22 augustus 2017

De angst voor fipronil? Pure chemofobie


Het lijkt wel of je betaald wordt door de chemische industrie, schrijft een lezer me via mijn privé mailadres naar aanleiding van een column over de fipronileieren. Ik mag u gerust stellen, van de industrie krijg ik geen eurocent. Maar heb wel iets tegen de hysterie die deze zomer de media teistert. Niet gehinderd door enige kennis van zaken overdonderen mijn gerespecteerde collega’s hun nieuwsconsumenten met de grootste nonsens. Ik ben niet alleen.


Om te beginnen dit: ik heb decennia na elkaar dagelijks fipronil ingenomen. En ik ben er geen dag ziek van geweest. Net zoals meer dan anderhalf miljoen Belgen heb ik geruime tijd katten en af en toe een hond in huis gehad. (In 2014 hadden 1.092.000 huishoudens minstens één hond, en 1.339.000 families hielden minstens één kat).


Mijn huisdieren droegen altijd een vlooienband, en regelmatig spoot ik zo'n klein tubetje fipronil in de vacht in hun nek. Ik masseerde het spul er stevig in en waste daarna mijn handen. Maar uiteraard streelde ik mijn kater of kwam hij langs mijn benen flemen. Geen firponilalarm dat af ging. Nochtans kreeg ik toen telkens meer dan de wettelijk toegelaten dosis aangesmeerd. Nooit kreeg ik de minste klacht.


"We zijn overdreven bang, onwetend en hypocriet als het om ons eten gaat," zegt ook de Nederlandse hoogleraar en dierenarts Frans van Knapen, "Dit is pure chemofobie. Zodra we te maken krijgen met chemische stoffen komen er draconische maatregelen. Elke stof is potentieel schadelijk, het gaat om de dosis. Neem keukenzout. Als je daar een kopje mee vult en de inhoud opeet ga je dood. Toch staat keukenzout niet achter slot en grendel. Fipronil is een stof die niet in levensmiddelen voor mag komen, dus moeten de eieren worden vernietigd en verantwoordelijken gestraft. Maar word je er ziek van? Nee, niet in deze doseringen.''


Van Knapen heeft gelijk. In 1999 is er geen Belg doodgegaan aan een hap dioxinekip. Maar menig kippenkweker ging kopje onder. In 2011 was de E. colibacterie die op komkommers zat een potentiële massamoordenaar. In Duitsland gingen dertig mensen dood. De komkommerverkoop stortte in, vijf jaar later was die nog altijd niet op het oude niveau. De industriële landbouw had de bonen gevreten. Dat de bacterie uiteindelijk afkomstig bleek van biologisch (!) gekweekte taugé, verscheen ergens in een rechterbenedenhoekje op pagina 8.


En geen krant die schreef dat de E. colibacterie aanzienlijke hoeveelheden vitaminen produceert en meestal gunstig is voor het lichaam vanwege het remmende effect dat deze bacterie heeft op de groei van schadelijke bacteriesoorten. Slechts een klein deel van de E. coli stammen zijn in staat om de enterohemorragische E.coli (EHEC) te veroorzaken.


Ik citeer in deze nogmaals professor Van Knapen: "Eten is emotie geworden. Dat terwijl het binnen houden van dieren juist heeft gezorgd dat we veel ziektes – toxoplasmose bij varkens bijvoorbeeld - uit konden bannen. Het gaat er in megastallen hygiënischer aan toe dan in een academisch ziekenhuis. Je moet intekenen, douchen, beschermende kleding aan. Als ik mijn buitenlandse studenten dat laat vergelijken met een academisch ziekenhuis, schrikken ze zich rot.


En dat er bijvoorbeeld veel antibiotica gebruikt zou worden, is inmiddels een fabel. De reductie die plaatsvond is gigantisch, er zijn hele scherpe regels. Denk je dat een kip naar buiten wil? Welnee! Als je het hok open zet, gaan alleen een paar dommeriken naar buiten. Die kippen willen iets boven hun hoofd, anders kunnen ze zo gepakt worden door een havik.


Zonder beschutting ontstaat er stress, de paniek is gigantisch als er daadwerkelijk één gegrepen wordt. Kippen zo in de buitenlucht, dat heeft niks met dierenliefde te maken. Het romantische beeld uit de jaren vijftig van een boerderij met varkens in de modder zou verboden moeten worden. Wel eens een varken vol brandblaren gezien? Dát gebeurt er als ze buiten in de zon staan. Ze rollen in de modder om zich te beschermen.


Als varkens al buiten zijn, dan horen ze in het bos om te wroeten. Op de boerderij kregen ze ook nog eens alleen maar afval te eten: oude schillen, beschimmeld brood. Middeleeuwse toestanden, dáárvan werden ze ziek. Het publiek ziet niet wat er nu in de stallen gebeurt, kan zich daar door de grote aantallen en de complexiteit geen voorstelling van maken.''


"Ik kan niet anders zeggen, onze relatie met eten is volkomen hypocriet. Dat een ei nu hetzelfde kost als in de jaren zestig, daar hoor je niemand over.'' Van Knapen wil maar zeggen: en wij maken ons druk over een beetje fipronil. Zoals hij besluit: ,,Het is van god los.''


Tenslotte nog dit: Van Knapen heeft geen ambitie om rector te worden. Hij blijft als professor met zijn voeten op de grond. Aan de KU Leuven daarentegen voelen professoren zich blijkbaar steeds vaker geroepen om veel medialawijt te maken, of ze nou viroloog, psychiater of toxicoloog zijn.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

07:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 augustus 2017

Euthanasie en de zelfgekozen dood: waarom zwijgt de Orde?


Ik stel me zo voor dat er over een jaar of tien –want zolang zal het wel duren nu de bestaande wet eerst moet geëvalueerd worden- er elke eerste dinsdag van de maand een gediplomeerde stervenshulpverlener van overheidswege in de seniorie de doodswens komt toetsen. Hoe alwetend moet zo'n functionaris zijn om zo'n verstrekkend oordeel te kunnen vellen? Het is maar een van de zovele vragen waarmee ik zit.


Ik ga me niet mengen in het debat of 'dood willen' al dan niet een vast voornemen is, en of iemand van idee kan veranderen als zijn levensomstandigheden verbeteren. En ik weet ook, -al is dat een bijzonder cynische gedachte- dat de dood niet alleen voor de betrokkene maar ook voor andere partijen een interessante uitkomst betekenen kan: de dood is immers veruit de snelste en goedkoopste oplossing is voor de vergrijzing en groeiende zorgkosten.


Voor private zorgverzekeraars die nu al niet uit hun premies komen en een beroep moeten doen op de tussenkomst van de Nationale Bank, misschien een interessante denkpiste. Zelfmoord wordt niet vergoed, het zelfgekozen levenseinde zit in het verzekeringspakket. In plaats van een gratis lidmaatschap van een sportclub of een tandvulling, biedt uw ziekenfonds u een elegante exit. Ik vind hier een gelijkgestemde ziel bij dr. Damiaan Denys, filosoof en psychiater en als hoogleraar werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam én voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Hij noemde het plan voor een zelfgekozen levenseinde een 'uitvloeisel van onze individualistische, pragmatische, op productiviteit gerichte samenleving'.


Wat ik mis in het debat over het zelfgekozen levenseinde is een standpunt van de Orde van Artsen. Maar misschien moet ik geduld hebben en wachten tot het najaar als de politiek weer aan het werk gaat. In Nederland is er wel een duidelijk standpunt van de artsenfederatie KNMG. Deze vereniging van professionals verzet zich tegen het wettelijk recht op hulp bij zelfdoding voor mensen die niet uitzichtloos ziek zijn en hun leven voltooid achten.


De KNMG ging daarbij zorgvuldig tewerk en ze raadpleegde haar leden, niet zoals onze Orde die ex-cathedra, na een conclaaf, uitspraken doet. Niet doen, zeggen de Nederlandse artsen. De huidige euthanasiewet biedt genoeg ruimte, ook bij 'stapeling van ouderdomsklachten'. De artsen gaan niet over één nacht ijs. De organisaties van psychiaters, verpleeghuisartsen, psychologen en verpleegkundigen keerden zich eerder al tegen verruiming van de wet. Toevallig wel mensen die, anders dan de meeste politici en columnisten, dagelijks met oude, demente of depressieve mensen te maken hebben en die dus weten waarover ze praten en hoe precair dit onderwerp is.


Daarom zou het nuttig zijn als de Orde nu eens eindelijk denkwerk maakte van deze vraagstelling. Het is eens wat anders dan het fijn slijpen van de statuten van een artsenvennootschap. Anders gaat het er toch maar op lijken dat dit eerbiedwaardige instituut meer begaan is met de Mammon dan met ethiek.


Ik ben absoluut voor het recht op zelfbeschikking. En op is op. Maar ik stel me ook de vraag hoeveel mensen met een doodswens er zouden overblijven als we beter voor hen zouden zorgen, als we hun leven veraangenamen en hen een minimum aan bestaanszekerheid en comfort zouden garanderen? Als we ook hier eens komaf zouden maken met dat betuttelende twintigste-eeuwse denken? En waarom moet ik nu denken aan dat prachtige gedicht Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954), uit 1926 over de tuinman en de dood?


Marc van Impe

Bron: MediQuality

18:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 augustus 2017

Instagram kan gebruikt worden om depressie op te sporen



Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat tekenen van depressie kunnen worden waargenomen op basis van profielen van Instagram-gebruikers. Dat melden althans wetenschappers van Harvard University en de University of Vermont, die in totaal meer dan 43.000 foto’s op het sociale netwerk onder de loep namen.


Maar het is te vroeg om Instagram echt in te zetten als medisch gevalideerde diagnose tool, vinden de onderzoekers zelf. Immers: de foto's moeten altijd in de juiste context worden geplaatst en lang niet alle foto's vertellen iets over de mentale gezondheid van de plaatser van de foto's. Wel merken de wetenschappers op dat het gebruik van algoritmen een belangrijke rol kan spelen bij het online opsporen van depressies, maar moet er nog meer onderzoek worden verricht.


Voor het onderzoek maakten de wetenschapper gebruik van Amazon's Mechanical Turk (MTurk) crowdwork platform waaruit 166 deelnemers werden gerekruteerd die hun Instagram-data beschikbaar stelden. 71 daarvan hadden al een geschiedenis met gediagnosticeerde depressies of verschijnselen daarvan. Deze doelgroep werd geselecteerd op basis van de vragenlijst CES-D (Center for Epidemiologic Studies Depression Scale).


Vervolgens lieten de onderzoekers hier algoritmen op basis waarvan werd gezocht naar signalen die mogelijk konden wijzen op een depressie. De onderzoekers kwamen tot enkele interessante uitkomsten, zo meldt vakblad ICT & Health. Zo plaatsen mensen met een depressie eerder foto's met donkere tinten en ook plaatsen zij vaker foto's. Verder maakt deze doelgroep relatief weinig gebruik van filters, met uitzondering van de Inkwell-filter die foto's zwarter en witter kan maken. Daarnaast zijn mensen met een depressie minder geneigd hun gezichten te laten zien op foto's en hebben zij bovengemiddeld meer comments, maar minder likes, op hun foto's. https://epjdatascience.springeropen.com/articles/10.1140/...

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende