22 juli 2017

De laatste grote vakantie

 
Ze is die nacht opgestaan, vond de lichtschakelaar niet en is deze maal op een stoel gaan zitten. Ze was alleen, wist ze. En ze wist ook dat, als ze een teken gaf iemand zou komen en haar weer in bed helpen. Welk teken ze moest geven, was ze vergeten. Daarom begon ze met de namen te roepen die ze zich herinnerde. Ze begon met haar vader, maar die reageerde niet. Ook haar moeder antwoordde niet. Haar man zweeg. Dan liep ze de rij van haar kinderen af.


De rij was lang. En niemand die reageerde. Ze konden toch niet allemaal overleden zijn? Bij de naam van haar dochter legde ze de link met het seniorenalarm dat ze om de nek droeg. Deze maal drukte ze wel op de knop. De centrale reageerde direct. ‘Je gaat me niet vinden,' zei ze, ‘ik weet zelf niet waar ik me bevind.' Tien minuten later stond haar dochter in haar kamer. Die ochtend kreeg ik een sms: moeder opgenomen op spoed. Ze vertelt het verhaal van die nacht met een monkellach. ‘Je gaat een inslaper moeten nemen,' zeg ik haar. Ze wil niet naar de seniorie. Ze wil geen regelmaat aan haar lijf. Zeker geen toezicht. Ze heeft een hekel aan oude mensen. Ze werd net eenennegentig. De zondag voordien hadden we op haar jaarlijks tuinfeest haar verjaardag gevierd. ‘Het kan de laatste keer zijn,' sprak ze de genodigden toe, ‘amuseer jullie en profiteer ervan.'


‘Ik ben de neurologe,' zegt de jonge dokter, ‘we gaan goed voor uw moeke zorgen.' Waarom gebruiken artsen en verpleegsters verkleinwoordjes als het over ouderen gaat?


Er wordt gepraat over MRI's, nog meer onderzoeken en behandelingen. Mijn moeder wil geen behandelingen meer. Nu nog eens TIA, morgen een serieus infarct. Ze kan ermee leven. En doodgaan, zegt ze. Dat brengt me bij een uitspraak van dr. Marcel Levi, een Nederlandse arts die zes jaar het AMC in Amsterdam zo goed geleid heeft, dat dat opviel in het buitenland. Sinds 1 januari 2017 is Levi bestuursvoorzitter van de verzameling ziekenhuizen in Londen die samengevoegd zijn onder de naam University College London Hospitals, een ziekenhuis van wereldfaam. Hij pleit ervoor om patiënten bij het eind van hun leven de keuze te laten: verder behandelen of een laatste grote vakantie nemen en afscheid nemen. De overheid mag het geld dat ze voor de uitzichtloze behandelingen uitgeeft, voor een deel aan de patiënt overmaken. Als uitstapbonus.


Levi: "Wie op zijn 85ste drie keer per week een hemodialyse moet ondergaan voelt zich zes dagen op de zeven uiterst beroerd. Je moet de vraag durven stellen of dat de bedoeling is. De arts weet dit, de patiënt weet dit, zijn familie weet dit en de overheid die dat allemaal betaalt, weet dit. Wie wint er bij deze situatie? We weten dat de levensverwachting beroerd kort is en toch gaan we halsstarrig daarmee door in plaats van de patiënt en zijn naastbestaanden nog een paar weken of maanden een kwaliteitsvol en zinvol leven te bieden. 10 tot 20% van de gezondheidsuitgaven van een individu worden in het laatste jaar van zijn leven uitgegeven. Als Volksgezondheid wil besparen dan kan men daar beginnen.'


Levi windt er geen doekje om: ‘Als men mij vraagt alles in het werk te stellen opdat de patiënt nog een beperkte periode zou leven, dan doe ik dat. Maar als men mij vervolgens de vraag stelt: Hij heeft toch niet geleden? Dan is mijn antwoord klaar en duidelijk: Ja, hij heeft geleden omdat jij ons gevraagd hebt al het mogelijke te doen.' Hij verwijst ook naar Professor Karol Sikora, voormalig hoofd van de kankerafdeling van de WHO, die waarschuwde dat er op dit ogenblik meer dan 25 kankerbehandelingen zijn die elk meer dan 75.000€ per jaar kosten en die het leven meestal met slechts drie maanden verlengen. Levi: 'Wij, dokters moeten dit punt op de agenda durven zetten.'


Patiënten worden, naarmate ze ouder en zeer oud worden, niet infantiel. De meeste van hen weten zeer goed wat ze willen. Ze dreigen wel geïnfantiliseerd te worden. ‘Zie je me daar al zitten,' vroeg ze me ooit, 'op een stoel in een cirkel en zingen: handjes draaien, koeken bakken, vlaaien… pff.' Zij weet best nog wat ze wil. Vorige zondag was dat een koud glas cava.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 juli 2017

De leugen van de Summer of Love


“If you’re going to San Francisco. Be sure to wear some flowers in your hair” zong Scott McKenzie in 1967. Het werd het onofficiële themalied van de Summer of Love (SOL). Wereldwijd vond die fameuze zomer plaats in de wijk Haight-Ashbury in San Francisco.


In het stadje D. was de plaats van het gebeuren het terras van Café Het Paard op de Grote Markt. De Summer of Love van 1967 was overal ter wereld de piek van de Hippie beweging die begin jaren 60 was ontstaan. In ons microland was het de aanloop naar de splitsing van de Leuvense en Brusselse universiteiten.

Samen met mijn vriend Karel ging ik de wereld verbeteren. We leerden Orval drinken, lazen Salut les Copains, kochten platen van The Beatles, The Stones, Dylan, Brell, Antoine en Adamo, kregen natte dromen van Françoise Hardy en Twiggy en geen enkel meisje in D. die het aandurfde een minirok te dragen.

Op school lazen we Xenophoon en Cicero, thuis deden we of we alsof we Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Lucien Carr verstonden die we kochten in boekhandel De Beiaard. Daar gristen we onder de balie ook een "Ik Jan Cremer" en een "Histoire de France" van San Antonio mee omdat er blote meiden in stonden. We leefden in de late jaren 60 maar we kwamen elke dag tegen zessen thuis in de late jaren 50.

We zongen Dylan a capella in het kerkkoor onder leiding van een homofiele pastoor die er voor ons een heel non-conformistische levensstijl op na hield maar we gingen elke zondag ter kerke en onze ouders zaten in een post-conciliaire gebedsgroep. Zij praatten over co-educatie, co-existentie, co-mmunie. Met de meisjes van die gebedsgroep praatten wij over de nog niet ontdooide toendra's van ons verlangen en over mogelijke co-pulatie.

The Summer of Love was één grote inbeelding, een leugen. De stukjes in de krant over de grote Summer of Love van 1967 worden stuk voor stuk geschreven door collega's die in dat jaar nog volkomen vloeibaar waren, laat staan dat ze in het andere geval al een vast gevormd geheugen hadden. Een falsificatie. 1967 was een saai jaar, met als enige uitschieter de Zesdaagse Oorlog, de Britse wielrenner Tommy Simpson die sterft bij de beklimming van de Mont Ventoux en de actrice Phil Bloom die in het VPRO-programma Hoepla naakt door het beeld loopt en mijn vader die opspringt en uitglijdt en zijn rug bezeert.

En de alcoholtest voor automobilisten die in ons land wordt ingevoerd. En verder op één veel Engelbert Humperdinck, de zingende colbert. Zelfs All you need is love haalde maar de tiende plaats op de hitlijsten.


Ooit iemand hier gehoord van de Human Be-Inn op 14 januari 1967 in het Golden Gate Park in San Francisco? Wie ja, zegt, vergeet niet te liegen. Weet iemand dat het woord Hippie afgeleid werd van het woord Hipster, wat gepopulariseerd werd door de nu vergeten journalist Herb Caen? Het enige wat overblijft is het lied van Scott McKenzie. Dit werd op 13 mei uitgebracht en stond binnen enkele weken op nummer vier in de Billboard Hot 100.


Medisch gezien betekende SOL de relance van de SOA's, hepatitis, TB en andere overdraagbare aandoeningen. Na 6 september –het begin van het nieuwe universitair jaar- was de Summer of Love afgelopen en zwermden de hippies uit. De trails die ze volgden kunnen nu epidemiologisch nog getraceerd worden. Uit reactie werd de organisatie Free Clinic van David Smith opgericht en werd er een apotheek annex polykliniek gesticht waar iedereen gratis kon meenemen wat hij nodig had. Ook werd er samen gewerkt met de kerken en werden er opvangplaatsen voor daklozen ingericht. Op 9 – september werd Che Guevara wordt door het Boliviaanse leger geëxecuteerd. Het is over.


In Parijs op de Rive Gauche begon het te broeien toen de overheid er zich verzette tegen de trend dat jongens en meisjes samen op kot hokten. Idem in Amsterdam waar Provo dankzij de hippiebeweging zijn tweede adem vond. Toen werd er door de wetenschappelijke socialisten van de Studenten Vakbeweging een link gelegd tussen de mijnstakingen in Limburg en de splitsing van de tweetalige universiteiten.
Puisterige studaxen gebogen boven het evangelie van Marx en Lenin bereidden de wereldrevolutie en hun lange mars door de instellingen voor.

De Summer of Love was niet meer dan een moderne steekvlambeweging. Een populistisch fenomeen zou men nu zeggen. Kort en krachtig, snel enorm gemediatiseerd en al even snel gerecupereerd. In 1968 waren er geen bloemen meer in het haar, maar kwamen er kasseistenen, molotovcocktails, traangas en waterkanonnen. Van Parijs tot Praag, en met een korte tussenstop in Leuven.


Karel ging geneeskunde studeren, ging dan onder de vlag van Amada in de fabriek werken, hervatte zijn studies en is nu huisarts in ruste. Ik schrijf nog altijd stukjes. Als we elkaar zien drinken we een Orval, we praten over onze geliefden, en vooral over muziek. Nooit over de Summer of Love.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 juli 2017

De verloren nieuwe generatie artsen


Ik was op weg van de ene historische vergissing, Louvain-la-Neuve, naar de andere historische twistappel, Brussel, toen ik hen bij de oprit oppikte. Het weer was laf zoals dat heet, er stond een onweer op uitbreken en op de radio draaide het zoveelste zomerprogramma met de zoveelste wereldberoemde Belgische acteur de soep in. Ik was toe aan een zinvol gesprek. Mijn intuïtie was juist: studenten, of beter afgestudeerde studenten. In de geneeskunde dan nog wel.


De wereld van de gezondheidszorg blijft aan een duizelingwekkend tempo veranderen. Tien jaar geleden zou ik gezworen hebben dat het jongelui waren op weg naar een festival. Zij waren op weg naar UZ aan het Westen van de Noordrand om voor hun eerste te baan te solliciteren. Op sneakers, in jeans en shirt. De tijd dat een individuele arts op zoek ging naar een individuele vestigingsplaats waar hij een patiëntele zou kweken is definitief voorbij.


De gezondheidszorg in zijn meest rauwe en primaire vorm van vroeger mag misschien nog ergens bestaan bij de bocht van de rivier, maar hier in het centrum van het land is ze definitief dood. Het kabinet om de hoek, waar ik en mijn hele familie op consultatie-uren zomaar kon aanlopen is voorgoed gesloten. De dokter ging uiteindelijk met pensioen, liet de IT aan de volgende generatie, kreeg een herseninfarct en moest zich niet langer meer zenuwachtig maken over fusies, bijscholing, zorgpaden en wachtdiensten. Hij is zelf wachtende geworden.


Ze praatten honderduit over hun toekomstplannen, hoe ze na een paar jaar de Oceaan zouden oversteken om bij te studeren, hoe ze Nederlands leerden om naar Leiden en Rotterdam te kunnen gaan. Het leven was boeiend en uitdagend. Geen woord over patiënten of collega's. Het meeste belang hechtten ze aan hun voortschrijdende kennis.


Patiënten — die hunkeren naar persoonlijke relaties en menselijke contacten op lokaal niveau- leken zelfs een hinderpaal op weg naar dit wetenschappelijk Walhalla.


Ik vroeg of ze geëngageerd waren in de gezondheidspolitieke wereld. Het artsensyndicaat, de wetenschappelijke vereniging, de specialistenfora. We naderden de Quatre Bras, werken in Wezembeek, vrachtwagens in de file, even opletten nu.

Ik besloot door de stad te rijden en ze een lift te geven tot Jette. Ondertussen ratelde de vrouwelijke kant van het duo door. Over die oude mannen en vrouwen die zo vervelend waren, die van hun stoel niet meer afkwamen, die nog net tot aan hun appartement aan zee reden en daar een ijsje aten. En samen met deze verandering van de zee, die nu warmer was, was ik nu ook getuige van de opkomst van een nieuw ras van de toekomstige gezondheidszorgleider.

Hun frontlinie was niet langer die van de generatie voor hen. Zelfs de gelikte nieuwe leider van goed onder de 50 op zijn Italiaanse schoenen sprak hen niet aan. Zij zagen geneeskunde als een business opportunity. Met een challenge. Altijd op zoek naar beter. Zeker niet alleen voor het geld. Ik bedacht hoe zij binnenkort bij evenementen en conferenties als "grote en visionaire gezondheidszorgleiders" op het podium zouden staan.


Hoe ze in the cloud met hun collega's in Sidney en Los Angeles zouden skypen, operaties op afstand uitvoeren, commentaar geven en vragen stellen bij moeilijke ingrepen. Bestuurszaken interesseren hen niet. Die laten ze over aan mensen waarvan de meesten van hen nooit een echte patiënt hebben gezien, nooit een echte wisselwerking met een echte patiënt hebben gehad en nooit een echte patiënt -hebben behandeld.


De meeste van die nieuwe artsen hebben weinig zicht op de frontlijn. De meeste van hen hebben geen interesse in een leidinggevende functie in een ziekenhuis of een wetenschappelijke instelling en laten die rol over aan mensen die geen enkele klinische opleiding gekregen hebben maar die wel een potentieel van honderden of duizenden hooggekwalificeerde artsen onder hun commando hebben.


De nieuwe generatie artsen dreigen dat werk over te laten aan econometristen, verder afgestudeerde verpleegkundigen en juristen, en waar dat toe kan leiden heeft 2008 bewezen.


Ik ontmoet zo veel geneeskundestudenten tegenwoordig, die staan te popelen om aan goedbetaalde banen in de gezondheidszorg te beginnen, maar dit willen doen zo ver weg als mogelijk van de frontlinies. Een onheilspellend teken van hoe de toestand kan evolueren. Thuisgekomen lees ik in The New Yorker online een ingezonden reactie van een Amerikaanse internist die schrijft: "Because if health care is to truly improve, thrive, and be well placed for the next several decades, only clinicians should be the real health care leaders."


De schrijver is dr. Suneel Dhand, auteur van Thomas Jefferson: Lessons from a Secret Buddha en blogger op DocThinx.


Ik zette mijn lifters af in de drop. Er komt nog meer regen. Een mens weet soms pas te laat hoe gelukkig hij had kunnen zijn.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)