zijn eigen boontjes doppen.


Dit is een utopie die de voorbije vijfentwintig jaar bewezen heeft niet te werken. Anders zou het ook geen utopie zijn. Zoals elke utopie heeft ook die utopie tirannieke trekken. Utopisme heeft in de geschiedenis nooit veel positiefs opgeleverd. Denk maar aan het marxisme of het nationaalsocialisme. In die late jaren ‘60 werd de afbraak aan de gang gebracht en wat overbleef is een gapende gat. Wie daarin valt is reddeloos verloren of krijgt minstens een burn-out.


Het kwam eraan: Iedereen onder de autogordel. Rokers vogelvrij. Zelfverklaarde voedingsexperts tegen overgewicht. Je afval sorteren tot in het absurde. En dan geconfronteerd worden met een Justitie die werkt volgens Napoleontische regels tegen het ritme van de processie van Echternach, een Staatsblad van 1 miljoen bladzijden, een belastingbrief met 1000 in te vullen hokjes. De nieuwe absurditeiten. Ernstig nu! Wie chronisch ziek is, of gewoon niet in staat om zinvol werk te doen wordt gesanctioneerd. Anders werkt het beleid niet. Ik denk dat dit onjuist, of op zijn minst ongenuanceerd is. Want op die manier maakt de overheid steeds meer inbreuk op het privéleven van de burger. Iedereen onder permanente surveillance. Nee, dank u.


In de jaren vijftig droomden we van een netjes, overzichtelijke en veilige wereld. Duckstad voor volwassenen, Walt Disney als onderpastoor. Het waren dromen van afwezigheid van de oude utopisten die WO II nog hadden meegemaakt, en onder de petroleumlamp van het achterkeukenverzet of in Londen hemelbestormende plannen maakten voor een betere wereld. Ik ben opgegroeid in de slagschaduw van die wereldverbeteraars van de jaren vijftig, zestig en zeventig die op zondagnamiddag, na de schorseneren in béchamelsaus, even enthousiast als hun grootouders achter een zwarte, nu achter rode en groene vlaggen marcheerden. En dan kwam de crisis. Oliecrisis. Crisis van de verzorgingsstaat. Daarna het multiculturele drama. Links werd rechts, en rechts werd populisme. Maar in de gezondheidszorg veranderde er nauwelijks iets. Men ging alleen maar meer consumeren. Want daar heeft iedereen recht op. Links verleerde te dromen en trok zich terug in de academie. Rechts vierde de leegte. De idealen verdwenen naar de aanbouwveranda en het autoblik in de garage.


Ik droom van onvastheid. Van een wereld waarin je arm én rijk kan worden en opnieuw en omgekeerd. Waar het niet uitmaakt waar je geboren wordt. Waar je nooit onherstelbaar wordt gestraft. Waar nieuwsgierigheid voor het vreemde normaal is, waar afwijkingen interessant zijn. Waar je kan kiezen voor projecten in plaats van voor partijen. Waar de drang naar ontplooiing niet tot stress leidt en waar uitmunten meer is dan geld verdienen. En waar ik bij een glas katholiek bier kan filosoferen over de dromen van morgen.


Ik hoop dat Annemans geen nostalgicus wordt. Professor Annemans moet de knopen waarmee de deelnemers aan het gezondheidsdebat aan hun mast vastzitten niet ontwarren maar doorsnijden. En wie niet mee wil op de nieuwe koers, kiepert hij overboord.


Tenslotte nog dit: melancholisch kan ik wel worden, zeker rond een uur of elf 's nachts als de laatste boot over het kanaal vaart. Ik voel dan wel eens wat voor het hindoeïsme. Hindoes die geloven dat de tijd cyclisch is, hebben geen nostalgie. Melancholie wel, maar heimwee is hen onbekend. Maar ook dat kan niet, want ik hou teveel van een sappige T-bone.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

24 april 2017

De opvolger die niet kwam


Hij klampte me aan na de receptie voor het communiefeest. Of hij me even privé kon spreken. Het was delicaat. Een paar dagen later zien we elkaar aan de boord van het kanaal. Stromend water doet praten, weet ik uit ervaring. Hij stroomt over. Ik ken hem als een huisarts, zoon van een huisarts, die al jaren actief is in elke actiegroep die je in de Noordrand kunt verzinnen.


Zo is hij actief tegen de nachtvluchten, tegen de uitbreiding van de luchthaven, tegen de afbouw van de luchthaven, tegen het snoeien van de geluidsberm, tegen de paaltjes in de veldweg naar de landingsbaan. Hij loopt gewoonlijk in wat ik gemeenzaam een ‘canadienne' ben gaan noemen: een houthakkershemd, een uitgezakte ribfluwelen broek, een handgebreide pull. Hij wordt op de handen gedragen door zijn patiënten, en ik weet dat hij al jaren droomt om uit het vak te stappen.


Nu wil hij zijn verhaal kwijt.


Op het kanaal roeien studenten een skiff richting Grimbergen. Langs de kade, aan de overkant, rijdt een man op een fiets met een elektrisch versterkte toeter die instructies schreeuwt. Hij lijkt op jou, zeg ik. Roepen hoe het moet, maar jezelf niet nat maken. Hij grimlacht. Het gaat over zijn oudste zoon. Jij bent ook vader, zegt hij, jouw kinderen maken je gelukkig.


Zijn zoon, altijd en met groot succes uit de Grieks-Latijnse gekomen, lid van de hockeyclub, leider bij de scouts en lid van een bandje, wil niet verder studeren. Sterker nog, hij wil geen geneeskunde beginnen. Dan verlaagt hij zijn stem, kijkt om zich heen, en dan komt het: hij wil kapper worden. Ik begrijp hem niet.


Uit onderzoek van een jaar of vijftien geleden blijkt al dat zeven op tien huisartsen en specialisten er geen voorstander van zijn dat hun kinderen arts worden. Vooral oudere huisartsen en specialisten zijn ertegen. Dat bleek uit de eerste resultaten van een enquête bij de opening van het academiejaar 2001-02 en waaraan zo'n 4.000 artsen deelnamen. Op de vraag of ze hun kinderen zouden aanmoedigen te kiezen voor geneeskunde, antwoordde slechts vijf procent onvoorwaardelijk positief. Vierentwintig procent sloot er zich "min of meer" bij aan. Veertig procent verwierp dit echter "in grote lijnen" en 30 procent was radicaal tegen.


"Deze onthutsende vaststelling is een teken aan de wand voor een beroep dat vaak familiaal wordt doorgegeven", schreef De Artsenkrant toen. Je bent dus in goed gezelschap, zeg ik. Een jaar of acht geleden vroeg ik hoeveel artsen opnieuw voor geneeskunde zouden kiezen. Meer dan veertig procent van de artsen had spijt van zijn beroepskeuze. Dat zijn zoon zo'n keuze maakt is dus zeker geen uitzondering.


Wat hem echter boven alles stoort is dat zijn zoon geen ander intellectueel beroep kiest. Geen ingenieur, geen IT, geen veeartsenij, zelfs geen dierenarts of apotheker. Hij wil geen leraar worden, geen sociaal werker, zelfs geen kleuterleider. Hij wil een wereldreis maken, gis ik. Nee, zegt hij, hij wil kapper worden.


Het wordt nu stilaan donker. De roepende fietser heeft rechtsomkeer gemaakt. De roeiers gaan terug richting hoofdstad.


Maar wat is het probleem, vraag ik. Kappers verdienen goed geld, ze hebben geen nomenclatuur noch conventies, ze maken mensen mooier en net zoals jij werken ze met een wachtlijst.


Ik vertel hem over Heidi Hoeben, arts en moeder van een aspirant-arts, die een paar jaar geleden de selectiemethode van de Vlaamse kandidaat studenten geneeskunde aanklaagde.


"Men toetst alleen op een doorgedreven kennis van de exacte wetenschappen" zei Hoeben. Dit terwijl andere kerncompetenties zeker zo belangrijk zijn. Empathie bijvoorbeeld, en interesse in mens en maatschappij. "Worden er zo wel de juiste mensen geselecteerd?" vroeg dokter Hoeben zich af. "Als men selecteert, moet men goed selecteren," schreef Hoeben. Wees blij dat je zoon bewust zijn keuze maakt en daar binnenkort aan ontsnapt, zeg ik.


Hij zucht. Alsof de laatste overblijvende van een artsenfamilie de laatste adem uitblaast. Het weer slaat om.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 april 2017

Artsen zetten heel dorp aan de yoghurt


In het Noord-Brabantse dorp Leende hebben twee huisartsen de bevolking zover gekregen ze massaal koolhydraten laat liggen. De artsen werden geïnspireerd door een documentaire over het “high fat” dieet van de Inuit.


De huisartsen die constateerden dat de helft van de inwoners te zwaar was, zweren nu bij een hoog-vet –laag-koolhydraat dieet. Zeker 200 mensen proberen hun overtollige kilo's kwijt te raken. Zij eten geen koolhydraten meer, maar vet, vlees, kaas en Griekse yoghurt. Daarnaast controleert de arts regelmatig om de resultaten bij te houden.

Toch is het niet zo dat het Nederlandse Leende een ongezonde plaats is. De gemeente Heeze-Leende is zelfs gezonder dan het Nederlands gemiddelde. In 2012 had 47,2 procent van de inwoners van Heeze-Leende overgewicht, tegenover 48,3 procent in heel Nederland. 10,8 procent van de mensen die in Heeze-Leende woont, had in 2012 ernstig overgewicht of obesitas. In Nederland was dat 12,7 procent.


Het hele dorp gaat aan de yoghurt titelden de Nederlandse media en het gevolg is zichtbaar: brood blijft in de schappen liggen, geen aardappelen, rijst noch pasta meer. Tegenstanders verwijten de artsen "cherry picking", het bijeen rapen van argumenten die een bepaalde visie helpen te onderbouwen en het selectief weg laten van alle andere publicaties en argumenten die dat tegen spreken.


De gemiddelde levensduur van de Eskimo's is maar liefst 10-14 jaar korter dan die in Nederland. Hart- en vaatziekten en diabetes blijken nauwelijks te verschillen en het aantal herseninfarcten per 1.000 mensen ligt bij deze bevolking aanzienlijk hoger. Hoog-vet-laag-koolhydraat voeding lijkt het risico op een reeks van ziekten en aandoeningen te vergroten.


Denk bijvoorbeeld aan negatieve effecten op de hersenen, cognitie, geheugen, mentaal welzijn, Alzheimer, autistisch gedrag, op risico's voor obesitas, verstoorde stofwisseling, metabool syndroom, inflammatie, leverschade, hart en vaatziekten risico's, vergroot risico op kanker en zelfs mogelijk op osteoporose.
Maar de voorstanders hebben sterke argumenten. Om te beginnen zijn de vetten en eiwitten die men in Leende eet niet te vergelijken met dat van zeehonden en af en toe een potvis. Yoghurt was in het begin enkel verkrijgbaar bij de apotheker en stond dan vooral voor ‘gezond'.

Uit een vorig jaar gepubliceerd Brits economisch model bleek al dat het verhogen van de dagelijkse consumptie van yoghurt bij volwassenen tot 125gram per dag het risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 met 9% vermindert, wat een besparing van 140 miljoen £ zou genereren binnen de 5 jaar en 2,4 miljard £ meer in 25 jaar.


In het Verenigd Koninkrijk is diabetes goed voor ongeveer 10% van de uitgaven van de National Health Service. De NHS zette het model op toen uit meta-analyse bleek dat yoghurtconsumptie mogelijk beschermend werkt tegen diabetes type 2.


Bij uw dienaar werkt het in elk geval wél. Ik verloor met zo'n dieet meer dan 15 kilogram en blijf sindsdien op gewicht zoals dat heet.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:48 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)