24 april 2017

De opvolger die niet kwam


Hij klampte me aan na de receptie voor het communiefeest. Of hij me even privé kon spreken. Het was delicaat. Een paar dagen later zien we elkaar aan de boord van het kanaal. Stromend water doet praten, weet ik uit ervaring. Hij stroomt over. Ik ken hem als een huisarts, zoon van een huisarts, die al jaren actief is in elke actiegroep die je in de Noordrand kunt verzinnen.


Zo is hij actief tegen de nachtvluchten, tegen de uitbreiding van de luchthaven, tegen de afbouw van de luchthaven, tegen het snoeien van de geluidsberm, tegen de paaltjes in de veldweg naar de landingsbaan. Hij loopt gewoonlijk in wat ik gemeenzaam een ‘canadienne' ben gaan noemen: een houthakkershemd, een uitgezakte ribfluwelen broek, een handgebreide pull. Hij wordt op de handen gedragen door zijn patiënten, en ik weet dat hij al jaren droomt om uit het vak te stappen.


Nu wil hij zijn verhaal kwijt.


Op het kanaal roeien studenten een skiff richting Grimbergen. Langs de kade, aan de overkant, rijdt een man op een fiets met een elektrisch versterkte toeter die instructies schreeuwt. Hij lijkt op jou, zeg ik. Roepen hoe het moet, maar jezelf niet nat maken. Hij grimlacht. Het gaat over zijn oudste zoon. Jij bent ook vader, zegt hij, jouw kinderen maken je gelukkig.


Zijn zoon, altijd en met groot succes uit de Grieks-Latijnse gekomen, lid van de hockeyclub, leider bij de scouts en lid van een bandje, wil niet verder studeren. Sterker nog, hij wil geen geneeskunde beginnen. Dan verlaagt hij zijn stem, kijkt om zich heen, en dan komt het: hij wil kapper worden. Ik begrijp hem niet.


Uit onderzoek van een jaar of vijftien geleden blijkt al dat zeven op tien huisartsen en specialisten er geen voorstander van zijn dat hun kinderen arts worden. Vooral oudere huisartsen en specialisten zijn ertegen. Dat bleek uit de eerste resultaten van een enquête bij de opening van het academiejaar 2001-02 en waaraan zo'n 4.000 artsen deelnamen. Op de vraag of ze hun kinderen zouden aanmoedigen te kiezen voor geneeskunde, antwoordde slechts vijf procent onvoorwaardelijk positief. Vierentwintig procent sloot er zich "min of meer" bij aan. Veertig procent verwierp dit echter "in grote lijnen" en 30 procent was radicaal tegen.


"Deze onthutsende vaststelling is een teken aan de wand voor een beroep dat vaak familiaal wordt doorgegeven", schreef De Artsenkrant toen. Je bent dus in goed gezelschap, zeg ik. Een jaar of acht geleden vroeg ik hoeveel artsen opnieuw voor geneeskunde zouden kiezen. Meer dan veertig procent van de artsen had spijt van zijn beroepskeuze. Dat zijn zoon zo'n keuze maakt is dus zeker geen uitzondering.


Wat hem echter boven alles stoort is dat zijn zoon geen ander intellectueel beroep kiest. Geen ingenieur, geen IT, geen veeartsenij, zelfs geen dierenarts of apotheker. Hij wil geen leraar worden, geen sociaal werker, zelfs geen kleuterleider. Hij wil een wereldreis maken, gis ik. Nee, zegt hij, hij wil kapper worden.


Het wordt nu stilaan donker. De roepende fietser heeft rechtsomkeer gemaakt. De roeiers gaan terug richting hoofdstad.


Maar wat is het probleem, vraag ik. Kappers verdienen goed geld, ze hebben geen nomenclatuur noch conventies, ze maken mensen mooier en net zoals jij werken ze met een wachtlijst.


Ik vertel hem over Heidi Hoeben, arts en moeder van een aspirant-arts, die een paar jaar geleden de selectiemethode van de Vlaamse kandidaat studenten geneeskunde aanklaagde.


"Men toetst alleen op een doorgedreven kennis van de exacte wetenschappen" zei Hoeben. Dit terwijl andere kerncompetenties zeker zo belangrijk zijn. Empathie bijvoorbeeld, en interesse in mens en maatschappij. "Worden er zo wel de juiste mensen geselecteerd?" vroeg dokter Hoeben zich af. "Als men selecteert, moet men goed selecteren," schreef Hoeben. Wees blij dat je zoon bewust zijn keuze maakt en daar binnenkort aan ontsnapt, zeg ik.


Hij zucht. Alsof de laatste overblijvende van een artsenfamilie de laatste adem uitblaast. Het weer slaat om.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

10:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 april 2017

Artsen zetten heel dorp aan de yoghurt


In het Noord-Brabantse dorp Leende hebben twee huisartsen de bevolking zover gekregen ze massaal koolhydraten laat liggen. De artsen werden geïnspireerd door een documentaire over het “high fat” dieet van de Inuit.


De huisartsen die constateerden dat de helft van de inwoners te zwaar was, zweren nu bij een hoog-vet –laag-koolhydraat dieet. Zeker 200 mensen proberen hun overtollige kilo's kwijt te raken. Zij eten geen koolhydraten meer, maar vet, vlees, kaas en Griekse yoghurt. Daarnaast controleert de arts regelmatig om de resultaten bij te houden.

Toch is het niet zo dat het Nederlandse Leende een ongezonde plaats is. De gemeente Heeze-Leende is zelfs gezonder dan het Nederlands gemiddelde. In 2012 had 47,2 procent van de inwoners van Heeze-Leende overgewicht, tegenover 48,3 procent in heel Nederland. 10,8 procent van de mensen die in Heeze-Leende woont, had in 2012 ernstig overgewicht of obesitas. In Nederland was dat 12,7 procent.


Het hele dorp gaat aan de yoghurt titelden de Nederlandse media en het gevolg is zichtbaar: brood blijft in de schappen liggen, geen aardappelen, rijst noch pasta meer. Tegenstanders verwijten de artsen "cherry picking", het bijeen rapen van argumenten die een bepaalde visie helpen te onderbouwen en het selectief weg laten van alle andere publicaties en argumenten die dat tegen spreken.


De gemiddelde levensduur van de Eskimo's is maar liefst 10-14 jaar korter dan die in Nederland. Hart- en vaatziekten en diabetes blijken nauwelijks te verschillen en het aantal herseninfarcten per 1.000 mensen ligt bij deze bevolking aanzienlijk hoger. Hoog-vet-laag-koolhydraat voeding lijkt het risico op een reeks van ziekten en aandoeningen te vergroten.


Denk bijvoorbeeld aan negatieve effecten op de hersenen, cognitie, geheugen, mentaal welzijn, Alzheimer, autistisch gedrag, op risico's voor obesitas, verstoorde stofwisseling, metabool syndroom, inflammatie, leverschade, hart en vaatziekten risico's, vergroot risico op kanker en zelfs mogelijk op osteoporose.
Maar de voorstanders hebben sterke argumenten. Om te beginnen zijn de vetten en eiwitten die men in Leende eet niet te vergelijken met dat van zeehonden en af en toe een potvis. Yoghurt was in het begin enkel verkrijgbaar bij de apotheker en stond dan vooral voor ‘gezond'.

Uit een vorig jaar gepubliceerd Brits economisch model bleek al dat het verhogen van de dagelijkse consumptie van yoghurt bij volwassenen tot 125gram per dag het risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 met 9% vermindert, wat een besparing van 140 miljoen £ zou genereren binnen de 5 jaar en 2,4 miljard £ meer in 25 jaar.


In het Verenigd Koninkrijk is diabetes goed voor ongeveer 10% van de uitgaven van de National Health Service. De NHS zette het model op toen uit meta-analyse bleek dat yoghurtconsumptie mogelijk beschermend werkt tegen diabetes type 2.


Bij uw dienaar werkt het in elk geval wél. Ik verloor met zo'n dieet meer dan 15 kilogram en blijf sindsdien op gewicht zoals dat heet.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:48 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 april 2017

Pseudo-oncologie is een parachutesprong

 
Op Goede Vrijdag werd ik wakker met een boeiende gedachte: Wat voor een deel het wetenschappelijk bedrog verklaart is de vreugdeloosheid van de roem. Een wetenschappelijke doorbraak wordt deze dagen gehyped, opgepompt in de media, overgoten met nationalistische sausjes, besprenkeld met academische odeurs, kortom het is niet alleen een intellectueel evenement maar ook nog eens chauvinistisch gebeuren waarbij de consecratie van dit alles in het echtelijk bed bereikt wordt waar ’s avonds, na alle mediaheisa, de geliefde zich tegen het van eigendunk gevulde lijf vlijt en zegt: “Ge hebt dat toch goed gedaan, jongen/meisje”.


Ik vind dit allemaal much ado about nothing om nonkel Wim te parafraseren. Roem en vooral roem in de media à la Topdokter, is uiterst relatief. Ik vergelijk het graag met een parachutesprong. Er komt heel wat voorbereiding aan te pas. Het scherm moet volgens de regels van de kunst opgevouwen worden, het weer moet meezitten, de valtechniek moet tot in de puntjes ingeoefend. De angst moet worden beheerst.

Wat rest is de sprong, of beter de val, want bij springen bepaal je de richting, de hoogte en de landing, en daar is bij een parachutesprong nauwelijks sprake van. Je laat je vallen. Eigenlijk een vreugdeloos gebeuren. Waarom zou je in hemelsnaam uit een vliegtuig springen? Tineke Oldehinkel, hoogleraar levensloop epidemiologie van veelvoorkomende psychiatrische stoornissen aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, deed daar onderzoek naar en kwam in het wetenschappelijk tijdschrift Behavior Therapy tot dezelfde conclusie. In An Exploratory Randomized Controlled Trial of Personalized Lifestyle Advice and Tandem Skydives as a Means to Reduce Anhedonia, vrij vertaald Word je vrolijk van parachutespringen? Parachutespringen leidt tot angst, de wetenschapsfraudeur leeft dus in voortdurende stress. Evolutionair zou het ook niet gek zijn als angst leidt tot extra motivatie, om zo te stimuleren dat je ontsnapt uit een bedreigende situatie. Die bedreigende situatie bestaat uit de vehemente reacties van de tegenpartij. En dan kom ik bij die andere wereldberoemde wetenschappelijke oplichter Sigmund Freud terecht. Die heeft het over de tegenstander die gaat projecteren. Bij projectie gaan mensen aan anderen eigenschappen en impulsen toekennen die ze bij zichzelf herkennen maar ook ontkennen. Het is dus een zelfverdedigingsmechanisme. De agressie tegen de fraudeur is simpelweg een uiting van de gevoelens van kwetsbaarheid die de agressors op hem projecteren.


De vraag is dus niet waarom de fraudeur fraudeerde, dat antwoord kennen we al, maar waarom zijn tegenstanders zich zo belaagd en kwetsbaar voelen. Ik las vorig weekend in De Standaard een artikel van dokter Jo Lissens die in Zuid-Afrika een PhD doet naar baarmoederkanker. Lissens schrijft zijn vakgenoot oncoloog Van Gool deskundig het rioolputje in: "Geld vragen voor een experimenteel geneesmiddel, zonder een rigoureus studieprotocol en toezicht, ruikt stevig naar je wensen voor werkelijkheid nemen." ‘Gij zegt het,' schrijft Marcus 15:4.


Ik moet in deze Heilige Week denken aan twee andere gekruisigden in de geneeskunde, die bijna-wetenschap beroept zich zo graag op evidence based science- niet verrezen: Ignác Semmelweis en Robin Warren. Beiden bewezen een andere valabele stelling, zegt de geleerde vrouw, met name dat wie zich als een calvinist bij EBM neerlegt nooit vooruitgang boekt in de geneeskunde. Zonder de eerste hadden dokters nog jaren met vuile handen kinderen verlost, zonder de tweede langen we nu nog op de canapé om van onze maagzweer vanaf te komen.
Zoals ik al zei, het is als een parachutesprong, vreugdeloos, maar je kan goed neerkomen. Mits je je scherm volgens de regels opvouwt.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

21:28 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende